Verpleging en verzorging werkt met kennisagenda’s aan toekomstbestendige, passende zorg
Verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten zijn vaak de spil in de zorg en vormen de brug met andere beroepsgroepen. Ze signaleren, brengen in kaart wat er nodig is en bieden overzicht. Dat vraagt om goed onderbouwde kennis. Daarom zijn kennisagenda’s essentieel in de verdere professionalisering van hun vak.
Kennisagenda’s zijn belangrijk voor de dagelijkse praktijk
Kennisagenda’s bevatten onderwerpen die belangrijk zijn voor het dagelijkse werk en dringend verder onderzoek vergen. Beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) heeft haar eerste kennisagenda ontwikkeld. ‘We zijn ontzettend trots,’ zegt Susanne Blauwhoff, die als projectleider bij het Kennisinstituut V&VN in samenwerking met experts en (zorg)professionals binnen 8 maanden de klus klaarde. ‘Het was eigenlijk een onmogelijke opdracht. Normaal gesproken wordt er 1,5 jaar uitgetrokken voor het ontwikkelen van een kennisagenda’, aldus Blauwhoff.
Wietske Blom-Ham, lector Acute Zorg aan de Hogeschool Utrecht, ontwikkelde samen met haar team de kennisagenda Acute zorg voor mensen met psychische ontregeling. Ook in recordtijd: ongeveer een half jaar. ‘Er is veel over dit probleem gepubliceerd, maar er verandert niets. Ik merkte dat het voor de patiënt van belang is om in kaart te brengen welke kennis er niet is, of er wél is maar niet wordt toegepast, en wat er aan onderzoek nodig is om de zorg te verbeteren’, licht Blom-Ham toe.
Inzichten van beroepsgroep vormen de basis
De Kennisagenda V&VN is een inventarisatie van onderwerpen die belangrijk zijn voor het werk van verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten. ‘Er is al veel kennis ontwikkeld. Maar er zijn ook nog veel hiaten. De kennisagenda geeft de prioriteiten aan voor de onderwerpen die nader moeten worden onderzocht’, legt Caroline Baan, directeur Kennisinstituut V&VN, uit.
Deze kennisagenda is gebaseerd op de vragen en behoeften van de beroepsgroep. ‘Het startpunt is de brede achterbanraadpleging’, vertelt Blauwhoff. V&V-professionals kregen een vragenlijst over de knelpunten die zij in de praktijk ervaren. Maar liefst 6.000 respondenten hebben de enquête ingevuld. Vervolgens bestudeerde de projectgroep de richtlijnen. ‘Want bij het opstellen van richtlijnen kijk je welke kennis er is. Je ziet dus ook meteen welke lacunes er zijn’, aldus Blauwhoff. Uit deze ronde bleek dat er maar liefst 1.300 kennislacunes zijn. Alle geïnventariseerde knelpunten en kennishiaten zijn op een rijtje gezet. Een werkgroep van verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten heeft meermaals meegekeken en geadviseerd over het proces.
Verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten zijn in veel gevallen de spil in de zorg en vormen de brug met andere beroepsgroepen.
Onderwerpen die sector-overstijgend zijn
Al deze rondes leverden - ingedeeld op onderwerp - vele kennisvragen op. Deze zijn voorgelegd aan de Wetenschappelijke Adviesraad, die bestaat uit practoren, lectoren en hoogleraren in de verpleegkunde. Zij concludeerden dat er onderwerpen werden gemist en een aantal kennisvragen té specifiek geformuleerd waren. ‘Door de kennisvragen op een hoger abstractieniveau te formuleren is het gelukt om te komen tot sectoroverstijgende kennisvragen die voor de brede groep van V&V-professionals van toepassing zijn’, zegt Blauwhoff. De kennisagenda is ingedeeld volgens het Raamwerk Persoonsgerichte Essentiële zorg en omvat 3 domeinen: fysiek, psychosociaal, en relationeel.
Kennisagenda V&VN
De Kennisagenda V&VN omvat 3 domeinen:
- Fysiek: vermoeidheid, slaapproblemen, mondzorg, medicatiemanagement, slikproblemen, ondervoeding, overgewicht, pijn, huidproblemen, seksualiteit, vitale functies.
- Psychosociaal: geestelijke gezondheid, beslisvaardigheid, wilsbekwaamheid, eenzaamheid.
- Relationeel: zelfmanagement, zelfredzaamheid, samen beslissen, proactieve zorgplanning, informele zorg, omgaan met uitdagingen in gedrag, preventie en leefstijlinterventies, palliatieve zorg.
Weerslag van de professionalisering
Janneke van Vliet, voorzitter van de ZonMw-programmacommissie Verpleging en Verzorging, wijst erop dat de kennisagenda’s passen in de ontwikkeling waarbij verpleging en verzorging een eigen kennisgebied vormen. ‘Het is een weerslag van de professionalisering van het verpleegkundig beroep. Het is goed als verpleegkundigen en verzorgenden kunnen beargumenteren dat hun werkzaamheden op wetenschap zijn gebaseerd. Verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten hebben dan een stevigere positie en werken met meer plezier, is de verwachting. Het zorgt er waarschijnlijk ook voor dat meer professionals langer in de zorg blijven werken.’
Kennisagenda’s met prioriteiten voor onderzoek passen in de ontwikkeling richting toekomstbestendige, passende zorg waarbij verpleging en verzorging een eigen kennisgebied vormen.
