Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Kennis in beweging: samen bouwen aan de ggz van morgen

Ggz-congres ‘Kennis in beweging’
Laatst aangepast:

Op 1 oktober 2026 vond het ggz-congres ‘Kennis in beweging’ plaats in Gooiland te Hilversum. De organisatie was in handen van ZonMw samen met MIND en de Nederlandse ggz. Zo’n 300 deelnemers hebben enthousiast hun kennis, onderzoeksresultaten en ervaringen met elkaar uitgewisseld. Lees hier meer over de belangrijke lessen van deze bijzondere dag.

In een levendige opening vertelde dagvoorzitter Roos Moggré openhartig over de paniekaanvallen die haar ongeveer 10 jaar geleden ineens overvielen. ‘Wat ben ik blij dat jullie hier zijn!’ was haar conclusie tijdens het welkomswoord, want ze heeft naar eigen zeggen erg goede hulp vanuit de ggz gekregen. 

Afbeelding
Toen het weer beter ging, dacht ik: ik kan vast niet terugkomen als presentator bij het Jeugdjournaal, want nu ben ik officieel ‘raar’. Maar dat bleek niet zo te zijn. Dit komt veel vaker voor, hoorde ik. Dus heel goed dat jullie hier bij elkaar zijn om van elkaar te leren.
Roos Moggré
Dagvoorzitter

Het ochtendprogramma van het congres was speciaal gericht op startende professionals en onderzoekers. Onder het motto ‘het maakt niet uit wie je bent, maar wie je ként’ konden zij elkaar ontmoeten in een reeks deelsessies over uiteenlopende actuele en professionele thema’s. 

Tijdens de sessies van het ochtendprogramma kwamen veel verschillende onderwerpen aan de orde, van het indienen van aanvragen bij ZonMw en het schrijven van een implementatieplan tot manieren om stress in je werk te hanteren en van de mentale gezondheid van jonge professionals tot het omgaan met zorgstandaarden. Belangrijke thema’s die in het hele programma aan bod kwamen zijn de rol van ervaringskennis en de voordelen en risico’s van AI voor de ggz.

Afbeelding
Startende professionals zijn een drijvende kracht voor vernieuwing in de ggz. Zij kunnen heel goed in organisaties binnenkomen met nieuwe kennis en innovaties in het werk. Met de opbrengst van ons onderzoeksprogramma kunnen we samen bouwen aan een toekomstbestendige ggz.
Marieke Begemann
Senior programmamanager ZonMw

Onderzoeksagenda ggz 2027–2030

Het ggz-kwintet (MIND, de Nederlandse ggz, NIP, NvVP en V&VN) overhandigden de de onderzoeksagenda ggz met de gezamenlijke onderzoeksprioriteiten van de sector aan ZonMw. Het idee: wetenschappelijk onderzoek beter laten aansluiten op de uitdagingen in de ggz en zorgen voor een snellere vertaling van kennis naar de praktijk.

In de toelichting op de onderzoeksagenda ggz refereert Dienke Bos, directeur van Mind aan de keynote van Anita Hubner: ‘Het gaat om de toekomst van mensen en de bijdrage die wij daar vanuit de ggz aan kunnen leveren. Wetenschappelijk onderzoek moet dit doel reflecteren. De agenda helpt om samen te bepalen hoe we de schaarse middelen voor onderzoek optimaal inzetten. Het antwoord kunnen we alleen samen vinden: als professionals, wetenschappers én ervaringsdeskundigen.’

Afbeelding
ggz-congres: onderzoeksagenda ggz

Gelijkwaardige kennisgebieden

Psychiater Roel Mocking (NVvP): ‘De agenda focust op de eerste 4 jaar van een periode van in totaal 10 jaar. Er zijn veel mensen met een ggz-hulpvraag en de wachtlijsten zijn lang. Onderzoek is cruciaal om uit te zoeken hoe we de hulp verder kunnen verbeteren, om mensen zo sneller en beter te ondersteunen.’ De agenda beschrijft 5 gelijkwaardige kennisgebieden: effecten van behandelen, effecten van andere interventies, mentale gezondheid en veerkracht, informele zorg en ervaringsdeskundigheid, en effectief samenwerken en organiseren.

