Onderzoek naar effectieve hulp bij kindermishandeling
Gedegen onderzoek naar de vraag ‘wat werkt voor wie?’ is nodig om te kunnen werken aan maatwerk en gepersonaliseerde hulp bij kindermishandeling en huiselijk geweld. Onderzoek heeft al veel vragen beantwoord over effectieve hulp, maar er zijn ook nog duidelijke kennislacunes.
Onderzoek blijft nodig
Voor professioneel handelen zijn bruikbare en effectieve interventies van groot belang. Dankzij verschillende studies is van bepaalde vormen van hulp bij kindermishandeling en huiselijk geweld al meer bekend. Maar we weten nog niet alles. Door te zorgen voor een breder aanbod aan bewezen effectieve preventie en hulpverlening kunnen we tegemoetkomen aan de vraag naar hulp en ondersteuning van gezinnen. Daarom is continuïteit in onderzoek belangrijk.
Vragen uit de praktijk
Onderzoek naar wat voor wie werkt, en in welke situatie, is ook nodig voor gepersonaliseerde zorg in de aanpak van mishandeling en geweld. Het gaat om maatwerk, afgestemd op specifieke kenmerken, wensen en behoeften van kinderen en gezinnen. Tijdens 3 brainstormsessies van de ZonMw-programma’s Geweld hoort nergens thuis en Veilig opgroeien brachten professionals aandachtspunten voor onderzoek naar voren. Bijvoorbeeld: waarom is het vragen om hulp én het accepteren daarvan bij huiselijk geweld en kindermishandeling zo moeilijk? En hoe kunnen basisvoorzieningen als scholen, jeugdgezondheidszorg en kinderopvang daar beter op inspelen?
Gezamenlijke besluitvorming
Als er eenmaal een hulprelatie is, ontstaan in de praktijk vragen over de kwaliteit van de besluitvorming. Hoe is de gezamenlijke besluitvorming bijvoorbeeld te verbeteren binnen de dialoog met kinderen en opvoeders? En wat doet het organiseren van tegenspraak met de betrouwbaarheid en trefzekerheid van behandelbeslissingen? Tijdens de brainstormsessies kwamen deelnemers met verwante vragen voor onderzoek. Zoals: hoe kan de Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling nog beter gehanteerd worden en hoe kunnen we kinderparticipatie verbeteren?
Bewijzen van effectiviteit
Er zijn zeker al mooie voorbeelden van toepasbare kennis over effectieve hulp. Een ervan betreft een onderzoek van het Verwey-Jonker Insttituut naar zogeheten gezinsprofielen en bijpassende beschermingsarrangementen. Ieder gezin is anders, maar binnen alle diversiteit zijn ook verschillende patronen in geweld te herkennen. Elk van die patronen vergt een andere aanpak, ofwel: een ‘beschermingsarrangement’. De les: ga hierbij uit van de leefwereld van gezinnen, niet het systeem. Door de leefwereld centraal te stellen, kom je tot betere oplossingen waarbij de keuze voor interventies voortvloeit uit het gezinsprofiel.
Kennis uit cohortstudies
Of regio’s erin slagen om passende hulp te leveren, wordt duidelijk uit de 3 cohortstudies van het Verwey-Jonker Instituut. Door elke 2 jaar in 13 Veilig Thuis-regio’s ouders en kinderen te bevragen over de hulp die ze hebben gehad, wordt eens in de 4 jaar elke regio onderzocht. Dat geeft op landelijk en regionaal niveau zicht op hoe de aanpak kan verbeteren en geweld eerder en sneller te stoppen is. Uit het derde cohortonderzoek blijkt dat ‘intieme terreur’ een veelvoorkomend profiel is. Het betreft hier een ernstige vorm van partnergeweld die zich kenmerkt door een patroon van controle en dwang. De conclusie van de onderzoekers: al met al gaat de aanpak van huiselijk geweld steeds iets beter, maar tegelijkertijd duurt het in te veel relaties en gezinnen te lang voort.
‘Schadelijke praktijken’ voorkomen
Een ander voorbeeld is een studie naar zogeheten ‘schadelijke praktijken’ zoals kindhuwelijken, huisarrest en eergerelateerd geweld. Deze praktijken blijven nog te vaak onder de radar, maar eerstelijnsprofessionals en docenten kunnen een belangrijke rol spelen in het signaleren en bespreekbaar maken. De onderzoeksresultaten hebben inmiddels geleid tot tools en lespakketten voor scholen. De tools bieden basiskennis, helpen bij (vroegtijdige) signalering en bij het gesprek met mogelijke slachtoffers. Een infographic biedt basisinformatie over schadelijke praktijken en concrete tips voor een laagdrempelig gesprek.
Openstaande vragen
Er zijn dus al veel bruikbare resultaten uit onderzoek. Maar ook dergelijke resultaten worden niet automatisch in de praktijk ingezet. Het is een belangrijk vraagstuk wat hiervoor nog nodig is. Betrokkenen signaleren daarnaast diverse kennislacunes, die tijdens de brainstormsessies als relevante vragen naar voren kwamen. Hoe kun je bijvoorbeeld de bespreekbaarheid van kindermishandeling in het algemeen vergroten? Helpt meer aandacht voor (potentiële) geweldplegers om geweld te voorkomen of eerder te stoppen? Zijn er mogelijkheden om het taboe te doorbreken rond kinderen die zelf geweld gaan gebruiken? En wat is de meerwaarde van het betrekken van geweldplegers als ervaringsdeskundigen in onderzoek?
Voortdurend ontwikkelen
Er leven ook nog vragen over de concrete verbetering van de hulpverleningspraktijk. Hoe kom je bijvoorbeeld tot een goede keuze welke behandelingen je in specifieke gevallen inzet, en in welke volgorde? Verder geven deskundigen en professionals aan dat er in de praktijk een duidelijke behoefte is aan beter onderwijs over kindermishandeling. De suggestie kwam naar voren om begeleiding en/of leertherapie voor behandelaars op te zetten gedurende hun gehele loopbaan. Zodat mensen zich voortdurend blijven ontwikkelen om passende hulp te kunnen bieden aan kinderen en gezinnen.
Gerelateerde links
Colofon
Tekst: Marc van Bijsterveldt
Beeld: Hans Oostrum, Studio Oostrum