Samenwerken cruciaal om resultaat te boeken

Studiereis living labs sport en bewegen
Op 29 september 2023 was het netwerk living labs sport en bewegen op studiereis. Een unieke reis omdat maar liefst 17 nieuwe labs zich bij het netwerk hebben aangesloten. Lab-regisseurs, medewerkers en onderzoekers van vele labs kwamen bijeen om kennis uit te wisselen en inspiratie op te doen.

Het was een toepasselijke locatie voor de kick-off: de wijk Vollenhove in Zeist. Hier kwam het netwerk van gloednieuwe en langer bestaande living labs Sport en Bewegen bijeen. Zeist mag dan bekend staan om de villa’s en het vele groen, maar niet iedereen leeft er in weelde, vertelde Hans Goorhuis, programmamanager buurtaanpak Vollenhove, bij de aftrap van de bijeenkomst. Vollenhove is een multiculturele flatwijk met ook 2.200 galerijwoningen, waar relatief veel bewoners vaker kampen met obesitas, armoede en eenzaamheid. De buurt biedt tegelijk ook veel mooie kansen, aldus Goorhuis.
Vier jaar geleden startte het Living Lab Vollenhove in Beweging (ViB) met als doel samen met bewoners en partijen te zorgen dat Vollenhove een beweegvriendelijke wijk zou worden, waar mensen kunnen ontmoeten, bewegen, en sport en spel doen. ‘De eerste fase was gericht op elkaar leren kennen en uitzoeken waar de energie in de wijk zat,’ aldus Ard Sprinkhuizen, senior onderzoeker bij de Hogeschool Utrecht en Windesheim. Die energie zat bij burgerinitiatieven zoals Krachtvrouwen (veelal islamitische vrouwen die samen voetballen, maar daarnaast ook trainingen over ondernemerschap verzorgen en werken aan empowerment van deelnemers) en bootcamper Gennaro.
Inmiddels telt het netwerk 35 actieve buurtbewoners en tal van partijen, die samen vele activiteiten hebben opgezet. Mensen in de wijk kunnen deelnemen aan Ommetje Wandelen bestemd voor mensen die soms 500 meter al een klus vinden. Er is een Gezondheidscafé gestart. Jongens en meisjes voetballen bij FC Vollenhove, onder andere ondersteund door FC Utrecht. Er is naschoolse muziek, sport en dans. ‘Onze kracht is dat we letterlijk dichtbij zijn en met vaste mensen werken, waardoor de herkenbaarheid groot is’, aldus Goorhuis. Veel activiteiten zijn redelijk goed geborgd. Nu ligt de focus op het verder betrekken van de kinderen en ook hun ouders van de twee basisscholen. Zijn tip: ‘Geniet van de kleine successen. Die zijn vaak het mooist en komen het diepst binnen.’

Het netwerk

Living labs zijn in opkomst als een innovatieve manier voor professionals om samen met de burger oplossingen te bedenken voor maatschappelijke vraagstukken. Twee jaar geleden werd het Netwerk Living Labs Sport en Bewegen opgericht. Hieronder vallen de 10 living labs die ZonMw en Sportinnovator financieren, én de living labs van de 5 grote steden. De afgelopen maanden zijn er 17 nieuwe living labs bijgekomen. Zeven daarvan richten zich op mensen met een lage sociaaleconomische positie. De andere 10 richten zich op de jeugd en bewegen in de gezondheidszorg.

Afbeelding
groepsfoto leden netwerk living labs sport en bewegen

De aanjagers

Tom Naberink en Sanne Cobussen zijn de nieuwe aanjagers van het netwerk. Met een filmpje stelden ze zich aan de deelnemers in de zaal voor. Beide zijn als docent en onderzoeker verbonden aan HAN Sport en Bewegen. Het gaat bij het netwerk niet alleen om het delen van best practices, maar ook te leren van wat fout ging, vertelde Naberink. Hij is zelf betrokken geweest bij een wandel- en beweegchallenge bestemd voor vooral bedrijven met medewerkers met een lage sociaaleconomische positie (SEP). De challenge was succesvol omdat er veel mensen aan deelnamen, maar het bleken wel vooral medewerkers van bedrijven met een hogere SEP en opleiding te zijn, aldus Naberink.

