Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Zó versterk je de economische positie van vrouwen in kwetsbare situaties

E-learning voor gemeenten

Culturele normen, genderrollen, weinig opleiding, zorgtaken en een klein netwerk. Allemaal factoren waardoor blijvend werk vinden lastig is voor veel vrouwen. Maar gemeenten kunnen veel doen om hen economisch zelfstandiger te maken. Dat laat de e-learning ‘Vrouwen succesvol begeleiden naar werk’ zien.  

Wat werkt voor deze vrouwen?

Hoe help je vrouwen blijvend aan het werk? En dan vooral vrouwen die jarenlang niet hebben gewerkt, weinig zelfvertrouwen hebben en soms ook een taalbarrière ervaren? Het is een vraag waar veel klantmanagers, beleidsmedewerkers en andere medewerkers van de gemeente voor staan. En de maatschappij heeft veel belang bij een antwoord op deze vraag. Alleen al vanwege de krapte op de arbeidsmarkt hebben we veel extra mensen nodig. ‘Iedereen zo snel mogelijk aan het werk, dat is het idee. Maar daarmee sla je bij deze vrouwen de plank mis’, weet Fatima Acherrat, onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut. ‘De standaardaanpak van gemeenten werkt bij hen niet. Dat komt omdat ze niet op een gelijk startniveau zitten met mannen, of met vrouwen in een bevoorrechte positie. Gelijke behandeling leidt voor hen niet tot gelijke kansen.’

Afbeelding
Fatima Acherrat
Gelijke behandeling leidt voor vrouwen in kwetsbare posities niet tot gelijke kansen.
Fatima Acherrat
Onderzoeker Verwey-Jonker Instituut

Een succesvol traject vraagt meer tijd

Een van de obstakels voor veel vrouwen in een kwetsbare positie, is dat ze vaak onvoldoende zijn opgeleid. Daarmee komen zij vaak enkel in aanmerking voor ongeschoold, lichamelijk vaak wat zwaarder werk. ‘Als een vrouw een partner heeft, wil hij niet altijd dat zijn vrouw zulk werk doet. Dat wordt toch gezien als zijn taak en verantwoordelijkheid’, vertelt Fatima. ‘Bovendien zijn deze banen qua werktijden vaak lastig te combineren met zorgtaken.’ Niet iedereen kan de zorg voor kinderen delen met familie of vrienden, en starten met kinderopvang is niet altijd makkelijk. Voor een succesvol traject naar passend werk moet je dan ook meer tijd en middelen inzetten. Bijvoorbeeld zodat een vrouw een opleidingstraject kan volgen en een goed netwerk kan opbouwen.’  

Eén e-learning, drie typen professionals

De tijd en middelen om vrouwen in een kwetsbare positie goed te begeleiden, moeten uiteraard ergens vandaan komen. Daarom richt de e-learning Vrouwen Succesvol Begeleiden Richting Werk zich niet alleen op klantmanagers, maar ook op hun leidinggevenden en beleidsmedewerkers. Een belangrijk doel is dat deze 3 groepen zich bewuster worden van hun rol en meer met elkaar afstemmen.

Eenheid zoeken binnen de gemeente

Fatima ontwikkelde de e-learning met 2 collega’s van het Verwey-Jonker Instituut én met onafhankelijk onderzoeker Corine van Egten. Zij vertelt: ‘Uit ons onderzoek bleek dat er veel te weinig samenwerking is tussen partijen binnen de gemeente. We ontdekten bijvoorbeeld dat beleidsmedewerkers en klantmanagers nauwelijks met elkaar communiceren. Daardoor ontstaan situaties waarin een klantmanager extra ondersteuning wil bieden, maar vastloopt in beperkend beleid. Dat zie je bijvoorbeeld bij niet-uitkeringsgerechtigde vrouwen, zogenoemde ‘nuggers’. In sommige gemeenten hebben zij recht op ondersteuning, maar vervolgens vallen zij buiten de boot voor veel voorzieningen. Dan kan een klantmanager natuurlijk weinig voor ze doen. Daarom is samenwerken en praten over dit soort cases belangrijk. Zo komen obstakels aan het licht.’

