Deze programmalijn is onderverdeeld in 2 trajecten. Op deze pagina vindt u meer informatie over traject 1: ‘Kennisbevordering over de effectiviteit van psychosociale interventies die zijn opgenomen in de Databank Effectieve Interventies'

Doel en achtergrond

Er is kennis nodig om kinderen en gezinnen effectiever te kunnen ondersteunen en helpen bij opgroeien en opvoeden. Onderzoek in de afgelopen 10 jaar heeft veel inzicht opgeleverd in de werkzaamheid van afzonderlijke interventies. De resultaten zijn gebundeld in de publicatie ‘En… werkt het?’. In de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) staan ruim 200 programma’s voor hulp bij opgroeien en opvoeden en buiten die beschreven interventies worden er nog tal van interventies of varianten daarop in de praktijk uitgevoerd. Het is dan ook onmogelijk om alle losse interventies uitgebreid op effectiviteit te onderzoeken. En mocht het wel mogelijk zijn, dan is het nog niet de manier om de effectiviteit van de hulpverleningspraktijk te verbeteren. Welke hulpverlener kan in al die interventies goed geschoold worden en blijven? En wie gaat dat betalen. 

Hulpverleners bepalen daarom nu vaak op basis van hun eigen ervaring en – noodgedwongen - binnen de kaders van de gegeven ruimte, tijd en financiering wat ze wanneer, hoe en hoelang inzetten. Bovendien wordt een bewezen effectieve interventie maar zelden precies zo uitgevoerd zoals deze bedoeld, én dus onderzocht is. Het is van belang dat er meer kennis komt om hier goede keuzes in te kunnen maken.

Wat maakt dat een interventie werkt?

In de consortia van het ZonMw programma Effectief werken in de jeugdsector wordt daarom nu op een vernieuwde manier ingezet op effectiviteitsonderzoek. Doel van het onderzoek in de 6 consortia is niet zozeer om effectiviteitslag te maken op een aantal individuele interventies maar op een aantal grotere inhoudelijke thema’s. Het traject moet kennis opleveren over welke (delen van) interventies (wat), wanneer, bij wie en door wie het beste ingezet kan worden. Wat maakt eigenlijk dat een interventie werkt? Zodat de uitkomsten eraan bijdragen dat er in de praktijk nog effectiever gewerkt wordt en dat kinderen en gezinnen dus beter geholpen worden. Onderzoek naar de werkzame elementen van interventies vormt een centraal onderdeel in de aanpak van de consortia.

Fase 1 (voorstudie) en fase 2 (onderzoek) 

Als eerste heeft ZonMw in 2015 een subsidieoproep uitgezet voor het doen van een voorstudie (fase 1) door 6 onderzoeksconsortia. De 6 consortia hebben in fase 1 een voorstudie uitgevoerd en een kennisoverzicht gemaakt van de actuele stand van zaken van effectiviteitsonderzoek op elk van de 6 thema’s. 

De kennisoverzichten, opgeleverd mei 2015, gaven input over hoe een vervolgtraject eruit zou moeten zien om meer zicht te krijgen op wat werkt, wanneer, bij wie en door wie. De consortia pleiten ervoor om in fase 2 op zoek te gaan naar wat uiteenlopende interventies voor een bepaalde doelgroep bindt en dan vooral naar de werkzame elementen in die interventies. Tom van Yperen, Jan Willem Veerman en Germie van den Berg een begrippenkader voor werkzame elementen opgesteld. Bij de voorstudies hebben de 6 consortia is dit kader gehanteerd ter voorkoming van spraakverwarring.

Mede op basis van de voorstudies heeft ZonMw de 6 consortia uitgenodigd een subsidieaanvraag in te dienen voor fase 2, de onderzoeksfase. Het belangrijkste doel van fase 2 is om met meer empirische evidentie te komen tot het ‘indikken’ van de interventies binnen de 6 thema’s. Denk hierbij bijvoorbeeld aan onderzoek naar het opsporen van de (combinaties van) meest werkzame elementen van verschillende interventies. Maar ook aan het maken van een beperkt aantal overzichtelijke en hanteerbare pakketten van interventies of hoe en onder wat voor voorwaarden verschillende interventies of werkzame elementen slim en efficiënt met elkaar verbonden kunnen worden en daardoor effectiviteit, maatschappelijk bereik en publieke impact verhogen? De consortia gaan gedurende 3 jaar aan de slag met deze vervolgfase waarin het onderzoek te komen tot het ‘indikken’ van de interventies op de 6 thema's daadwerkelijk vorm zal krijgen. De onderzoeksprojecten van fase 2 zijn tussen februari en augustus 2016 van start gegaan. 

Uitwisseling en afstemming tussen de consortia

De 6 consortia doen op een vernieuwende wijze onderzoek naar de werkzaamheid van interventies. De meeste consortia voeren een mega‐analyse (of uitgebreide meta‐analyse) en micro-trials uit. De consortia werken veel samen en benutten elkaars kennis en ervaring. Veelal wordt gezamenlijk bekeken hoe de methodologie het beste uitgewerkt kan worden. Daarnaast wordt een deel van de interventies voor meerdere thema’s ingezet. Het is dus ook van groot belang dat de consortia afspraken maken over wie welke interventies onderzoekt en hoe dat precies gebeurt.

ZonMw ondersteunt deze uitwisseling door meerdere keren per jaar een projectleidersbijeenkomst te organiseren. Daarnaast zijn per consortium aandachtsfunctionarissen benoemd op een aantal overkoepelende onderwerpen, zoals kosteneffectiviteitsonderzoek, werkzame elementen/taxonomie, data analyse (meta- en mega-analyses), onderzoeksmethoden/designs en implementatie. Op deze manier kan er snel afgestemd en uitgewisseld worden.

Kosteneffectiviteitsonderzoek

Een van de onderwerpen die met de consortia gezamenlijk wordt opgepakt, is kosteneffectiviteitsonderzoek. Met de consortia wil ZonMw stappen zetten in het opstellen van een kader (standaardisatie) voor de methodologie van kosten-effectiviteit in de jeugdsector.

Daarvoor is in de eerste helft van 2016 een brede consultatie uitgevoerd naar kennishiaten op dit thema met zowel de consortia als met andere experts en stakeholders zoals gemeenten en praktijkinstellingen. Dit heeft een consultatiedocument opgeleverd, opgesteld door Carmen Dirksen en Silvia Evers (MUMC & UM).

In vervolg hierop heeft een multidisciplinair team een overzicht van de beschikbare meetinstrumenten voor kosteneffectiviteitsonderzoek in de jeugdsector opgesteld. Dit overzicht geeft een samenvatting van de bruikbaarheid en kenmerken van geschikte meetinstrumenten. De consortia participeerde in dit project.

In het project Maatschappelijke Agendering Effectief Werken in de Jeugdhulp worden de kennis en aanbevelingen in dit rapport toegankelijk en bruikbaar gemaakt voor gemeentes, beleidsmakers en behandelaars.

Werkzame elementen

De kennis en ervaring die in de consortia opgedaan wordt rond onderzoek naar werkzame elementen wordt gebruikt om dit onderwerp verder uit te werken en meer op de kaart te zetten. Naast het begrippenkader is er bijvoorbeeld gewerkt aan een breed gedragen taxonomie (scoringslijst voor potentieel werkzame elementen waarop interventies gescoord kunnen worden) waarin de werkzame elementen benoemd zijn.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website