Voor het uitwisselen van kennis en bespreken van succes- en faalfactoren en uitdagingen  in het netwerk bestaan veel ideeën: een walk & talk, intervisiegroepen en studiereizen. ‘Je kunt ook individueel vragen aan ons stellen, maar het is eigenlijk de bedoeling dat je kwesties met het netwerk bespreekt. Als we samenwerken en met elkaar uitwisselen, bereiken we meer met elkaar,’ aldus Naberink.

Afbeelding
Sanne Cobussen en Tom Naberink

Samenwerken

In de wandelgangen vertelde Karina van Schaik dat Rotterdam gaat starten met het living lab sport en bewegen voor mensen met een licht verstandelijke beperking. De keuze voor deze doelgroep heeft twee redenen. Uit onderzoek blijkt dat deze groep wat sporten betreft vaak tussen wal en schip valt. De wethouder richt zich daarom juist op hen, want hij wil dat iedereen kan sporten of bewegen en meedoen in de maatschappij, vertelde Van Schaik, beleidsadviseur afdeling Sport, natuur en recreatie van de gemeente Rotterdam. ‘Als gemeente is het moeilijk om in je eentje iets voor deze groep te betekenen. Je moet echt samenwerken met organisaties die werken met mensen met een licht verstandelijke beperking en andere stakeholders. Dat is cruciaal, anders red je het niet’, legde Van Schaik uit.

Afbeelding
‘We hebben als living lab nog geen vaste doelen. We hebben een algemene vraag: hoe kunnen we bij deze groep het bewegen stimuleren. Het is een proces wat we zo open mogelijk ingaan. Het is spannend want je weet niet wat er uitkomt’, aldus Van Schaik.

‘We willen jongeren de leiding geven’

Hoe krijg je jongeren aan het sporten? Dat is de uitdaging waarmee Living Lab Jeugdsport Arnhem in sportpark Malburgen aan de slag gaat. Het lab gaat op 25 oktober 2023 van start, met de gemeente als lab-regisseur. Als ze jong zijn sporten kinderen wel, maar ze stoppen als ze pubers worden. ‘Samen met de jeugd willen we als lab ontdekken wat jongeren beweegt. Wanneer komen ze wel naar een sportpark. Wat hebben ze nodig en wat vinden ze leuk,’ vertelde Nicolette Schipper-Van Veldhoven van Hogeschool Windesheim, die als embedded scientist bij het lab is betrokken.
Het gaat om een duurzame oplossing voor jongeren van 13-18 jaar. ‘We zijn nieuwsgierig met welke ideeën en oplossingen jongeren komen,’ vertelde Hanneke van der Weele van Sportbedrijf Arnhem dat sportinfrastructuur in de stad verzorgt. ‘Ook werken we samen met diverse partijen zoals het jongerenwerk die bekend zijn met de wijk, want zij snappen jongeren beter.’
Vooraf staat er juist niet veel vast. ‘Het leuke aan een living lab is dat je niet weet hoe het gaat lopen. We gaan het gewoon doen, maar natuurlijk wel geborgd binnen de organisatie. Als het goed is, worden jongeren eigenaar van het lab’, aldus Van der Weele. Schipper-Van Veldhoven: ‘We willen ze de leiding geven.’

Waar dromen we van?

Aanvankelijk was het idee van het living lab om kwetsbare ouderen in Nijmegen Dukenburg aan het bewegen te krijgen. ‘Maar toen we in gesprek kwamen, zeiden wijkbewoners: doe iets tegen de sociale eenzaamheid. Toen begrepen we dat het niet alleen om bewegen gaat, maar ook om ontmoeten. Misschien staat dat in ons living lab zelfs wel meer centraal. Om kwetsbare ouderen te helpen over de drempel te komen’, vertelde Simon van Genderen, lab-regisseur van het living lab Dukenburg Beweegt.

De bevolking van het Nijmeegse stadsdeel Dukenburg vergrijst. Veel oudere mensen zijn vaak eenzaam en minder zelfredzaam. ‘In zo’n situatie kom je niet tot ontmoeten’, aldus lab-medewerker Ineke Wijnen. Daar hoopt het lab met bewoners, de gemeente en zorgprofessionals zoals wijkverpleging, huisartsen en fysiotherapie verandering in aan te brengen. ‘Ontmoeten en bewegen dragen allebei bij aan een betere kwaliteit van leven’, vult Wijnen aan.

