Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Externe evaluatie DoelmatigheidsOnderzoek 2018-2023

Laatst aangepast:
Externe evaluatie DoelmatigheidsOnderzoek

Maatschappelijk relevante kennis van hoge wetenschappelijke kwaliteit. Belangrijke opbrengsten voor het goed én toegankelijk houden van de zorg. De jongste evaluatie van het ZonMw-programma DoelmatigheidsOnderzoek pakt positief uit, met een paar kritische noten. Mirte Brom, clusterhoofd Doelmatigheidsonderzoek bij ZonMw, reflecteert hierop.

Maatschappelijk relevante kennis

Op 5 november 2024 overhandigde ZonMw-voorzitter Arfan Ikram het rapport ‘Externe evaluatie ZonMw-programma DoelmatigheidsOnderzoek 2018-2023’ (zie blauwe kader onderaan deze pagina) aan Kjille Lammertsma, directeur Zorgverzekeringen bij VWS. Clusterhoofd Mirte Brom is blij met de rapportage door TwynstraGudde. De auteurs stellen bijvoorbeeld dat het programma DoelmatigheidsOnderzoek (DO) maatschappelijk relevante kennis heeft ontwikkeld en zijn positief over de kwaliteit van de wetenschappelijke resultaten. Brom: ‘Het is duidelijk dat DO zowel de zorgsector als de samenleving een belangrijk instrument biedt om de doelmatigheid van bestaande en nieuwe interventies te beoordelen. Deze evaluatie gaat over de jaren 2018-2023, maar het rapport bevestigt de eerdere externe evaluaties. DO heeft de afgelopen 25 jaar kennis opgeleverd waarmee de zorg in Nederland van hoge kwaliteit, toegankelijk en betaalbaar kan blijven. Daarmee draagt het programma bij aan het toekomstbestendig maken van de zorg, een belangrijk doel van het Integraal Zorgakkoord.’

Aansluiten bij zorguitdagingen

TwynstraGudde formuleert ook kritiekpunten. Zo stelt het rapport dat DO ‘meer had kunnen sturen op actuele zorguitdagingen.’ Brom: ‘Ik snap deze kritiek, tegelijkertijd stel ik ook vast dat het programma altijd een mogelijkheid had om in te spelen op ‘beleidsurgente vraagstukken’. Dat is wat mij betreft een ander woord voor actuele zorguitdagingen. Partijen om ons heen, zoals VWS of het Zorginstituut, konden zo – en kunnen nog steeds! – zeer gericht onderzoek laten uitvoeren via gerichte rondes binnen DO.’ Dat deze mogelijkheid amper wordt benut geeft volgens Brom aan hoe lastig het is om die zorguitdagingen om te zetten in een onderzoeksvraag. ‘Neem grote kwesties als personeelscapaciteit of duurzaamheid. Dat zijn heel complexe vraagstukken waar het hele zorglandschap mee te maken heeft. Meer aansluiten bij zorguitdagingen klinkt makkelijk en logisch, maar is in de praktijk lastig. Het is goed als ZonMw proactiever bij partijen gaat ophalen wat de urgente zorguitdagingen zijn en hoe we die een plek geven in de programma’s.’ 

Onderzoek vanuit andere sectoren

Een andere uitdaging – die ook samenhangt met de implementatie van opbrengsten van doelmatigheidsonderzoek – is meer te focussen op sectoren die ondervertegenwoordigd zijn gebleven in doelmatigheidsonderzoek: langdurige zorg, eerste lijn en paramedische zorg. Het is een van de aanbevelingen aan ZonMw die de externe evaluatiecommissie doet in een preambule op het rapport van TwynstraGudde. Brom: ‘Die zorgsectoren zijn inderdaad ondervertegenwoordigd in doelmatigheidsonderzoek, terwijl ook daar veel maatschappelijk relevante vragen liggen. Het punt is dat in deze sectoren een andere onderzoekstraditie bestaat dan binnen de medisch-specialistische zorg. En het ontbreekt soms nog aan de benodigde onderzoeksinfrastructuur. In de competitie binnen subsidieoproepen leggen aanvragers uit deze sectoren het vaak af in open rondes. We hadden dit probleem ook zelf al geconstateerd. Binnen het nieuwe kaderprogramma Passende Zorg (PZ) zitten gerichte en thematische rondes, om juist onderzoek vanuit andere zorgsectoren te stimuleren. We gaan zorgsectoren ook gericht faciliteren en stimuleren om tot relevante en kwalitatief goede onderzoeksvoorstellen te komen. Zoals we dat eerder binnen het programma Goed Gebruik Hulpmiddelen thuis hebben gedaan.’

