Eindrapport over inzet schaarse zorgcapaciteit aangeboden aan ministerie van VWS
Vijf jaar na de start van de coronapandemie biedt het grootschalige COVID-Surg-III-onderzoek waardevolle inzichten over de inzet van schaarse zorgcapaciteit. Met het aanbieden van het eindrapport vraagt de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde aandacht voor de geleerde lessen en het belang van tijdige maatschappelijke en beleidsmatige keuzes.
Tijdens de coronapandemie is de acute en oncologische chirurgische zorg in Nederland grotendeels doorgegaan. Tegelijkertijd heeft het uitstellen van planbare operaties aantoonbare gevolgen gehad voor patiënten, zoals verergering van klachten. Dat blijkt uit het grootschalige landelijk onderzoeksproject COVID-Surg-III (2022–2025). Het onderzoek, dat mede werd gefinancierd door ZonMw, is uitgevoerd met betrokkenheid van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH) in nauwe samenwerking met meerdere landelijke kwaliteitsregistraties en onderzoeksorganisaties. De publieksversie van het eindrapport van dit onderzoek is op maandag 1 juni 2026 aangeboden aan Birgitta Westgren, directeur Curatieve Zorg bij het ministerie van VWS.
Zorgschaarste reëel probleem
Het onderzoek levert kennis op die bruikbaar is bij de huidige zorgschaarste. Chirurg en projectleider van het COVID-Surg-III-project Schelto Kruijff vindt dat nog relevanter dan pandemische paraatheid. ‘Zorgschaarste is een reëler probleem, misschien wel voor de komende 30 jaar.’ Daarbij heeft het onderzoek duidelijk gemaakt dat de uiteenlopende registraties zich ook lenen voor overkoepelende, maatschappelijke vragen waarop we anders geen antwoord zouden hebben.
Noodzaak tot maatschappelijk debat
Volgens de NVvH is het essentieel om nu het gesprek te voeren over hoe we de beschikbare zorgcapaciteit willen verdelen in tijden van zorgschaarste. ‘Het gaat niet om een simpele keuze tussen zorg die wel of niet doorgaat, maar om de vraag hoe we de beschikbare capaciteit zo eerlijk en verantwoord mogelijk inzetten. Welke zorg krijgt prioriteit, en welke gevolgen vinden we als samenleving acceptabel? Die discussie moeten we niet pas voeren tijdens een crisis, maar juist nu.’
Prioritering
‘Kankerbehandelingen ernstig prioriteren, ten koste van mensen met goedaardige aandoeningen, is begrijpelijk. Maar als je kijkt naar zo veel mogelijk winst voor zowel patiënt als samenleving, dan is deze prioritering niet voor de hand liggend. Dat ik dat vind, als oncologisch chirurg, wil wat zeggen.', vindt Kruijff. 'Onze conclusie is dat we verbetering van kwaliteit van leven net zo belangrijk zouden moeten maken als levensverlenging. Dat maakt het COVID-Surg-III-project een maatschappelijk onderzoek. Het gaat echt over passende zorg en daarmee ook over samen beslissen in de spreekkamer.’
Onze conclusie is dat we verbetering van kwaliteit van leven net zo belangrijk zouden moeten maken als levensverlenging. Het gaat echt over passende zorg.
Betere toegang tot data cruciaal
Het onderzoek onderstreept daarnaast het belang van snelle toegang tot betrouwbare zorgdata. Tijdens de pandemie bleek het moeilijk om data uit verschillende bronnen te combineren, wat snelle analyse en bijsturing bemoeilijkte. De NVvH pleit daarom voor een betere onderzoeksinfrastructuur, zodat in toekomstige crises sneller datagedreven beslissingen kunnen worden genomen. ‘Werkgevers moeten zich realiseren dat dataregistratie een belangrijke taak is van zorgverleners en dat daar tijd voor ingeruimd moet worden’, zegt Kruijff. ‘Misschien help je daar wel meer mensen mee dan wanneer je iemand op de spoed ziet. ‘Saaie dingen’ doen heeft soms meer impact dan rennen door een gang.’
Aanwezigen (foto)
Bij de overhandiging van het COVID-Surg III-rapport waren aanwezig (van links naar rechts): Rinske van den Hoek (DICA, UMCG), Birgitta Westgren (mnisterie van VWS), Michel Wouters (NKI), Kees-Jan den Heijer (ZonMw), Schelto Kruijff (NVvH, UMCG) en Femke Leenen (ministerie van VWS).
Fotograaf: Studio Oostrum
ZonMw en uitkomstgerichte zorg
Door uitgestelde, afgeschaalde of vermeden reguliere zorg heeft de coronapandemie veel gevolgen voor zorguitkomsten van patiënten. ZonMw financiert onderzoek dat vanuit uitkomstgerichte zorg de verbinding legt met de non-COVID-19-kennisvragen. Deze vragen zijn, in het verlengde van de COVID-19 Kennisagenda’s, opgestelddoor de Federatie Medisch Specialisten. Subsidieaanvragen moesten direct te relateren zijn aan de primaire beoogde doelen van uitkomstgerichte zorg: inzicht in relevante uitkomsten bij behandeling en/of actief wachten voor patiënten én concreet bijdragen aan samen beslissen over de passende behandeling. Die wetenschappelijk gefundeerde inzichten moeten medisch specialisten en patiënten, maar ook ziekenhuizen en beleidsmakers, beter in staat stellen om afwegingen te maken in de keuze tot (uitstel van) een passende behandeling ten tijde van een volgende pandemie of schaarse zorgcapaciteit.
Lees meer over het programma Uitkomstgerichte zorg: kennisagenda non-COVID-19