Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Kick-off kaderprogramma Passende Zorg

De transitie naar passende zorg
Laatst aangepast:

Op 26 juni 2025 organiseerde ZonMw in het Akoesticum in Ede de feestelijke kick-off van het kaderprogramma Passende Zorg. Zo’n 250 genodigden maakten een gezamenlijke start met het kaderprogramma, dat bijdraagt aan de beweging naar passende zorg. Daarvoor zijn samenwerking, innovatie en een toekomstgerichte visie belangrijker dan ooit.

Arfan Ikram: samen bewegen naar passende zorg

Na een prikkelende earopener door Inge Grevink (Music4Teamwork) opent ZonMw-voorzitter Arfan Ikram de bijeenkomst. ‘Goed luisteren naar elkaar is nodig om tot passende zorg te komen. Ik had bij de earopener ook de neiging om te gaan meebewegen. En ook dát is iets wat we allemaal zullen moeten doen als we samen waardegedreven zorg willen realiseren.’

Prikkelende start

Een ongebruikelijke, maar prikkelende opening van de middag, zo ervaren de aanwezigen het uitdagende spel met muziek door Inge Grevink. Arfan Ikram hoort er een uitnodiging in samen te ‘dansen’ in de richting van passende zorg. En hij heeft het gevoel dat deze uitnodiging goed resoneert bij het publiek. ‘We hebben hier welbeschouwd alle stakeholders voor het kaderprogramma in de zaal. Eigenlijk vind ik het woord ‘stakeholder’ in dit verband overigens veel te zakelijk. Passende zorg gaat in de eerste plaats over mensen die samen een beweging maken.’

Dynamisch veld

Ikram toont zich trots op de rol van ZonMw als verbinder en aanjager. ‘Vanuit onze missie – met kennis werken aan een goede gezondheid voor iedereen – willen we een verbindende kracht zijn achter vernieuwing in gezondheid, zorg en welzijn. Daarin werken we samen met uiteenlopende partners, van onderzoekers tot beleidsmakers, van burgers en ervaringsdeskundigen tot professionals in preventie, zorg en welzijn, en van opleiders tot ondernemers. We willen fungeren als een spil in een groot, interessant en dynamisch veld.’

1 / 5
2 / 5
3 / 5
4 / 5
5 / 5

Maatschappelijke opgave

Het kaderprogramma sluit volgens Ikram perfect aan bij de maatschappelijke opgaven die ZonMw in haar recente beleidsplan heeft benoemd; passende zorg is er daar een van. Het veranderend landschap van zorg vraagt volgens de ZonMw-voorzitter om een heuse transitie, waarvoor het ontwikkelen, delen en toepassen van kennis onmisbaar is. ‘Het kaderprogramma raakt aan alle kernactiviteiten van ZonMw, waarbij we bovendien de hele kennisketen bestrijken. We kunnen voortbouwen op resultaten van eerdere én nog lopende programma’s. De inzet: kennis genereren voor een beter pakketbeheer dat passende zorg mogelijk maakt.’ 

Van elkaar leren

‘En wat vragen we nu van u? Allereerst om uw zo duidelijk voelbare enthousiasme vast te houden en met elkaar die beweging naar passende zorg te gaan maken. We zullen er de komende jaren hard aan moeten werken. We nodigen u uit om met alle aanwezige ZonMw-collega’s in gesprek te gaan om zo een goed beeld te krijgen van het kaderprogramma. En ga vooral ook met elkaar in gesprek. Want passende zorg kunnen we alleen met elkaar realiseren, door samen aan projecten te werken en van elkaar te leren. Het gaat immers per definitie om impactvolle vraagstukken die de grenzen tussen de sectoren overstijgen. Ik wens u veel plezier en inspiratie toe, vanmiddag én de komende jaren.’