Van Genderen en Wijnen zijn verbonden aan de HAN, maar hadden door de verschillen in hun vakgebied elkaar daar nog nooit ontmoet. Minke Nieuwboer zorgde als lector Wijkverpleging aan de HAN voor de kennismaking. Zij kende Van Genderen via het HAN Zwaartepunt Fair Health en schreef samen met hem de aanvraag voor het living lab bij ZonMw.

De eerste sessies van het living lab met wijkbewoners, professionals en de gemeente zijn geweest. Van Genderen: ‘Het gaat erom samen op een positieve manier te verkennen waar we van dromen. Om samen het verhaal te vertellen. Laten we daar eerst maar mee starten.’

presentatie tijdens netwerkbijeenkomst living labs sport en bewegen
1 / 3
presentatie tijdens netwerkbijeenkomst living labs sport en bewegen
2 / 3
presentatie tijdens netwerkbijeenkomst living labs sport en bewegen
3 / 3

Workshop: de eindgebruiker

Net voor de lunch waren er een tweetal inleidingen voor de workshops.
Labregisseur Martine Altena van living lab de Waarde van bewegen Harderwijk nam ons mee in het betrekken van de doelgroep van haar lab: mensen met psychische problematiek. Ook voor hen levert een actieve leefstijl gunstige effecten op voor lichamelijke en geestelijke gezondheid en sociale participatie. Om de eindgebruiker te betrekken, zorgen ze ervoor dat de interventies echt afgestemd zijn op de individuele cliënt. Cliënten hebben vaak andere prioriteiten en daarom wordt er veel aandacht besteed aan bewegen in de psychomotorische therapie. Ook maken ze gebruik van een gezamenlijk rolmodel, niet een topsporter maar gewoon iemand van dichtbij die ze kennen vertelt Martine Hoofwijk.

Tips uit de workshops

1 / 1

 

  • De uitdaging is: hoe bereik je je doelgroep. Want meestal is de doelgroep juist moeilijk te bereiken of tegen te komen. Tip: zoek de organisaties die wel toegang tot deze doelgroep hebben.
  • Als je flyers gaat uitdelen, neem dan iemand mee die anders niet zou komen, zoals de buurvrouw. Zet het ontmoeten centraal en ga het pas daarna over andere zaken zoals bewegen hebben.
  • Zorg dat je verhalen van de mensen komen – al kost dat redelijk wat tijd.
  • Wie zijn de sleutelfiguren, zoals de conciërge? 
  • Aanvragen worden geschreven in een systeem, waarbij je stakeholders gemakkelijk kunt toevoegen
  • Hoe kunnen we het snelst een uitslag of conclusie of iets wel of niets iets oplevert delen met het netwerk als je aan de slag bent?
  • Hoe kun je in contact komen met de gewone burger als eindgebruiker? Het kan heel laagdrempelig. Fiets door de wijk tijdens bijvoorbeeld de landelijke burendag.

Workshop: borgen

Roel Buikema van de gemeente Den Haag vertelt in een filmpje dat hij ontdekte dat er een gat zat tussen de mensen die bezig waren met het living lab en de collega’s van het beleid. Vanuit beleid was er steeds de vraag hoeveel mensen er in beweging kwamen terwijl het living lab juist bezig was om nieuwe doelgroepen te betrekken en samen andere activiteiten te ontwikkelen. De uitdaging is het om deze groepen bij elkaar te krijgen.
Koen Breedveld van de Haagse Hogeschool beaamt die en geeft aan dat in de doorontwikkeling van het living lab in den Haag hier veel meer aandacht voor is. 

1 / 1

Tips uit de workshop

 

  • Het is een uitdaging om elkaars taal te spreken. Bij wie borgen we? Bij de gebruiker of de gemeente of anderen?
  • Bij gemeenten zijn er personeelswisselingen en verschillende secties – blijf in gesprek over de zaken die je samen wilt oplossen.
  • Gedeelde belangen zijn belangrijk voor gemeenten en partijen. Maar het gaat om de mensen, daar moet je in blijven investeren. 
  • Eén dag voor lab-regie is weinig
  • Formuleer niet alleen wat je doet, maar ook wat nodig is
  • Als je via het curriculum van het onderwijs borgt, heb je een doorgaande lijn.

