Post-COVID: onderzoeksprogramma, kennisinfrastructuur en expertisenetwerk
Post-COVID, ook wel Long COVID genoemd, verwijst naar de aanhoudende gezondheidsproblemen die sommige mensen ervaren na herstel van een besmetting met SARS-CoV-2, het virus dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt.
Over dit programma
Er is nog veel onduidelijkheid over de oorzaak van post-COVID en het ziektebeeld. Daarnaast is er behoefte aan effectieve behandelingen die de oorzaken en klachten van post-COVID kunnen verminderen en/of wegnemen. Vanuit andere programma’s, zoals het COVID-19 programma, heeft ZonMw al een aantal onderzoeken naar post-COVID gefinancierd, maar er is behoefte aan meer structurele financiering en coördinatie van onderzoek.
Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft ZonMw gevraagd een programma op te stellen voor de financiering van onderzoek naar post-COVID en het inrichten van een onderzoeks- en expertisenetwerk.
Doel en strategie
Het doel van het programma is het vergroten en delen van kennis en expertise over post-COVID voor diagnose, behandeling en het optimaliseren van zorg.
Om het doel van het programma te realiseren zet het programma in op 4 strategieën:
- Versterking van de onderzoeksinfrastructuur om de uitvoering van complex en veelomvattend onderzoek naar post-COVID te ondersteunen en te verbeteren.
- Verkrijgen van urgent benodigde kennis over de oorzaken, diagnose en behandeling van post-COVID. Daarbij wordt verbinding gemaakt met onderzoek naar Myalgische Encefalomyelitis/Chronisch Vermoeidheid Syndroom (ME/CVS) en andere (post-infectieuze) aandoeningen die aanhoudende klachten veroorzaken.
- (Door)ontwikkeling en aanpassingen van de organisatie van zorg voor post-COVID patiënten.
- Ontwikkelde kennis en expertise toegankelijk en bruikbaar maken.
Programmaonderdelen
Het programma is opgezet met 2 programmaonderdelen:
- Onderzoeksinfrastructuur en samenwerking
- Onderzoeksprogramma
Onderzoeksinfrastructuur en samenwerking
Binnen dit programmaonderdeel is onderzoeks- en expertisenetwerk Post-COVID Netwerk Nederland opgericht. Binnen dit netwerk wordt een onderzoeksinfrastructuur opgebouwd die het mogelijk maakt om het complexe onderzoek naar post-COVID uit te voeren. Bij onderzoeksinfrastructuur kan gedacht worden aan initiatieven die het makkelijker maken om patiënten in studies te includeren, data en samples met andere onderzoekers te delen of aan de standaardisatie van onderzoeksprotocollen en methoden. Daarnaast is het netwerk belangrijk voor het opbouwen van expertise en heeft het als taak om beschikbare kennis zo snel mogelijk terecht te laten komen bij zorgprofessionals en patiënten.
Onderzoeksprogramma
Dit programmaonderdeel richt zich op het ontwikkelen van benodigde kennis over de mechanismen die betrokken zijn bij post-COVID en daarnaast de (verdere) ontwikkeling van diagnostiek, behandeling en optimalisatie van zorg voor post-COVID patiënten. Het onderzoekprogramma is opgebouwd rondom 6 thema’s die in verschillende subsidierondes zijn uitgezet:
- Preklinisch biomedisch onderzoek (fundamenteel en translationeel onderzoek)
- Epidemiologisch onderzoek en diagnostiek
- (Innovatieve) Behandelingen
- Zorgevaluatie
- Vervolgonderzoek en snelle translatie naar de praktijk van onderzoeksresultaten
- Beleidsurgente en actuele vragen
De kennisvragen vanuit de overkoepelende kennisagenda post-COVID hebben verder richting gegeven aan het onderzoek binnen de beschreven thema’s.
Om het programma inzichtelijk te maken, is een interactieve infographic ontwikkeld die de samenhang weergeeft tussen alle lopende onderzoeken in het programma, met de patiënt als centraal uitgangspunt. Ook wordt de rol van het onderzoeks- en expertisenetwerk uitgelicht.
Bekijk de interactieve infographic over het Post-COVID programma
Samenwerking
Een goedlopend Post-COVID programma vergt betrokkenheid van alle relevante partijen. Voor een optimaal resultaat zal afstemming en samenwerking met stakeholders vanuit beleid, onderzoek en praktijk worden voortgezet. Ook zal het programma afstemming zoeken met de andere ZonMw-programma’s voor onder andere een goede doorgeleiding in de kennisketen. Centraal in het programma staan mensen met post-COVID. Het doel is om hen zo snel en effectief mogelijk te helpen en de kwaliteit van leven te verbeteren. Daarom worden organisaties van post-COVID patiënten vanaf de opzet van het programma en straks in de uitvoering betrokken.
Programmacommissie
-
De programmacommissie post-COVID bestaat uit een breed samengestelde koepelcommissie, waaruit per subsidieronde van het programma post-COVID: onderzoeksprogramma, kennisinfrastructuur en expertisenetwerk een subcommissie wordt samengesteld. De koepelcommissie wordt gedurende de looptijd van het programma aangevuld met leden op basis van de inhoud van de subsidierondes. Per subsidieronde wordt een afweging gemaakt wie zitting neemt in de subcommissie.
