Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Succesverhalen passende zorg op VWS-congres laten zien wat werkt in de praktijk

Laatst aangepast:
Foto van de presentatie van Marco Blanker

Werken aan passende zorg: hoe draagt onderzoek hieraan bij, hoe pak je dit aan en wat is daarbij nodig? Aan de hand van 2 praktijkvoorbeelden van passende zorg in de sessie over het ZonMw-kaderprogramma Passende Zorg op het VWS-congres ‘Samen voor Gezondheid, Zorg en Welzijn’ deden deelnemers nieuwe inzichten op.

Op 16 maart 2026 vond het VWS-congres ‘Samen voor Gezondheid, Zorg en Welzijn’ plaats. Een inspirerend kennisfestival over nieuwe ontwikkelingen, vol kansen op verbinding en verdieping. In de sessie ‘Kaderprogramma Passende Zorg: samen met het veld naar passende zorg’ stonden 2 succesvolle praktijkvoorbeelden van passende zorg centraal. De sessie was erop gericht om de aanwezigen mee te nemen in de transitie die het programma nastreeft. Kerncommissieleden van het ZonMw-kaderprogramma Passende Zorg Nynke Boonstra (hoogleraar Verplegingswetenschap in de ggz, UMC Utrecht) en Tijn Kool (hoogleraar Passende Zorg, Radboudumc) benoemden in hun introductie, dat zij graag wilden weten hoe een onderzoeksproject bijdraagt aan passende zorg, hoe het slaagt en duurzame impact heeft.

Het enthousiasme van beide sprekers over hun onderzoeksprojecten was al een belangrijk antwoord op deze vraag. Beide onderzoeksprojecten zijn voortgekomen uit de praktijk en bieden een oplossing voor een probleem dat zorgverleners regelmatig tegenkomen. Om gedragsverandering bij professionals te bewerkstelligen, is langdurige betrokkenheid nodig van iemand die hen steeds aan de bedoeling van het onderzoeksproject kan herinneren en zo kan motiveren. Datzelfde geldt voor het overwinnen van eventuele organisatorische uitdagingen.

Afbeelding
Foto van een man
Onderzoek kost tijd. Maar onze ervaring is dat het ook iets oplevert voor onze patiënten: effectieve hulp die aansluit bij de problemen die zij ervaren.
Johan Berendse
Huisarts

App helpt vrouwen met urineverlies

Het eerste voorbeeld ging over een veelvoorkomend probleem bij vrouwen: ongewenst urineverlies. De Groningse hoogleraar huisartsgeneeskunde en huisarts Marco Blanker vertelde dat 1 op de 3 vrouwen hier last van heeft. Vrouwen schamen zich vaak voor urine-incontinentie. Huisartsen leveren vaak suboptimale zorg, bijvoorbeeld door medicatie voor te schrijven zonder blaastraining. Dan is het effect maar heel beperkt. Daardoor blijven veel vrouwen met de klachten rondlopen, terwijl er bijna altijd wel een oplossing voor is.

Blanker en zijn team ontwikkelden de URinControl-app, die informatie geeft en vrouwen ondersteunt met oefeningen om het probleem te verhelpen. Dankzij een subsidie van ZonMw kon hij aantonen dat de eerste versie van de app kosteneffectief was en een merkbaar effect geeft. De app heeft een duidelijke impact op de kwaliteit van leven van vrouwen met ongewenst urineverlies. Zij geeft vrouwen regie over hun probleem, met maximale privacy. Ook vrouwen die bijvoorbeeld uit schaamte moeite hebben om met dit probleem naar de dokter te gaan, worden met de app bereikt. Met de vervolgsubsidie van ZonMw kon de Groningse groep samenwerken met een gespecialiseerd bedrijf dat URinControl verder verbeterde, zodat het voor een breed publiek toegankelijk werd. Dankzij expertisecentrum Pharos is de app nu ook geschikt voor laaggeletterde gebruikers én wordt er gewerkt aan het vertalen naar meerdere talen. 

Afbeelding
Portretfoto Marco Blanker
De kracht van dit project is dat we heel dicht bij de patiënt komen. Dichterbij dan iemands telefoon krijg je het niet.
Marco Blanker
huisarts en hoogleraar huisartsgeneeskunde

Volgens Tijn Kool is passende zorg gericht op de waarde van zorg voor zowel de zorgvrager, de professional en de samenleving. Daarbij gaat het om aantoonbare gezondheidswinst, en zorg die (kosten)effectief is, relevant en doelmatig. Met een optimale inzet van mensen, middelen en grondstoffen. De URinControl app draagt bij aan alle 3. Ongewenst urineverlies wordt in veel gevallen verholpen zonder geneesmiddelen of een operatie en de patiënt heeft geen incontinentiematerialen meer nodig. Dat is duurzamer en goedkoper. Doordat onnodige operaties worden voorkomen en alleen vrouwen bij wie het echt nodig is bij de bekkenbodemfysiotherapeut of -polikliniek belanden, wordt de beschikbare menskracht ook effectiever ingezet. 

