Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Inzetten op langdurige samenwerking tussen gemeenten, onderzoekers en bewoners

Interview
Laatst aangepast:

Een gezonde leefomgeving ontwikkelen vraagt om meer dan beleid of tijdelijke projecten. Het gaat om langdurige samenwerking tussen gemeenten, GGD’en, onderzoekers en bewoners. Steeds meer initiatieven laten zien hoe vertrouwen, gelijkwaardigheid en continuïteit hierin doorslaggevend zijn.

Dorus Gevers (Universiteit Maastricht) en Lenneke Vaandrager (Wageningen Universiteit) laten zien hoe deze samenwerking kan werken: bewoners nemen initiatief, onderzoekers brengen kennis in, en gemeenten verbinden en faciliteren.

In de subsidie-oproep van ZonMw vanuit het Programma Gezonde Leefomgeving werd aan de samenwerkingsverbanden gevraagd om bewoners en de omgeving mee te nemen in hun onderzoek. Gemeenten en GGD’en vinden dit type onderzoek – actieonderzoek of Living Lab-onderzoek – in het begin vaak lastig. Vragen als ‘Wat is de planning?’ of ‘Hoeveel uren kost dit en kan mijn leidinggevende dat goedkeuren?’ zijn heel gebruikelijk. Ook personeelswisselingen binnen gemeenten maken de continuïteit kwetsbaar. Gevers herkent dit van toen hij in 2018 startte met RuimteGIDS: “Toen liep ik ook tegen dit soort hobbels aan, maar inmiddels is dat heel anders. Nu bel of app ik gewoon met een ambtenaar. En dan gaat het net zo makkelijk over de vakantie als over een nieuw ideeEn een gemeenteambtenaar zegt gewoon: ik heb een idee voor een project, doe maar. Dat gaat sneller en soepeler, juist omdat er vertrouwen is opgebouwd.”

Vaandrager ziet hetzelfde patroon in de relatie met bewoners. ' Dat vertrouwen bouw je op door er te zijn en zichtbaar te maken wat er gebeurt. Mensen zien iets in de wijk en pakken het op, zonder dat daar ingewikkelde afspraken voor nodig zijn. Zo wordt er bijvoorbeeld gelet op of gordijnen dagenlang dicht blijven. Dat wordt niet ervaren als bemoeienis, maar juist als interesse. Je merkt dat er heel veel geregeld kan worden als bewoners elkaar serieus nemen. Onze rol is vooral om die gesprekken zichtbaar te maken en te laten zien hoe waardevol dat is.' Zo ontstaat een cultuur waarin bewoners niet worden gezien als probleemdragers, maar als medeoplossers.

Van tijdelijke projecten naar een blijvende beweging

Veel initiatieven starten als tijdelijk project, vaak afhankelijk van subsidie, ziet Vaandrager. Daarin schuilt volgens haar een groot risico: 'Heel veel bewonersinitiatieven doen het hartstikke goed, maar zodra een project stopt, dreigt ook de energie weg te vallen. Het is belangrijk dat initiatieven zichzelf weten te dragen en dat gemeenten dat ondersteunen.' In Nijmegen is juist zichtbaar hoe je dat risico kunt verkleinen. Daar groeide een netwerk van burgerinitiatieven uit tot een duurzame beweging. Deze Gelderse Beweging wordt wel ondersteund door de gemeente, maar de initiatieven bepalen zelf hun koers. Er is regelmatig uitwisseling over wat initiatieven nodig hebben, en onderzoekers zoals Jan Hassink (aan de Wageningen Universiteit op gebied van zorglandbouw, groen en gezondheid, burgerinitiatieven, agro ecologie en biodiversiteit) spelen een begeleidende rol om de verbinding met de gemeente te onderhouden. 'Dat is cruciaal', benadrukt Vaandrager. 'Want binnen gemeenten zijn meerdere domeinen betrokken – sociaal, fysiek en gezondheid – en het vraagt om coördinatie om die samen te brengen.'

De Gelderse Beweging heeft daarbij creatieve manieren gevonden om samenwerking vorm te geven. Tijdens een van hun bijeenkomsten gebruikten ze bijvoorbeeld een "binnencirkel en buitencirkel" om gesprekken te structureren en zetten ze zelfs een banaan en een komkommer in als speelse manier om discussies over geld en wij-zij-denken snel te signaleren. Dat laat zien dat de initiatieven zelf eigenaar zijn van het proces en nieuwe werkvormen durven te proberen. Opvallend is ook dat de subsidie van ZonMw volledig wordt beheerd door een burgercollectief. Voor de universiteit was dat een omslag, vertelt Vaandrager. 'Wij mochten nauwelijks iets aanvragen, onze rol was vooral om te helpen bij het opschrijven en zichtbaar maken van wat er gebeurt. De middelen gaan zoveel mogelijk naar de initiatieven zelf. Daarmee laat je zien dat je hen echt serieus neemt.'

