Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Van idee naar impact: de brug slaan tussen onderzoek en praktijk

Interview met vice-voorzitter van de programmacommissie Palliantie II Sacha van Twillert en programmacommissielid Palliantie II Sven Geelen

Hoe zorg je dat resultaten van onderzoek blijvend worden ingezet in praktijk, onderwijs en beleid? Hoe zet je vanaf de start van een project actief in op implementatie? En wat is nodig en bruikbaar voor de palliatieve praktijk? Implementatiedeskundigen Sacha van Twillert en Sven Geelen vertellen.

Kansrijke projectresultaten

De afgelopen jaren is in de palliatieve zorg veel aandacht besteed aan de ontwikkeling van interventies en hulpmiddelen om zo goed mogelijk deze zorg en ondersteuning te kunnen bieden aan mensen die ongeneeslijk ziek zijn en hun naasten. Implementatie, borging en opschaling van deze interventies zijn hiervoor belangrijk. In het ZonMw-programma Palliantie II staat implementeren, borgen en opschalen van kansrijke projectresultaten dan ook centraal. Maar wat wordt hier precies mee bedoeld? En wat heeft de palliatieve praktijk nodig? Dat zijn vragen waar Sacha van Twillert en Sven Geelen, als vicevoorzitter en lid van de programmacommissie Palliantie II, zich over gebogen hebben.

Sacha van Twillert

Afbeelding
Portretfoto van Sacha van Twillert

Sacha van Twillert is vice-voorzitter van de programmacommissie Palliantie II, senior implementatieadviseur bij het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG)/Staf Beleid en lid van de commissie ‘Methoden en tools’ bij het Nederlands Implementatie Collectief. Van Twillert is opgeleid als fysiotherapeut en bewegingswetenschapper. Nadat ze een paar jaar werkzaam was als fysiotherapeut in de revalidatiezorg, maakte zij de overstap naar onderzoek en promoveerde zij op een implementatievraagstuk in de revalidatiezorg. Nu ondersteunt zij de UMCG-brede zorgpraktijk bij implementatie van zorgvernieuwingen en adviseert en begeleidt ze onderzoeksgroepen bij implementatievraagstukken. Daarnaast verzorgt zij binnen verschillende onderwijsmodules van het Wenckebach Instituut van het UMCG colleges over implementatie.

Sven Geelen

Afbeelding
Portretfoto van Sven Geelen

Sven Geelen is programmacommissielid Palliantie II en postdoctoraal implementatie-onderzoeker bij de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde en Langdurige Zorg van het UMCG, de Hanzehogeschool en het Brandwondencentrum van het Martini Ziekenhuis in Groningen. Daarnaast is Geelen actief binnen het Nederlands Implementatie Collectief als lid van de commissie ‘Opleidingen en trainingen’. Geelen is opgeleid als fysiotherapeut en heeft ruime praktijkervaring opgedaan in de ziekenhuiszorg. Parallel aan zijn klinische werk ontwikkelde hij zich als onderzoeker. Zijn werk bevindt zich op het snijvlak van implementatiepraktijk en -wetenschap, met focus op het ontwikkelen, begeleiden en onderzoeken van complexe implementatie- en veranderprocessen in de zorg.

Brug tussen onderzoek en praktijk

Zowel Van Twillert als Geelen hebben ruime ervaring met en in de zorgpraktijk. ‘Ik heb gezien hoe waardevol het is om resultaten te hebben die er werkelijk toe doen voor de praktijk, doordat er een goede samenwerking was tussen professionals, patiënten en onderzoekers’, vertelt Van Twillert. ‘Omdat ik zowel in de praktijk als in onderzoek gewerkt heb, heb ik oog voor beide perspectieven en kan ik denk ik goed een brug slaan tussen de 2 werelden. Dat is ook van groot belang.’ 

Geelen onderschrijft dat belang en constateert daarbij dat ‘de brug slaan’ niet eenvoudig is. ‘Wat mij fascineert is dat mensen in de zorg een ontzettend goed idee kunnen hebben, mét overtuigend bewijs dat het werkt, en dat het dan toch niet in de praktijk wordt toegepast. Daaruit blijkt wel hoe complex het is om te zorgen dat een innovatie daadwerkelijk wordt ingezet. Soms denk ik: Doe het gewoon! Maar het gebeurt gewoon niet.’

Breder dan mensen denken

Implementatie raakt dan ook aan veel meer zaken dan mensen van tevoren bedenken. ‘Het vraagt dingen van zorgverleners die ze niet vanzelfsprekend hebben’, aldus Geelen. ‘Je kunt een goede zorgverlener zijn, maar dat wil niet zeggen dat je een implementatie kunt leiden. Je moet op verschillende niveaus binnen de organisatie en soms ook daarbuiten op de juiste manier kunnen schakelen. En op welk niveau heb je mandaat en mogelijkheden om de verandering in gang te zetten? Dat moet helder zijn als je duurzaam wilt implementeren.’

