Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Kennis over drugsgebruik en drugscriminaliteit

Hoe houd je jongeren zo lang mogelijk middelenvrij? Hoe blijft uitgaan leuk én veilig? Wat werkt bij hardnekkige overlast door drugsgebruik en drugshandel? Met samenwerking en kennis uit onderzoek vinden we de antwoorden op deze vragen. Het Nationaal Drugscongres 2024 is een eerste stap in de richting.

Nationaal Drugscongres 2024

Op 7 februari 2024 kwamen zo’n 220 mensen naar Antropia in Driebergen voor het Nationaal Drugscongres 2024. Het congres wilde ruimte geven voor een dialoog tussen experts uit onderzoek, beleid en praktijk, om zo de samenhang tussen het zorg- veiligheids- en sociaal domein een impuls te geven. 

Dagvoorzitter Ruben Maes: ‘Door elkaar te ontmoeten en kennis en informatie uit te wisselen, kunnen we de expertise van professionals, wetenschappers, beleidsmakers en ervaringsdeskundigen bij elkaar brengen. Waar liggen de uitdagingen? Wat zijn de best practices op het snijvlak van zorg- veiligheids- en sociaal domein? Wat gaat goed en wat kan beter in de onderlinge samenwerking?’ 

Het Nationaal Drugscongres 2024 werd georganiseerd door ZonMw, in samenwerking met de ministeries van Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Trimbos-instituut.

Het congres wilde input voor zowel lokaal als landelijk drugsbeleid geven. Het idee: met betrokken professionals, beleidsmakers en onderzoekers vaker de dialoog opzoeken. Het debat wordt al langer gedomineerd door alarmerende berichten, incidenten, en botsende  meningen en standpunten. Met het Nationale Drugscongres 2024 wilden de organisatoren een stap terug doen en met experts uit de verschillende domeinen te kijken waar we feitelijk staan.

Gemma Blok: Roes, cultuur en beleid: een korte geschiedenis

Humaan en pragmatisch, dat is het beeld dat veel mensen hebben van het Nederlandse drugsbeleid. Helpen en ondersteunen staan voorop, niet criminaliseren. Hoe is het zo gekomen? En klopt het beeld eigenlijk wel? Als historicus is Gemma Blok – in de jaren 90 zelf een ‘rave-meisje’ – geïnteresseerd in de vraag welke middelen ‘drugs’ werden en wanneer. ‘Ik noem het graag psychoactieve stoffen, ofwel middelen met een werking op de geest. Dan gaat het niet alleen om wat we doorgaans onder drugs verstaan, maar ook over koffie of pakweg ADHD-medicatie. Elk middel heeft weer een andere status voor de wet. En die verandert soms ook in de geschiedenis. Zo was cocaïne begin 20e eeuw nog gewoon een legaal product, via accijnzen zelfs lucratief voor de staat.’ 

Medische steun en voorlichting
Het beeld van een menselijk drugsbeleid is vooral opgekomen in de jaren 70. Toen de Damslapers naar het Vondelpark waren gedirigeerd, ontstond daar een vredelievende internationale gemeenschap waarin ook veel werd gebruikt, vooral marihuana. De gemeente subsidieerde medische steun en voorlichting. Dat pragmatische was niet per se vanzelfsprekend, want in navolging van de Verenigde Staten had Nederland ook al sinds 1919 de zogeheten Opiumwet. Maar een ‘war on drugs’, zoals die toen in de VS al was ingezet, kenden wij niet. In het interbellum waren drugsgebruikers ‘patiënten’ geworden; de strijd ging vooral tegen (groot)handel en drugssmokkel.

Afbeelding
Via Amerikaanse soldaten, jazzmusici en zeelieden ontstond een eerste recreatieve gebruikerscultuur, die in de jaren 60 over sprong naar de ontluikende jeugdcultuur.
Gemma Blok
Zij schetst een historisch perspectief van drugsgebruik

Pragmatische en humane aanpak

Na 1945 nam in Nederland het gebruik van cannabis, opium en speed toe. Via Amerikaanse soldaten, jazzmusici en zeelieden ontstond een eerste recreatieve gebruikerscultuur, die in de jaren 60 over sprong naar de ontluikende jeugdcultuur. Aanvankelijk leek het beleid strenger te worden, nadat in 1953 het bezit van cannabisproducten een misdrijf was geworden. Maar in 1976 introduceerden de ministers Van Agt en Vorrink het gedoogbeleid in de Opiumwet. Van Agt (Justitie) wilde niet ‘de vleugels knakken van jongelui die een stickie roken.’ Vanwege het heroïneprobleem en later rond partydrugs ontstond verzet tegen normalisering. En dat zien we recent ook weer door een nieuwe politieke wind. Maar ondanks verschuivingen naar meer repressie, is een houding als die van Van Agt toch tekenend voor het beleid. Onze pragmatische en humane aanpak kent, zoals Blok mooi schetst, diepe wortels.

