Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

‘De oogst van TZO is duidelijk’

Slotbijeenkomst Topspecialistische Zorg en Onderzoek (TZO)
Laatst aangepast:

Het programma TZO gaat richting de afronding. Tijdens de slotbijeenkomst presenteerden de vertegenwoordigers vanuit alle projecten wat de TZO-subsidie heeft opgeleverd, wat er is gedaan, en vooral: wat is er nodig om het in stand te houden? De aanbevelingen vanuit het evaluatieonderzoek TOpzorg VERzilveren (‘TOVER’) werden ook gepresenteerd.

De evaluatie van het TopZorg-programma heeft in 2017 al laten zien dat de combinatie van topspecialistische zorg, onderzoek en onderwijs en opleiding buiten umc’s maatschappelijke meerwaarde heeft. De financiering blijft daar echter bij achter, wat een groot gevoel van oneerlijkheid oproept. Zo schetste Cathy van Beek, voorzitter van de TZO-programmacommissie van ZonMw. In 2019 is het vervolgprogramma TZO gestart. Binnen dit programma is, binnen de bestaande kaders van het zorgstelsel, gezocht naar duurzame bekostiging van deze zorg. 

De programmacommissie heeft in 2 subsidierondes in totaal 10 topspecialistische functies geselecteerd die vanuit het programma TZO zijn gefinancierd. Ieder van deze topspecialistische functies bestaat uit een overkoepelende visie gericht op infrastructuur en een aantal onderling samenhangende onderzoekslijnen. Deze projecten hebben er niet alleen toe geleid dat de zorg voor verschillende patiëntgroepen naar een hoger niveau is getild, schetste de programmavoorzitter. Ook is onderzoek en innovatie sterker verweven geraakt met de klinische zorg. Daarbij heeft patiëntparticipatie meer aandacht gekregen, en zijn er meer samenwerkingsverbanden ontstaan, zowel nationaal als internationaal. 

Positieve uitkomsten

De 10 topspecialistische functies presenteerden hun (tussentijdse) positieve resultaten en opbrengsten:

1 / 9

Positieve uitkomsten

Het Catharina Hartcentrum ontwikkelde een oplossing om al in de ambulance de triage voor hoog-risicopatiënten met coronaire aandoeningen te kunnen verrichten. Maar ook kwam het Hartcentrum met een leefstijlprogramma dat op 15 verschillende parameters de belangrijkste factoren beïnvloedt. 'We zijn erg content met de resultaten',  concludeerde Dennis van Veghel, zorgmanager van het Hart- en Vaatcentrum van het Catharina Ziekenhuis.

2 / 9

Vooruitgang geboekt

Paul Cremers van Maastro liet zien hoe in Maastricht dankzij het TZO-programma binnen de radiotherapie op verschillende fronten vooruitgang is geboekt. Zowel op overkoepelende thema’s als patiëntparticipatie, onderzoeksinfrastructuur en datadelen, als op zorgspecifieke doelen. Dat heeft geleid tot preciezer bestralen, orgaansparende behandelingen en betere voorspellingsmodellen. 'Een hele mooie route, die heeft geleid tot echte innovatie en een stevige onderzoeksinfrastructuur.'

3 / 9

Nieuwe richtlijnen

Het TZO-programma voor de behandeling van complexe endeldarmkanker in het Catharina Ziekenhuis heeft geleid tot nieuwe richtlijnen, landelijke samenwerking in netwerken en multidisciplinaire overleggen, en integratie van zorgpaden en onderzoek. 'Je kunt je niet voorstellen dat je dit ooit gaat terugdraaien', besloot oncologisch chirurg Harm Rutten zijn presentatie.

4 / 9

Essentiële functie

Het Antonius Ziekenhuis vervult een essentiële functie rond interstitiële longziekten. Jaarlijks melden zich zo’n 3400 patiënten met een van de 200 aandoeningen binnen deze groep van zeldzame aandoeningen. Het expertisecentrum voor interstitiële heeft een biobank opgezet en heeft onderzoekslijnen voor sarcoïdose en longfibrose. Via videoconferencing krijgen verwijzende artsen advies; daarnaast heeft Antonius samen met patiënten Eurosarcoidosis opgezet, een Europees netwerk om onderzoek te stimuleren, want er is nog geen evidence based richtlijn voor behandeling van deze aandoeningen.