Afbeelding
Portretfoto van Lenneke Vaandrager
Het is belangrijk dat initiatieven zichzelf weten te dragen en dat gemeenten dat ondersteunen
Lenneke Vaandrager
Universitair hoofddocent Gezondheid & Maatschappij aan de Wageningen Universiteit

Gelijkwaardige samenwerking

Een belangrijk instrument om samenwerking gelijkwaardig te maken is een regionale kennisagenda. 'Die is in Zuid-Limburg samen met de praktijk opgesteld', vertelt Gevers. 'Bewoners, professionals van de GGD, woningcorporaties en gemeenten hadden allemaal een stem. In de tweede fase van het ZonMw-programma Maak ruimte voor gezondheid, werd meer dan een jaar uitgetrokken om op basis van die agenda te komen tot een concrete leeragenda voor specifieke projecten. De gemeente bepaalde mede de locaties, waarna met alle betrokkenen gezamenlijk de prioriteiten werden vastgesteld: gaat het om ontmoetingsplekken, om het stimuleren van contact tussen verschillende groepen, of om het verbeteren van het samenwerkingsproces? Elke stap in het onderzoek, van het formuleren van onderzoeksvragen tot het verspreiden van de resultaten, gebeurt samen. Zo blijft de kennisagenda niet alleen een document, maar een doorlopend proces waarin ieders stem telt.

Een belangrijk aandachtspunt is het bereiken van bewoners met een lagere sociaaleconomische positie. Vaak doen vooral theoretisch opgeleiden mee aan initiatieven. Toch ligt juist bij andere groepen de grootste gezondheidswinst. 'De uitspraak "moeilijk bereikbare mensen" zegt meer over degene die het zegt dan over de mensen zelf,' stelt Vaandrager. 'Als je mensen benadert op hun menszijn, niet op hun probleem, willen ze graag meedoen.' Dorus vult aan met een voorbeeld: 'In Kerkrade kwamen bijna alle voorbijgangers naar onze tafel met een grote luchtfoto van het gebied. In hele korte tijd leer je zo hoe mensen de plekken in hun wijk gebruiken en beleven. '

Do’s en don’ts bij het betrekken van inwoners

Do’s

  • Wees aanwezig in de wijk en ga het gesprek aan.
  • Benader mensen vanuit hun mogelijkheden en interesses.
  • Bouw stap voor stap vertrouwen op.
  • Maak zichtbaar wat bewoners bijdragen en hoe dat verschil maakt.

Don’ts

  • Label bewoners als probleemgroep of ‘moeilijk bereikbaar’.
  • Verwachten dat participatie vanzelf gaat.
  • Alleen denken in projecten zonder continuïteit.

Kracht van actie-onderzoek

Gevers benadrukt dat de kracht van actiegericht onderzoek ligt in het doorlopen van meerdere leercycli. “We vragen voortdurend aandacht voor gezondheidsbevordering. Maar wat ik niet had verwacht, is dat we door de projecten en de kennisagenda steeds opnieuw konden inzoomen op waar de knelpunten precies zitten. In tegenstelling tot traditioneel onderzoek, dat vaak uitgaat van theorie of hypotheses, start actieonderzoek bij wat er in de praktijk gebeurt. Je doet een interventie, leert en stelt bij, en probeert opnieuw.” 

Bewijslast is daarbij vaak een verkeerd uitgangspunt, omdat gezondheidsbevordering per definitie participatief is. 'De relevante vraag is daarom niet of iets werkt, maar op welke manier – en voor wie- het kan bijdragen aan gezondheid via een gezonde leefomgeving', aldus Gevers. 'Een belangrijk aandachtspunt voor de toekomst is bovendien hoe gebruikers kennis interpreteren, vertalen en toepassen. In de praktijk draait het dan om casussen en narratieven. Die frictie proberen we op te lossen door context steeds expliciet mee te nemen: wat betekent het voor interpretatie en overdraagbaarheid naar andere plekken?' 

Checklist Check & Grow

De checklist Check & Grow kan helpen bij dit soort onderzoek. In de checklist volg je 2 sporen: een procesgericht spoor, waarin wordt gekeken hoe samenwerking tussen fysiek en sociaal domein kan worden verbeterd en een meer normatief spoor, waarin wordt onderzocht hoe vuistregels en richtlijnen kunnen helpen om resultaten steviger te verankeren. Zo ontstaat een instrument dat zowel flexibel is in gebruik als richting geeft voor structurele veranderingen.

Vaandrager benadrukt dat werken vanuit principes en al doende leren en reflecteren veel effectiever is dan jaren wachten op onderzoek op afstand. 'Alle kennis is waardevol, niet alleen de wetenschappelijke. Er zijn zo veel enthousiaste verhalen die we horen, zien en samenbrengen. Ook op het gebied van armoedebeleid zien we dat gemeenten, zoals in Wageningen, moed en daadkracht moeten tonen en dat wij daarbij een politiek-sensitieve blik meegeven. Tegelijkertijd is er behoefte aan zachte normen, bijvoorbeeld vanuit de GGD, die niet alleen de relevantie kunnen aantonen maar ook adviseren en bewaken.' Vaandrager benadrukt dat ook GGD’en ruimte moeten krijgen: 'Als je alleen uurtje-factuurtje kunt werken, verdwijnt de speelruimte. Terwijl je juist tijd nodig hebt om ongevraagd te adviseren of kansen te signaleren. Samenwerking en co-creatie worden daarom steeds belangrijker, omdat veel gezondheidsprofessionals van oudsher denken vanuit een expertrol.'