Vroeger zou ik 5 losse kennisagenda’s hebben gekregen, van elke organisatie eentje. Nu krijg ik 1 gebundeld verhaal, en dat is echt winst. Deze agenda vormt een mooie basis voor ons vervolgprogramma ‘Sterker door de ggz’. Daarin gaan we zeker mooie antwoorden vinden op de urgente vragen die er liggen.’
Cule Cucic
Clusterhoofd ZonMw

Wat is er nodig voor een toekomstbestendige ggz?

Onder leiding van dagvoorzitter Roos Moggré voert een panel van 5 deskundigen een gesprek over de toekomst van de geestelijke en mentale gezondheid in Nederland. Dat gebeurt aan de hand van een aantal stellingen. Wat is belangrijk voor een toekomstbestendige ggz?

Afbeelding
Ggz-congres: panelgesprek

In de paneldiscussie met de zaal is de integratie van ervaringskennis een belangrijk thema. Een grote uitdaging is om ervaringsdeskundigen vanaf het begin te betrekken, zegt Roel Mocking, terwijl je voor je onderzoeksproject dan nog geen subsidie binnen hebt en die misschien ook niet krijgt. Budgetten zijn belangrijk, vinden congresdeelnemers in een reactie, maar je moet er vooral voor willen kiezen om ervaringsdeskundigen mee te laten doen. Daardoor verbetert immers de kwaliteit van je kennis en wordt deze relevanter. Mocking: ‘Als NVvP maken we ons er zeker hard voor om ervaringsdeskundigheid te integreren. Het is voor ons een gelijkwaardige bron van kennis.’

Kwestie van prioriteren

Bert Stavenuiter kreeg onlangs een telefoontje van iemand uit een onderzoeksinstituut. ‘Deze persoon maakte excuses, omdat hij ons pas zo laat had benaderd. Ik vind het een teken van een groeiend bewustzijn van het belang om ervaringsdeskundigen te betrekken. We zijn al lang niet meer het spreekwoordelijke vinkje in de subsidieaanvraag.’ 

Afbeelding
Uit onderzoek onder cliënten en naasten komen al jaren verbeterpunten in de psychosezorg naar voren. Als je die voorlegt aan onderzoekers, zeggen zij: dat is allang uitgezocht. Kennelijk is die kennis dus toch niet goed geland in de behandelpraktijk.
Bert Stavenuiter
MIND Ypsilon

Warme overdracht

Een volgende stelling: ‘De grootste barrière voor een betere mentale gezondheid is het onvoldoende toepassen van de beschikbare kennis in de praktijk. Nynke Boonstra ziet dat het ook met de organisatie van de zorg te maken heeft: ‘Psycho-educatie van naasten heeft een enorm effect in het voorkomen van psychoses. Die kennis zat bij de ggz, maar sinds de Wmo is preventie naar de gemeente gegaan. Helaas zonder warme overdracht, want gemeenten hebben deze effectieve aanpak niet overgenomen.’ 

Zelf initiatieven nemen

Maar los van dergelijke structurele belemmeringen, kan de wetenschap volgens Boonstra zelf meer doen om kennis te laten landen. Bijvoorbeeld door meer participatief actieonderzoek in te zetten. ‘Dan werk je in én met professionals en andere betrokkenen aan concrete verbeteringen die passen bij de praktijk.’ Anita Hubner ten slotte: ‘Naast mijn werk heb ik nog regelmatig mijn eigen gesprekken in de ggz. Ik merk als cliënt én als professional dat iedereen echt z’n best doet. Mijn advies: ga niet zitten wachten op onderzoeksresultaten maar neem initiatieven vanuit de invloed die je zelf hebt. Als professional, als manager, als ervaringsdeskundige.’