5 / 9

Duw in de rug

'Het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis heeft over de jaren diepgang en focus kunnen opbouwen', vertelde neurochirurg Geert-Jan Rutten. Met het TZO-programma werkt het ETZ aan verbetering van het gepersonaliseerd zorgpad voor patiënten met een hersentumor. “Dit programma heeft ons echt een flinke duw in de rug kunnen geven.' Dat betekent: betere voorspelmodellen, geavanceerde beeldvorming, en daarmee verbetering van besluitvorming met de patiënt. Het protocol dat in ETZ is ontwikkeld, wordt nu landelijk uitgerold. 'We hopen dat we door kunnen gaan en dit verder kunnen uitdragen.'

6 / 9

Co-creatie met patiënten

Gynaecoloog Guid Oei van Maxima MC liet zien dat dankzij TZO het programma Birthscreen heeft geleid tot veilige, effectieve en familiegerichte geboortezorg. Innovaties, in co-creatie met patiënten ontwikkeld, leveren een nieuwe manier op om bay en moeder tijdens de zwangerschap te monitoren. Dat voorkomt complicaties en onnodige keizersneden. 'Maar hoe gaan we dit continueren in de toekomst?'

7 / 9

Unieke aanpak

Zowel de diagnose als de behandeling verbeteren. Daar is volgens Noël Keijsers het TZO-project van Loopexpertisecentrum van de Maartenskliniek op gericht. 'Uniek in onze aanpak is de actieve participatie van patiënten, waarbij patiënten zelfs mee publiceren.'

8 / 9

Forse impuls

Het Rotterdamse Oogziekenhuis heeft de TZO-subsidie voor 3 zorgpaden ingezet, lichtte Elise van der Steen toe. 'De subsidie heeft een forse impuls gegeven aan de patiëntenparticipatie.' 

9 / 9

Het Brandwondencentrum heeft met TZO-geld projecten opgezet in de wond-, de operatie- en de nazorgfase. Dat gebeurt in consortiumverband, met Groningen en Beverwijk. De subsidies lopen nog door tot volgend jaar, 'maar de borging van de financiering houdt ons behoorlijk bezig', erkende Carine van Schie, 'want we willen dit graag behouden. Maar een oplossing hebben we tot nu toe niet gevonden.'

Inventarisatie en aanbevelingen

Vanuit het evaluatieproject TOVER deden onderzoekers vanuit IQ Health samen met ESHPM onderzoek naar de kwestie: hoe deze zorg duurzaam te bekostigen. Niek Stadhouders doet namens de projectgroep verslag van de aanbevelingen. Hun onderzoek maakt duidelijk dat de subsidie voor het continueren en verbeteren van topspecialistische zorg ook voor de lange termijn effect heeft en veel heeft opgeleverd: meer complexe zorg, meer publicaties, meer samenwerking, ‘spill over’ naar andere disciplines in het ziekenhuis. Maar ook: 'Subsidie is essentieel voor continuïteit.'

Op basis van hun onderzoek komen ze tot 4 aanbevelingen:

  1. Verken de mogelijkheden en wenselijkheid om een vrij onderhandelbare add-on voor topspecialistische zorg op de DBC-structuur te ontwikkelen;
  2. Voorzie in beschikbaarheidsbekostiging voor vaste zorggerelateerde kosten die volgen uit een aanzienlijke bovenregionale tertiaire verwijsfunctie;
  3. Voorzie in beschikbaarheidsbekostiging voor een vaste onderzoeksinfrastructuur binnen topspecialistische instellingen;
  4. Maak het mogelijk voor topspecialistische centra om op te treden als hoofdaanvrager bij onderzoek subsidies.

Verschillende oplossingsrichtingen, maar volgens Stadhouders geldt hoe dan ook: 'Dit kan niet budgetneutraal, ergens moet geld vandaan komen.' In de gesprekken voor de inventarisatie had hij bij zorgverzekeraars ‘veel bereidheid’ geproefd om mee te denken. 'Ze zien de meerwaarde van deze zorg.' Stadhouders benoemd in zijn presentatie ook de uitdagingen in het implementatietraject. Want de voorgestelde maatregelen zullen niet eenvoudig te realiseren zijn. 

