Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

WijkUp!-teams Eindhoven en de Kempen werken aan toekomstbestendige eerste lijn

Interview met programmamanager Nora Smit, regio-programmamanager Robert van der Aa en apotheker en zorgbestuurder Marjo Toemen
Laatst aangepast:

‘We zien veel versnippering in de eerste lijn, in vrijwel iedere wijk in Nederland zit de apotheek in de ene straat, de huisarts in de andere straat en sociaal domein en wijkverpleging weer 3 straten verderop. Vaak weten ze elkaar niet goed te vinden en weten ze ook niet precies wat de ander doet.’ De WijkUp!-teams brengen hier verandering in.

Eindhoven en de Kempen is een van de 52 eerstelijnszorgregio’s in Nederland die subsidie heeft ontvangen van ZonMw voor versterking van de organisatie van de eerstelijnszorg. De Eerstelijns kijkt samen met apotheker en zorgbestuurder Marjo Toemen, regio-programmamanager Robert van der Aa en ZonMw-programmamanager Nora Smit terug op wat er in de regio is bereikt en wat er nog nodig is.

Toegankelijkheid onder druk

‘Een op de 3 praktijkhoudende huisartsen in de regio Eindhoven en de Kempen gaat de komende 2-3 jaar met pensioen. Er zijn onvoldoende huisartsen om die taak straks van hen over te nemen.’ Marjo Toemen noemt het voorbeeld om duidelijk te maken dat de toegankelijkheid van de eerstelijnszorg in haar regio de komende jaren steeds meer onder druk komt te staan. Het aantal zorgverleners daalt, en een dubbele vergrijzing staat voor de deur. ‘Bovendien staan we voor een schaalsprong in onze Brainport-regio Eindhoven. De komende jaren komen er 70.000 nieuwe inwoners bij. Willen we ook op langere termijn goede zorg kunnen blijven leveren, dan zullen we onze eerstelijnszorg daarom anders moeten organiseren.’

Afbeelding
Slimmer samenwerken is één van de sleutels naar meer duurzame eerstelijnszorg.
Robert van der Aa
Programmamanager eerstelijnszorgregio Eindhoven en de Kempen

Nieuwe vormen van samenwerking

Niet alleen in de regio Eindhoven en de Kempen staat de eerste lijn onder druk, dit geldt voor alle regio’s in Nederland. Vandaar dat veldpartijen in de eerste lijn samen met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in 2024 als onderdeel van het Integraal Zorgakkoord (IZA) de Visie eerstelijnszorg 2030 formuleerden. Het doel: versterking van de eerste lijn door betere én slimmere vormen van samenwerking tussen professionals, en óók: meer zelf- en samenredzaamheid van inwoners. 

De nieuwe vormen van samenwerking moeten versnippering terugdringen. ‘We zien dat professionals vaak dingen dubbel doen,’ vertelt Marjo Toemen. ‘Tijdens de eerste bijeenkomst van ons WijkUp!-team kwamen we erachter dat zowel huisarts, praktijkondersteuner als medewerkers van het sociaal domein preventiegesprekken voeren met cliënten. Dat wisten ze niet van elkaar. Als je dat onderling beter zou afstemmen, doe je minder dubbel werk én houd je tijd over voor andere cliënten die op de wachtlijst staan.’ 

Afbeelding
We kwamen erachter dat zowel huisarts, praktijkondersteuner als medewerkers van het sociaal domein preventiegesprekken voeren met cliënten. Dat wisten ze niet van elkaar.
Marjo Toemen
Apotheker en zorgbestuurder in Eindhoven

14 Wijk-Up!-teams

WijkUp!-teams, zo heten in regio Eindhoven en de Kempen de hechte wijkverbanden die een belangrijke rol spelen in het project, dat vanuit het ZonMw-programma 'Versterking organisatie eerstelijnszorg' wordt gesubsidieerd. Dat ondersteunings- en stimuleringsprogramma sluit aan bij de Visie eerstelijnszorg 2030, legt Nora Smit uit, programmamanager bij ZonMw. ‘De hechte wijkverbanden brengen zorg en welzijn dichter bij de inwoners, juist door nauwe onderlinge samenwerking tussen professionals in eerste lijn.’ Toemen vult aan: ‘De WijkUp!-teams komen regelmatig bij elkaar, leren elkaars expertise goed kennen, stemmen taken en verantwoordelijkheden af en signaleren knelpunten in de wijk. Dat betekent minder versnippering, betere verwijzing van cliënten naar de juiste zorgprofessional, en minder dubbel werk.’ Smit: ‘Het is overigens niet nodig dat er geheel nieuwe samenwerkingsverbanden worden opgericht. Vanuit het ZonMw-programma stimuleren we aansluiting bij bestaande structuren in de regio en in de wijk. Dat werkt vaak het beste.’

