‘De oogst van TZO is duidelijk’
Het programma TZO gaat richting de afronding. Tijdens de slotbijeenkomst presenteerden de vertegenwoordigers vanuit alle projecten wat de TZO-subsidie heeft opgeleverd, wat er is gedaan, en vooral: wat is er nodig om het in stand te houden? De aanbevelingen vanuit het evaluatieonderzoek TOpzorg VERzilveren (‘TOVER’) werden ook gepresenteerd.
De evaluatie van het TopZorg-programma heeft in 2017 al laten zien dat de combinatie van topspecialistische zorg, onderzoek en onderwijs en opleiding buiten umc’s maatschappelijke meerwaarde heeft. De financiering blijft daar echter bij achter, wat een groot gevoel van oneerlijkheid oproept. Zo schetste Cathy van Beek, voorzitter van de TZO-programmacommissie van ZonMw. In 2019 is het vervolgprogramma TZO gestart. Binnen dit programma is, binnen de bestaande kaders van het zorgstelsel, gezocht naar duurzame bekostiging van deze zorg.
De programmacommissie heeft in 2 subsidierondes in totaal 10 topspecialistische functies geselecteerd die vanuit het programma TZO zijn gefinancierd. Ieder van deze topspecialistische functies bestaat uit een overkoepelende visie gericht op infrastructuur en een aantal onderling samenhangende onderzoekslijnen. Deze projecten hebben er niet alleen toe geleid dat de zorg voor verschillende patiëntgroepen naar een hoger niveau is getild, schetste de programmavoorzitter. Ook is onderzoek en innovatie sterker verweven geraakt met de klinische zorg. Daarbij heeft patiëntparticipatie meer aandacht gekregen, en zijn er meer samenwerkingsverbanden ontstaan, zowel nationaal als internationaal.
Positieve uitkomsten
De 10 topspecialistische functies presenteerden hun (tussentijdse) positieve resultaten en opbrengsten:
Inventarisatie en aanbevelingen
Vanuit het evaluatieproject TOVER deden onderzoekers vanuit IQ Health samen met ESHPM onderzoek naar de kwestie: hoe deze zorg duurzaam te bekostigen. Niek Stadhouders doet namens de projectgroep verslag van de aanbevelingen. Hun onderzoek maakt duidelijk dat de subsidie voor het continueren en verbeteren van topspecialistische zorg ook voor de lange termijn effect heeft en veel heeft opgeleverd: meer complexe zorg, meer publicaties, meer samenwerking, ‘spill over’ naar andere disciplines in het ziekenhuis. Maar ook: 'Subsidie is essentieel voor continuïteit.'
Op basis van hun onderzoek komen ze tot 4 aanbevelingen:
- Verken de mogelijkheden en wenselijkheid om een vrij onderhandelbare add-on voor topspecialistische zorg op de DBC-structuur te ontwikkelen;
- Voorzie in beschikbaarheidsbekostiging voor vaste zorggerelateerde kosten die volgen uit een aanzienlijke bovenregionale tertiaire verwijsfunctie;
- Voorzie in beschikbaarheidsbekostiging voor een vaste onderzoeksinfrastructuur binnen topspecialistische instellingen;
- Maak het mogelijk voor topspecialistische centra om op te treden als hoofdaanvrager bij onderzoek subsidies.
Verschillende oplossingsrichtingen, maar volgens Stadhouders geldt hoe dan ook: 'Dit kan niet budgetneutraal, ergens moet geld vandaan komen.' In de gesprekken voor de inventarisatie had hij bij zorgverzekeraars ‘veel bereidheid’ geproefd om mee te denken. 'Ze zien de meerwaarde van deze zorg.' Stadhouders benoemd in zijn presentatie ook de uitdagingen in het implementatietraject. Want de voorgestelde maatregelen zullen niet eenvoudig te realiseren zijn.
De uitkomsten voor de kwaliteit van leven van de patiënt zijn enorm. Het zou zonde zijn als het hiermee stopt.
Patiëntenperspectief
Na afloop van de presentaties vond er een paneldiscussie plaats met vertegenwoordigers vanuit diverse brancheorganisaties (NVZ, STZ en NFU). De onderzoeksopdracht was om de mogelijkheden voor structurele borging van de topspecialistische functie te onderzoeken ‘binnen de bestaande kaders van het zorgstelsel’ te onderzoeken. Dat riep in de paneldiscussie wel een fundamentele vraag op: als dit niet in het zorgstelsel past, hoe kunnen we dan het stelsel aanpassen, zodat het wel kan. Zou het systeem niet eens tegen het licht gehouden moeten worden?
Eveliene Manten nam deel als pleitbezorger vanuit het patiëntenperspectief. Het was haar opgevallen dat in het rapport het woord ‘patiënt’ 9 keer werd genoemd, en altijd in combinatie met het woord ‘duur’. Zij bepleite daarom de waarde en opbrengst voor zowel de patiënten als voor de maatschappij te benadrukken in het rapport: 'Je investeert in de zorg, maar dat betaalt zich terug in andere domeinen.' Cathy van Beek erkende dat de ‘return on investment’ heel groot is. 'De uitkomsten voor de kwaliteit van leven van de patiënt zijn enorm. Het zou zonde zijn als het hiermee stopt.'
Samenwerking met umc’s
In de paneldiscussie benadrukten de deelnemers vooral de samenwerking met umc’s. In hoeverre verschillen de TZO-projecten nu van wat er in de umc’s gebeurt, wilde Dennis van Veghel weten. Frank de Bos, die namens de NFU in het panel zat, zag veel overeenkomsten. Hij gaf wel aan dat bij het onderzoek in de umc’s het zwaartepunt meer op fundamenteel onderzoek ligt. 'Maar in het zorglandschap is ruimte voor zowel STZ-ziekenhuizen als de umc’s, ze zijn complementair. Zoek bijvoorbeeld synergie in het gebruik van onderzoeksinfrastructuur. Want het is duur om dat zelf te gaan ontwikkelen.'
Harm Rutten, Catharina Ziekenhuis onderstreepte dat er geen groot verschil is tussen de umc’s en de topspecialistische ziekenhuizen. 'Er is geen sprake van een kloof. Soms is onze expertise zelfs groter en zijn de perifere ziekenhuizen zelfs in the lead.' Over de samenwerking met de umc’s passeerden uiteenlopende suggesties de revue. 'TZO laat zien dat belangrijk onderzoek in niet-academische ziekenhuizen gebeurt”, zei Ilon Metaal namens de STZ. 'Dus denk na hoe je kunt samenwerken.' Wievenlien Punt, de vertegenwoordiger van de NVZ, noemde de optie om te onderzoeken of de beschikbaarheidsbijdrage academische zorg ingezet kan worden voor topspecialistische zorg binnen het netwerk van de umc’s. Want zoals blijkt uit de TZO-projecten levert de integratie van onderzoek en zorg veel op.
Het evaluatierapport, besloot voorzitter van de programmacommissie Cathy van Beek, kan zeker helpen om duidelijk te maken wat deze zorg oplevert en wat de bijdrage is aan de opdracht om te zorgen voor passende zorg. 'De oogst van TZO is duidelijk.'
Vervolg na bijeenkomst
Eind 2024 levert de projectgroep TOVER het definitieve rapport aan bij ZonMw. Het rapport zal via het ZonMw-bestuur worden aangeboden aan de opdrachtgever van het programma, het ministerie van VWS. Verdere besluitvorming ligt bij Volksgezondheid Welzijn en Sport. Het rapport wordt op een later moment verspreid.
Tekst: Jasper Enklaar
Beeld: Thomas Duiker