Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Steun bij gecontroleerd gebruik

Interview met Katrin Schiffer en Nienke Liebregts - ERANID-studie naar amfetamine-achtige drugs
Laatst aangepast:

Sommige mensen nemen af en toe amfetamine-achtige drugs (ATS) en hebben daar geen last van, terwijl anderen wel problemen ervaren. Wat bepaalt of iemand wel of niet problematisch gaat gebruiken? ATTUNE onderzocht de zogeheten ‘gebruikscarrières’ van mensen die ATS nemen. Zelfmanagement is een belangrijke factor.

Er zijn verschillende amfetamine-achtige drugs, ATS in het jargon. Denk aan speed, methamfematine (‘meth’) en xtc. Lang niet alle gebruikers ervan raken in de problemen. Wat zijn nu de factoren die een zogeheten gebruikscarrière mede bepalen? In de ATTUNE-studie is dit in een mixed-methods-studie onderzocht, waarbij kwalitatief onderzoek het uitgangspunt vormde. Er zijn 270 interviews gehouden in Duitsland, Polen, Engeland, Tsjechië en Nederland. Daarna volgde een vragenlijstonderzoek onder 1656 mensen. De nadruk op het kwalitatieve deel paste goed bij het werk van projectpartner De Regenboog Groep, die in Amsterdam veel op het gebied van drugshulpverlening doet. Karin Schiffer van deze organisatie: ‘In de studie stonden de situatie en het perspectief van mensen die ATS gebruiken centraal. Deze volgorde is anders dan gebruikelijk, maar zo vorm je het beeld vanuit ervaringen en niet vanuit getallen.’

Gedetailleerd beeld

Over de gebruikscarrières van mensen die ATS gebruiken was nog weinig kennis, vervolgt Nienke Liebregts, die het ATTUNE-onderzoek deed vanuit het Bonger Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Inmiddels werkt ze bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), ‘Er was bijvoorbeeld wel onderzoek beschikbaar naar de vraag waarom mensen xtc gebruiken, maar niet hoe dat gebruik zich ontwikkelt. Terwijl juist gebruikscarrières veel informatie bieden over het wel of niet ontstaan van problematisch gebruik. Wat is de rol van zelfregulering? En welke interventies zijn mogelijk bij mensen die toch problemen krijgen?’ Hoe gedetailleerder het beeld, hoe beter je die problemen kunt voorkomen of aanpakken. ATTUNE liet duidelijk zien dat er niet 1 soort ATS-gebruik is; de groep is breed en heterogeen. Redenen om wel of niet te gebruiken verschillen sterk, evenals de gebruikspatronen.

Zelf controle houden

Meestal is het gebruik van ATS onproblematisch en blijft het beperkt tot een bepaalde periode in iemands leven, vertelt Schiffer. ‘Na aanvankelijk stevig gebruik ontstaat over het algemeen vrij snel een zekere vorm van zelfregulering. Mensen willen toch controle houden. Een uitzondering is het sterk verslavende methamfetamine. Het gebruik daarvan escaleert vaker.’ Liebregts schetst nog een paar resultaten. Zo vergroot een combinatie van intensief gebruik en verschillende risicofactoren het risico op afhankelijkheid. Ze noemt kritieke life-events – met name in de vroege jeugd – en psychische problemen. ‘Veerkracht, copingvaardigheden en persoonlijkheid spelen mee bij een geslaagde zelfregulering. Beschermend werkt ook de vriendengroep: mensen helpen elkaar om verstandig te gebruiken en risico’s te verkleinen.’

Afbeelding
ERANID
Een bredere benadering met oog voor sociale en andere factoren bekrachtigt beschermende factoren om zelf controle te houden.
Nienke Liebregts
Onderzoeker bij het Bonger Instituut

Positieve insteek

Het kwalitatieve onderzoek had duidelijk meerwaarde voor inzicht in risico- en beschermende factoren. Schiffer: ‘Uit de gesprekken blijkt dat het altijd gaat om een combinatie van factoren, variërend van persoonlijke vaardigheden rond coping tot omgevingsfactoren als sociale steun en pillentestfaciliteiten. In onze aanbevelingen sluiten we daarop aan. Bijvoorbeeld: focus in preventie en voorlichting op zelfmanagement. Stimuleer mensen om voor elkaar te zorgen en op de ander te letten. En creëer op party-locaties ruimtes waar je even kunt bijkomen.’ Liebregts: ‘Geef ook ruimte aan de positieve motivatie voor gebruik, want het gaat veel mensen vooral om samen plezier maken. Een positieve insteek in preventie en voorlichting bevordert de informele sociale controle en optimaliseert steun door peers.’ Dat impliceert volgens het ATTUNE-team ook dat beleidsmakers abstinentie als ultiem beleidsdoel beter kunnen loslaten.

Brede benadering

Maar wat nu als het toch niet goed gaat met iemands ATS-gebruik? Ook daarvoor hebben de onderzoekers een paar duidelijke aanbevelingen. De belangrijkste: zorg bij problematisch gebruik voor een multidisciplinaire aanpak in begeleiding en behandeling. Schiffer: ‘Er is nooit alleen maar een drugsprobleem. Een bredere, integrale benadering – met oog voor sociale en andere factoren – is niet zozeer gericht op het stoppen, maar bekrachtigt de beschermende factoren om zelf én met hulp van anderen het gebruik onder controle te houden.’ Heeft het zin om problematisch ATS-gebruik te voorkomen door te proberen de beschikbaarheid te verminderen? Schiffer en Liebregts hebben hun twijfels. Uit het onderzoek bleek duidelijk dat beschikbaarheidsmaatregelen voor niemand in de deelnemende landen een drempel vormden voor wel of niet gebruiken. Kort gezegd: mensen die dat willen, komen toch wel aan drugs.

Praktisch relevant onderzoek

Vanaf het begin had het ATTUNE-team de ambitie de resultaten praktisch relevant te maken. Schiffer: ‘Dit soort onderzoek moet de implicaties voor praktijk en beleid kunnen schetsen. Vaak blijven de opbrengsten als het ware hangen in de wetenschappelijke publicaties. Elk project zou ook een vervolg moeten hebben om aan implementatie te doen, inclusief het onderzoeken en verder brengen van best practices. Het is heel fijn dat ZonMw ons de kans bood in elk geval een speciale policy paper te schrijven. Daarin staan dingen die ik al noemde, zoals inzetten op zelfmanagement en peer support. In drugsonderzoek worden peers toch nog vaak als gevaar beschreven; via hen zou je aan de drugs raken. Ons onderzoek bevestigt dat het beeld anders is. Vaak werkt de sociale omgeving juist beschermend tegen problematisch ATS-gebruik. Maak daar dus vooral gebruik van in je preventie.’