Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Landelijke begeleiding rond onbegrepen gedrag (BE-grip)

De partijen die via het Actieprogramma Grip op Onbegrip samenwerken, worden hierbij begeleid door een regioadviseur Zorg en Veiligheid. Ook is er een landelijk traject (BE-grip) gestart om de projecten binnen het actieprogramma te begeleiden en te monitoren. Zo worden de projecten ondersteund en kunnen zij van elkaar leren.

BE-grip: landelijke begeleiding en evaluatie

BE-grip is het landelijke begeleidings- en evaluatietraject van het Actieprogramma Grip op Onbegrip. Het doel van BE-grip is de diverse netwerken binnen het Actieprogramma te ondersteunen in hun leer- en verbeterprocessen. De ondersteuning wordt vormgegeven door een brede werkgroep waarvan Kenniscentrum Phrenos en Erasmus School of Health Policy and Management (ESHPM) de trekkers zijn.

Met dit project worden de samenwerkingsverbanden ondersteund die vanuit het Actieprogramma Grip op Onbegrip subsidie krijgen. Het doel is dat er een landelijk systeem ontstaat waarin men samen leert door te doen.

BE-grip in beeld (2023-2024)

In de afgelopen 1,5 jaar hebben de volgende begeleidingsactiviteiten plaatsgevonden:

  •  Workshoprondes over 4 uitdagingen rondom integrale samenwerking: 
  1. Werken aan positieve impact
  2. Gedeeld leiderschap
  3. Aansluiten bij de leefwereld
  4. Omgaan met schaarste 

Bekijk hier de Kennisclips per uitdaging

  • Regionale begeleiding op maat via onder andere de EffectenArena en input vanuit monitoring en theoretische kennis.
  • Ontwikkeling (kennis)producten: 
  1. Kennisclips over uitdagingen rondom integrale samenwerking 
  2. Overzicht beschikbare methoden & interventies 
  3. Factsheet 1 jaar BE-grip

De opzet van BE-grip

BE-grip zet in op het ondersteunen van diverse netwerken in hun leer- en verbeterprocessen. Het gaat om ondersteuning binnen en tussen netwerken op casus, regionaal, regio-overstijgend en landelijk niveau. De ondersteuning en begeleiding krijgen invulling vanuit verschillende expertises binnen de projectgroep en vanuit inzichten uit de monitoring en evaluatie. De begeleiding en monitoring vinden dus tegelijkertijd plaats. BE-grip is daarmee opgezet als actieonderzoek. We maken gebruik van de methode Reflexive Monitoring in Action (RMA) waarbij we vooral werken vanuit kwalitatieve data. We kozen voor deze vorm van actieonderzoek zodat we inzichten die we gaandeweg opdoen vanuit de monitoring direct kunnen implementeren in de begeleiding. Zo staat ook binnen BE-grip zelfs het leren en verbeteren centraal.

Aanleiding voor BE-grip

Sinds 2016 zijn er in heel Nederland verschillende initiatieven opgezet om de ondersteuning voor mensen met onbegrepen gedrag te verbeteren. De evaluatie van het vorige Actieprogramma Verward gedrag (2016-2021) liet zien dat het verbeteren van de ondersteuning voor mensen met onbegrepen gedrag een weerbarstige uitdaging is. Een uitdaging die verschillende individuele, bestuurlijke en organisatorische taken op lokaal, regionaal en nationaal niveau omvat. Het vinden van oplossingen is complex vanwege de betrokkenheid van vele belangen en perspectieven, met uiteenlopende visies op zowel het probleem als de oplossing. Daarom werd in de evaluatie aanbevolen om te werken aan systemen die gericht zijn op het beheersbaar maken van problemen door verbindingen te faciliteren tussen verschillende lagen, professionele domeinen, organisatiestructuren en financieringsstructuren. Het Actieprogramma Grip op Onbegrip en BE-grip zijn vanuit deze aanbevelingen opgezet.