‘Het is breder dan mensen denken’, zegt ook Van Twillert. ‘Sluit de nieuwe interventie aan op de werkprocessen? Zijn de financiën gedekt? Vraagt het om samenwerking met partners en in hoeverre wordt dat ondersteund met bijvoorbeeld ict-systemen? Wanneer de interventie niet alleen op je eigen afdeling geïmplementeerd wordt, maar ook op andere afdelingen of regionaal wordt ingezet, komen er ook weer andere aandachtspunten bij kijken. Hoe zorg je dat dat gebeurt, hoe komt de interventie beschikbaar?’

Naar succesvolle implementatie

Veel vragen dus. Wat zijn daarbij de adviezen voor succesvolle implementatie? Daarvoor zijn in grote lijnen de volgende stappen te zetten, vertellen Van Twillert en Geelen.

  1. Breng vanaf het begin van je project in kaart wie belang heeft bij de nieuwe interventie en wie invloed heeft op wat er met de interventie gaat gebeuren. Maak daar een gedegen plan op: hoe haak je deze mensen aan bij het project?
  2. Werk participatief en sluit aan bij wat de verschillende stakeholders nodig hebben. Dat boven water krijgen en er gepast op inspelen is essentieel.
  3. Zorg dat je in je project kort-cyclisch evalueert en reflecteert op waar je staat en kijk of je bij moet sturen.

Het advies daarbij is: breng in kaart wat het makkelijk en wat maakt het moeilijk maakt om de innovatie in de praktijk toe te passen. Ga in gesprek met je stakeholders en gebruik tools als de Consolidated Framework for Implementation Research, de Theoretical Domains Framework of de Hexagon Tool om de verschillende factoren in kaart te brengen. ‘Als je weet wat belemmerend werkt, kun je kijken welke strategie je inzet om die belemmeringen weg te nemen’, aldus Van Twillert. ‘Verder kun je kijken wat juist de helpende elementen zijn en hoe je die kunt inzetten. Zo was ik betrokken bij de ontwikkeling en implementatie van een keuzehulpmiddel in de revalidatiezorg, om samen met de patiënt beslissingen te nemen. We hebben in dat project heel bewust gewerkt met knowledge brokers zoals fysio- en ergotherapeuten, die we ingezet hebben als lokale kartrekkers. Dit bestaande netwerk was een belangrijk helpend element voor succesvolle implementatie.’

We hebben heel bewust gewerkt met lokale kartrekkers. Dit bestaande netwerk was een belangrijk helpend element voor succesvolle implementatie.
Sacha van Twillert

Van implementatie naar borging

Van implementatie naar borging vraagt daarbij nog weer andere dingen. ‘Implementeren is lokaal toepassen van bijvoorbeeld een nieuwe interventie’, vervolgt Van Twillert. ‘Als je zegt: ik wil dat we dat blijvend gaan doen, vraagt dat nog wat extra van de organisatie. Hoe borg je de nieuwe manier van werken? Hoe worden bijvoorbeeld nieuwe medewerkers geschoold hierin en hoe zorg je voor blijvende monitoring? Regionale of landelijke borging vraagt daarbij mogelijk om andere stakeholders. Misschien wil je daarvoor samenwerken met een landelijk kennisplatform of grotere aanbieders van scholing. En ook dan geldt: het is goed al aan het begin van je project gesprekken te voeren met deze stakeholders. Vraag je daarbij ook af: hoe houden we de producten up-to-date en waar ligt op termijn het eigenaarschap?’

‘Borging is langzaamaan een veld dat meer onderzocht wordt’, aldus Geelen. ‘Het vergt deels andere strategieën dan implementatie. Uit eigen ervaring weet ik dat borging ingewikkelde keuzes met zich meebrengt. Implementatie is vaak vanuit een projectgedachte en een tijdelijke allocatie van middelen. Belangrijk is om al tijdens je project na te denken over wat er moet gebeuren als die middelen wegvallen. Hoe houd je in stand wat in gang is gezet? Wie zorgt ervoor dat de nieuwe interventie wordt doorgezet? De kunst is in ieder geval om jezelf als projectleider overbodig maken.’

En hoe doe je dat? ‘Bedenk wat er moet gebeuren na afronding van je project, wanneer jij als projectleider niet meer betrokken bent’, adviseert Geelen. ‘Als je dat eerder in het project in overweging neemt, kun je daar met je stakeholders strategisch op inspelen. Het perspectief op lange termijn is medebepalend voor wat je als projectleider tijdens de projectduur moet doen. Denk hierbij aan de middelen die nodig zijn na afloop van het project. Begin het gesprek over borging op tijd, zodat je niet eindigt met een resultaat dat stilletjes verdwijnt zodra het project klaar is.’

Bedenk wat er moet gebeuren na afronding van je project, wanneer jij als projectleider niet meer betrokken bent.
Sven Geelen

Opschalen als volgende stap

Opschalen is dan weer een volgende, of in ieder geval een andere stap. ‘We weten steeds meer van implementeren, maar onze kennis over opschalen is beperkter’, aldus Van Twillert. ‘Wat zijn de effectieve opschaalstrategieën, wat komt erbij kijken? We doen daar binnen het Nederlands Implementatie Collectief wel steeds meer ervaring in op en die ervaring delen we. Zo hebben we vorig jaar de kennissynthese over het opschalen van preventieve interventies gepubliceerd. De synthese kan ook behulpzaam zijn in de palliatieve praktijk.’ 