1 / 6

‘In onze sessie over chatbots in de ggz vertelde Floriane Jaspers over het Kennisplatform AI in de GGZ dat zij heeft opgezet. Veel mensen met psychische problemen gebruiken deze chatbots. Als behandelaars maken we ons daar best zorgen over, maar veel mensen zien ze als een waardevolle service, met name op momenten dat geen andere hulp beschikbaar is. Het is nu een open vraag hoe we dit optimaal vormgeven en wie we daarin de macht geven. Er zijn moeilijke dilemma’s. Moet je mensen adviseren over het gebruik van chatbots? Het is immers niet een medisch hulpmiddel dat aan allerlei regels moet voldoen. Maar niet adviseren heeft ook nadelen. De kwaliteit van de antwoorden van een chatbot hangt immers ook sterk af van de vraag die je stelt. En de een is daar handiger in dan de ander. Het zal nog wel even duren voordat we daar met elkaar goed uitkomen.’

Edwin van Dellen, psychiater, universitair hoofddocent UMC Utrecht en ‘impact leader’ in het Onderzoeksprogramma ggz van ZonMw

2 / 6

‘Voor mij is het heel bijzonder om hier nu rond te lopen. Ik heb jarenlang bij ZonMw voor ggz-programma’s gewerkt, en vandaag is mijn eerste werkdag bij bureau Morgens, waar ik vooral gemeentelijke overheden ga adviseren. Daarin zitten overigens ook raakvlakken met de ggz. Neem alleen al de Wet integrale suïcidepreventie die gemeenten sinds 1 januari 2026 verplicht om te werken aan suïcidepreventie. Het is een interessante dag vandaag, heel herkenbaar; de prioriteiten die genoemd worden, het verhaal van Anita Hubner, de conclusies die dagvoorzitter Roos Moggré presenteerde. Ik vond dat zij dat heel leuk deed. Ik heb een sessie bijgewoond over het belang van werk voor herstel, een onderwerp dat nog niet zoveel aandacht krijgt binnen de ggz. Een jonge ervaringsdeskundige vertelde daar wat werk voor haar betekent. En ik was bij een sessie over AI. Een erg interessante dag, al met al. En natuurlijk heel leuk om mijn oud-collega’s weer even te zien.’ 

Lisanne Hogema, senior consulent bij Morgens Conclusion

3 / 6

‘Ik werk op de spoedeisende hulp – de SEH – van het Haaglanden Medisch Centrum Westeinde, hartje Den Haag. Daarnaast doe ik nu mijn professional doctorate bij de Haagse Hogeschool, een praktijkgericht traject binnen het hbo om complexe maatschappelijke en beroepsgerichte vraagstukken op te lossen. Ik wil kijken hoe we beter kunnen omgaan met mensen die in een crisis of door een suïcidepoging op de SEH komen. Voor mij is de ggz best wel nieuw. Ik heb veel geleerd in de workshop over ervaringsdeskundigheid en co-creatie. Heel mooi hoe mijn onderzoeksvraag daar verrijkt werd. Ik denk overigens dat we net zo goed ervaringskennis van professionals moeten meenemen. Op de SEH heb je vaak veel te weinig tijd, ook voor mensen met gedragsproblemen. Dat levert soms morele dilemma’s op en problemen waarvoor we niet goed zijn opgeleid. Met onze groep op de hogeschool en tijdens congressen als dit hoop ik dat we daarin iets positiefs kunnen bijdragen.’ 

Rianne Lam, klinisch epidemioloog en verpleegkundig specialist HMC Westeinde/Haagse Hogeschool

4 / 6

‘Voor mij is de centrale vraag: hoe geven we ervaringskennis een grotere plek in het ggz-onderzoek? Ik zie en hoor vandaag al veel mooie voorbeelden, maar het kan nog beter. ZonMw zou eigenlijk een deel van het budget per project moeten reserveren voor de inzet van ervaringskennis op verschillende niveaus. En wij moeten leren om die plek te claimen om van begin af aan mee te denken. En niet pas een kruisje zetten bij het studieprotocol. Uitgaan van ervaringskennis betekent dat je ook op een andere manier onderzoek doet, bijvoorbeeld meer kwalitatief en minder kwantitatief. Dus er is nog heel wat te doen. En er gebeurt ook veel. Bij de onderzoeksagenda ggz die hier vandaag wordt gepresenteerd, heb ik bijvoorbeeld meegeschreven aan het overstijgende thema ‘co-creatie en ervaringskennis’. Dat komt straks op veel plekken terug en dat is wat mij betreft hartstikke mooi.’ 

