Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Passende zorg is dé kans om de zorg van onderop te veranderen

Groepsinterview met Arfan Ikram, Sjaak Wijma en Antoinette de Bont
Laatst aangepast:

Om de cruciale beweging naar passende zorg te maken is kennis nodig. Binnen het kaderprogramma Passende Zorg van ZonMw kan iedereen in en rond de zorg daaraan bijdragen. Juist ook de professionals in zorgorganisaties, in de wijk of op andere plekken in de zorg. ‘Het is nu of nooit als we samen het zorgpakket willen vormgeven.’

‘Ik zie passende zorg als een verrijking van de behandelrelatie. Patiënt en behandelaar krijgen veel meer in handen om samen te bepalen wat echt bij iemand past. Het is beslist niet de inzet van het kaderprogramma Passende Zorg om vanuit budgettaire overwegingen het zorgpakket te helpen verkleinen.’ Kerncommissievoorzitter Sjaak Wijma is resoluut in zijn antwoord op de eerste vraag: gaan bepaalde collectieve (lees: economisch-budgettaire) waarden het niet tóch ‘winnen’ van persoonlijke keuzes in het samen beslissen? Wijma wijst op de brede invulling van het begrip waardegedreven zorg, zoals hij dat ook deed tijdens de kick-off van het programma op 26 juni 2025: het gaat om zorg die werkt tegen een redelijke prijs, uitgaat van samen beslissen, waar mogelijk dicht bij de patiënt is georganiseerd én bijdraagt aan een betekenisvol leven. Passende zorg is persoonsgericht, houdbaar en duurzaam.

Kiezen uit overvloed

Uiteraard zijn budgettaire overwegingen belangrijk in beslissingen rond het zorgpakket, al was het maar om de zorg toegankelijk te houden, aldus Wijma. ‘Maar daar zijn weer andere programma’s voor.’ Vicevoorzitter Antoinette de Bont haakt erop in vanuit gesprekken in de kerncommissie: ‘De paradox is dat behandelaars en patiënten eerder een overvloed aan behandelmogelijkheden ervaren dan schaarste. Mensen hebben behoefte aan handvatten om een goede, passende keuze te maken uit alle opties. Daaraan willen we met ons programma bijdragen.’ Het gaat hierbij om wat in zorgverzekeringstermen het ‘open pakket’ heet, dus dat deel van de basisverzekering – zo’n 90% van de zorg – waarvan het veld bepaalt wat vergoed wordt en wat niet, legt De Bont uit. ‘In ons programma geven we de patiënt daarbij een belangrijke stem.’

Behoefte patiënt centraal

ZonMw-voorzitter Arfan Ikram zoomt nog wat verder uit: ‘In het programma gaat het ook om de vraag hoe de zorg wordt ingericht voor én rondom een patiënt. Het zorgmodel met een eerste, tweede en derde lijn, met daarbinnen weer de specialismen, loopt toch wat tegen de houdbaarheidsdatum aan. Dit programma is een concrete stap naar een optimalere manier van werken met elkaar, waarbij niet het model maar de behoefte van de patiënt centraal staat. Pas als we zorg bij de juiste patiënt op het juiste moment op de juiste manier aanbieden, wordt passende zorg ook op de langere termijn houdbaar.’ Deze zorg is nadrukkelijk interdisciplinair, vervolgt Ikram. ‘Op de kick-off waren mensen met heel verschillende achtergronden, ook zorgverleners die in hun praktijk als het ware met één been in het sociaal domein staan. Het kaderprogramma gaat overigens specifiek over het Zvw-pakket, maar dan wel in alle sectoren.’

Onderzoek in de context

Dat raakt meteen aan een belangrijke inzet van het kaderprogramma, die concreet wordt gemaakt in de tweede programmalijn: onderzoeksinfrastructuur. De Bont: ‘Het beoogde onderzoek gaat over de context waarbinnen zorg passend is. Dan moet je dat onderzoek ook in die context doen. Daar ligt wel een uitdaging, omdat het een onderzoeksinfrastructuur vergt die al sterker ontwikkeld is in de medisch-specialistische zorg. Vandaar ook die tweede programmalijn, naast de eerste rond kennisontwikkeling.’ Om welke kennis gaat het vooral? Wijma: ‘Er is al veel kennis beschikbaar, maar die is vaak nog vooral gebaseerd op theoretische concepten en is sterk biomedisch georiënteerd. De kennisagenda’s van wetenschappers hebben geleid tot goede zorg, vanuit professioneel perspectief gezien. Passende zorg gaat verder, namelijk over de vraag hoe je die goede zorg vervolgens passend verleent. Dit is echt een ander – deels maatschappelijk – perspectief, en daarvoor is nieuwe kennis nodig over de vraag: hoe dan?’