Kjille Lammertsma: onderzoek dat bijdraagt aan maatschappelijke vraagstukken

Voor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is het kaderprogramma Passende Zorg uiterst relevant, aldus Kjille Lammertsma, directeur Zorgverzekeringen bij VWS. Het programma draagt bij aan kennis voor keuzes in de spreekkamer, keuzes van zorgverzekeraars én keuzes van de overheid. ‘Het gaat om impact, dus om onderzoek waarin maatschappelijke vraagstukken centraal staan en waardoor echt iets substantieels verandert. Zodat er ook in de toekomst voldoende zorg is voor de mensen die het nodig hebben.’

Sjaak Wijma: kennis voor de transitie naar passende zorg

Persoonsgerichte, houdbare en duurzame zorg, dat is waar het kaderprogramma Passende Zorg voor staat. Sjaak Wijma, voorzitter van de kerncommissie van het kaderprogramma, was tot voor kort bestuursvoorzitter van Zorginstituut Nederland. In zijn keynote schetst hij wat er nodig is om tot passende zorg te komen. En wat het kaderprogramma daaraan gaat bijdragen.

Een heuse transitie

De term ‘passende zorg’ is niet nieuw. Al in 2020 publiceerde het Zorginstituut samen met de Nederlandse Zorgautoriteit het advies ‘Samenwerken aan passende zorg; de toekomst is nú’. Het was een actieplan voor het behoud van goede en toegankelijke gezondheidszorg, zoals de ondertitel duidelijk maakte. Het plan zette de urgentie in stevige taal neer, met een pleidooi voor ‘eenduidige doelen, moedige afspraken én overeenstemming.’ Wijma: ‘De boodschap was: het gaat niet langer om het optimaliseren van wat we al deden, maar om écht veranderen. Een heuse transitie dus. Om die te ondersteunen, is er nu het kaderprogramma Passende Zorg.’

Waardegedreven zorg

Het kaderprogramma is ambitieus en kent forse uitdagingen. Wijma: ‘De zorg moet passend zijn voor de patiënt, maar óók voor de samenleving. Dat kan soms wringen, want er zijn nu eenmaal financiële grenzen.’ Je ziet het volgens hem terug in het eerste principe van passende zorg: die is ‘waardegedreven’. Ofwel zorg die waarde toevoegt aan de gezondheid van mensen tegen een proportionele inzet van middelen, personeel en grondstoffen. Wijma illustreert het met een sheet met normen voor passende zorg. Hij noemt norm nummer 7 ‘fundamenteel’ als het gaat om de gemeenschappelijke inzet die nodig is: ‘Passende zorg begint bij zelfzorg en informele zorg. Pas als dit onvoldoende bijdraagt, sluit formele zorg aan.’

Vanaf de basis

Het kaderprogramma is nadrukkelijk niet bedoeld als onderdeel van een versobering van de zorg, onderstreept Wijma. Het gaat erom samen te leren wat het beste past en zorg te bieden die werkelijk bijdraagt aan gezondheid. ‘De normen voor passende zorg nodigen ons allemaal uit om ze in de praktijk invulling te geven. Daarom is er in het kaderprogramma heel veel ruimte voor de praktijk. Het is niet de bedoeling ‘van bovenaf’ te bedenken wat die praktijk nodig heeft of moet doen, maar om juist samen een lerende beweging te creëren en te zoeken naar waar het anders kan. We gaan dus vanaf de basis werken aan passende zorg.’

1 / 5
2 / 5
3 / 5
4 / 5
5 / 5

Kennis naar de praktijk

Kennisontwikkeling is cruciaal om dit gezamenlijke werk te kunnen doen, vervolgt Wijma. ‘Het kaderprogramma stelt alle betrokken partijen in staat hun kennis over waardegedreven zorg te vergroten en in te zetten voor betere zorg, zoals die wordt vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw). De nadruk ligt op grotere, zorgsectoroverstijgende vraagstukken.’ Om dit te kunnen realiseren is ook een versteviging van de onderzoeksinfrastructuur nodig, de tweede programmalijn. Wijma: ‘We bevorderen daarmee een structurele samenwerking rond onderzoek en innovatie en versnellen het doorgeleiden van bestaande én nieuwe kennis naar de praktijk.’

