Kijk naar de jongeren
Welke effecten hadden de coronapandemie en de gerelateerde maatregelen op de gezondheid van de Nederlandse bevolking? Deze vraag stond centraal in het deelprogramma Gezondheidsonderzoek bij rampen COVID-19 (2021 – 2025).
Tijdens de coronapandemie hebben alle GGD’en in Nederland binnen dit deelprogramma een extra ronde gezondheidsmonitors uitgevoerd. Chantal Kenens en Leonie de Bruijne zijn onderzoeker publieke gezondheid bij respectievelijk GGD Zuid-Holland Zuid en GGD Zeeland.
De GGD (Corona) Gezondheidsmonitors, een onderdeel van het deelprogramma GOR-COVID-19, zijn uitgevoerd door alle 25 GGD’en in Nederland in samenwerking met GGD GHOR Nederland en het RIVM. Doordat alle GGD’en de monitors op dezelfde manier uitvoeren, kunnen de resultaten op landelijk, regionaal en lokaal niveau worden vergeleken.
Een belangrijke bevinding uit de GGD (Corona) Gezondheidsmonitors is dat van de verschillende leeftijdsgroepen van de Gezondheidsmonitors (jeugd, jongvolwassenen, volwassenen en ouderen) de jongvolwassenen de meeste zorgen baren. Zij ervaren sinds de coronapandemie meer angst, stress en depressieve gevoelens, en hebben vaker suïcidale gedachten.
Hoe komt het dat jongeren zich sinds de coronapandemie minder gelukkig voelen?
Kenens: ‘Cijfers en getallen zeggen weinig over oorzaken van trends. Daarom is landelijk verdiepend kwalitatief onderzoek uitgevoerd onder jongeren. De lockdowns hebben invloed gehad; in een cruciale levensfase hebben zij minder sociale interacties gehad. Na corona zijn de cijfers wat verbeterd, maar ze zijn nog steeds hoger dan voor corona’.
De Bruijne: Op gebied van eenzaamheid was er in Zeeland al voor corona sprake van een negatieve trend in vergelijking met het gemiddelde in Nederland. Wij hebben een kwalitatief vervolgonderzoek gedaan bij Zeeuwse jongvolwassenen. Centraal stond de vraag hoe zij werken aan hun eigen welbevinden en wie of wat daarbij kan helpen. Hieruit blijkt dat ze in hun omgeving weinig mogelijkheden zien om hun zorgen te delen en mensen te ontmoeten die met hen meedenken. Het zou hen helpen als ze meer gezien en gehoord worden.
Wat waren nog meer opvallende bevindingen van de GOR-COVID-19 monitor binnen jullie eigen regio?
Kenens: De vragenlijst is voor alle 25 GGD-en exact hetzelfde. Maar elke GGD kan de lijst naar eigen inzicht aanvullen met regionale vragen. Zo hebben wij in Zuid-Holland Zuid aan leerlingen gevraagd waar zij zélf meer over zouden willen weten. Daar liggen volgens ons namelijk kansen om de zorg voor jongeren te verbeteren. De thema’s goed slapen en omgaan met stress stonden met stip bovenaan, zowel in 2021 als in 2023.
De Bruijne: In Zeeland hebben wij aanvullende vragen opgenomen over de acceptatie van homo- en transpersonen. Uit de Gezondheidsmonitor Jeugd blijkt dat onder Zeeuwse jongeren de acceptatie van homo- en transseksualiteit daalt. We zien een sterke afname.
De mentale gezondheid van Zeeuwse jongeren vraagt om gezamenlijke actie én een nieuwe manier van samenwerken tussen gemeenten, onderwijs, kinderopvang, zorg en welzijn.
Wat heeft het onderzoek opgeleverd voor beleid en praktijk in jullie regio?
De Bruijne: De mentale gezondheid van Zeeuwse jongeren vraagt om gezamenlijke actie én een nieuwe manier van samenwerken tussen gemeenten, onderwijs, kinderopvang, zorg en welzijn. Daarvan zijn de beleidsmakers in de regio zich bewust.
