What makes them tick? Jongvolwassenen die gokken beter in beeld
Hoeveel Nederlandse jongvolwassenen gokken er eigenlijk? Wat zijn de kenmerken van deze groep? En bij wie kan het gokken uitgroeien tot een probleem? Een multidisciplinair onderzoeksteam, gefinancierd door ZonMw, bracht het in beeld.
De laatste jaren zien Jeroen Hairwassers (docentonderzoeker bij Fontys Hogeschool) en zijn collega’s het steeds vaker in hun klassen: studenten die online gokken op uitslagen van sportwedstrijden. ‘Zij lijken dit steeds normaler te vinden’, zegt Hairwassers, ‘zeker sinds de legalisering van de online gokmarkt in 2021. Als docenten vragen wij ons af: Wat is eigenlijk de impact van gokken op hun leven? En hoe kunnen wij studenten, en ook andere onderwijsprofessionals, bewustmaken van de risico’s die gokken met zich meebrengt?’
Weinig inzicht in doelgroep
Uit internationaal onderzoek blijkt dat jongvolwassenen een risicogroep zijn voor het ontwikkelen van gokproblemen, vult neuropsycholoog Ruth van Holst aan. ‘In Nederland hadden we echter tot voor kort niet zoveel zicht op deze groep.’
Het project What makes them tick? Characteristics of youth that gamble, the prevalence and possible gateways to (harmful) gambling moest daar verandering in brengen. Van Holst was als projectleider en hoofdonderzoeker hierbij betrokken, Hairwassers als medeonderzoeker. Samen met andere wetenschappers, docenten, ervaringsdeskundigen en therapeuten voerden zij het project uit.
Over de geïnterviewden
Universitair hoofddocent dr. Ruth van Holst (foto rechts) werkt bij de afdeling Psychiatrie van het Amsterdam UMC. Zij is gespecialiseerd in klinisch neurocognitief onderzoek naar gedragsverslavingen. Haar interesse gaat daarbij vooral uit naar gokken en online gedrag. Bij dit project was zij de hoofdonderzoeker en projectleider.
Docentonderzoeker Jeroen Hairwassers MA (foto links) werkt bij Fontys Hogeschool en is als buitenpromovendus verbonden aan het Amsterdam UMC. De focus van zijn onderzoek ligt op jongvolwassenen en (online) gokken, welzijn en preventie. Bij dit project deed hij kwantitatief en kwalitatief onderzoek en sloeg hij de brug naar de praktijk door het onderwijsnetwerk te betrekken.
Onderzoeksdoelen
What makes them tick heeft twee grote onderzoeksdoelen. Van Holst: ‘We wilden vooral inzicht krijgen in:
- Welke jongvolwassenen lopen extra risico om gokproblemen te ontwikkelen?
- Van welke maatregelen geven zij aan dat die hen zouden kunnen helpen bij het verminderen of voorkomen van gokschade?’
De onderzoekers bekeken verschillende demografische, cognitieve, psychologische en sociale factoren die mogelijk invloed hebben op gokgedrag. Van Holst: 'We wilden bijvoorbeeld weten: zijn er verschillen tussen jongeren die wel of niet gokken? Heeft eerdere blootstelling aan gamen of lootboxes een relatie met gokken? En wat is de invloed van de vriendengroep op het gokgedrag?'
Over de onderzoeksopzet
Om een antwoord te vinden op de onderzoeksvragen deed het team zowel kwantitatief als kwalitatief onderzoek, met een vragenlijst voor jongvolwassenen en informatiesessies voor docenten. Uiteindelijk vulden een kleine 1000 mensen (16-30 jaar) de vragenlijsten in. Na 6 maanden benaderden de onderzoekers hen opnieuw, om zo meer inzicht te krijgen in het gokgedrag over de tijd heen. Zo’n 400 respondenten werkten ook mee aan de tweede meting. Daarnaast interviewden de onderzoekers circa 35 jongeren. Dit waren zowel mensen die niet gokken als mensen die dat wel doen. Ook spraken de onderzoekers met enkele ouders. En met jongvolwassenen met gokproblemen die hulp gezocht hadden en in herstel waren.