Bredere toets

Het kaderprogramma is bedoeld om het pakketbeheer binnen de Zvw te verbeteren. Wijma: ‘Pakketbeheer gaat nu nog vooral over de vraag of bepaalde zorg effectief is. De toets wordt echter breder, met als leidende vraag: hoe bereiken we de meeste impact? Naast de effectiviteitsvraag komen er andere criteria bij, aansluitend op de principes van passende zorg. Het moet gaan om zorg die werkt tegen een redelijke prijs, die uitgaat van samen beslissen, die waar mogelijk dicht bij de patiënt is georganiseerd én die bijdraagt aan een betekenisvol leven.’ 

Zoeken naar verbinding

Volgens Wijma is het nu of nooit als we de zorg samen – van onderop – willen veranderen. ‘De transitie waar we voor staan is een gezamenlijke opgave, waarbij we moeten zoeken naar nieuwe, bruikbare antwoorden op de meest bepalende vraagstukken in elke sector van de verzekerde zorg. Het vraagt om leiderschap om die antwoorden vervolgens daadwerkelijk om te zetten in verandering.’ Lang hebben we gezocht naar een oplossing die overal geldt, besluit Wijma. We bouwden als het ware aan één groot vlot waar we allemaal op zouden passen. ‘Maar wat nu als het gaat stormen en dat ene vlot kiept om? In het kaderprogramma doen we het anders: we zoeken naar een sterkere verbinding tussen een reeks kleinere vlotten. Dat is een veel stabielere constructie, die versnippering tegengaat en waarin iedereen vanuit de eigen kracht optimaal kan bijdragen.’

Reflecties van deelnemers

Na de bijdrage van Sjaak Wijma geeft dagvoorzitter Suzanne Spliethoff de zaal de ruimte voor opmerkingen of vragen.

4 goede voorbeelden van passende zorg

Wat maakt de zorg in elk voorbeeld passend? Wat kunnen anderen leren van de gekozen aanpak?

Véronique Timmerhuis: op zoek naar de transformatieve vragen tussen de lijnen

ZonMw-directeur Véronique Timmerhuis: ‘Deze kick-off was een prachtige en inspirerende middag, met voelbaar enthousiasme om samen de beweging te maken naar passende zorg. Ik heb veel betrokkenheid gezien om dit met elkaar te gaan doen. De 4 voorbeelden illustreren dat we op de goede weg zijn. En wat Tijn Kool terecht zei: laten we ervoor zorgen dat die mooie voorbeelden niet op 1 plek blijven hangen. Ze verdienen een bredere implementatie, zodat veel meer mensen van de opbrengsten kunnen profiteren.’

De uitdaging voor de komende jaren is volgens Timmerhuis duidelijk: hoe komen we van verdeelde perspectieven naar gedeelde perspectieven? ‘Het is van belang om goed te luisteren naar wat nodig is en om met elkaar daaraan te werken. Het kaderprogramma biedt veel ruimte aan het veld, voor nieuwe kennisvragen en nieuwe antwoorden. Ik daag u allemaal uit om mee te doen en te komen met de vragen die tússen de lijnen en de zorgdomeinen zitten. Daar zit immers de echte beweging. Het gaat niet langer om de superspecifieke effectiviteitsvragen, maar om de grote transformatieve kwesties. Laten we daar met elkaar aan gaan werken, over de domeingrenzen heen.’

1 / 6
2 / 6
3 / 6
4 / 6
5 / 6
6 / 6

Omlijst door een indrukwekkende muzikale afsluiting van Inge Grevink en Melanie Jansen, weet Grevink de zaal met een verrassende afronding te verleiden om samen een ‘menselijke storm’ te ontketenen. Door op verschillende sterktes collectief in de handen te wrijven, met de vingers te knippen, op de dijen te slaan of te stampen op de vloer, ontstaat een spontane compositie die varieert tussen een verkoelende bries en een donderende storm. Het verbeeldt heel mooi dat we alle registers nodig hebben om tot passende zorg te komen. En dat je door naar elkaar te luisteren en goed op elkaar te blijven inspelen samen tot een welluidend resultaat kunt komen. 