Blok geeft de zaal tot slot mee dat we kunnen leren van de geschiedenis, bijvoorbeeld hoe we kijken naar sociale groepen met een andere etnische achtergrond in relatie tot drugsgebruik. Haar pleidooi: wees bedacht op framing en neem ook altijd de stem van de gebruiker mee in afwegingen.

Wie is Gemma Blok?

Gemma Blok (1970) is hoogleraar geschiedenis van mentale gezondheid en cultuur aan de Open Universiteit en hoogleraar in de geschiedenis van de psychiatrie aan de Universiteit Utrecht. Klik hier voor de presentatie.

Margriet van Laar: Trends in drugsgebruik en de gevolgen: een gezondheidsperspectief

Een ‘spoedcursus feiten en cijfers’, die wil Margriet van Laar de deelnemers aanbieden. Als nationaal én internationaal expert in het monitoren van ontwikkelingen in middelengebruik, is zij daarvoor de aangewezen persoon. Ze verwijst naar de slogan waarmee een recent het Europese drugsrapport 2023 werd gepresenteerd: ‘Everywhere, everything, everyone. Wat Van Laar betreft tekent de geladen inhoud van die slogan de manier waarop veel mensen naar de kwestie kijken: als we niet oppassen, gaan we in het drugsprobleem ten onder. Hoe zijn intussen de feiten? Moeten we ons in beleid én praktijk inderdaad zoveel zorgen maken?

 

Afbeelding
Voor beleid én praktijk is het cruciaal om de nuances goed te blijven zien.
Margriet van Laar
Over trends in drugsgebruik

Nuchtere gegevens als uitgangspunt

Van Laar wil beslist de problemen niet bagatelliseren, maar zegt wel naar de nuchtere gegevens te willen blijven kijken (zie daarvoor de presentatie). 1 belangrijk feit over ons land: het merendeel van de mensen gebruikt niet, of hooguit af en toe. Daar staat weer tegenover dat sommige groepen juist heel veel gebruiken. Zo neemt het gebruik van lachgas weliswaar af, maar de overblijvers tikken per keer wezenlijk meer ballonnen weg. Voor beleid én praktijk is het volgens Van Laar cruciaal om de nuances goed te blijven zien. ‘Everyone’ is een té algemene categorie; het is beter om vooral te kijken naar de veelgebruikers in kwetsbare situaties. En ook die groep is veelvormig: van jongeren in de jeugdzorg tot spijbelaars, van daklozen tot gedetineerden, en van Oost-Europese arbeidsmigranten tot mannen in de ‘chemseks-scene’.

Monitoring blijft nodig door verandering
Van Laar maakt de kanttekening dat we weliswaar veel weten – door de goede monitoring in Nederland – maar intussen niet alle groepen even goed in beeld hebben. Blijven monitoren is dus essentieel, zeker ook omdat er tussen groepen – en bijvoorbeeld ook tussen regio’s – grote verschillen kunnen zijn. Daarbij verandert er voortdurend veel en dat gaat vaak snel, gezien de grote dynamiek van de drugsmarkten die ook steeds meer online gaan. Daarbij is er een alsmaar grotere diversiteit aan motieven voor drugsgebruik, variërend van puur recreatief tot persoonlijke groei of ‘zelftherapie’. 

Wees voorbereid en zet in op preventie
Terugblikkend op de afgelopen decennia concludeert van Laar dat het beleid niet heeft voorkomen dat het aantal drugsgebruikers is toegenomen, in Nederland en veel andere landen. Maar de schade van het gebruik is relatief beperkt gebleven en de drugsproblematiek bleef beheersbaar. Zo zijn in Nederland generaties opgegroeid zonder een cannabis-strafblad, de heroïne-epidemie is omgebogen en de situatie in binnensteden is beheersbaar. Er zijn grote stappen gezet, maar Van Laar ziet vanuit volksgezondheidsperspectief wel aandachtspunten. Het is belangrijk om de vinger aan de pols te houden, besluit ze, en om te zorgen voor een goede ‘preparedness’. De situatie rond zeer sterke synthetische opioïden vraagt hier bijvoorbeeld om. En blijf inzetten op preventie, met bewezen effectieve en goed onderbouwde interventies.

Wie is Margriet van Laar?