Dwayne Meijnckens, projectleider cliënten- en naastenparticipatie bij MIND

5 / 6

‘Ik zit in een FACT-team, een ambulant wijkteam voor mensen met een langdurige psychische kwetsbaarheid. De verpleegkundige is een spin in het web van de betrokken professies. Als casemanager schakel ik met psychiater, psycholoog en bijvoorbeeld de verpleegkundig specialist. De werkdruk is enorm in de ggz en dat zorgt ervoor dat je niet altijd goed naar elkaar luistert. Soms zijn we zelfs een beetje onaardig naar elkaar. Onbedoeld, want we willen allemaal hetzelfde voor de cliënt. Als V&VN proberen we zoveel mogelijk professionals voor het vak te behouden; de uitstroom is mede vanwege die werkdruk erg hoog. Het gaat vandaag over onderzoek en dan vooral het concreet toepassen van resultaten. Verpleegkundigen kunnen veel betekenen in die praktische toepassing. Mijn oproep: geef mbo- en hbo-professionals veel meer het podium en laat ze meedenken over implementatie van kennis. Zo maken we met elkaar de zorg beter.’ 

Roos Bult, hbo-verpleegkundige in de psychiatrie en bestuurslid V&VN Jong Professionals

6 / 6

‘Ik werk op een locatie voor ouderen met verschillende psychische kwetsbaarheden. Ik heb in Eindhoven een 3-jarige mbo-opleiding tot ervaringsdeskundige gedaan. In het team ben ik er voor de cliënten, maar ook om collega’s advies te geven vanuit ervaringsperspectief. Ik ben vandaag hier omdat ik nieuwsgierig ben naar het perspectief van anderen. Het mooiste vind ik de onderlinge gesprekken. Ik was bij de sessie over stigma en daar kwamen veel verschillende ervaringen naar voren. Dat is echt interessant. Een andere sessie ging over ervaringskennis in onderzoek. Hoe neem je die kennis mee in studies die cliënten aangaan? Hun perspectief is lang achterwege gelaten, omdat cliënten niet voor zichzelf zouden kunnen spreken. Nu er steeds meer mensen zijn die wél woorden aan hun ervaring geven, zie je hun inbreng meer terug in onderzoek. Terecht, want het is geen wij-zij. Het gaat erom dat we met elkaar de wereld een beetje mooier maken voor iedereen.’

Jim Jansma, senior medewerker herstel en ervaringsdeskundigheid FACT Breda Centrum Zuid, GGz Breburg

Doorpakken in het voorkomen van suïcide

Jelle Holtzapffel, beleidsmedewerker mentale gezondheid bij het ministerie van VWS, ontving tijdens het ggz-congres 2 producten van het ZonMw-programma Suïcidepreventie: een evaluatie en een signalement. 

Het ZonMw-programma Suïcidepreventie 2023-2025 richtte zich op het stimuleren van (implementatie)onderzoek om dat aantal op basis van kennis terug te dringen. In 2025 zijn 2 consortia gestart die als kennisnetwerk bouwen aan betere suïcidepreventie. Het ene kennisnetwerk richt zich vooral op het sociaal domein, het andere op de zorg.

Beide netwerken besteden speciale aandacht aan kwetsbare jongeren en mannen van middelbare leeftijd. Dat zijn de groepen waarin de meeste zelfdodingen vóórkomen. Holtzapffel noemt het belangrijke initiatieven. En de evaluatie en het signalement gaan volgens hem zeker helpen om het 5-jarige vervolgprogramma rond suïcidepreventie bij ZonMw verder vorm te geven.