Na de bijeenkomst: deelnemers aan het woord

1 / 6

Robert Verheij, programmaleider Zorgdata en het Lerend Zorgsysteem bij het NIVEL en hoogleraar Transparantie in de zorg vanuit patiëntenperspectief bij Tranzo, Tilburg University

‘Ik zie het programma Passende Zorg als een mogelijkheid om patronen van zorggebruik in beeld te krijgen. Niet meer kijken naar die ene specifieke interventie, maar deze in samenhang met de rest van de zorg bezien. Het gaat om ziekte en gezondheid van mensen; die moet je niet steeds in silo’s willen stoppen. Dus niet alleen kijken naar wat bijvoorbeeld in de tweede lijn gebeurt, maar vooral: hoe komen mensen daar terecht en er vervolgens ook weer uit? Hoe gaat het met ze op de langere termijn, als ze allang weer onder de zorg van de huisarts vallen? Wat me wel van het hart moet is dat het programma veel geld vrijmaakt voor onderzoeksinfrastructuur. Dat is op zich natuurlijk goed, maar dan zijn het weer projectsubsidies. Er is de afgelopen jaren al veel bereikt qua infrastructuur, waarvan de financiering door bezuinigingen wegvalt. Mijn pleidooi is: laten we structureel investeren in infrastructuur, want we hebben ‘m hard nodig voor de beoogde transformatie.’

2 / 6

Carine Doggen, klinisch epidemioloog in het Rijnstate Ziekenhuis en hoogleraar Data Driven Health Services Research aan de Technische Universiteit Twente

‘Ik hoop dat mijn onderzoek eraan bijdraagt dat mensen die geen ziekenhuiszorg nodig hebben hier ook niet terechtkomen. En dat zij die wél komen niet langer blijven dan nodig is. Met zorg dicht bij de patiënt kun je iemand vervolgens prima in de gaten houden. Zodat een patiënt alleen naar het ziekenhuis terugkomt als dat echt nodig is. Goede passende zorg kun je alleen samen realiseren, met de specialist, verpleegkundige, huisarts, thuiszorg en/of verzorgingshuis. Bij ons in het ziekenhuis zijn er heel veel mensen die het graag zo willen doen. Daarbij moeten we zeker ook de patiënt betrekken, want die weet het beste wat passend is. Zoals de vrouw die bewust kiest een bepaalde behandeling niet te doen, omdat ze dan nog naar haar kinderen in Amerika kan. Voor haar is dat van grotere waarde dan misschien die paar maanden extra. Ook dat moeten we veel meer in onderzoek gaan meewegen.’

3 / 6

Dorien Zwart, huisarts, hoogleraar en afdelingshoofd Huisartsgeneeskunde aan het UMC Utrecht

‘Ik denk dat passende zorg alleen maar kan als we ons gaan gedragen als een stelsel en niet langer als losse silo's. Voor ons als huisartsen voelt passende zorg sterk congruent met de manier waarop wij ons vak als generalisten uitoefenen. Het begint allemaal bij passende diagnostiek. Je merkt dat de keuzes die nu gemaakt worden vaak erg afhankelijk zijn van wat er elders in het zorgstelsel aangeboden wordt. Terwijl passende diagnostiek tot stand komt op het kruispunt van generalisme en specialisme. Dáár – in nauwe afstemming tussen deze complementaire medische kennisdomeinen – kun je zowel de passende behandelbeslissingen realiseren als de benodigde afstemming voor het verdere traject. Passende zorg staat of valt dus met een veel nauwere interdisciplinaire samenwerking. De inzet op betekenisvol leven, waar Sjaak Wijma over sprak, vind ik daarbij cruciaal. Dat is echt een generalistische vraag, die uitnodigt om samen – ook met de patiënt – goede keuzes te maken.’