Er zijn nog wel uitdagingen. Het aantal gebruikers van de app ligt nu op bijna 50.000, terwijl naar schatting 1 miljoen vrouwen in Nederland tot de doelgroep behoren. ‘Elke keer als we de aandacht op de app vestigen, zien we het aantal gebruikers toenemen. Bekendheid werkt dus, maar we moeten eraan blijven werken,’ zei Blanker. De onderzoekers toonden aan dat de app geld bespaart. De kosten om de app in de lucht te houden bedragen ongeveer € 150.000,- per jaar. Het is nog niet duidelijk wie dat op de lange termijn gaat betalen. 

Juist doordat een groot deel van de gebruikers geen huisarts of andere zorgverlener meer bezoekt, valt de vergoeding van deze kosten niet binnen de strikte interpretatie van de Zorgverzekeringswet van veel zorgverzekeraars. Blanker: ‘Als onderzoeker kun je de neiging hebben om door te gaan naar het volgende onderwerp als je eenmaal hebt laten zien dat iets werkt. Wij hebben ons product niet losgelaten en blijven bezig om de app bij zo veel mogelijk vrouwen met ongewenst urineverlies op hun telefoon te krijgen.’

Congres Samen voor Gezondheid, Zorg en Welzijn

1 / 5

Meer dan 2.300 professionals uit zorg en welzijn kwamen op 16 maart samen tijdens het VWS-congres ‘Samen voor Gezondheid, Zorg en Welzijn’. Deze dag stond volledig in het teken van het gezamenlijk werken aan de toekomst van gezondheid, zorg en welzijn. 

2 / 5
3 / 5
4 / 5
5 / 5

Casemanager bij ggz-verwijzing

Johan Berendse is huisarts in Amsterdam-Noord. Veel patiënten in zijn groepspraktijk hebben te maken met sociaaleconomische achterstanden. Er is vaak sprake van een combinatie van lichamelijke en psychische klachten, schuldenproblematiek, eenzaamheid en andere problemen. De praktijk werkt net als 160 andere praktijken volgens de principes van de ‘Krachtige Basiszorg’, waarin zorg en sociaal domein nauw samenwerken. Daarbij hoort ook de ‘4D’ aanpak, waarin aandacht is voor 4 domeinen: lichaam, geest, maatschappelijk en sociaal. Vanuit die principes zette Berendse samen met Femkje Jonker (huisarts en onderzoeker) en Suzanna van Houweninge (psycholoog) een onderzoeksproject op voor patiënten die de huisarts in de eerste instantie naar de ggz wil verwijzen. Er werd een casemanager ggz aangesteld, die samen met de patiënt in een ‘4D-gesprek’ op een brede manier de hulpvraag inventariseert en een stappenplan maakt. Dat kan bijvoorbeeld schuldhulpverlening zijn, of passende activiteiten om eenzaamheid aan te pakken. De patiënt houdt de regie, maar krijgt wel de juiste begeleiding. Berendse: ‘Ik vond het indrukwekkend hoe veel patiënten zelf kunnen sturen als ze even geholpen worden om alles goed op een rijtje te krijgen.’

Uit het onderzoeksproject bleek dat de aanpak zeer succesvol is. Patiënten konden direct aan de slag met hun probleem zonder eerst op een wachtlijst te staan. Slechts een derde van hen had uiteindelijk ggz-hulp nodig en de meeste patiënten waren tevreden met de veranderingen in hun leven. Op grond van deze onderzoeksresultaten hebben de huisartsen samen met ggz-organisatie Arkin gewerkt aan een structurele uitbreiding van deze benadering. Met gerichte scholing konden de praktijkondersteuners ggz (POH-GGZ) van de praktijk de taken van de casemanager ggz overnemen. Zij inventariseren nu eerst  de patiënten met een 4D gesprek en verwijzen alleen naar de ggz als dat nodig is. 

Berendse: ‘We hebben het grote voordeel dat het buurtteam in ons pand zit en Arkin het project actief steunde door een tweedelijns ggz-behandelaar in onze praktijk te plaatsen. De lijnen naar zowel het sociale domein en de tweede lijn zijn dus kort. De ggz-behandelaar luncht met ons mee en draagt zo veel kennis over. Dankzij Arkin werken nu ook andere huisartsenpraktijken in de buurt met onze aanpak.’ Hij wees erop dat alertheid nodig blijft. Zelfs zijn collega’s, die zeer gemotiveerd zijn, verwijzen soms toch nog patiënten naar de ggz. Berendse bekijkt al die verwijzingen en gaat zo nodig het gesprek aan met zijn collega’s. ‘Ik denk dat dat een les is die overal wel van toepassing is: in de dagelijkse drukte hebben we allemaal de neiging om terug te vallen op vertrouwd gedrag. Als je een vernieuwing door wilt voeren, moet je daar dus langdurig aandacht aan blijven besteden en mensen herinneren aan de intentie van je project.’

Colofon
Auteur:
Pieter van Megchelen en ZonMw
Fotografie:
Freek van den Bergh / VWS (foto's van congres) - Amsterdamse Huisartsenalliantie (foto van Johan Berendse) - Westenhage Huisartsenpraktijken (foto van Marco Blanker)