1 / 5

‘Vernieuwing in de ggz ontstaat steeds meer vanuit de ervaringen van mensen met psychische kwetsbaarheid en hun naasten. Vanuit die ervaringen worden nu ook vaker wetenschappelijke vragen geformuleerd. En als wetenschappers met een onderzoeksvraag komen, wordt die eerst getoetst bij ervaringsdeskundigen. Daarin heeft ZonMw echt een sleutelrol gespeeld. Nog niet zo heel lang geleden werden ervaringsdeskundigen vooral ingezet als een soort excuus-Truus. Intussen zie je, zeker op een congres als dit, hoe zelfverzekerd ervaringsdeskundigen zijn. En hoe onderzoekers echt proberen om ervaringsdeskundigheid een plek te geven in hun onderzoek. MIND organiseerde hier een workshop waarin deelnemers zelf konden ervaren hoe dat in zijn werk gaat. Vraagstellingen en aanpak van onderzoek worden praktischer. Door het gesprek tussen onderzoekers en ervaringsdeskundigen krijgt het perspectief van mensen die psychisch lijden veel meer aandacht.’

Bert Stavenuiter, directeur MIND Ypsilon

2 / 5

‘Ik heb autisme en heb voor mezelf een app ontwikkeld. Daarin registreer ik mijn dagelijkse activiteiten op basis van mijn persoonlijke doelen. Plus bijvoorbeeld informatie over de ervaren belasting. Dat kan ik dan weer delen met mijn behandelaars. Met AI maakt de app een analyse van een dag en geeft feedback of je het goed doet. Eerder heb ik meegedaan met een uitvinderswedstrijd en daar ontmoette ik mensen die mijn app wel wilden uitproberen. Zover ben ik nog niet, maar over een jaar hopelijk wel. Ik ben hier vooral om te netwerken; ik heb lang kunnen spreken met VU-professor Sander Begeer. Ik hoor vandaag veel over onderzoek en innovatie. Ik zou de ggz willen meegeven dat ze daarvoor meer mensen zoals ik kunnen inzetten. Ik heb een technische opleiding en breng expertise mee op het gebied van informatieverwerking. Daarmee kunnen we de ggz denk ik nog beter maken met elkaar.’

Tauvic Ritter, softwareontwikkelaar en zelfstandig onderzoeker

3 / 5

‘We hebben hier namens De jonge Psychiater een sessie gehouden over de maatschappelijke profilering van ons vak. Moeten we ons als psychiaters mengen in het maatschappelijk debat? Of blijven we vooral actief in de spreekkamer? Neem de genocide in Gaza. Dat is zó’n aanwezig thema, daar kun je niet omheen. Oorlog en honger hebben een enorme impact op hoe mensen zich ontwikkelen en psychiaters kunnen daar vanuit hun professie wat van vinden. Je níét uitspreken is dan ook een keuze. In de klinische praktijk heb je daarnaast te maken met heel andere effecten van maatschappelijke ontwikkelingen. Neem oudere mensen die ineens een diagnose autisme krijgen, omdat ze op hun werk niet meer meekunnen met bepaalde vernieuwingen. Terwijl ze het jarenlang goed hebben gedaan. Dan kun je ook denken: laat die mensen met rust, in plaats van allerlei eisen aan ze te stellen in een re-integratietraject. Daarover kunnen wij ons vanuit onze professie best uitspreken.’

Eveline Veltman en Koen Bolhuis, psychiater in respectievelijk UMC Utrecht en Amsterdam UMC 

4 / 5

‘Ik ben nooit met pensioen gegaan en kom hier om mijn kennis bij te houden. Laatst was ik bij de Kenniswerkplaats Onbegrepen Gedrag Amsterdam-Amstelland. Ik wil graag weten hoe het daarmee gaat. In de ochtendsessie over de maatschappelijke profilering van psychiaters schrok ik een beetje van de lichte krampachtigheid die ik daar bespeurde: kom niet aan ons vak! Dat was in reactie op mensen die zich in de media uitspreken over thema’s die de ggz raken. In de sessie ging het over de samenleving die de spreekkamer binnenkomt. Ik denk dan: psychiatrie gaat over mensen ín die samenleving. In de vorige eeuw hebben we van Querido geleerd hoe belangrijk juist aspecten buiten de spreekkamer zijn. Hij zei: geef mensen een tientje om hun huur te betalen en zie wat dat doet met hun geestelijke gezondheid! Ik denk dat de we in de ggz vooral moeten proberen zoveel mogelijk buiten de gezondheidszorg op te lossen.’