Ook dingen niet meer doen

Dergelijke kwesties vragen om andere vormen van onderzoek doen, vaak ook met andere designs, vult De Bont aan. ‘Als je kijkt naar de context – waar gebeurt de zorg, wie verleent deze en aan wie? – heb je het over factoren buiten de interventie zelf. In studies waarin je interventies gestandaardiseerd met elkaar vergelijkt, zoals in geneesmiddelenonderzoek, moet die context eruit. In dit programma nemen we deze juist mee, inclusief de vraag hoe je vervolgens behandelkeuzes maakt.’ Ikram benadrukt dat daarbij ook kennisontwikkeling nodig is rond implementatie. ‘Kennis is mooi, maar hoe ga je ermee aan de slag?’ Een ander cruciaal punt draait om ‘de-implementatie’, vervolgt hij. ‘Als je veel kennis hebt, bestaat het risico dat je juist te veel zorg inzet. In het programma stellen we dus ook expliciet de vraag: hoe doe je bepaalde dingen níét als ze geen waarde toevoegen? Dat is vooral uitdagend bij zorg die al jarenlang gangbaar is, maar waarvan we vaststellen dat die niet meer passend is.’

Het veld is aan zet

In het kaderprogramma is het veld aan zet door zelf uit te vinden welke zorg de meeste meerwaarde heeft voor patiënt en maatschappij, en dus in het pakket thuishoort. Wijma is er helder over: ‘Het bijdragen aan het pakketbeheer is gewoon je werk als zorgprofessional. De vraag aan het veld past ook helemaal binnen ons stelsel, dat er immers vanuit gaat dat professionals, patiënten en zorgverzekeraars het met elkaar regelen. Het is nu of nooit als we de zorg samen – van onderop – willen veranderen. En dan gaat het ook echt om zorginhoudelijke verbeteringen, beslist niet om een verkapte manier van bezuinigen, zoals ik soms hoor.’ De Bont ziet veel kansen in het concept van de academische werkplaats. ‘In zo’n werkplaats maak je als wetenschappers, patiënten en professionals samen een onderzoeksagenda. Wat zijn onze vragen en hoe willen we die beantwoorden?’ 

Van concurrentie naar co-creatie

Voor Ikram sluit deze aanpak goed aan bij de verandering die binnen ZonMw al geruime tijd is ingezet, waarbij het steeds minder gaat om competitie en concurrentie, maar juist om co-creatie en samenwerking. ‘Voor de transitie naar passende zorg zullen we gezamenlijk de vragen moeten beantwoorden die iederéén aangaan. Vanuit het kaderprogramma willen we dat ook heel sterk uitdragen: we zitten hier mét elkaar, niet tegenover elkaar.’ Ikram noemt het kaderprogramma bij uitstek ‘inclusief’, omdat iedereen in het veld meerwaarde kan leveren. ‘Of je nu een kleine zorgverlener bent of een universitair medisch centrum met een grote regionale functie, we hebben het hier over een beweging om het hele systeem naar een hoger niveau te brengen. En daarin zijn alle schakels onmisbaar.’

                   

Afbeelding
Sjaak Wijma

‘De transitie waar we voor staan is een gezamenlijke opgave. We zullen met elkaar moeten zoeken naar nieuwe, bruikbare antwoorden op de meest bepalende vraagstukken in elke sector van de Zvw-zorg. Als mensen me vragen: what’s in it for me? zeg ik: kijk naar je partner, je kinderen en kleinkinderen en vertel ze wat jouw bijdrage aan passende zorg is. Er ligt een grote maatschappelijke vraag aan iedereen, ook over kwesties als duurzaamheid en personeelstekorten. Daar kun je eigenlijk niet omheen als je zelf in de zorg werkt. Ik zeg altijd: nu is het tijd om te beheren. Als we het niet zelf doen, zal de overheid het overnemen en wordt het beheersen, vanuit het politiek makkelijker te hanteren frame van schaarste. Passende zorg is waardegedreven zorg, en dat reikt veel verder dan het financiële aspect. Uiteindelijk gaat het om zorg die bijdraagt aan een betekenisvol leven.’

