Hoe bereiken gemeenten mensen die werken en leven in armoede?
Veel werkenden met een laag inkomen die moeite hebben met rondkomen maken geen gebruik van gemeentelijke regelingen. Het project 'Vindplaatsen verborgen armen' onderzocht wie zij zijn en hoe gemeenten hen beter kunnen bereiken. ‘We weten nu beter om welke inwoners het gaat en hoe we ze kunnen bereiken.'
Gemeenten willen iedereen in armoede ondersteunen
‘We willen graag dat al onze inwoners in armoede gebruikmaken van de regelingen die er voor hen zijn. Maar we bereiken niet iedereen.’ Dat zegt Frieda Maring, beleidsadviseur Armoede en Schulden bij de gemeente Krimpenerwaard. Daarom nam Krimpenerwaard deel aan het project Vindplaatsen verborgen armen, dat zich richt op effectievere manieren om huishoudens met een laag inkomen te ondersteunen.
Dit onderzoeks- en ontwikkelproject naar verborgen armoede werd uitgevoerd door een consortium van kennis- en praktijkpartners (zie kader).
Onze verwachting was dat we door deelname aan het project handvatten zouden krijgen om de mensen in verborgen armoede binnen onze gemeente beter in beeld te krijgen en te ondersteunen. Dat is inderdaad gebeurd.
Wie zijn de mensen in verborgen armoede?
Uit analyses van het CBS blijkt dat vooral werkenden met een laag inkomen buiten beeld blijven. ‘Daarom hebben we besloten het project toe te spitsen op deze groep’, vertelt Lisette Desain, projectleider namens de Hogeschool van Amsterdam (HvA). De focus lag op oudere zelfstandigen, eenpersoonshuishoudens en werkende jongvolwassenen.
Waarom maken mensen geen gebruik van regelingen?
Volgens onderzoek van het Nibud maakt slechts 5% van de werkenden die niet rond kunnen komen gebruik van gemeentelijke regelingen. De redenen zijn divers: soms bewust, zoals negatieve ervaringen of een regeling die niet past. Soms onbewust, zoals onbekendheid of de aanname dat regelingen alleen voor mensen met een bijstandsuitkering zijn.
Praktijkvoorbeelden: waar komen mensen in beeld?
Via werksessies brachten deelnemende gemeenten bestaande plekken en netwerken in kaart gebracht waar financieel kwetsbare inwoners in beeld kunnen komen, evenals mogelijke nieuwe ingangen om met hen in contact te treden.
Verschillende vindplaatsen zijn nader onderzocht en beschreven, waaronder het Zelfstandigenloket, waar ondernemers terechtkunnen voor financiële hulp en advies, en het project Als ik later groot ben in Almere. ‘Binnen dit project delen kinderen hun toekomstdromen’, zegt Desain. ‘Via de kinderen bereiken de projectcoördinatoren ook ouders. En als dan blijkt dat gezinnen in armoede leven, worden ze toegeleid naar passende regelingen en voorzieningen.’ Daarnaast bekeken de onderzoekers hoe deze vindplaatsen verder ontwikkeld kunnen worden om werkenden met een laag inkomen nog effectiever te ondersteunen.
Via de kinderen bereiken de
projectcoördinatoren ook ouders.
Experimenten: nieuwe manieren om mensen te bereiken
-
In totaal zijn er 5 experimenten uitgevoerd, gericht op het opzetten van netwerken en vindplaatsen:
- Flevoland: boekhoudvouchers via het Zelfstandigenloket
Zelfstandig ondernemers konden een voucher van €1000 aanvragen voor boekhoudkundige ondersteuning. ‘Wij zagen dat zij soms de rekening van hun boekhouder niet konden betalen,’ vertelt Anna Custers, lector HvA.
17 ondernemers maakten gebruik van deze regeling. - Nijmegen: Meedoenregeling via Marktplaats
De gemeente plaatste informatie over de Meedoenregeling op Marktplaats om eenpersoonshuishoudens te bereiken. ‘De regeling geeft inwoners het recht om voor maximaal €150 activiteiten naar keuze te doen,’ aldus Custers.
Er werd 4.650 keer op de banners geklikt. Naar schatting leidde dit tot 150 nieuwe aanvragen van mensen in verborgen armoede. - Amsterdam: affiches over de energietoeslag
De gemeente Amsterdam bracht de energietoeslag van €800 onder de aandacht van ondernemers via flyers, affiches en sleutelpersonen in twee stadsdelen. - Amsterdam: mailing over de Stadspas
De gemeente Amsterdam heeft een gerichte mailing verstuurd naar inwoners die eerder de energietoeslag hadden aangevraagd. In deze mailing werd informatie gedeeld over de Stadspas, waarmee inwoners korting krijgen op diverse activiteiten en producten.