Acute zorg voor mensen met psychische ontregeling
Lector Blom-Ham, die jarenlang als verpleegkundige in de acute zorg werkte, ziet ook dat meer kennis nodig is. ‘Iedereen die wordt opgehaald door de ambulance of behandeld op de SEH ervaart dit in een bepaalde mate als ontregelend. Maar in de praktijk zag ik dat we onvoldoende aandacht hebben voor mensen die psychisch ontregeld zijn, waarbij het hen zelf niet lukt om dit weer te reguleren. Binnen de acute zorg ligt de focus voornamelijk op somatische problematiek, waardoor zorgprofessionals al snel zeggen: deze mensen horen hier niet thuis.’
Blom-Ham dook in de materie. Met een persoonsgebonden subsidie van ZonMw ontwikkelde ze de aparte Kennisagenda Acute zorg voor mensen met psychische ontregeling. Deze ligt in het verlengde van de algemenere V&VN-inventarisatie
Kennisagenda Acute zorg voor mensen met psychische ontregeling
Psychische ontregeling is een probleem waarmee steeds meer Nederlanders te maken krijgen in hun leven. Het is ook een probleem dat onderbelicht is in de acute zorg. Zowel zorgprofessionals als patiënten ervaren hier sterke nadelen van.
Voor het opstellen van deze kennisagenda hebben patiënten, zorgprofessionals en wetenschappers gelijkwaardig samengewerkt. Ze hebben onderzoeksthema’s gedefinieerd en geprioriteerd waarmee de kwaliteit van de zorg voor deze doelgroep in deze specifieke context verbeterd kan worden.
Met haar team bekeek ze data van focusgroepinterviews uit een eerdere studie en bestudeerden ze wetenschappelijke literatuur. ‘We ontdekten dat het onderzoek naar mensen met psychische ontregeling veelal komt vanuit de GGZ context, maar nog nauwelijks vanuit de acute zorg wordt geïnitieerd en uitgevoerd. Dan sluit het minder goed aan’, aldus Blom-Ham. Ze organiseerde bijeenkomsten met verpleegkundigen, artsen, huisartsen, patiënten en wetenschappers. ‘Het was belangrijk om eerst een gedeeld begrip te creëren voordat we met elkaar aan de slag konden. Soms kunnen er namelijk andere belangen spelen. Binnen de acute zorg ligt de nadruk op het optimaliseren van de patiëntenstroom en het behandelen van somatische problemen. Voor patiënten staat vaak het belang van persoonlijke aandacht en menselijk contact voorop. Maar we zagen ook dat verpleegkundigen op de spoedeisende hulp andere woorden gebruiken dan verpleegkundigen in de GGZ.’ Baan herkent deze observatie: ‘Die eenheid van taal is belangrijk. Anders denken professionals dat ze het over verschillende problemen hebben.’
Eenheid van taal is belangrijk. Anders denken professionals dat ze het over verschillende problemen hebben
Leren van elkaar
De kennisagenda die Blom-Ham ontwikkelde is multidisciplinair, maar geschreven vanuit verpleegkundig perspectief. ‘Want zij zijn continue betrokken in de zorg van de patiënt, van het begin tot het eind. We willen verpleegkundigen handvatten geven om te handelen.’ Ze noemt het voorbeeld van contact met de patiënt maken. ‘Dat is belangrijk, zeker als een patiënt psychische ontregeling ervaart. Het gekke is dat we het wel doen bij kinderen, maar dat het bij mensen met een psychische ontregeling minder prioriteit krijgt. We kunnen leren van de manier waarop we dit doen bij kinderen voor andere groepen in andere situaties.’ Baan is het met haar eens: ‘Wat we leren in een specifieke context, is ook daarbuiten belangrijk.’
Contact maken is belangrijk, zeker als een patiënt psychische ontregeling ervaart. Het gekke is dat we het wel doen bij kinderen, maar dat het bij mensen met een psychische ontregeling minder prioriteit krijgt.
De spil in de zorg
De Kennisagenda V&VN strekt zich uit over de breedte van de beroepsgroepen en is gericht op interprofessionele samenwerking. ‘Verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten zien vaak als eerste een patiënt. Ze signaleren, brengen in kaart wat er nodig is en bieden overzicht. In veel gevallen zijn ze de spil in de zorg en vormen de brug met andere beroepsgroepen’, zegt Blauwhoff. Het is belangrijk om goed samen te werken met andere professionals. Blauwhoff: ‘Als een patiënt problemen heeft met slikken, moet je dus ook met logopedie samenwerken op dit onderwerp. Bij ondervoeding bijvoorbeeld hebben verpleegkundigen vaak een signalerende rol, maar ze moeten weten wat hun rol is in de behandeling van ondervoeding en op welk moment een diëtist in consult gevraagd moet worden.’
De toekomst
De Kennisagenda is een eerste stap. ‘Het is een lerend proces. We kijken nu of bepaalde onderdelen uitgediept en uitgebreid moeten worden. Dat gebeurt in samenspraak met onze Wetenschappelijke Adviesraad’, zegt Baan. De verhouding met kennisagenda’s van andere beroepsgroepen is daarbij een aandachtspunt. Blauwhoff hoopt dat de Kennisagenda zorgprofessionals stimuleert om over onderwerpen mee te denken. ‘Onderzoek wordt gezien als complex. Maar je kunt in de praktijk beginnen met evalueren of een handeling effectief is. Als je meerdere patiënten volgt, heb je al data. Daarmee kun je als zorgprofessional bijdragen aan de vergroting van de kennis.’
ZonMw en verpleging en verzorging
Verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden zijn dé onmisbare schakel in preventie, zorg en ondersteuning. Daarom investeren wij in kennis en samenwerking door en voor deze beroepsgroep, gericht op de verdere versterking van hun professionaliteit. Daarmee werken we aan de kwaliteit van zorg én de aantrekkelijkheid van het beroep.