Sjaak Wijma, voorzitter kerncommissie Passende Zorg, tot 1 oktober 2024 bestuursvoorzitter van Zorginstituut Nederland      

            

Afbeelding
Antoinette de Bont

‘We gaan nadrukkelijk op zoek naar meer samenwerking, waardoor ook andere teams van onderzoekers kunnen ontstaan. Het gaat om de Zvw, maar er is ook ruimte voor onderzoek in de overgangszone naar andere domeinen; innovaties ontstaan vaak op het grensvlak van disciplines. Samenwerking is een belangrijke motor voor creativiteit. En het is de basis voor nieuwe vragen en nieuwe methodes. Als we vragen die eerder in een medisch-specialistische context zijn onderzocht opnieuw stellen in een andere, ontstaan nieuwe inzichten. Wat mij betreft is samenwerking tussen disciplines en domeinen dus heel belangrijk. Academische werkplaatsen zijn daarvoor een succesvol gebleken aanpak die zeker een plek krijgen in een bestendige onderzoeksinfrastructuur. Zo brengen we het onderzoek naar de context waarbinnen passende zorg concreet vorm moet krijgen. Dit programma biedt zorgverleners de mogelijkheid om met hun expertise de zorg te helpen verbeteren.’

Antoinette de Bont, vicevoorzitter kerncommissie Passende Zorg, tevens vice-rector magnificus Tilburg University

    

Afbeelding
Arfan Ikram portret

‘De patiënt heeft geen boodschap aan al die schotten en lijnen. Die denkt niet: ik was bij de huisarts in de eerste lijn, en nu stuurt-ie me een heel andere dimensie in: de tweede lijn. De patiënt denkt gewoon: ik heb ergens last van en wil graag goede hulp. Ik verwacht dat het kaderprogramma Passende Zorg een positieve prikkel zal geven om veel meer naar de verbindingen te zoeken, veel meer over de eigen grenzen te kijken en te gaan samenwerken. Onderzoek kan deze beweging ondersteunen en ik zie ZonMw daarbij als een spil in een groot, interessant en dynamisch veld. Dat vraagt ook wat van ons, bijvoorbeeld in het verbinden van onze programma’s. Daarom vind ik het ook zo mooi dat tijdens de kick-off vanuit ZonMw heel veel medewerkers aanwezig waren. Dat toont niet alleen hun interesse in passende zorg, maar geeft ook aan dat mensen veel raakvlakken zien en willen zoeken naar synergie.’

Arfan Ikram, voorzitter ZonMw, tevens hoogleraar Epidemiologie aan het Erasmus MC       

Kaderprogramma Passende Zorg 2024-2028

Dit ZonMw-programma draagt bij aan de beweging naar passende zorg. Het kaderprogramma stimuleert kennisontwikkeling en onderzoeksinfrastructuur om besluiten te kunnen nemen over welke zorg verzekerd is in de Zorgverzekeringswet (Zvw). Door kritisch te kijken hoe we zorg anders kunnen organiseren, wordt een transitie naar passende zorg mogelijk. Deze zorg is waardegedreven, oftewel effectief, met voor de patiënt relevante winst in gezondheid en functioneren, en met doelmatige inzet van (zorg)personeel, middelen en grondstoffen. De transitie is een gezamenlijke opgave voor de zorgsector én de samenleving als geheel. Alle betrokken partijen – zorgverleners, patiënten/cliënten, onderzoekers, beleidsmakers, Zorginstituut Nederland, koepelorganisaties, zorgverzekeraars – moeten kunnen beschikken over kennis die ze helpt om samen de best passende zorgkeuzes te maken. Het kaderprogramma Passende Zorg ontwikkelt deze kennis. In de kerncommissie, die strategisch advies geeft, zitten experts uit verschillende geledingen van de zorg. 

Colofon
Auteur:
Marc van Bijsterveldt
Fotografie:
ZonMw en Sebastiaan Rozendaal
Redacteur:
ZonMw