Wat heeft u als naaste nodig? Over het gesprek dat nog niet vanzelfsprekend is
Naasten zijn onmisbaar in de palliatieve zorg, maar hun eigen behoeften blijven soms onderbelicht. Met de COM-interventie willen we naasten en zorgverleners helpen die behoeften tijdig te bespreken. Ons project onderzoekt wat nodig is om deze aanpak duurzaam toe te passen.
Nog onvoldoende gezien en gehoord
Hoe gaat het met u? Het lijkt een eenvoudige vraag. Toch wordt die lang niet altijd gesteld aan de partner, dochter of vriend die dagelijks voor een naaste zorgt, meeleeft en zich zorgen maakt.
Door een tekort aan zorgprofessionals en budgetbeperkingen wordt een steeds groter beroep gedaan op naasten, zowel thuis als in zorginstellingen zoals verpleeghuizen en hospices. Van hen wordt steeds meer verwacht: zij nemen zorgtaken op zich en dragen vaak grote zorgen met zich mee. De zorg voor een naaste kan mooi en waardevol zijn, maar ook zwaar. Naasten voelen zich niet altijd voldoende voorbereid op wat er op hen afkomt en lopen risico op overbelasting.
Zorgverleners willen naasten graag ondersteunen
Zorgverleners willen naasten graag ondersteunen. Maar in de praktijk is dat niet altijd gemakkelijk. Hoe ga je zo'n gesprek aan? En hoe kom je te weten waar iemand behoefte aan heeft? Uit ons eerdere onderzoek blijkt dat zorgverleners naasten vaak ondersteunen op basis van ervaring en gevoel. Een systematische aanpak ontbreekt hierbij. Daardoor kunnen ondersteuningsbehoeften gemakkelijk over het hoofd worden gezien.
De COM-interventie
In Nederland is de COM-interventie ontwikkeld: Communicatie over Ondersteuningsbehoeften van Mantelzorgers. De interventie is gebaseerd op de Britse Carer Support Needs Assessment Tool Intervention (CSNAT-I). De kracht van COM zit vooral in de manier waarop deze wordt gebruikt. De naaste krijgt een overzicht met 15 gebieden waarop ondersteuning nodig kan zijn, bijvoorbeeld bij het omgaan met de ziekte, praktische zaken, gevoelens of het vinden van tijd voor zichzelf.
De naaste bepaalt welke onderwerpen belangrijk zijn. In gesprek met de zorgverlener wordt verkend wat er speelt, wat kan helpen en wie daarbij iets kan betekenen. Dit leidt tot een gezamenlijk ondersteuningsplan. COM is daarmee geen vragenlijst, maar een hulpmiddel om het gesprek over ondersteuningsbehoeften van naasten te voeren.
Van goede interventie naar dagelijkse praktijk
De COM-interventie maakt inmiddels onderdeel uit van de Oog voor Naasten en Nabestaanden-toolbox. Toch wordt de interventie nog niet breed en duurzaam toegepast in de dagelijkse zorg. En precies daar richt ons project ‘Implementatie van de CSNAT-COM interventie voor mantelzorgers’ zich op. Want een interventie kan op papier nog zo goed zijn: in de praktijk moet deze passen bij de mensen die ermee werken, de organisatie en de zorgcontext.
Daarom voeren we de COM-interventie in verschillende zorgomgevingen in. We werken met 3 thuiszorgteams in zowel stedelijke als landelijke gebieden. Daarnaast doen een hospice en een beademingsafdeling in een verpleeghuis mee. Zo onderzoeken we de implementatie in verschillende vormen van palliatieve zorg. We doen dit samen met Hogeschool Rotterdam, MantelzorgNL en Erasmus MC. Zij adviseren over de implementatie, borging en opschaling van de interventie en sturen waar nodig bij. Zo brengen we kennis uit onderzoek, onderwijs en de dagelijkse praktijk bij elkaar. Ook werken we nauw samen met de Britse ontwikkelaars en internationale groep onderzoekers van de CSNAT-I.
Het implementatieproces
In ons onderzoek staat niet zozeer de werking van de COM-interventie centraal, maar vooral de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat zorgverleners deze interventie daadwerkelijk en blijvend toepassen. Welke factoren bevorderen de implementatie en welke belemmeringen komen zij in de dagelijkse praktijk tegen? Daarom volgen we het implementatieproces volgens 5 stappen: van oriëntatie en inzicht tot acceptatie, verandering, behoud en uiteindelijk borging in de dagelijkse praktijk. Daarbij kijken we naar factoren binnen zorgteams, organisaties en de bredere zorgcontext. We nemen individuele en groepsinterviews af met zorgverleners en naasten. Ook doen we een documentanalyse waarin we gegevens verzamelen zoals het aantal zorgverleners dat is getraind en het aantal naasten dat de interventie heeft ontvangen. Bevindingen uit ons eerdere project Samen Optrekken helpen ons hierbij, bijvoorbeeld bij het bespreken van opvattingen over naastenondersteuning.
Daarnaast evalueren we de implementatie aan de hand van 10 aandachtspunten uit eerder Brits implementatieonderzoek naar de CSNAT-I. Zo brengen we in kaart of naasten structureel in beeld zijn, hun ondersteuningsbehoeften worden besproken en vastgelegd en of zorgverleners voldoende zijn toegerust om naastenondersteuning duurzaam onderdeel van de zorg te maken.
Van vragen naar passende ondersteuning
Uiteindelijk gaat dit project over meer dan een tool of een implementatieplan. Het gaat vooral over hoe we naar naasten kijken. Een naaste is niet alleen degene die helpt bij de zorg, het is ook iemand die zelf ondersteuningsbehoeften kan hebben. Door daar gericht naar te vragen, ontstaat ruimte voor een ander gesprek. Misschien begint dat wel met dezelfde eenvoudige vraag waarmee deze blog begon: Hoe gaat het met u? Van daaruit kunnen vragen volgen als: Wat is voor u belangrijk? Wat heeft u nodig?
De inzichten uit ons onderzoek vertalen we naar praktische handvatten waarmee andere zorgorganisaties zelf aan de slag kunnen. Denk aan hulpmiddelen voor scholing, invoering en borging van de interventie. Ook krijgen de opgedane kennis en ervaringen een plek in het onderwijs, bijvoorbeeld in onderwijsmaterialen, praktijkopdrachten en casuïstiek.
Zo willen we bijdragen aan palliatieve zorg waarin niet alleen de patiënt, maar ook de naasten tijdig worden gezien en ondersteund.
Contact
Wilt u meer weten over de COM-interventie? Dan kunt u contact opnemen met Yvonne Becqué, projectleider, verpleegkundige en gezondheidswetenschapper.
ZonMw en mantelzorg
Met ons programma Palliantie zetten we ons in voor een goede kwaliteit van leven voor mensen die ongeneeslijk ziek zijn. Naast aandacht voor het ondersteunen van de patiënt, hebben we oog voor de positie van de mantelzorger en naaste. Wij zetten in op samenwerking tussen mantelzorger en zorgverlener bij de zorg voor een patiënt. En op onderzoek naar ondersteuning van overbelasting, morele dilemma’s en rouw.