‘Nuggers’: een vaak vergeten groep

De niet-uitkeringsgerechtigde vrouwen waar Corine over spreekt, hebben een kleine deeltijdbaan of een partner die voldoende verdient. Ook al hebben zij geen recht op een uitkering, velen van hen leven op de armoedegrens of zijn volledig afhankelijk van hun partner. Misschien willen zij hun financiële positie wel versterken, maar hun omstandigheden maken het lastig een opleiding te volgen. Inmiddels zien steeds meer gemeenten, zoals Den Haag, het potentieel van deze groep. Zij zijn vaker bereid om ook deze vrouwen te ondersteunen.

Over afdelingen heen

Corine legt uit waarom de e-learning ook is gemaakt voor leidinggevenden van klantmanagers. ‘Leidinggevenden kunnen kijken: hebben mijn medewerkers de juiste kennis en vaardigheden? Hebben ze genoeg ruimte en tijd voor extra begeleiding? En kunnen we de samenwerking met andere afdelingen structureel versterken? Je kunt bijvoorbeeld afspraken maken met de afdeling inburgering: hoe krijgen we vrouwen uit de groep nieuwkomers goed in beeld? En hoe stimuleren we hen om niet alleen met taal aan de slag te gaan, maar ook met financiën en werk? Daarnaast ligt samenwerking voor de hand met afdelingen die zich bezighouden met armoedebestrijding of emancipatie. Veel mensen zijn al binnen de gemeente bekend, je moet alleen de lijntjes verbinden.’ 

Afbeelding
Corine van Egten
Veel mensen zijn al binnen de gemeente bekend; je hoeft alleen de lijntjes tussen afdelingen te verbinden.
Corine van Egten
Onderzoeker

Goed omgaan met cultuurverschillen

Laurens Blom, klantmanager bij de Regionale Sociale Dienst (RSD) in regio De Liemers, werkte mee aan de e-learning. Hij vertelt: ‘Het is zo belangrijk dat je genoeg tijd hebt voor intensieve 1-op-1 begeleiding. Dan kun je goed omgaan met cultuurverschillen. Denk aan professionele kinderopvang: in veel landen is dat zeer ongebruikelijk. Ik nodig vrouwen daarom graag samen met hun partner uit om dit onderwerp te bespreken, zodat ze er allebei een idee bij krijgen. Dan maken we meteen ook eventuele verwachtingen rond het huishouden bespreekbaar. En ik vertel ook: je hoeft je niet meteen ergens verplicht toe te voelen. Ga gewoon eens samen kijken bij een paar kinderdagverblijven.

Ik nodig vrouwen daarom graag samen met hun partner uit om dit onderwerp te bespreken, zodat ze allebei een idee krijgen.
Laurens Blom
Klantmanager bij de Regionale Sociale Dienst (RSD) in regio De Liemers

Werken met rolmodellen

En hoe bereik je mensen die écht nog niet bij de gemeente in beeld zijn? Zoals de eerdergenoemde niet-uitkeringsgerechtigde vrouwen? Fatima: ‘Denk daarvoor aan samenwerking met verschillende ketenpartners. Bijvoorbeeld aan vrijwilligersorganisaties als SchuldHulpMaatje of de Voedselbank. Maar ook aan vrouwenorganisaties en andere plekken waar vrouwen samenkomen. Vaak zijn daar rolmodellen actief: vrouwen die bewijzen dat het wél kan, mét behoud van culturele waarden. Als je met hen de handen ineenslaat, kun je vrouwen in een minder sterke positie enthousiasmeren om financieel zelfstandig te worden. En deze rolmodellen kunnen dan meteen een mooie brug slaan naar dienstverlening van de gemeente.’  

Nora slaat vooroordelen aan diggelen

Voor de e-learning werkten de onderzoekers zelf ook samen met een rolmodel. In de training slaat Nora (39) vakkundig alle vooroordelen over vrouwen in de bijstand aan diggelen, en laat zij zien wat voor haar belangrijk was in haar zoektocht naar werkgeluk. Inmiddels heeft Nora ook meegewerkt aan een podcast voor gemeentelijke professionals. In deze podcast vertelt zij hoe zij vanuit de bijstand haar talenten heeft ontwikkeld en werk vond. Ook vertelt zij hoe zij nu andere vrouwen helpt om stappen te zetten richting werk.

