Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Hoe je gokproblemen signaleert en bespreekt

Interview met antropoloog Jans Berden en coördinerend preventiedeskundige Ester Teunen

Gokproblemen blijven vaak lang onopgemerkt. Er is daarom ondersteuning nodig voor sociaal professionals om signalen tijdig te herkennen, te bespreken en te verwijzen naar passende begeleiding. In een nieuwe handreiking, gefinancierd door ZonMw, vinden ze informatie, advies en hulpmiddelen. 

Als gokken niet leuk meer is

‘Ik ging met vrienden naar het casino, en niet veel later ging ik alleen. Wat begon met 200 euro werd 300 euro en uiteindelijk bijna mijn hele salaris. (…) Ik verstopte me voor de wereld, ook al ontkende ik dat richting anderen. Toen het niet meer ging, dacht ik eraan uit het leven te stappen', aldus Noah, die te maken had met een gokverslaving. 

Soms is gokken een onschuldige manier om te ontspannen. ‘Maar als iemand te veel gokt, kan het verslavend worden. En andere problemen veroorzaken, zoals bijvoorbeeld sociale isolatie, schulden en depressie’, zegt Jans Berden. Zij was als onderzoeker betrokken bij het project ‘Gokproblemen: signaleren, bespreekbaar maken en samenwerken’, waarin onderzoekers samen met professionals in het sociaal domein een product ontwikkelden voor het omgaan met mensen met gokproblemen.

Afbeelding
Portret Ester Teunen
Vaak zien wij mensen met enorme gokschulden. Eigenlijk zou je hen al eerder willen zien en spreken. Dus vóórdat het gokken zo uit de hand loopt.
Ester Teunen
Brijder verslavingszorg

Over de geïnterviewden

Afbeelding
Portret Jans Berden

Antropoloog Jans Berden (foto rechts) werkt als onderzoeker en projectleider bij Platform31, een kennis- en netwerkorganisatie die verschillende partijen bij elkaar brengt om samen te werken aan oplossingen voor maatschappelijke opgaven. Bij dit project was zij een van de onderzoekers.

Afbeelding
Portret Ester Teunen

 

 

Coördinerend preventiedeskundige Ester Teunen (foto links) werkt bij Brijder Verslavingszorg, die preventie, diagnostiek en behandeling biedt op het gebied van verslaving aan alcohol en drugs, medicatie, gokken en gamen. Bij dit project dacht ze mee vanuit de praktijk. Ook betrok ze professionals uit haar professionele netwerk om mee te denken.

Neemt gokschade toe?

In 2021 is het online gokken in Nederland gelegaliseerd. ‘Sindsdien bestaan er zorgen over de toename van gokschade, dus van negatieve gevolgen van het gokken op de speler, diens naasten en de maatschappij’, zegt Berden. 

Vanaf 2023 neemt het aantal mensen dat zich aanmeldt met een gokverslaving in de verslavingszorg toe. ‘Wij merken sinds ongeveer anderhalf jaar dat steeds meer mensen om hulp vragen vanwege hun gokgedrag’, vertelt Ester Teunen, medeonderzoeker van het project en in het dagelijks leven preventiedeskundige bij Brijder Verslavingszorg. ‘Het zijn vaak mensen die diep in de problemen zitten, bijvoorbeeld al enorme gokschulden hebben. Eigenlijk zou je hen al eerder willen zien en spreken. Dus vóórdat het gokken zo uit de hand loopt. Maar dat lukt nog niet heel goed, omdat sociaal professionals, zoals jongerenwerkers en schuldhulpverleners, de signalen van gokproblemen niet altijd herkennen. Daar willen we verandering in brengen.’

Signaleren van gokproblemen is ingewikkeld

Het signaleren van gokproblemen is lastig, omdat gokken vaak ‘stiekem’ gebeurt, licht Teunen toe. ‘Mensen gokken alleen, op hun telefoon, of achter de computer. Ze zijn er dikwijls meesters in om dit te verbergen, omdat zij zich ervoor schamen. Dat lukt meestal goed, omdat gokverslaving – anders dan bijvoorbeeld alcohol of drugsverslaving – minder leidt tot zichtbare gedragsveranderingen.’

Praten over gokproblemen lukt niet vanzelf

Hierdoor denken sociaal professionals er niet zo snel aan om in hun gesprekken over het onderwerp “gokken” te beginnen, vervolgt Teunen. ‘En als ze er wél aan denken, weten ze vaak niet hoe ze dit op een goede manier kunnen bespreken. Het is een beetje een taboeonderwerp. Bovendien vrezen professionals het contact met de ander te verliezen als ze het thema aansnijden. Wat inderdaad kan gebeuren. Want als je vraagt: “Gok je weleens?”, bestaat de kans dat de ander denkt: “Denk je soms dat ik verslaafd ben?!” En vervolgens dichtklapt, omdat er in Nederland een stigma rust op verslavingen.’