Systeemverandering

Tijdens zijn plenaire presentatie plaatste Maikel Waardenburg de living labs in de context van systeemverandering. Het gaat hierbij om een proces waarin de samenleving ingrijpend verandert in de manier van denken, omgang en werken, aldus Waardenburg, universitair hoofddocent bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) aan de Universiteit Utrecht. Zoals de Franse Revolutie en de Industriële Revolutie, waarbij oude systemen worden afgebroken en nieuwe opgebouwd.
Living labs innoveren vooral door iets nieuws te ontwikkelen. Maar maken we zo het systeem niet erg vol? Want breken we wel iets af?’ vroeg hij aan de zaal. Living labs stappen in op wat er in de lokale situatie leeft en hebben veelal een pragmatische kijk op het systeem. Het gaat daarbij om wicked problems die complex zijn, waar geen vast recept voor is om deze aan te pakken.
Neem het in beweging brengen van kwetsbare bewoners. Dat laat zien hoe ‘ongelooflijk ingewikkeld’ het is om patronen in het systeem te doorbreken en drempels weg te nemen. De ideeën over actie komen bij living labs vanuit de ervaringen die zij opdoen. ‘Door het delen van tips maak je de acties robuuster’, aldus Waardenburg. Hij riep de living labs op vooral open te blijven met het delen van kennis. ‘Probeer anderen te inspireren.’
Waardenburg daagde de deelnemers ook uit verder te kijken. Hij wees erop dat een systeemverandering pas kan gebeuren als living labs zich niet alleen richten op mensen aan het sporten en bewegen te krijgen.

‘Om processen en structuren echt te veranderen, moet je positie innemen en je managers en besturen gaan beïnvloeden. Om zo shifts in beleid te bevorderen’, zegt Waardenburg.

Zwemmen

Zwemcoach en innovator Roald van der Vliet verzorgde de uitsmijter van de dag. Met milde spot nam hij de zwemles onder de loep. Elk jaar gaan 180.000 kinderen wekelijks naar de traditionele zwemles om hun A-diploma te behalen. Vergeleken met andere landen verdrinken in Nederland relatief weinig mensen. ‘Wij zijn kampioen niet-verdrinken. Hartstikke goed.’
Maar het steekt hem dat terwijl zoveel kinderen zwemles volgen, slechts 5000 kinderen kiezen voor een zwemsport. Ze gaan massaal op voetbal, maar niet op zwemmen, waterpolo, schoonspringen of synchroonzwemmen. Wat is de systeemfout, vroeg Van der Vliet zich af. ‘Dat ze gaan voetballen is natuurlijk op zich niet erg, ik vind het vooral erg als ze niets gaan doen.’
ij constateerde dat alleen al het taalgebruik ontmoedigt. ‘Het wordt zwemles genoemd waardoor het een verplichting is. Er wordt gezegd: hij gaat afzwemmen en heeft bijna zijn diploma. En dat betekent het einde van het zwemmen.’ Verder worden lessen ‘op zijn Oostenrijks in een rij met plankjes’ gegeven. Er zijn ook tal van hobbels, zoals het feit dat kinderen tot hun 5de les hebben, maar pas op hun 8ste bij een zwemvereniging terecht kunnen.
Met zijn stichting nam hij de zwemschool van de Eindhovense zwemvereniging PSV over. De stichting vraagt kinderen wat ze leuk vinden en betrekt de ouders er meer bij. Een leuke juf of meester heeft een positief effect. ‘Inmiddels zwemmen er 400 kinderen en hun aantal groeit elke dag’, stelde Van der Vliet.
‘Wat ik wil afbreken is dat je gericht bent op het afronden van zwemdiploma’s A, B en C. Het kan allemaal beter door het zwemmen echt aan te laten sluiten bij de kinderen. Met simpele dingen kunnen we veel bereiken.’

Tekst: Tjitske Lingsma