De eerste cijfers
In 2025 presenteerden de onderzoekers de eerste onderzoeksresultaten. ‘We zoomden vooral in op de verschillen tussen jongvolwassenen die wel en niet gokken’, vertelt Van Holst. ‘Ongeveer 40 procent van degenen die meededen aan het vragenlijstonderzoek had in de maand ervoor gegokt. Van hen ervaart 45 procent geen gokproblemen. Maar zo’n 27 procent rapporteert ernstige gokschade. Daarbij kun je bijvoorbeeld denken aan: stress, vermoeidheid, financiële en/of relationele problemen. Uit ons onderzoek bleek bovendien dat meer mannen dan vrouwen gokken.’
3 fases
Hairwassers vertelt dat de onderzoekers uit het kwalitatief onderzoek 3 fases herkenden als het gaat om het ontwikkelen van gokproblemen: ‘De eerste is: de (vroege) kennismaking. We zagen dat veel jongeren al voor hun achttiende in aanraking komen met gokken. Dan laten ze een oudere vriend bijvoorbeeld krasloten halen. Ze ervaren gokken in die fase vooral als iets leuks en spannends; de risico’s ervan zijn onbekend. In de tweede fase zien we een intensivering (van gokken) en dat zij het – online – gokken inbedden in hun wekelijkse programma. In de derde fase is er sprake van escalatie: dan hebben gokkers zichzelf niet meer in de hand en verergert en verbreedt de gokschade.’
Kwetsbaarheden
Verder kwam uit het kwantitatieve onderzoek nog naar voren welke potentiële kwetsbaarheden het risico op gokproblemen en gokschade vergroten.
De jongeren met gokschade zijn vaak wat impulsiever. Ook ervaren ze uit hun omgeving meer groepsdruk om te gokken.
Uit de interviews bleek verder nog dat onder andere toegang tot geld ervaren werd als een grote risicofactor bij het verder escaleren van gokschade. ‘Mensen gaven aan dat zij via buitenlandse sites snel geld konden lenen en laten overschrijven, wat het gokken dan versterkte’, aldus Van Holst. ‘Ook life events, zoals het stuklopen van een relatie, zijn risicofactoren’, vult Hairwassers aan.
Maatregelen en hulp
De onderzoekers stelden jongvolwassenen ook de vraag: Wie of wat zou jou kunnen helpen als je gokproblemen hebt? En welke barrières ervaar je bij het vinden en vragen van hulp? ‘Het bleek dat jongvolwassenen met beginnend gokgedrag niet altijd snel (h)erkennen dat hun gokgedrag een probleem is. En als ze dit wél doen, weten ze vaak niet goed waar ze laagdrempelige hulp kunnen vragen’, zegt Van Holst. ‘Ook hun naasten weten niet waar zij betrouwbare informatie en hulp kunnen vinden.’
Uit de interviews met mensen met gokproblemen die al in herstel zijn, kwam naar voren dat zij vooral de gesprekken met ervaringsdeskundigen als helpend ervaren.
In lijn met internationaal onderzoek
De Nederlandse resultaten zijn in lijn met internationaal onderzoek naar gokken en gokproblemen, ziet Van Holst: ‘Onze bevindingen verrijken en verstevigen het onderzoeksveld.’
Hairwassers licht toe: ‘Net als in andere landen zien we dat ook in Nederland dat jonge mensen het speerpunt zijn van marketing via social media en sport(platformen). Ze worden bestookt met advertenties over snel rijk worden, loot boxes, traden, gokken. Dit lijkt er mede toe te leiden dat gokken binnen deze populatie is genormaliseerd.’
Bewustwording
‘De onderzoeksresultaten dragen vooral bij aan bewustwording’, zegt Van Holst. ‘Ons onderzoek laat zien dat gokken veel voorkomt onder jongvolwassenen en bij een aanzienlijke groep tot gokschade leidt. Dat realiseren ouders/verzorgers en professionals zich nog niet altijd, al neemt gelukkig de aandacht hiervoor de laatste tijd wel toe.’
De onderzoekers vinden het belangrijk dat onder meer ouders/verzorgers, docenten, jeugdwerkers en schuldhulpverleners gokproblemen beter leren herkennen en dat de ‘keten van zorg’ wordt versterkt.
Steeds meer mensen zoeken de laatste jaren hulp in de verslavingszorg en waarschijnlijk is dit nog slechts het topje van de ijsberg.