De activiteiten van BE-grip

De begeleidings- en monitoringsactiviteiten krijgen vorm via:

  • Regio-overstijgende begeleiding 
    Deze vorm van begeleiding bestaat uit 7 workshops en 2 reflectiebijeenkomsten en een afsluitende bijeenkomst. Aan de bijeenkomsten nemen projectleiders van regionale netwerken uit het Actieprogramma deel. De workshops gaan over een gedeelde uitdagingen in het vormgeven van integrale samenwerking. Voorbeelden zijn uitdagingen rondom positieve impact, aansluiten bij de leefwereld en omgaan met schaarste.
  • Regionale begeleiding 
    Een aantal regionale netwerken uit het Actieprogramma ontvangt aanvullende begeleiding op maat. Begeleiding bestaat bijvoorbeeld uit het organiseren van EffectenArena’s (Verwey-Jonker Instituut), expertise Ervaringsdeskundigheid vanuit MIND, het gebruik van het Regiobeeld en ondersteuning bij overstijgend leren van casuïstiek (Centrum voor Consultatie en Expertise).
  • Landelijk leren 
    BE-grip draagt op verschillende manieren bij aan het versterken van het onderlinge leerproces tussen landelijk en regionaal niveau. Zo delen we belangrijke signalen en systeembelemmeringen uit de evaluatie met partijen die hiervoor landelijk aan zet zijn. Dit gebeurt via structurele en incidentele agendering bij bestaande overleggen, en via de periodieke overleggen met de kennis- en koepelorganisaties uit de brede werkgroep. Daarnaast werkt BE-grip aan de ontwikkeling van een ondersteunend digitaal platform.

Samenwerking binnen BE-grip

Om de doelen van het project te behalen, vormden we een brede werkgroep waarvan Kenniscentrum Phrenos en ESHPM de trekkers zijn. Aan de werkgroep nemen ook MIND, Verwey-Jonker, CCE, de Nederlandse ggz, VNG, Valente, Movisie, Trimbos-instituut, CCV en IVO/Platform 31 deel.

De verdeling van de taken en verantwoordelijkheden in de werkgroep is als volgt:

  • Kenniscentrum Phrenos is de kartrekker voor het vormgeven en uitvoeren van de begeleiding van de netwerken op alle niveaus.
  • ESHPM is verantwoordelijk voor de monitoring en evaluatie. Inzichten hieruit vormen input voor de begeleiding.
  • Verwey-Jonker Instituut werkt aan de ontwikkeling en uitvoering van de regionale en regio-overstijgende begeleiding. Onder andere via de EffectenArena.
  • CCE biedt aanvullende regionale begeleiding in regio’s rondom overstijgend leren van casuïstiek.
  • MIND ondersteunt zowel in de ontwikkeling als de uitvoering van de begeleiding. De focus van MIND binnen het project als geheel is het centraal blijven stellen van de mensen om wie het gaat en hun naast en hun naasten. Ook levert MIND expertise rondom de inzet van/samenwerking met ervaringsdeskundigen in netwerken.
  • Trimbos-instituut, de Nederlandse ggz, IVO/platform 31, Movisie, VNG, CCV en Valente werken mee aan de ontwikkeling van het digitale platform. Daarnaast geven zij mede-invulling aan de agendering van BE-grip bij relevante landelijke overlegtafels.

Contact 

We beantwoorden graag al uw vragen. Neem hiervoor contact met ons op via be-grip@kcphrenos.nl. Voor alle betrokkenen bij Grip op Onbegrip is er bovendien een LinkedIn groep: BE-grip: voor en door netwerken | Groepen | LinkedIn.

Regioadviseurs Zorg en Veiligheid

De regioadviseurs van het regioteam Zorg & Veiligheid (VNG) ondersteunen gemeenten en hun ketenpartners vraaggericht en proactief met domeinoverstijgende vraagstukken op het gebied van zorg, veiligheid en het sociaal domein.

Het is verstandig vóór het indienen van uw subsidieaanvraag contact op te nemen met uw regioadviseur. Zij kunnen waar nodig partijen met elkaar verbinden en meedenken over de invulling van uw subsidieaanvraag. Ook gedurende de looptijd van uw project blijven regioadviseurs beschikbaar voor ondersteuning en advies.