Custers: ‘Op de mailing hebben 124 mensen gereageerd. Daarnaast heeft de gemeente deze boodschap verspreid via een socialmediacampagne.’
Deze aanpak combineert directe communicatie met online zichtbaarheid, wat de kans vergroot dat de doelgroep bereikt wordt. - Krimpenerwaard: campagne Meedoenregeling via sandwichborden
De gemeente richtte zich met een campagne op zelfstandig ondernemers en werknemers met een laag inkomen. Samen met consortiumpartner Ink werden nieuwe teksten en foto’s ontwikkeld om de doelgroep op een toegankelijke manier te informeren over de Meedoenregeling.
Voor de zichtbaarheid werden onder andere sandwichborden ingezet in het straatbeeld.
Maring: ‘Daarnaast lanceerden we een socialmediacampagne. We lieten de doelgroep weten dat zij een vrij besteedbaar bedrag van 300 euro konden aanvragen via onze Meedoenregeling.’
De advertenties op social media werden bijna 200.000 keer bekeken. Toch leidde dit niet tot meer aanvragen. ‘Blijkbaar is deze manier om inwoners aan te spreken op zich dus succesvol. Maar er is net iets méér voor nodig om hen ertoe te bewegen een aanvraag te doen,' concludeert Maring.
- Flevoland: boekhoudvouchers via het Zelfstandigenloket
Er lijkt een mismatch tussen de wereld van de minimavoorzieningen en de leefwereld van werkenden met een laag inkomen.
10 lessen en aanbevelingen voor gemeenten
- Voer een data-analyse uit
Breng in kaart welke groepen al bereikt worden en waar blinde vlekken zitten. Dit helpt om beleid en communicatie beter af te stemmen. - Zoek actief naar nieuwe vindplaatsen en contactmomenten
Niet iedereen met financiële zorgen meldt zich spontaan. Ga daarom actief op zoek naar alternatieve manieren om deze groep te bereiken. Denk aan ondernemersverenigingen, scholen, sportclubs of online platforms. Schakel ook sleutelfiguren in, zoals vertegenwoordigers van winkeliersverenigingen. - Werk domeinoverstijgend samen
Financiële kwetsbaarheid raakt meerdere leefgebieden. Betrek naast Werk en Inkomen ook collega’s uit zorg, onderwijs en vergunningverlening. Zij hebben vaak al contact met werkenden in onzekerheid, zoals horecaondernemers of ouders op school. - Communiceer helder, positief en toegankelijk
Gebruik begrijpelijke taal, meerdere kanalen en een positieve benadering die mensen aanspreekt. Vermijd termen als 'armoede' of 'hulp' en benadruk rechten en mogelijkheden.
Maring: ‘We leerden dat het werkt om mensen open te benaderen. En om niet termen als “hulp” en “armoede” te gebruiken, maar liever iets te zeggen als: “Weet je dat je hier misschien recht op hebt?” Dat werkt beter.’ - Sluit aan bij de leefwereld van inwoners
Stem regelingen af op wat mensen écht nodig hebben. Denk aan bedrijfscoaching voor ondernemers of vrij te besteden budget voor werkenden. - Maak aanvragen eenvoudig en laagdrempelig
Vermijd ingewikkelde formulieren en herhaalde bewijslast. Automatiseer waar mogelijk en bied overzicht van beschikbare regelingen. - Verduurzaam de relatie met inwoners
Zorg dat contact niet eenmalig is. Vraag toestemming om mensen later opnieuw te benaderen en blijf zichtbaar in hun leefomgeving. ‘Doet een inwoner ergens een aanvraag voor? Zorg dan dat je – als onderdeel van het proces – een vraag toevoegt om te checken waarop de inwoner aanvullend recht heeft’, aldus Desain. - Respecteer bewuste keuzes van inwoners
Niet iedereen wil gebruikmaken van ondersteuning. Benader dit met respect en bied maatwerk in communicatie en aanbod. - Besef dat armoedebeleid nooit ‘af’ is
De doelgroep en regelgeving veranderen voortdurend. Houd beleid flexibel en actueel om relevant te blijven. - Leer van andere gemeenten
Voorkom dat je het wiel opnieuw uitvindt. Deel ervaringen, leer van good practices en bouw voort op wat elders al werkt. Samen kom je sneller tot effectieve oplossingen.