Belangrijk voor opschalen van een interventie is een toegewijde eigenaar, zo staat ook in de kennissynthese. ‘De vraag is waar je de nieuwe interventie neerzet’, aldus Van Twillert. ‘Stel vast wat de businesscase is, wie eraan verdient en, als niemand eraan verdient, wie dan eigenaar kan en wil zijn. Kijk daarvoor naar wat een logische partner is. Voor een nieuwe interventie voor stoppen met roken die was ontwikkeld voor huisartsen, hebben we onderzocht wat nodig was voor toepassing in ziekenhuizen. De ontwikkelde implementatiehandleiding is nu beschikbaar via het Trimbos, wat past binnen de functie van die instelling. Dat is belangrijk – steeds opnieuw beseffen: wie kan de nieuwe interventie verder brengen.’

Implementatiedeskundige betrekken

Al met al zijn al veel adviezen voorbijgekomen. Wat kunnen de 2 implementatiedeskundigen nog meer meegeven? ‘Kijk op de site van het Nederlands Implementatie Collectief of van het Amsterdam Center for Implementation Science’, aldus van Twillert. ‘Dat zijn waardevolle bronnen van kennis, opleidingen en trainingen. Voor meer praktische informatie is er de site Zorg voor innoveren van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van VWS), Zorginstituut Nederland, de Nederlandse Zorgautoriteit, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en ZonMw. Daarbij moet je wel weten: welke informatie brengt mij nu verder? Dat is ingewikkeld. Er is veel implementatiekennis beschikbaar, soms is het daardoor moeilijk om door de bomen het bos te zien. Het is goed om al vanaf de opzet van je project een implementatiedeskundige te betrekken. Met 1 of 2 adviesgesprekken kan je al een stuk verder komen.’

Vertrouwen als kernwoord

Het onderzoeksveld van implementatie, borging en opschaling ontwikkelt zich intussen in rap tempo verder. In juni bezochten Van Twillert en Geelen het congres van de European Implementation Collaborative, het Europese netwerk van professionals, onderzoekers en beleidsmakers met actuele kennis op het gebied van implementatie. Een paar ontwikkelingen sprongen daar in het oog. ‘Er was veel aandacht voor het relationele aspect van implementatie, borging en opschaling’, vertelt Geelen. ‘Het is een complex geheel en daar zit je als zorgverlener, onderzoeker of projectleider middenin. Je moet zorgen dat er consensus komt en dat je stappen kunt maken. Vertrouwen is daarbij het kernwoord. Dat is een kwaliteit die meer en meer erkend en als essentieel beschouwd wordt, wanneer je met deze processen bezig bent.’

Van Twillert kreeg tijdens het congres de bevestiging dat implementatiepakketten zo licht mogelijk gemaakt moeten worden, zodat ze makkelijk aangenomen worden. ‘Maar ze moeten uiteraard wel afdoende zijn, met voldoende ondersteuning. Maak er een iteratief proces van met je doelgroep. Zorg dat de meerwaarde van je product duidelijk is voor zowel patiënt als professional. En wees kritisch over in hoeverre strategieën bijdragen aan de implementatie. Meer is zeker niet beter.’

Kijk voorbij je eigen project

Verder was context een belangrijk onderwerp tijdens het congres. ‘Het effect van implementatiestrategieën wordt erg bepaald door de context’, aldus Geelen. ‘De ene keer werkt een strategie goed en de andere keer totaal niet, puur door de omstandigheden. Focus dáár dus op. Wat in jouw werkomgeving maakt dat implementatie wel of niet lukt? Ik hoop dat mensen hun horizon in die zin verrijken en dat er niet weer een rapport komt met: door context en systeem is de implementatie niet gelukt. Achterhaal wat dan zo bepalend was. Wat maakt dat de implementatie goed werkte of juist niet. Dan kijk je voorbij je eigen project.’

Zelf een implementatieplan maken? ZonMw maakte hiervoor een overzichtelijk stappenplan.

ZonMw en palliatieve zorg

Het ZonMw-programma Palliantie II richt zich op een goede kwaliteit van leven voor mensen die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening of kwetsbaarheid. We zetten in op onderzoek naar zorg en ondersteuning op lichamelijk, psychisch, sociaal en spiritueel vlak die aansluit op hun wensen en behoeften. Palliantie II bouwt voort op de opgedane kennis en ervaring uit het eerste programma Palliantie. Meer dan zorg. Het bundelen van kennis en het (door)ontwikkelen, implementeren en opschalen van kansrijke projectresultaten uit het eerste programma staan centraal.

Colofon
Auteur:
Astrid van den Berg
Fotografie:
Sacha van Twillert en Sven Geelen
Redacteur:
ZonMw-team Palliatieve zorg