Margriet van Laar leidt het programma Drugs van het Trimbos-instituut en staat aan het hoofd van het nationale Focal Point (NFP) van het European Monitoring Center for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA). Klik hier voor de presentatie.

Emile Kolthoff: Drugs, criminaliteit en ondermijning: een veiligheidsperspectief

Wat zijn de uitdagingen rond de thema’s drugs, criminaliteit en ondermijning, bezien vanuit het perspectief van veiligheid? Het is vertrouwd terrein voor Emile Kolthoff, ervaren onderzoeker van onder meer opsporingsmethoden en georganiseerde criminaliteit. Hij schetst het thema ‘drugs en criminaliteit’ als ‘een vat vol dilemma’s’. Het begint al bij de trends in opvattingen over het beste beleid. Aan de ene kant hoort Kolthoff veel geluiden die pleiten voor regulering en zelfs legalisering. Aan de andere kan is er een ministerie van Justitie en Veiligheid dat zich steeds sterker vastbijt in een rol van crimefighter.

Weten wat werkt
Volgens de spreker is het grootste dilemma van de drugsbestrijding dat we íéts moeten doen, maar niet weten wat nu echt werkt. Een substantieel deel van de opsporingscapaciteit gaat er al heel lang naartoe. Maar wat is het effect van alle inspanningen? En ten koste van wat? Daarover zijn nog te weinig feiten en cijfers voorhanden. Kolthoff: ‘Een strategie van harm reduction lijkt effectiever dan harde repressie. Dat heeft de omgang met de heroïneproblematiek in de jaren 80 wel geleerd. Maar in de drugsindustrie gaat intussen ongelooflijk veel geld om. En er worden op meedogenloze wijze slachtoffers gemaakt.’

Afbeelding
Ga pas reguleren als je het eens bent over de condities en voorwaarden, minimaal in Europees verband.
Emile Kolthoff
Schetse een veiligheidsperspectief op drugsbeleid

Over 1 ding is Kolthoff glashelder: door het taalgebruik van ‘de oorlog tegen drugs’ is het perspectief op de werkelijkheid vertroebeld. ‘In de media hoor je voortdurend dat Nederland een narcostaat zou zijn. Maar dan zou de georganiseerde misdaad volkomen in een corrupte overheid zijn geïntegreerd. En konden we ook niet meer op de rechtsstaat vertrouwen. Dat is echt niet zo.’ De term ‘narcostaat’ maakt een genuanceerd maatschappelijk debat onmogelijk. Geen oorlog dus, maar wat dan wel? Kolthoff: ‘Ik ben voor regulering, maar niet zomaar en ook niet morgen al. Dan negeer je de grote problemen, variërend van criminele uitbuiting tot milieuvervuiling. Investeer in preventie in de wijken en geef voorlichting. Gedoog het gebruik van drugs, maar handhaaf op productie, handel, uitbuiting en milieu. Rommel niet met de lijsten van de Opiumwet. En ga pas reguleren als je het eens bent over de condities en voorwaarden, minimaal in Europees verband.’

Wie is Emile Kolthoff?

Emile Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit en daar voorzitter van de sectie strafrecht. Van 2016 tot 2022 was hij lector Ondermijning bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool. Klik hier voor de presentatie.

Terugblik op parellelsessies

Dagvoorzitter Ruben Maes vraagt een paar deelnemers wat zij uit de parallelsessies hebben meegenomen. Een deelnemer aan 2 sessies over 'harm reduction' stelt vast dat dit thema sterk onder druk staat. ‘Er gaat veel geld naar repressie. We hebben als samenleving een debat te voeren over de vraag: willen we reguleren en hoe dan? Wat mij betreft klinkt de stem van de veiligheid nu net iets te hard. Er lijkt minder ruimte te zijn voor mensen die anders zijn, of die meer hulp nodig hebben.’
 

Afbeelding
‘Mooi begin van een dialoog over effectief drugsbeleid’
Reactie deelenemer van parallelsessie

Publiekscampagne
In een sessie over publiekscampagnes zat ook een van de mensen van de Rotterdamse publiekscampagne met de poster ‘Er kleeft bloed aan jouw pil’. Sommige deelnemers noemden die tekst stigmatiserend en daarmee als voorlichting niet effectief. ‘Ik was blij met het open gesprek. Er zijn duidelijk verschillende visies op wat effectief drugsbeleid is. En hoe je het publiek voorlicht. Het is goed als je die visies op een congres als dit met elkaar in dialoog kunt brengen.’