Professionals hebben behoefte aan ondersteuning

Een recente inventarisatie van de kennisbehoefte over gokken liet zien dat ondersteuning bij preventie en signalering van gokproblemen nodig is. Om professionals uit het sociaal domein te helpen, is binnen het project een handreiking ontwikkeld. Deze is gebaseerd op ontwerpend onderzoek (zie kader onderaan). Het onderzoek is uitgevoerd door preventieprofessionals van verslavingsorganisaties Brijder, Jellinek en Mondriaan, en onderzoekers van Onderzoeksinstituut IVO (dat recent is opgegaan in Platform31). Zij werkten samen met mensen met ervaringskennis, via onder andere Stichting AGOG, en met professionals vanuit mbo, schuldhulpverlening en jongeren-/buurtwerk.

Over de onderzoeksopzet

Het onderzoek ging van start met deskresearch. Berden: ‘We keken naar bestaande tools en interventies rond gokken, middelengebruik en verslaving. Daarna spraken we in interviews en focusgroepen met schuldhulpverleners, jongeren- en buurtwerkers, mbo-docenten en verslavingspreventiewerkers. We vroegen hun wat zij nodig hebben om gokproblemen te signaleren. Ook vroegen we aan mensen met ervaringskennis wat zij nodig hebben van professionals.’
Ze vervolgt: ‘In een interactief webinar met professionals selecteerden we bruikbare informatie, interventies en instrumenten voor een (concept)handreiking, en bespraken we de gewenste vormgeving en opzet. Via aanvullende interviews met andere professionals uit het sociaal domein ontvingen we hier feedback op. Ook is het concept in de praktijk uitgeprobeerd. Vervolgens is de handreiking verder aangescherpt.’ 

Afbeelding
De handreiking is vooral gericht op professionals in jongeren- en buurtwerk, schuldhulpverlening en middelbaar beroepsonderwijs. Maar eigenlijk is het een bruikbaar instrument voor élke sociaal professional.
Jans Berden
IVO – Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen & Verslaving

Drietrapsraket

Het onderzoek richtte zich aanvankelijk op professionals die werken met jongeren, mensen met een migratieachtergrond, mensen met een lage sociaaleconomische status (SES) en mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB), omdat deze groepen mogelijk kwetsbaarder zijn voor gokschade, zo blijkt uit signalen uit de praktijk en uit (ander) onderzoek. ‘In de handreiking is dit onderscheid echter niet leidend’, vertelt Berden. ‘De handreiking is vooral gericht op professionals in jongeren- en buurtwerk, schuldhulpverlening en middelbaar beroepsonderwijs. Maar eigenlijk is het een bruikbaar instrument voor élke sociaal professional.’ ‘De handreiking sluit namelijk goed aan bij bestaande werkwijzen in het mbo en het sociaal domein’, vult Teunen aan. 

Deze bestaat uit 3 ‘stappen’, met concrete handvatten voor: 

  1. het signaleren van risicovol gokgedrag; 
  2. het voeren van gesprekken over gokken; 
  3. passende vervolgacties. 

Vroegsignalering

Stap 1 richt zich op vroegsignalering. In de handreiking staat een opsomming van mogelijke signalen van gokproblemen, zoals: geld- en mentale problemen, verzuim van school of werk, liegen of stelen, weinig hobby’s, slaapstoornissen en gevoelens van paniek of onrust. ‘Deze signalen helpen professionals gokproblemen eerder te herkennen’, aldus Teunen. ‘Dit is belangrijk, omdat tijdig signaleren en hulp bieden kan voorkomen dat de problematiek verergert.’

Hoe ga je het gesprek aan?

Stap 2 biedt sociaal professionals en docenten handvatten om het gesprek over gokken aan te gaan. ‘De basis is: goed contact. Stel open, niet-oordelende vragen, vanuit oprechte interesse’, zo adviseert Teunen. ‘Ook doorvragen is van belang. Bijvoorbeeld: “Welke spellen doe je weleens? Kun je mij die laten zien? Hoe vaak speel je? Hoeveel geld zet je dan in? Heb je weleens meer geld ingezet dan je vooraf had bedacht?” Als iemand zegt dat hij vaker meer geld verliest dan hij wil, kan je voorstellen om een online zelftest te doen. Zo’n test geeft inzicht in het gokgedrag. En spreek ook af om het gesprek dan op een later moment te vervolgen.’

Hulp zoeken, doorverwijzen, samenwerken

Goede samenwerking tussen sociaal domein, onderwijs en verslavingspreventie is essentieel (stap 3). ‘Verwijs als docent of sociaal professional door naar een preventiedeskundige als iemand met gokken worstelt’, zegt Teunen. ‘Vervolgens is het belangrijk dat je “de vinger aan de pols” houdt en volgt hoe de ondersteuning verloopt. Een simpele vraag als “Hoe gaat het nu met het gokken?” kan al steunend zijn.’
Bij veel verslavingszorginstellingen kunnen mensen zonder verwijsbrief terecht bij de preventieafdeling. Als de problemen ernstiger zijn, is een verwijzing van de huisarts naar een behandelafdeling in de verslavingszorg nodig. ‘Geef bij degene die worstelt met gokken ook aan dat je samen bij een deskundige aan de bel kunt trekken’, aldus Teunen.