Concrete opbrengsten en vervolgstappen
In de deelnemende gemeenten zijn concrete stappen gezet om verborgen armoede beter te herkennen en aan te pakken. De geïnterviewden delen hun ervaringen en blikken vooruit op het vervolg.
Maring: ‘We weten in Krimpenerwaard nu beter wie de mensen in verborgen armoede zijn, welke lokale netwerken we kunnen inzetten om hen te bereiken en hoe zij aangesproken willen worden.’
De gemeente heeft haar communicatie over minimaregelingen aangepast en richt zich nu expliciet op doelgroepen zoals werknemers en zzp’ers met financiële zorgen. Ook worden grote werkgevers actief benaderd met informatiemateriaal. Maring: ‘Voorheen richtten we de communicatie over minimaregelingen niet op specifieke doelgroepen, zoals werknemers en zzp’ers met financiële zorgen. Nu doen we dat wel. Daarnaast zoeken we nu ook contact met grote werkgevers in de gemeente en vragen we hun aandacht te hebben voor verborgen armoede. We sturen deze grote werkgevers een pakket “minima-folders” toe.’
De door sociaaldesignbureau Ink ontwikkelde persona’s – fictieve ijkfiguren die verschillende leefwerelden representeren – helpen beleidsadviseurs om communicatie en regelingen beter af te stemmen op de doelgroep.
Samenwerking en toekomstvisie
De samenwerking binnen het consortium verliep goed.
‘De agenda was duidelijk, keuzes maakten we steeds samen. Verder was het inspirerend om samen te werken met Ink, dat meedacht over beeld en tekst. Ook was het leerzaam dat we binnen dit project kennis en ervaringen deelden met andere gemeenten,’ zegt Maring.
Ook projectleiders Desain en Custers zouden graag een vervolg geven aan het project. Zij zien aanknopingspunten voor verder onderzoek.
'We hadden geen actief werkpakket voor het implementeren van good practices. Maar we zijn wél benieuwd hoe gemeenten de geleerde lessen vertalen in concrete interventies en van elkaar leren. Hoe maken zij hun dienstverlening aan werkenden in verborgen armoede passender? Dat zouden we graag onderzoeken. Overal in Europa kampen gemeenten met verborgen armoede. Het zou interessant zijn om ook internationaal van elkaar te leren,' aldus Custers.
Het project heeft inmiddels een vervolg gekregen. In 2025 lanceerde het College van Krimpenerwaard een Plan van Aanpak met 4 concrete maatregelen: het inzetten van lokale netwerken om verborgen armoede onder werknemers en zzp’ers te signaleren, herintroductie van de Meedoenregeling gericht op ondernemers en laagbetaalde werknemers, een pilot met boekhoudvouchers voor (ex-)ondernemers, en promotie van het digitale platform Dat geldt voor mij, dat via een eenvoudige online check inzicht geeft in gemeentelijke ondersteuning.
Wat hopen de geïnterviewden voor de toekomst?
'Dat er op een minder stereotiepe manier wordt gedacht over mensen in armoede’, zegt Desain. ‘Die zitten niet altijd in de Bijstand. Het is belangrijk dat gemeenten goed in kaart brengen wie tot hun doelgroepen behoren en waar die mee geholpen zijn,’ zegt Desain.
‘Ik hoop dat datakoppeling meer gemeengoed wordt, zodat gemeenten inwoners die recht hebben op regelingen proactief kunnen benaderen. Waardoor hopelijk meer mensen gebruikmaken van deze regelingen,’ voegt Custers toe.
‘Er zijn grote verschillen tussen diverse gemeenten als het gaat om de inhoud van minimaregelingen. Meer uniformiteit zou fijn zijn. Maar het allermooiste zou het zijn als minimabeleid ooit niet meer nodig is, omdat alle inwoners voldoende inkomsten hebben,’ besluit Maring.
Over het onderzoek en het consortium
Het onderzoek Vindplaatsen verborgen armen; naar effectievere wegen om huishoudens met een laag inkomen te ondersteunen was 1 van de 3 projecten van het NWA-programma Schulden en armoede. Het werd van 2020-2024 uitgevoerd door een breed consortium met daarin: Hogeschool van Amsterdam (HvA), Nibud, Universiteit van Amsterdam, Over Rood, Stichting Lezen en Schrijven, (Ink) social design. En verder de gemeenten Almere, Amersfoort, Amsterdam, Hoeksche Waard, Kapelle, Krimpenerwaard, Lelystad, Maassluis, Nijmegen, Schiedam, Vlaardingen.
Meer informatie over het project is te vinden op de projectwebsite van de HvA.