5 dementieconsortia krijgen 25 miljoen euro voor volgende onderzoeksfase
De 5 multidisciplinaire consortia van het Onderzoeksprogramma Dementie (OPD) krijgen een vervolg. Met 25 miljoen euro bouwen MODEM, NDPI, BIRD-NL, TAP-DEMENTIA en YOD-INCLUDED voort op de kennis, onderzoeksinfrastructuur en samenwerkingen uit hun eerste projectperiode. Ieder consortium zet daarbij een volgende stap binnen het eigen onderzoeksthema.
Een nieuwe fase voor de dementieconsortia
De 5 consortia zijn in 2022 gestart met financiering vanuit het OPD. In de afgelopen jaren hebben zij kennis opgebouwd, onderzoeksgegevens verzameld en samenwerkingen tussen onderzoekers, zorgprofessionals, mensen met dementie en andere betrokkenen versterkt. Met de tweede financieringsperiode kunnen zij deze basis verder uitbouwen en de stap zetten naar nieuwe inzichten en toepassingen.
De 5 consortia ontvangen gezamenlijk 25 miljoen euro voor een periode van maximaal 54 maanden, met een uiterlijke looptijd tot en met 31 december 2030.
5 consortia, 5 onderzoekslijnen
De 5 consortia richten zich ieder op een eigen onderwerp binnen het dementieonderzoek. MODEM onderzoekt de processen die een rol spelen bij het ontstaan van dementie. BIRD-NL en NDPI richten zich op het voorkomen van dementie: van het beter begrijpen van beïnvloedbare risicofactoren tot het ontwikkelen en toepassen van effectieve preventie. TAP-DEMENTIA werkt aan betere en meer persoonlijke diagnostiek en prognostiek. YOD-INCLUDED richt zich specifiek op jonge mensen met dementie en hun naasten.
MODEM-2: beter begrijpen hoe dementie ontstaat
Het consortium Mechanisms of Dementia (MODEM), onder leiding van prof. dr. Guus Smit, onderzoekt hoe dementie ontstaat en waarom ziekteprocessen tussen mensen verschillen. Het onderzoek richt zich op de ziekte van Alzheimer, frontotemporale dementie en vasculaire dementie. Onderzoekers combineren laboratoriumonderzoek, hersenscans en patiëntgegevens om nieuwe inzichten te krijgen in de processen die aan dementie ten grondslag liggen.
In MODEM-2 worden deze onderzoekslijnen verder verdiept. Zo wordt gewerkt met innovatieve celmodellen, waaronder organoïden*, en is er meer aandacht voor de rol van synapsen, zenuwnetwerken en de bloed-hersenbarrière. Ook worden grote datasets gecombineerd om nieuwe aanknopingspunten te vinden voor diagnostiek, prognose en de ontwikkeling van behandelingen.
* kleine, in het laboratorium gekweekte modellen van hersenweefsel
NDPI-2: dementie voorkomen, met oog voor gezondheidsverschillen
Het Nederlands Dementie Preventie Initiatief (NDPI), geleid door prof. dr. Edo Richard, richt zich op het verlagen van het risico op dementie door leefstijl en de leefomgeving te verbeteren. Daarbij is extra aandacht voor mensen met een lager inkomen of minder gunstige sociaaleconomische omstandigheden en mensen met een migratieachtergrond. Juist deze groepen hebben een verhoogd risico op dementie en worden minder goed bereikt met bestaande preventie.
NDPI-2 bouwt voort op de kennis en infrastructuur uit de eerste periode en richt zich sterker op toepassing en opschaling. Het consortium combineert een individuele aanpak, gericht op duurzame gedragsverandering, met een brede volksgezondheidsaanpak. Zo wordt onderzocht hoe gemeenten kunnen werken aan ‘hersengezonde gemeenschappen’ en hoe dementiepreventie beter kan worden ingebed in de Nederlandse zorg.