4 / 6

Patrick Bindels, emeritus-hoogleraar en voormalig hoofd Huisartsgeneeskunde aan het Erasmus MC, lid kerncommissie kaderprogramma Passende Zorg

‘Er is de afgelopen jaren al behoorlijk wat zorg van de tweede naar de eerste lijn verplaatst. Omdat veel zorg net zo goed dichter bij de patiënt kan. We gaan steeds kritischer kijken naar wat er in het ziekenhuis gebeurt. Zetten we niet veel te veel dure specialisten in voor iets wat een ander ook goed kan? Huisartsen willen dat ook, maar ze hebben het al erg druk. We zullen dus goed moeten kijken naar wie wat kan en wil gaan doen. Alleen maar verplaatsen van zorg werkt niet. Je zult het in gezamenlijkheid met alle partijen moeten doen. Zo kom je er ook achter waar eventuele belemmeringen zitten voor het implementeren van verbeteringen. Daarnaast is een goede infrastructuur nodig voor het doen van onderzoek. Binnen het kaderprogramma Passende Zorg komt daar ruimte voor. Wat mij betreft is die infrastructuur onmisbaar om met elkaar de beweging te kunnen maken.’

5 / 6

Sharah Wisman, beleidsadviseur Beroepsontwikkeling bij de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO)

‘Ik zie een belangrijke rol voor opvoedkundigen, orthopedagogen en onderwijskundigen in de beweging naar passende zorg. Zij kunnen bijdragen aan de zorg voor kinderen en jeugdigen, maar bijvoorbeeld ook in de ggz voor 18-plussers. Onze expertise zit op het denken vanuit de levensloop en het belang van een goede start voor het latere leven. Daar zitten veel kansen om met de juiste begeleiding nú, latere gezondheidsproblemen te voorkomen. Als het gaat om preventief en systemisch werken over verschillende lijnen heen, is er voor onze beroepsgroepen dus zeker wat weggelegd in het kaderprogramma. Vanuit onze kijk op de levensloop kunnen we bijvoorbeeld ook een specialist ouderenzorg helpen: waar komt bepaald gedrag bij een oudere misschien vandaan, als je deze persoon beschouwt in het geheel van zijn of haar leven? Misschien hebben bepaalde problemen al heel jong een oorsprong. Ik denk dat je de zorg alleen passender maakt als we heel uiteenlopende expertises met elkaar gaan verbinden. Inclusief de onze.’

6 / 6

Leo van Rossum, senior beleidsadviseur bij het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)

‘De oproep van ZonMw-directeur Timmerhuis om met elkaar te zoeken naar de transformatieve kennisvragen ‘tussen de lijnen’ vind ik belangrijk. Want het is zeker nog niet vanzelfsprekend dat we elkaar in de zorg opzoeken om samen dingen te veranderen. Zo heeft de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), de koepel van de umc’s, onlangs een visie vanuit de tweede lijn geschreven waarin ze pleiten voor een beweging naar de voorkant. Wij dachten: daar zitten wij! Maar het lukt vooralsnog niet om met ze in gesprek te komen. Terwijl je ons als huisartsen voor die beweging toch echt nodig hebt. Ik vind het fascinerend dat dat gesprek nog steeds niet is gevoerd. Ik denk dat we juist heel veel communicatielijntjes nodig hebben om met elkaar passende zorg te kunnen realiseren. We moeten beseffen dat we allemáál probleemeigenaar zijn. En niet alleen het veld, maar ook VWS. Het kan alleen samen, want binnen de zorg als geheel vormen we uiteindelijk allemaal communicerende vaten.’ 

Colofon

Tekst: Marc van Bijsterveldt 
Beeld: Studio Oostrum
Eindredactie: ZonMw