Afbeelding
Mirte Brom
Alleen samen kunnen we de zorg van morgen van hoge kwaliteit, toegankelijk en betaalbaar houden.
Mirte Brom, clusterhoofd Doelmatigheidsonderzoek

Heldere verantwoordelijkheden

Belangrijk voor zowel de verbreding naar andere sectoren als de verbetering van de implementatie van de resultaten, is ook de inzet van PZ op een goede onderzoeksinfrastructuur. Brom: ‘Denk aan academische werkplaatsen, waarin praktijk, onderzoek en onderwijs intensief samenwerken. Of het opleiden van onderzoekers tot fellows, die in een bepaalde sector bruggenbouwer en ambassadeur kunnen zijn voor het inzetten van opgedane kennis.’ Intensieve samenwerking van veldpartijen is volgens Brom cruciaal, want het is niet aan ZonMw om de implementatie van onderzoeksresultaten daadwerkelijk te realiseren. ‘Als het om implementatie gaat – en daaronder valt nadrukkelijk ook de-implementatie van niet-effectieve zorg – is een heldere rolomschrijving van taken en bevoegdheden van alle betroken partijen nodig. Wat kunnen wij als ZonMw doen en wat is aan de veldpartijen; van zorgprofessionals en wetenschappers tot zorgverzekeraars, het Zorginstituut, de Nederlandse Zorgautoriteit en VWS? En niet te vergeten de patiënten zelf. Zij krijgen mede hierom een belangrijke stem binnen PZ, ook vanwege het belangrijke leidende principe van samen beslissen.’

Breder agenderen

Mede met het oog op een betere implementatie beveelt de externe evaluatiecommissie meer gerichte programmering aan en een gezamenlijke agendering door veldpartijen. Brom ziet de uitdaging: ‘De onderwerpen van gerichte rondes – die top-down worden bepaald – komen vaak van kennisagenda’s. Het idee is dat dergelijk onderzoek minder inclusieproblematiek zal ondervinden. De betrokken partijen vinden het immers een belangrijk onderwerp. De aanname is dat er vanzelf voldoende draagvlak is, ook bij patiënten om deel te nemen. En dat de resultaten snel hun weg vinden naar de praktijk. Maar de werkelijkheid blijkt toch vaak anders. Moeizame inclusie én implementatie zijn helaas eerder regel dan uitzondering, ook binnen gerichte rondes. Hier moeten we echt met elkaar iets aan doen. Het programma Zorgevaluatie en Gepast Gebruik heeft al veel moois in gang gezet binnen de medisch-specialistische zorg, maar ook daar zie je dat het niet vanzelf gaat. Ik denk dat we naar kennisagenda’s moeten waarin ook de stem van de patiënt wordt meegenomen en die discipline- of specialisme-overstijgend én sector-overstijgend zijn. Zoals alle grote zorguitdagingen welbeschouwd discipline- en sector-overstijgend zijn.’

Herkenbaar onderdeel

In een reactie op de evaluatie schrijft de commissie DoelmatigheidsOnderzoek (CDO) aan opdrachtgever VWS: ‘Het programma DO is een mooi voorbeeld van een langlopende (beleids)opgave en daarmee kan doelmatigheidskennis als beleidsinstrument worden gezien.’ De CDO stelt dat doelmatigheidsonderzoek ook na 2026 ‘een grote bijdrage kan blijven leveren aan betere en goedkopere zorg en een florerend onderzoeksveld.’ Binnen recent gestarte kaderprogramma PZ, dat loopt tot en met 2028, is doelmatigheidsonderzoek een herkenbaar onderdeel, stelt Brom tevreden vast. ‘Dit type onderzoek is een hoeksteen van de transitie naar passende zorg. Het huidige programma DO loopt nog tot in 2026, maar ook daarna blijft DoelmatigheidsOnderzoek als zelfstandig ‘merk’ behouden. Zo kunnen recht doen aan wat de afgelopen 25 jaar is opgebouwd.’ 

Blijven samenwerken

Brom wil zich daarbij overigens beslist niet op de borst slaan. ‘De belangrijkste lessen uit die periode – en uit deze nieuwste evaluatie – is dat ZonMw het niet alleen kan. We hebben de resultaten echt te danken aan mooie samenwerkingsverbanden met alle partijen om ons heen. Voor de komende tijd betekent dit: goed luisteren naar elkaar en met vertrouwen in elkaar blijven samenwerken.’ 

Het rapport

Het rapport ‘Externe evaluatie ZonMw-programma DoelmatigheidsOnderzoek 2018-2023’ bevat drie onderdelen:

  1. Een verantwoording van de externe evaluatiecommissie (inclusief een reflectie op deel 2) 
  2. Het rapport ‘Implementeren is agenderen’ van TwynstraGudde (7 oktober 2024)
  3. Een reactie van de commissie DoelmatigheidsOnderzoek (CDO)

Colofon

Tekst: Marc van Bijsterveldt
Fotografie: Studio Oostrum