BIRD-NL-2: van risicofactoren naar effectieve preventiestrategieën
BIRD-NL, onder leiding van dr. Frank Wolters, onderzoekt welke beïnvloedbare factoren bijdragen aan het ontstaan van dementie en hoe deze kennis kan worden ingezet voor preventie. Het consortium combineert hiervoor gegevens van bijna 200.000 Nederlanders met zorgregistraties en kennis uit onderzoek, praktijk en samenleving. Zo ontstaat meer inzicht in wie een verhoogd risico heeft en welke factoren beïnvloedbaar zijn.
In BIRD-NL-2 worden de onderzoekslijnen verder ontwikkeld en sterker met elkaar verbonden. Er is onder meer aandacht voor nieuwe risicofactoren, zoals het immuunsysteem en cognitieve weerbaarheid, en voor betere voorspelling van het individuele risico. Daarnaast wordt onderzocht welke maatregelen voor de hele bevolking op lange termijn de meeste gezondheidswinst kunnen opleveren en gezondheidsverschillen kunnen verkleinen.
TAP-2: een diagnose die beter vertelt wat de toekomst brengt
Het consortium Tijdige, Accurate en gePersonaliseerde diagnose bij dementie (TAP-DEMENTIA), met dr. Betty Tijms als projectleider, richt zich op het verbeteren van diagnostiek en prognostiek. Mensen met cognitieve klachten krijgen vaak meerdere onderzoeken en testuitslagen, maar het is niet altijd duidelijk wat deze gezamenlijk betekenen voor hun dagelijks leven en toekomst. TAP wil deze informatie beter met elkaar verbinden.
In TAP-2 wordt gewerkt aan manieren om testresultaten te combineren tot een duidelijker en persoonlijker beeld van diagnose en prognose. Daarbij staat niet ‘zo vroeg mogelijk’ diagnosticeren centraal, maar een diagnose die aansluit bij het zorgpad en bij de vragen en zorgen van mensen en hun naasten. Zo kunnen zij beter begrijpen wat er aan de hand is en tijdig passende zorg en ondersteuning organiseren.
YOD-INCLUDED-2: betere herkenning en passende zorg voor jonge mensen met dementie
YOD-INCLUDED, onder leiding van prof. dr. Christian Bakker, richt zich specifiek op mensen die op jonge leeftijd dementie krijgen en hun naasten. In de eerste projectperiode bouwde het consortium een landelijke onderzoeks- en implementatie-infrastructuur op. Een belangrijk resultaat is de JMD-studie, waarin mensen met dementie op jonge leeftijd en hun naasten over langere tijd worden gevolgd.
In YOD-INCLUDED-2 wordt deze infrastructuur verder benut. Het cohort wordt uitgebreid naar minimaal 1.000 deelnemers en gebruikt voor onderzoek naar onder meer erfelijke en biologische factoren en processen die een rol spelen bij het ontstaan van dementie. Daarnaast werkt het consortium aan betere vroege herkenning en diagnostiek en aan passende, persoonsgerichte zorg en ondersteuning gedurende het hele zorgtraject.
Samenhang tussen de onderzoekslijnen
Hoewel de 5 consortia ieder een eigen focus hebben, staan ze niet los van elkaar. In de afgelopen jaren is een sterke kennisinfrastructuur ontstaan waarin onderzoekers, zorgprofessionals, mensen met dementie en andere betrokkenen samenwerken. Een tussenevaluatie van de kennis- en onderzoeksinfrastructuur in opdracht van ZonMw liet in 2024 zien dat er geen inhoudelijke dubbeling is tussen de consortia en dat er al korte lijnen bestaan tussen onderzoeksgroepen met aangrenzende thema’s.
Een gezamenlijke ambitie voor dementieonderzoek
De tweede financieringsperiode geeft de consortia de ruimte om deze samenwerking verder te versterken en kennis steeds beter met elkaar en met de praktijk te verbinden. Zo wordt verder gebouwd aan de gezamenlijke ambitie van het Onderzoeksprogramma Dementie: nieuwe kennis ontwikkelen die bijdraagt aan het voorkomen en behandelen van dementie en aan een betere kwaliteit van leven van mensen met dementie en hun naasten.