Direct naar de checklist

Afbeelding
Foto van Dorus Gevers in een groene omgeving
Samenwerken met onderzoekers en bewoners geeft richting én draagvlak.
Dorus Gevers
Universitair docent bij de Universiteit Maastricht

Samenwerken met impact

De vraag wat gemeenten concreet winnen bij samenwerking met universiteiten en initiatieven van bewoners komt vaak terug. Het antwoord is volgens beide onderzoekers helder. 'Burgerinitiatieven vervullen iets wat er anders niet zou zijn. Ze nemen een tussenrol op zich die gemeenten niet kunnen invullen. Dat zien gemeenten zelf ook heel goed,' zegt Vaandrager. Dorus vult aan: 'Voor gemeenten is dit een actueel thema met veel raakvlakken met andere opgaven zoals duurzaamheid. Ze zijn bezig met het inrichten van gebieden en zoeken daarbij kennis en inspiratie. Samenwerken met onderzoekers en bewoners geeft richting én draagvlak.'

De toekomst ligt in verdere verbinding van regionale netwerken en instrumenten. 'Overal ontstaan tools en modellen', ziet Gevers. 'Het zou goed zijn om die beter af te stemmen en te zorgen voor een gezamenlijke kennisinfrastructuur. Een plek waar bewonerskennis, ervaringskennis en wetenschappelijke kennis samenkomen.' Vaandrager benadrukt dat dit ook vraagt om meer aandacht voor verbindende rollen: 'Vaak wordt dat gezien als bureaucratie, maar juist die mensen die bruggen slaan maken dat samenwerking duurzaam wordt. Daar moet je in investeren.'

Foto van Dorus Gevers in een groene omgeving

Dorus Gevers

Dorus Gevers is universitair docent bij de Universiteit Maastricht, afdeling Gezondheidsbevordering. Zijn onderzoek richt zich op het bevorderen van de gezondheid van stedelijke populaties door middel van betere kennisontwikkeling en uitwisseling tussen betrokkenen. Sinds 2018 is hij betrokken bij het consortium RuimteGIDS, waarin praktijkpartners, gemeenten, bewoners en onderzoekers samenwerken aan een gezonde leefomgeving. Binnen RuimteGIDS ontwikkelt en test hij onder meer instrumenten zoals de Check & Grow-tool.
Portretfoto van Lenneke Vaandrager

Lenneke Vaandrager

Lenneke Vaandrager is universitair hoofddocent Gezondheid & Maatschappij aan de Wageningen Universiteit. Zij werkt al lange tijd aan het thema gezonde leefomgeving, altijd met nadruk op het sociale verhaal: inclusie, participatie en meedoen. Vanuit het programma Partigan en opvolgende initiatieven stimuleert zij duurzame burgerbewegingen. Haar grootste uitdaging is om voorbij projectmatige financiering te komen, zodat initiatieven niet verdwijnen maar juist blijven groeien en bijdragen aan een langdurige beweging van onderop.

Waar staan we over 10 jaar?

Een gezonde leefomgeving realiseren vraagt om meer dan goede bedoelingen of losse projecten. Vertrouwen, gelijkwaardigheid en continuïteit zijn de sleutel tot succes. Gemeenten die dit omarmen, profiteren niet alleen van wetenschappelijke inzichten, maar vooral van de energie en creativiteit van bewoners.

'Over tien jaar hoop ik dat de vele Living Labs en consortia die nieuwe instrumenten en modellen ontwikkelen, beter op elkaar zijn afgestemd', benadrukt Gevers. 'Praktische tools zoals de RuimteGIDS moeten continu worden verbeterd en verspreid, maar dat vraagt om structurele samenwerking en afstemming met andere initiatieven en netwerken. Belangrijk is daarbij het benutten van verschillende soorten kennis: ervaringskennis (van bewoners), wetenschappelijke kennis en praktijkkennis (van professionals). Het doel is dat deze instrumenten effectief zijn, niet te generiek, maar ook toepasbaar op lokaal niveau binnen specifieke contexten.'

Vaandrager voegt daaraan toe dat we veel kunnen leren van de werkwijzen van groene burgerinitiatieven, met hun focus op leefwerelden, langdurige processen en verbindende rollen. 'Het gaat om vertrouwen, verbinding en menswaardige samenwerking: niet alleen projecten uitvoeren, maar echt samen kijken naar mogelijkheden en interesses van mensen zelf, iets waar burgerinitiatieven vaak in uitblinken.'

Bekijk de RuimteGIDS

Colofon
Auteur:
Maite Gadellaa
Fotografie:
Eigen beeld Dorus Gevers, eigen beeld Lenneke Vaandrager
Redacteur:
ZonMw