Olievlekwerking

Behalve de 3 ‘stappen’, staan er in de handreiking ook cijfers over gokken, ervaringsverhalen, gesprekstips, verdiepende informatie, en links naar handige methodieken en leerproducten (e-learnings). 
De publicatie wordt via Verslavingskunde Nederland onder de aandacht gebracht van alle verslavingszorgorganisaties met een preventieafdeling. ‘Verslavingspreventiewerkers besteden er bovendien aandacht aan in de trainingen die zij zelf aan professionals geven’, aldus Teunen. Daarnaast is de publicatie gedeeld via Stimulansz, NVVK financiële hulpverleners, Expertisecentrum Gokken, het programma Verbinden Schuldendomein van de VNG en een workshop op het congres Samen Opgeteld van de Belastingdienst en Dienst Toeslagen. 
Inmiddels is er ook een vervolgproject van start gegaan. Berden: ‘Dit gaat over gokproblematiek bij mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Enerzijds richt het zich op kennisontwikkeling over het verband tussen LVB en gokken. Anderzijds proberen we samenwerking te versterken tussen verslavingszorgprofessionals en professionals die werken met mensen met een LVB.’

Impact

Wat hopen Teunen en Berden dat de impact zal zijn van de handreiking? Berden: ‘Op de lange termijn hoop ik dat minder mensen gokschade ervaren of een verslaving ontwikkelen, doordat problematisch gokken eerder wordt aangepakt. Op de korte termijn hoop ik dat professionals in het sociaal domein gokproblematiek sneller herkennen, weten hoe ze het kunnen bespreken en vervolgstappen kunnen zetten, als dat nodig is.’ Teunen: ‘Ik hoop dat de publicatie eraan bijdraagt dat mensen met gokproblemen zich echt gezien en gehoord voelen. In plaats van dat ze stigmatisering door professionals ervaren, zoals nu soms gebeurt.’ 
Jesse ging voor zijn gokproblemen naar een zelfhulpgroep: ‘De begeleider bleef zeggen: “Schaam je vooral niet.” Dat raakte me. (…) Als iemand eerder met me had gepraat en hulp had aangeboden, had ik misschien eerder ingezien dat ik een probleem had en hulp gezocht’.

Tips voor professionals

  • Doe meer kennis op, zodat je gokproblematiek beter kunt signaleren.
  • Durf in een gesprek vragen te stellen over gokken.
  • Vraag door, op een open, niet-beoordelende manier. 
  • Kom in een later gesprek terug op het onderwerp.
  • Breng je professionele netwerk in kaart: welke preventie- en verslavingswerkers kunnen helpen bij (het voorkomen van) gokproblemen?
  • Verwijs door naar online informatie, verslavingspreventiezorg of hulpverlening.

Concrete opbrengsten

De onderzoeksresultaten zijn vertaald in diverse producten:

  • De Handreiking gokproblemen signaleren, bespreekbaar maken en samenwerken. 
  • Een visual/samenvatting Handreiking gokproblemen in het kort. 
  • Een netwerkkaart, waarop sociaal professionals contactgegevens van preventie- en verslavingsdeskundigen in hun regio kunnen noteren. 

Deze producten kun je downloaden via de projectpagina van Platform31.

Verder publiceerden de onderzoekers artikelen over: 

Bekijk ook de opbrengsten van het onderzoek op de website van de NVVK - voor financiële hulpverleners.

Context ZonMw

Het project ‘Gokproblemen signaleren, bespreekbaar maken en samenwerken’ is 1 van de projecten van het ZonMw-onderzoeksprogramma Preventie van Kansspelverslaving. Hiermee levert ZonMw een bijdrage aan de preventie en behandeling van kansspelverslaving, gokgerelateerde schade en gokproblematiek. Hoe? Door nieuwe kennis te ontwikkelen en het gebruik ervan te stimuleren. 

Het beschreven project is 1 van de 6 ‘doorbraakprojecten’ die in 2024-2025 zijn uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op geprioriteerde vragen uit het onderzoeksprogramma. 

In opdracht van de Kansspelautoriteit heeft dit programma opvolging gekregen in 2025, met een impuls van 21 miljoen euro vanuit het Verslavingspreventiefonds. 

Colofon
Auteur:
Femke van den Berg
Fotografie:
Shutterstock (algemene afbeelding), Mike van Bemmelen (portret Jans Berden), en Vera Koers (portret Ester Teunen)
Redacteur:
ZonMw