‘We hebben de maatschappelijke opdracht om waarde toe te voegen voor de patiënt’
De GGG-raad adviseert hoe het programma Goed Gebruik Geneesmiddelen (GGG) kan aansluiten bij vragen en behoeften van de samenleving én van relevante stakeholders. In een korte reeks gesprekken met leden is het de beurt aan, Erik Blaauw, sectormanager bij zorgverzekeraar CZ.
Wie is Erik Blaauw?
‘Ik ben geboren en getogen in Groningen. Ik had vrij veel familieleden met gezondheidsproblemen. Dat motiveerde me om medische biotechnologie in Leeuwarden te gaan studeren, en vervolgens medisch-farmaceutische wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ik wilde iets bijdragen aan de gezondheid van mensen. Na mijn studie verhuisde ik naar Maastricht om te promoveren op moleculair onderzoek rond hartfalen. Ik vond onderzoek doen echt leuk, maar het knaagde dat ik alleen maar met heel kleine puzzelstukjes bezig was. Ik vroeg me af: gaat dit echt waarde creëren voor de patiënt? Ik stapte over naar een farmaceutisch bedrijf en raakte daar gefascineerd door de rol van zorgverzekeraars. In mijn beleving deden ze in hun afspraken best vaak lastig over geneesmiddelenprijzen. Ik wilde er meer van weten en ging werken bij ONVZ, en vervolgens bij CZ. Als zorginkoper farmacie ontdekte ik dat het echt om veel meer gaat dan budgetten. Zorgverzekeraars hebben juist ook een rol in de kwaliteit van zorg. In mijn huidige functie kan ik daar heel goed aan bijdragen.’
Je bent al geruime tijd betrokken bij de GGG-raad. Hoe ervaar je dit?
‘Ik zit nu 4 jaar in de GGG-raad. Ik vind het mooi om zo te kunnen bijdragen aan de maatschappelijke opdracht om met goed gebruik van geneesmiddelen waarde toe te voegen voor de patiënt. En voor de samenleving. Het gaat in het GGG-programma om gemeenschapsgeld en in de GGG-raad zitten alle partijen die er belang bij hebben dat dit geld nuttig wordt besteed. Er is nog veel winst te behalen in het beter gebruiken van bestaande geneesmiddelen. Denk aan onderzoek of bepaalde medicijnen misschien in een lagere dosering net zo goed werken. Dan zijn we uiteraard minder geld kwijt, maar het is vooral ook beter voor de patiënt. Alleen al omdat die dan minder last van bijwerkingen kan hebben.’
Wat is het belang van de deelname van een zorgverzekeraar aan de GGG-raad?
‘In het stelsel zijn zorgverzekeraars de financiers van zorg en zijn ze verantwoordelijk om de toegang tot zorg te borgen. Vanuit deze rol kunnen we als zorgverzekeraars mooie verbindingen leggen die de kennisdeling over goed gebruik van geneesmiddelen verder kan verbeteren. Ook weten zorgverzekeraars waarmee je rekening moet houden als je verbeteringen, die uit onderzoek naar voren komen, wilt opschalen en inbedden in de financiering. Vanuit onze positie overzien wij het hele zorglandschap en kunnen dus ook adviseren hoe je resultaten van onderzoek een structurele plek kunt geven in de zorg. In de GGG-raad neem ik daarbij ook mijn extra ervaring in de farmaceutische industrie mee.’
Als zorgverzekeraars kunnen we mooie verbindingen leggen die de kennisdeling over goed gebruik van geneesmiddelen verder kan verbeteren
Wat is er nodig om het GGG-programma nog sterker te maken?
‘Ik vind dat we nog kritischer moeten kijken naar de impact die we met alle toegekende subsidies realiseren. De vraag moet steeds zijn: wat gaat de patiënt hier nu echt van merken? Misschien betekent het dat we meer voor grote projecten moeten kiezen, die op een grotere schaal tot verbetering kunnen leiden. Ook moeten we projectaanvragers van tevoren nog scherper laten inschatten wat de maatschappelijke opbrengsten van hun studie kunnen zijn. Bijvoorbeeld door een kortere behandelduur, of die lagere dosering waar ik het net over had. Zodat je meer waarde realiseert voor hetzelfde geld. Ik denk dat zorgverzekeraars kunnen bijdragen aan het denken in termen van opbrengsten. Kwaliteit van zorg staat uiteraard steeds voorop, maar onderzoekers zitten soms nog nét te veel op de inhoud. In de GGG-raad – waar alle partijen om de tafel zitten – kunnen we goed praten over alle relevante facetten. En het dus ook met elkaar hebben over het maatschappelijke rendement van onderzoek.’
Waar zie jij nog mooie uitdagingen voor GGG?
‘De breedte van het programma is erg mooi. Dat moeten we zeker vasthouden. Ik vind dat er meer aandacht nodig is voor polyfarmacie. Het is toch bizar dat in Nederland zo’n half miljoen mensen elke dag 10 medicijnen of meer gebruiken? Moeten al deze mensen echt zoveel pillen slikken? Demedicaliseren is wat mij betreft dus een belangrijk onderwerp voor nader onderzoek. Een ander thema is het gebruik van data. We hebben met zijn allen een enorme schat aan data opgebouwd, die we veel nadrukkelijker kunnen ontsluiten voor studies. Het is mooi dat GGG met een specifieke subsidieronde voor bestaande data is gestart, want gebruik van geneesmiddelen is nog sterk te verbeteren met onderzoek met bestaande data.’
Wat wil je praktijkmensen en onderzoekers meegeven?
‘Ik zou iedereen willen uitdagen: blijf komen met goede ideeën voor betere farmacotherapeutische zorg. En blijf bij ZonMw signaleren wat je nog mist in het GGG-programma. Alleen met elkaar kunnen we ervoor zorgen dat alles in beeld komt wat nodig is om maatschappelijke waarde te creëren.’
Erik Blaauw is sectormanager bij zorgverzekeraar CZ. Hij geeft er leiding aan drie teammanagers en dertig (zorg)inkoopprofessionals.