De 2 onderzoekers hopen dat ouders/verzorgers en professionals (nog) meer kennis opdoen over gokken. ‘Bijvoorbeeld via het Expertisecentrum Gokken van het Trimbos Instituut. Ook hopen we dat zij hierdoor signalen van gokken eerder gaan herkennen, jongeren vragen naar hun gokgedrag en hen wijzen op laagdrempelige hulp, bijvoorbeeld via openovergokken.nl.’
Impact op de langere termijn
Op de langere termijn kan het onderzoek bijdragen aan de ontwikkeling van effectieve strategieën voor het voorkomen van gokgerelateerde schade, verwachten de onderzoekers.
Van Holst: ‘Ons onderzoek bevestigt dat normalisatie van gokken een rol speelt bij gokschade. Met het oog op preventie en beleid is het heel belangrijk om die normalisering tegen te gaan. Bijvoorbeeld door een totaalverbod op gokreclame, door blootstelling aan gokken bij jongeren zo veel mogelijk te vermijden en door een verhoging van de leeftijdsgrens voor gokken.’
Hairwassers: ‘Het Ministerie van Justitie en de Kansspelautoriteit, die belast zijn met de bescherming van gokkers, betrekken ons bij het bedenken van preventieve maatregelen. En ook bij beleidsontwikkeling. Maar het implementeren van beleid gebeurt natuurlijk niet van de een op de andere dag, dat vraagt om een lange adem.’
Vervolgvragen
Nog niet alle vragen uit het onderzoek zijn al beantwoord. ‘We willen, op basis van de verzamelde data van de 2 metingen, nog kijken naar de wat langere termijn: Zijn er voorspellers die aangeven welke jongvolwassen gokkers een stijging laten zien in ervaren gokproblemen? En welke factoren dragen daaraan bij?’, zegt Van Holst.
Alle kennis uit What makes them tick zal een plekje krijgen binnen een nieuw ZonMw-project waarvan Van Holst projectleider is: Kwetsbare spelers, spelkenmerken en spelgedrag. Dit is onderdeel van het programma Preventie van Kansspelverslaving 2025-2030. Ook Hairwassers is (op de achtergrond) betrokken. ‘Fontys speelt een ondersteunende rol bij het programma, met het aanbieden van ons netwerk en het meehelpen bij veldwerk.’
Het nieuwe consortium dat Van Holst gaat leiden, gaat onder meer mensen die gokken vragen hun gokdata met hen te delen. Van Holst: ‘We hopen nóg beter te gaan begrijpen wat maakt dat zij gokken, welke kenmerken van gokactiviteiten of reclame hieraan bijdragen, wie extra risico lopen en hoe gokschade ontstaat.’
Onderzoek WODC
Het verzamelen van data voor het project What makes them tick liep samen met onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek en Data Centrum (WODC) en werd grotendeels door dezelfde onderzoekers uitgevoerd. ‘Dit WODC-onderzoek beoogde inzicht te krijgen in de ontwikkeling van gokproblemen of gokschade’, vertelt Hairwassers, ‘maar dan in een bredere populatie, dus ook onder oudere Nederlanders.’
- Een samenvatting van de onderzoeksresultaten vind je via de deze webpagina van het WODC.
- Hier lees je het complete rapport: Verdiepend kwalitatief onderzoek naar gokproblemen.
- Op Socialevraagstukken.nl schreven de onderzoekers een artikel over de gokcultuur onder jongeren.
En in het Onderwijsblad van de AOb verscheen een artikel over gokproblemen signaleren in de klas.
Context ZonMw
Het project What makes them tick? Characteristics of youth that gamble, the prevalence and possible gateways to (harmful) gambling is 1 van de projecten van het ZonMw-onderzoeksprogramma Preventie van Kansspelverslaving.
Het beschreven project is 1 van de 6 ‘doorbraakprojecten’ die in 2024-2026 zijn uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op geprioriteerde vragen uit het onderzoeksprogramma. Hiermee levert ZonMw een bijdrage aan de preventie en behandeling van gokverslaving, gokgerelateerde schade en gokproblematiek. Hoe? Door nieuwe kennis te ontwikkelen en het gebruik ervan te stimuleren.
In 2025 heeft dit ZonMw-programma opvolging gekregen, met een impuls van 21 miljoen euro vanuit het Verslavingspreventiefonds van de Kansspelautoriteit.