Kenens: De resultaten van de verschillende Gezondheidsmonitors zijn gedeeld in gemeenten, overlegstructuren, symposia en themabijeenkomsten. Ze gaven input voor beleid. Met name naar het onderwerp mentale gezondheid was veel vraag ten tijde van corona.
Hoe verliep de regionale samenwerking tijdens de GOR-COVID-19 monitoren?
De Bruijne: Voordat de Gezondheidsmonitor Jeugd wordt uitgevoerd, sluiten we ter voorbereiding aan bij schooloverleggen: ‘Jongens, hij komt er weer aan.’ Scholen stonden achter deze extra GOR-COVID-19 editie en werkten graag mee. Jongvolwassenen bereik je het best via sociale media. Communicatieadviseurs van Zeeuwse gemeenten hebben voor ons daarvoor wervingscampagnes opgezet. Er was een goede samenwerking.
Kenens: Scholen ontvangen hun eigen schoolfactsheet met zowel resultaten als adviezen. De Gezonde Schooladviseur van de GGD en de jeugdverpleegkundige van de school bespreken de resultaten op scholen na. De verpleegkundige kent de leerlingen en de Gezonde Schooladviseur kent de mogelijke interventies. Het is een gouden combinatie. De samenwerking helpt om passende interventies in te zetten gebaseerd op de onderzoeksresultaten en naar behoefte van de school.
De samenwerking helpt om passende interventies in te zetten gebaseerd op de onderzoeksresultaten en naar behoefte van de school.
Hoe hebben jullie de landelijke samenwerking ervaren?
Kenens: We vullen elkaar mooi aan. De overkoepelende landelijke organisaties maken – in overleg met ons – de vragenlijst en doen veel voorbereidend werk, dat de GGD-en op eenzelfde wijze inzetten in de uitvoering van de diverse monitors. De GGD-en zijn vooral praktisch ingesteld. Wij wijzen er bijvoorbeeld op dat een vragenlijst voor de Gezondheidsmonitor Jeugd binnen één lesuur moet passen.
Zouden jullie bij een volgende pandemie of crisis opnieuw een extra editie van de Gezondheidsmonitor inzetten?
Kenens: Deze monitoren laten belangrijke landelijke trends zien, dus ja, zeker. Tegelijkertijd zijn het tijdrovende onderzoeken met een doorlooptijd van anderhalf jaar waarvan je relatief laat resultaten in handen hebt. Het RIVM voerde eveneens in het kader van het GOR-COVID-19 onderzoek vier keer per jaar een onderzoek uit via RIVM panels. De meeste GGD-en hebben een inwonerspanel. Inzet daarvan biedt in nieuwe crisissituaties ook kansen, omdat panels relatief snel kunnen worden ingezet.
De Bruijne: Een vragenlijstonderzoek in het kader van GOR is wel degelijk nuttig. Het is een belangrijk signaleringsinstrument.
Wat is jullie belangrijkste boodschap uit de GOR COVID-19 monitor?
Kenens: Naast het bespreken van de resultaten in diverse gremia, blijft het belangrijk om direct al praktische adviezen mee te geven in onderzoeksresultaten. Bijvoorbeeld aan scholen, die vaak heel druk zijn. Wij reiken hen kant-en-klaar mogelijkheden voor initiatieven aan. Dat vergroot de kans dat zij er iets mee doen. Uiteindelijk gaat het om de te behalen gezondheidswinst voor onze inwoners.
De Bruijne: Er ligt veel focus op de vergrijzing en de zorg voor ouderen. We vergeten dat een deel van het antwoord ligt bij zorg voor jongeren. Zij moeten over een paar jaar werken, opvoeden én mantelzorgen. Hoe gaan zij dat doen als hun mentale gezondheid nu al onder druk staat? Kijk naar dié groep. Dat is mijn boodschap.