Afbeelding
De hechte wijkverbanden brengen zorg en welzijn dichter bij de inwoners, juist door nauwe onderlinge samenwerking tussen professionals.
Nora Smit
Programmamanager bij ZonMw

Brede expertise in huis

‘In onze regio komen 14 Wijk-Up!-teams of hechte wijkteams,’ legt Toemen uit. ‘In iedere wijk 1. In zo’n wijkteam zitten in ieder geval huisarts, apotheker, thuiszorg en sociaal domein, maar het staat ieder team vrij om daar ook andere professionals bij uit te nodigen. Zo doen in ons Wijk-Up!-team ook paramedische beroepen mee zoals fysiotherapeuten, podotherapeuten, logopedisten, diëtisten en ergotherapeuten. Hoe meer disciplines je als Wijk-Up!-team vertegenwoordigt, hoe betere zorg en ondersteuning je kunt leveren aan de inwoners in de wijk. Je hebt dan immers brede expertise in huis. Bovendien kun je inwoners met een zorg- of hulpvraag op die manier snel doorverwijzen naar de juiste professional.’

Zelf- en samenredzaamheid

Zelf- en samenredzaamheid van inwoners in de wijk, dat vormt eveneens een belangrijk speerpunt van de Visie eerstelijnszorg 2030. Van der Aa: ‘Wat kan de inwoner zelf? Want hoe zelfredzamer de inwoner is, hoe minder zorg er bij de professional komt te liggen. Bovendien kun je als inwoners ook veel samen doen. Als dochter of buurman jou de inname-instructies bij jouw medicatie kunnen uitleggen, dan hoef je daarvoor niet naar de apotheker. En ouderen die elkaar wekelijks ontmoeten in het buurthuis voor een praatje, een kop koffie of een spelletje bridge, voelen zich minder eenzaam. Dat leidt ook tot minder somatische klachten waar ouderen zich voor bij de huisarts melden. Het is dus zaak dat we de zelf- en samenredzaamheid van inwoners stimuleren. Ook daar ligt een taak voor onze Wijk-Up!-teams. Zij kunnen inwoners wijzen op het aanbod in de wijk. Zodat inwoners weten waar ze anderen kunnen ontmoeten, of kunnen deelnemen aan activiteiten die hun persoonlijk welzijn bevorderen.’ 

Regionale Eerstelijns Samenwerkingsverbanden (RESV's)

Om regio’s te ondersteunen bij de uitwerking van de Visie eerstelijnszorg 2030, kan iedere eerstelijnszorgregio in Nederland een beroep doen op subsidie van ZonMw, vertelt Smit. ‘Landelijk heeft het ministerie VWS € 104 miljoen subsidie beschikbaar gesteld voor het programma, tot eind 2029. Regio’s maken daar goed gebruik van. In Nederland hebben 52 regio’s, waaronder ook de regio Eindhoven en de Kempen, een zogenoemde uitvoeringssubsidie ontvangen. Dat is bijna een landelijke dekking.’

De subsidiegelden uit dit programma worden niet alleen gebruikt om de hechte wijkverbanden op te zetten, uit te breiden en te versterken, vervolgt Smit. ‘Ook het opzetten van de regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV's), die de hechte wijkverbanden ondersteunen, wordt ermee gefinancierd. Daarnaast hebben de RESV’s als taak eerstelijnsdisciplines te vertegenwoordigen bij afspraken met andere partijen en sectoren, de capaciteit en toegankelijkheid van de zorg te organiseren en regionale zorgaanbieders te ondersteunen, bijvoorbeeld bij digitalisering en ICT. Bovendien maken ze zorginhoudelijke afspraken over specifieke patiëntgroepen in de regio. Denk aan patiënten met dementie of kwetsbare ouderen.’

Lees meer over de subsidies vanuit het ZonMw-programma

Structurele bekostiging

De uitvoeringssubsidies lopen tot 31 december 2026. Vanaf 2027 is voor de RESV’s structurele financiering beschikbaar via de zorgverzekeraars. Smit: ‘Het werk is dan nog niet af, maar we hebben dan wel de eerste stappen gezet naar een toekomstbestendige eerstelijnszorg.’ Toemen, samenvattend: ‘Toegankelijke eerstelijnszorg, professionals die elkaar weten te vinden en zelf- en samenredzaamheid van inwoners. Dát is onze stip aan de horizon.’ 

Colofon
Auteur:
Michel van Dijk | De Eerstelijns
Fotografie:
Studio Reyneveld
Redacteur:
ZonMw