Ik help nu andere vrouwen om stappen te zetten richting werk.
Nora
Ervaringsdeskundige

Opbouw van de e-learning

De e-learning bevat naast het verhaal van Nora ook verhalen van andere betrokkenen. Deelnemers krijgen inspiratie van een klantmanager, leidinggevende en beleidsmedewerker. Fatima: ‘Naast deze filmpjes is er ruimte voor algemene kennis uit ons onderzoek ‘Meer kansen voor (niet-)uitkeringsgerechtigden vrouwen op de arbeidsmarkt’. En via fictieve casussen worden deelnemers uitgedaagd te reflecteren: hoe doen we het en wat kan wellicht anders? Na 1 gezamenlijke leermodule en 1 module per specifieke rol, is het de bedoeling dat alle partijen op de werkvloer samenkomen. Met elkaar maken zij dan een actieplan voor verbetering. 

Culturele blinde vlekken

In de e-learning is veel aandacht voor culturele normen en waarden die de stap naar werk moeilijk maken. En dan niet alleen aan de kant van de vrouwen, maar óók aan de kant van de professionals. ‘Dat is een belangrijk onderdeel van de e-learning,’ vertelt Corine, ‘juist ook de bewustwording van eigen blinde vlekken. Uit CBS-cijfers blijkt bijvoorbeeld dat gemeenten mannen in de bijstand veel vaker loonkostensubsidie geven om aan het werk te komen. Vrouwen krijgen juist veel vaker begeleiding richting vrijwilligerswerk. Dan kun je je afvragen: hoe komt dat? Misschien wel door een onbewuste redenering dat mannen de kost moeten verdienen, en dat vrijwilligerswerk voor vrouwen ook al heel mooi is. De e-learning zet aan tot nadenken: welke cultuurbepaalde gedachten staan mij in de weg?’ 

Op eigen kracht uit de schulden

Dat een intensieve aanpak loont, blijkt al uit verschillende voorbeelden. In een eerder project onderzochten Fatima en Corine onder meer de VrouwenAcademie in Den Haag: een samenwerking tussen de gemeente, vrouwenorganisaties en wijkcentrum De Mussen. Aan de VrouwenAcademie konden vrouwen een leerwerktraject (BBL-opleiding) volgen in de zorg of kinderopvang. Corine: ‘Laatst kwam ik een vrouw tegen die via de VrouwenAcademie haar diploma heeft gehaald. Kort daarop raakte zij in scheiding en haar ex liet haar achter met flinke schulden. Ze heeft toen een tijdje in de bijstand gezeten, maar relatief kort. Want doordat ze bij de VrouwenAcademie haar diploma had gehaald, vond ze al vrij snel een goed passende baan. Hoewel de situatie nog steeds zwaar was, kon ze er op eigen kracht uit komen. Dat gun je iemand toch?’

Vooraf investeren

Ook Fatima gunt alle vrouwen in kwetsbare posities een financieel stabiele toekomst. Daarom doet zij een oproep aan gemeenten om de e-learning vooral te volgen. ‘Ik weet dat er vaak ruimte is voor bijscholing en intervisie, en daar leent de e-learning zich uitstekend voor. Het is geen ingewikkeld of langdurend onderwijsprogramma en er zijn geen kosten aan verbonden. Natuurlijk begint de échte investering pas als medewerkers ermee aan de slag gaan, al hoeft dat door slimme samenwerkingen ook niet altijd veel te kosten. Maar zie het vooral als een investering aan de voorkant, zodat je aan de achterkant steeds minder kwijt bent aan bijstandsuitkeringen. Want in Nederland zijn 1,6 miljoen vrouwen niet economisch zelfstandig. Daar valt echt een flinke slag te slaan!’

Colofon
Auteur:
Martine de Wit
Fotografie:
Fatima Acherrat, Corine van Egten, shutterstock
Redacteur:
ZonMw