De uitkomsten voor de kwaliteit van leven van de patiënt zijn enorm. Het zou zonde zijn als het hiermee stopt.
Eveliene Manten
Directeur, AYA Zorgnetwerk

Patiëntenperspectief

Na afloop van de presentaties vond er een paneldiscussie plaats met vertegenwoordigers vanuit diverse brancheorganisaties (NVZ, STZ en NFU). De onderzoeksopdracht was om de mogelijkheden voor structurele borging van de topspecialistische functie te onderzoeken ‘binnen de bestaande kaders van het zorgstelsel’ te onderzoeken. Dat riep in de paneldiscussie wel een fundamentele vraag op: als dit niet in het zorgstelsel past, hoe kunnen we dan het stelsel aanpassen, zodat het wel kan. Zou het systeem niet eens tegen het licht gehouden moeten worden?

Eveliene Manten nam deel als pleitbezorger vanuit het patiëntenperspectief. Het was haar opgevallen dat in het rapport het woord ‘patiënt’ 9 keer werd genoemd, en altijd in combinatie met het woord ‘duur’. Zij bepleite daarom de waarde en opbrengst voor zowel de patiënten als voor de maatschappij te benadrukken in het rapport: 'Je investeert in de zorg, maar dat betaalt zich terug in andere domeinen.' Cathy van Beek erkende dat de ‘return on investment’ heel groot is. 'De uitkomsten voor de kwaliteit van leven van de patiënt zijn enorm. Het zou zonde zijn als het hiermee stopt.'

Afbeelding
TZO

Samenwerking met umc’s

In de paneldiscussie benadrukten de deelnemers vooral de samenwerking met umc’s. In hoeverre verschillen de TZO-projecten nu van wat er in de umc’s gebeurt, wilde Dennis van Veghel weten. Frank de Bos, die namens de NFU in het panel zat, zag veel overeenkomsten. Hij gaf wel aan dat bij het onderzoek in de umc’s het zwaartepunt meer op fundamenteel onderzoek ligt. 'Maar in het zorglandschap is ruimte voor zowel STZ-ziekenhuizen als de umc’s, ze zijn complementair. Zoek bijvoorbeeld synergie in het gebruik van onderzoeksinfrastructuur.  Want het is duur om dat zelf te gaan ontwikkelen.'

Harm Rutten, Catharina Ziekenhuis onderstreepte dat er geen groot verschil is tussen de umc’s en de topspecialistische ziekenhuizen. 'Er is geen sprake van een kloof. Soms is onze expertise zelfs groter en zijn de perifere ziekenhuizen zelfs in the lead.' Over de samenwerking met de umc’s passeerden uiteenlopende suggesties de revue. 'TZO laat zien dat belangrijk onderzoek in niet-academische ziekenhuizen gebeurt”, zei Ilon Metaal namens de STZ. 'Dus denk na hoe je kunt samenwerken.' Wievenlien Punt, de vertegenwoordiger van de NVZ, noemde de optie om te onderzoeken of de beschikbaarheidsbijdrage academische zorg ingezet kan worden voor topspecialistische zorg binnen het netwerk van de umc’s. Want zoals blijkt uit de TZO-projecten levert de integratie van onderzoek en zorg veel op. 

Het evaluatierapport, besloot voorzitter van de programmacommissie Cathy van Beek, kan zeker helpen om duidelijk te maken wat deze zorg oplevert en wat de bijdrage is aan de opdracht om te zorgen voor passende zorg. 'De oogst van TZO is duidelijk.'

Vervolg na bijeenkomst

Eind 2024 levert de projectgroep TOVER het definitieve rapport aan bij ZonMw. Het rapport zal via het ZonMw-bestuur worden aangeboden aan de opdrachtgever van het programma, het ministerie van VWS. Verdere besluitvorming ligt bij Volksgezondheid Welzijn en Sport. Het rapport wordt op een later moment verspreid. 

Tekst: Jasper Enklaar 
Beeld: Thomas Duiker