Dialoog
Deze dialoog speelt zich ook sterk af tussen de voorstanders van regulering en degenen die meer willen inzetten op terugdringen van drugsgebruik. Een deelnemer betoogt dat het erom gaat deze beide ‘polen’ bij elkaar te brengen. ‘Het op een verantwoorde manier terugdringen van de aanvoer van drugs gaat vooraf aan effectieve 'harm reduction'. Het een heeft met het ander te maken. We zullen de wereld van de veiligheid en die van de gezondheid ook op dit terrein meer moeten verbinden. Dit congres is een mooie start daarvoor.’

Goed drugsbeleid: mensen helpen én de samenleving veiliger maken

Na een presentatie door Arnt Schellekens, Nationaal Rapporteur Verslavingen, laat Ruben Maes vertegenwoordigers van de 2 organiserende ministeries reflecteren op de dag. Meryem Çimen (JenV) vindt dat het congres de vele facetten van de discussie over drugsbeleid mooi weergeeft. ‘Het is goed dat mensen uit de wereld van gezondheid en van veiligheid elkaar hier ontmoeten. Als JenV zitten we niet alleen op het terugdringen van drugsproblematiek en het bestrijden van georganiseerde misdaad. We zien ook de relevantie van 'harm reduction' en het inzetten op preventie. Voor ons gaat het dan onder meer om ‘Preventie met Gezag’, bedoeld om te voorkomen dat jongeren in aanraking komen met de georganiseerde (drugs)criminaliteit en daar verder in afglijden.’

Victor Sannes (VWS) vindt het een boeiend veld, en intussen ook complex. ‘Maar als middelengebruik een makkelijk vraagstuk was, zaten we hier niet op dit congres.’ Net als Çimen vindt Sannes het cruciaal de verbinding te leggen tussen gezondheid en veiligheid en samen te zoeken naar een integrale aanpak. In interdepartementale overleggen maken beide ministeries al samen beleid. Sannes noemt het ‘experiment gesloten coffeeshopketen’ een goed voorbeeld. Dat moet duidelijk maken of gereguleerde productie, distributie, en verkoop van cannabis mogelijk is en wat de effecten zijn op gebieden als criminaliteit, veiligheid en volksgezondheid.

Wat nemen beide ambtenaren mee terug naar Den Haag? Çimen: ‘Binnen het beleid rond ondermijning – het proces van het vervagen van de grens tussen onder- en bovenwereld – moeten we niet alleen op repressie zitten. Ook preventie en aandacht voor 'harm reduction' zijn relevant. En we moeten lokale bestuurders handelingsperspectieven bieden om goede publiekscampagnes te voeren.’ Voor Sannes is het belangrijkste dat de op het congres gestarte uitwisseling van ideeën en ervaringen doorgaat. ‘Dit is het begin. Er komt een nieuw kabinet en ook voor hun beleid hebben we goede ideeën nodig om weer een stap verder te komen. Goed doordacht drugsbeleid is essentieel, omdat je er uiteindelijk mensen mee kunt helpen.’ 

Afsluiter live column door Laura van Doldron

Daar was ik dan: te gast op ‘Het Nationaal Drugscongres’. Ik dacht nog dat er een wat meer eufemistische naam uit de bus zou komen toen ik deze naam hoorde in de voorbereiding, maar niet dus. Drugscongres… Cool wel. Beestje bij de naam noemen. Doet me ook wel denken aan de gabberparty’s waar ik heen ging als tiener. Ik vraag me af hoe veel ervaringsdeskundigen er zijn en ik kijk rond. Tja, dat zie je niet. Dat is het natuurlijk… je ziet het niet.

Lees verder

Reacties van bezoekers

1 / 6

Simone Hoogervorst, regisseur stedelijke jeugdaanpak, gemeente Leiden

‘Ik ben hier vooral om kennis te vergaren. Wat is er bekend over drugsgebruik, effectief beleid en goede preventie? Welke kant moeten we met elkaar op? Met repressie alleen redden we het niet, maar hoe doe je dan de juiste dingen rond preventie? Ik ben in Leiden verantwoordelijk voor Dealbreakers, een programma om jongeren uit de drugscriminaliteit te houden. Onder alles wat we rond drugs doen zit de vraag: waarom gebruiken mensen ze? Ik denk dat veel drugsgebruikers een bepaald gevoel van onbehagen willen onderdrukken. Ook dáár moeten we dus iets mee. Simpelweg legaliseren maakt het er denk ik niet beter op. Maar alleen het strafrecht inzetten ook niet. Meer preventie dus. En jongeren blijven voorlichten over wat drugs met je doen en wat de schadelijke gevolgen kunnen zijn.’