Gee de Wilde, Cliëntenbelang Amsterdam, klinisch psycholoog en ex-voorzitter van het Landelijk Platform GGz (voorganger MIND)

5 / 5

‘Ik heb hier de evaluatie van het programma Suïcidepreventie 2023-2025 in ontvangst genomen, plus een bijbehorend signalement met de titel ‘Doorpakken’. Dat signalement is gestoeld op wat er in het veld is opgehaald. Ik ben blij dat we nog 5 jaar verder kunnen met een vervolgprogramma, aansluitend op de Wet integrale suïcidepreventie. Die wet zorgt ervoor dat suïcidepreventie een structurele plek krijgt binnen het gezondheidsbeleid, op landelijk én lokaal niveau. Het is de komende jaren de uitdaging om deze ontwikkeling vanuit VWS te faciliteren, onder meer door via ZonMw onderzoek mogelijk te maken. Het woord ‘integraal’ is cruciaal, want suïcidepreventie raakt ook aan andere beleidsterreinen. Denk op landelijk niveau aan het spoorveiligheidsbeleid van IenW en het beleid rond het welzijn van agrariërs vanuit LVVN. Ik zou onderzoekers dit willen meegeven: zorg dat je je resultaten goed plot op lokaal niveau. Zodat ook gemeenten nieuwe kennis over suïcidepreventie kunnen meenemen in de hele keten van mentale gezondheid.’ 

Jelle Holtzapffel, beleidsmedewerker mentale gezondheid bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

‘Zorg bij psychische kwetsbaarheid is een gezamenlijke opgave’

Tijdens de plenaire afsluiting gaf dagvoorzitter Roos Moggré een persoonlijke evaluatie van de dag. Ze sloot het congres af met een gesprek met 3 startende professionals over hun lessen van het congres. Wat vonden zij inspirerend? En welke suggesties hebben ze om samen verder te bouwen aan een nog betere ggz?

Roos Moggré was onder de indruk van de verschillende middagsessies. Zo benoemde zij de bijdrage van Ama Kissi over ‘het ongemak’ van praten over racisme. ‘Kissi maakte indringend duidelijk dat de schade van discriminatie veel groter is dan dat ongemak. Volgens haar faalt de mentale gezondheidszorg nu voor mensen van kleur.’ Inspirerend vond Moggré ook de sessie over vrouwengezondheid. Sekse- en gendersensitieve ggz zijn nog altijd geen vanzelfsprekend onderdeel van onderzoek én praktijk, terwijl vrouwen en mannen wezenlijk verschillen in psychische gezondheid, klachtenpresentatie, behandeling en herstel.

Alle professies samen

Het slotakkoord is voor 3 jonge ggz-professionals. Psychiater Eveline Veltman: ‘Als professional zijn we soms misschien wat te voorzichtig met uitspraken over grote maatschappelijke thema’s. Ik neem mee dat we ons vanuit ons vak met een onderbouwde mening toch meer in het debat kunnen mengen.’ Hanneke Verheul, beleidsadviseur bij de Nederlandse ggz: ‘Ik vond de sessie over vrouwengezondheid ook inspirerend. Er is nog veel onderzoek nodig. Goed om te ervaren dat juist veel vrouwen daarmee bezig zijn.’ Roos Bult van V&VN Jong Professionals ten slotte: ‘We hebben allemaal de intentie de beste zorg te bieden voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Het is belangrijk te blijven beseffen dat we dit steeds samen doen, met alle professies.’

Colofon
Auteur:
Marc van Bijsterveldt en Pieter van Megchelen
Fotografie:
Robert Tjalondo
Redacteur:
ZonMw