De voorzitter van de koepelcommissie: Em. prof. dr. W.J.M. (Willy) Spaan
De vice-voorzitter van de koepelcommissie: Em. prof. dr. M. (Marianne) de Visser -
Voorzitter
- Em. prof. dr. W.J.M. (Willy) Spaan
Commissieleden
- H. (Hanna) Breet
- A. (Arnold) van Halteren
- Dr. D. (Dominique) Hamerlijnck
- Em. prof. dr. E.C. (Eduard) Klasen
- Dr. J. (Jolanda) Kuijvenhoven
- L. (Lars) Luijkx
- Prof. dr. W. (Wim) Timens
- Prof. dr. J. Y. (Jan) Verbakel
- Em. prof. dr. M. (Marianne) de Visser
- Prof. dr. E. (Elisabeth) de Waele
-
Voorzitter
- Em. prof. dr. E.C. (Eduard) Klasen
Commissieleden
- J.P.N. (Hans) Bet
- H. (Hanna) Breet
- Dr. J. (Jolanda) Kuijvenhoven
- Prof. dr. W. (Wim) Timens
- Dr. K. (Krista) Tromp
- Prof. dr. E. (Elisabeth) de Waele
-
Voorzitter
- Em. prof. dr. M. (Marianne) de Visser
- Dr. J.A.M.M. (Sjaak) de Gouw (plaatsvervangend)
Commissieleden
- A. (Amber) Bongaerts
- H. (Hanna) Breet
- Prof. Dr. P.S. (Pieter) Hiemstra
- Dr. M. (Marlies) van Houten
- Dr. S.A. (Simone) Joosten
- Dr. T.M. (Martijn) Kuijper
- Dr. P.W.A. (Peter) Kunst
- R. (Ruud) Licht
- Em. Prof. Dr. J.W.M. (Jos) van der Meer
- Prof. Dr. W. (Wim) Timens
- Prof. Dr. G. (Gestur) Vidarsson
- Dr. J. (Johan) van Weyenbergh
- Dr. A.M.J. (Anne) Wensing
-
Voorzitter
- Em. prof. dr. M. (Marianne) de Visser
Commissieleden
- A. (Amber) Bongaerts
- J.P.N. (Hans) Bet
- Prof. dr. P.J.E. (Patrick) Bindels
- Dr. M. (Michel) Briejer
- Em. prof. dr. J.M.A. (Joop) van Gerven
- Prof. dr. I.C. (Inge) Gyssens
- Dr. M.E.W. (Martin) Hemels
- Prof. dr. P.G.M. (Peter) van der Heijden
- Dr. J. (Jolanda) Kuijvenhoven
- Dr. C.C. (Coretta) van Leer-Buter
- C. (Carlien) Roelofzen
- Dr. T. (Tom) Schepens
-
Voorzitter
- Em. prof. dr. M. (Marianne) de Visser
Commissieleden
- J.P.N. (Hans) Bet
- H. (Hanna) Breet
- Dr. M. (Mireille) Dekker
- Prof. dr. E.J.M. (Edith) Feskens
- Dr. C. (Chahinda) Ghossein-Doha
- Dr. A. (Bram) Goorhuis
- Em. prof. dr. J.M.A. (Joop) van Gerven
- Prof. dr. P.G.M. (Peter) van der Heijden
- N. (Nienke) Ipenburg - van Zelst
- J. (Jojanneke) Kant
- Em. Prof. dr. J.W.M. (Jos) van der Meer
- Em. Prof. dr. M.W.G. (Ria) Nijhuis-van der Sanden
- C.A. (Carlien) Roelofzen
- Dr. C.L. (Clementien) Vermont
- M.M. (Monique) Wilmer
-
Voorzitter
- Em. prof. dr. W.J.M. (Willy) Spaan
Commissieleden
- H. (Hanna) Breet
- J.P.N. (Hans) Bet
- Prof. Dr. P. (Patrick) Kenis
- Em. prof. dr. E.C. (Eduard) Klasen
- Dr. M. (Marten) Munneke
- Prof. dr. W. (Wim) Timens
- Em. prof. dr. M. (Marianne) de Visser
-
Voorzitter
- Em. prof. dr. M. (Marianne) de Visser
Commissieleden
- A. (Amber) Bongaerts
- J.P.N. (Hans) Bet
- H. (Hanna) Breet
- Em. prof. dr. J.M.A. (Joop) van Gerven
- Prof. dr. F. (Frank) van Lenthe
- Dr. T. (Tessa) van Loenen
- Prof. dr. S.P. (Simon) Mooijaart
- Dr. J.J. (Jan) Oosterheert
- Dr. H. (Hadewijch) Vandenheede
- Dr. A. (Aly) Waninge
- N. (Nienke) Ipenburg - van Zelst
-
Voorzitter
- Em. prof. dr. M. (Marianne) de Visser
Commissieleden
- J.P.N. (Hans) Bet
- Dr. B (Bianca) Blom
- Em. prof. dr. J.M.A. (Joop) van Gerven
- Prof. dr. R. (Rieke) van der Graaf
- Prof. dr. D.E. (Rick) Grobbee
- Dr. M. (Marlies) van Houten
- Prof. dr. V.W.V. (Vincent) Jaddoe
- J. (Jojanneke) Kant
- Prof. dr. J. (John) Penders
- M.M. (Monique) Wilmer