2 / 6

Sam Fijneman, ervaringsdeskundige bij Novadic-Kentron

‘Ik ben hier samen met Alex van Dongen, preventiewerker bij Novadic-Kentron. We geven samen voorlichting over nieuwe middelen. Ik heb zelf ervaring met flakka, een synthetische drug die nogal in opkomst is. Je voelt je er eerst echt geweldig door, maar later word je paranoïde. En je krijgt er hartkloppingen van. Het is lichamelijk niet verslavend, maar geestelijk zeker wel. Alex heeft me uit de scene gehaald en ik ben al dertien maanden clean. Maar nu ik dakloos ben, zit ik op de opvang weer midden tussen de flakka-gebruikers. Dus het is echt overleven nu… Mijn boodschap aan de mensen op dit congres? Synthetische middelen zijn vaak veel gevaarlijker dan andere drugs. Zet ze op de lijst van verboden middelen, en flakka voorop!’

3 / 6

Peter Blanken, senior-onderzoeker bij Parnassia Addiction Research Centre (PARC)

‘Ik was moderator van de parallelsessie ‘Harm reduction; pijler van het Nederlandse drugsbeleid’. In de voorbereiding werd al wel duidelijk dat harm reduction binnen het drugsbeleid een ondergeschoven kindje dreigt te worden. Misschien had er eerder een vraagteken achter de titel moeten staan… Toch waren er ook voorbeelden van nieuwe initiatieven, die ook wel degelijk bijdragen aan het welzijn. Zowel van de gebruiker als de omgeving. Het is ook de crux van harm reduction: het richt zich op het verkleinen van gezondheidsschade én van risico’s van drugsgebruik voor de samenleving. We zijn nu te veel afhankelijk van lokale initiatieven. Het lijkt me zinvol het draagvlak voor harm reduction te verbreden, zodat het goed in het vizier van beleidsmakers blijft.’

4 / 6

Petra Klören, student aan de Open Universiteit

‘Binnen mijn master Kunst- en cultuurwetenschappen zit een module ‘Narcotica in cultureel perspectief’ van Gemma Blok. Ik schrijf mijn scriptie over de commissie Ruimte in het drugsbeleid onder leiding van Louk Hulsman. Hun rapport uit 1971 legde het fundament onder het gedoogbeleid. Het advies: haal drugs uit het strafrecht! Dat lijkt een luchtkasteel, maar de ideeën erachter waren goed doordacht. Ik merk in de discussie over drugsbeleid een gebrek aan historisch besef. Hulsman wees al op de risico’s van stigmatisering. Zijn ideeën onderbouwen een genuanceerde visie waarin meer is dan repressie en genezen. Hulsman was een abolitionist; hij wilde het hele strafrecht afschaffen. Hij wordt daarom een beetje weggezet als een zonderling. Maar historisch gezien vind ik dat we hem heel serieus moeten blijven nemen.’

5 / 6

Gerald de Wit, gz-psycholoog bij Tactus Verslavingszorg

‘Ik behandel mensen met verslavingsproblemen, maar ben me steeds breder gaan interesseren voor het volksgezondheidsperspectief. En voor onze beleidsmatige omgang met drugs. Daarom ben ik nu lid van het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs, dat bij pas opgedoken middelen snel een risicobeoordeling doet. Misschien hebben de meeste mensen niet veel problemen met hun drugsgebruik, maar als behandelaar zie ik juist ook andere groepen.  Mensen bij wie verslaving al generaties in de familie zit. Of drugsgebruikers met een licht verstandelijke beperking of andere kwetsbaarheden. Als je weet wat er in beschermde woonvormen soms gebeurt… Er zijn echt mensen die een norm én een voorbeeld nodig hebben. Een algemene houding van ‘alles moet kunnen’ werkt dan niet. Effectieve preventie is steeds een kwestie van maatwerk.’

6 / 6

Teun Voeten: antropoloog en fotograaf

‘Ik doe antropologisch onderzoek met een journalistieke inslag. Of misschien is het wel andersom… Ik ga met mijn camera de straat op; in Nederland, Antwerpen, Amerika, Mexico, Kabul. Ik heb de donkerste kanten van verslaving in beeld gebracht. Crystal meth, fentanyl, dat soort spul. We hebben het er niet vaak over, maar ik denk dat er in een samenleving iets wezenlijk fout zit als er zoveel drugs worden gebruikt. Inclusief al die door de dokter voorgeschreven kalmeringsmiddelen. De zucht naar de roes hoort bij de mens, maar ik zie het als een fundamenteel cultuurfilosofisch vraagstuk dat het doorslaat naar een soort volledige narcotisering. De normalisering van drugsgebruik is echt te ver doorgevoerd. Bij alle pleidooien voor regulering of legalisering zouden we dat aspect meer moeten gaan meewegen.’