Scherper kijken naar haalbaarheid en samenwerking
Het subsidieprogramma Gezonde Leefomgeving Integrale Aanpak (GLIA) daagde gemeenten, GGD’en en onderzoekers uit om -met inwoners- samen te werken aan een gezondere leefomgeving. Dit vraagt om een duidelijke visie en een lange adem van zowel organisaties als projectleiders. Ontdek de ervaringen van 2 commissieleden van GLIA.
In dit interview delen commissieleden Maarten Hoorn en Hadewych Cliteur hun ervaringen met het beoordelen van de aanvragen van de grotere projecten binnen het Programma Gezonde Leefomgeving. Zij laten zien hoe het programma beweging op gang bracht, waarom klein beginnen helpt en waar plannen in de praktijk vaak wringen.
Dynamiek
Gemeenten, GGD’en en onderzoekspartners konden bij ZonMw subsidie aanvragen om projecten uit te voeren die gezondheid en leefomgeving combineren. Deze subsidie uit het programma GLIA zorgde meteen voor dynamiek: gemeenten en GGD’en gingen partners zoeken, plannen aanscherpen en kennis ophalen. Voor commissielid Maarten Hoorn was dat een van de grootste pluspunten: 'Het feit dat er een uitvraag is, zorgt al voor reuring. En als je dan meedoet als gemeente of GGD, ontstaat er extra focus binnen je organisatie of project.'
Voor veel professionals voelt de gezonde leefomgeving al snel als ‘te groot’: een allesomvattend thema met ontelbare invalshoeken. 'De subsidie uit het programma GLIA hielp ze juist om klein te beginnen', benadrukt Hoorn. Door bewust in te zoomen op een concreet en inhoudelijk vraagstuk - zoals hitte, bewegen, ontmoeten of vergroenen - werd de opgave behapbaar. 'Je kunt gezonde leefomgeving groot en meeslepend aanpakken, maar dan wordt het een soort grijze wolk', zegt Hoorn. 'Door specifieke onderwerpen te kiezen, zie je wat er mogelijk is.'
Naar aanleiding van deze aanvraag werden door een commissie uiteenlopende projecten geselecteerd: van innovatieve participatievormen met Utrechtse meiden en jonge vrouwen tot een Brabants initiatief dat bestaande kennis over inwonersparticipatie op hoog niveau toepaste. De opbrengsten van deze projecten zijn gebundeld in de kennisbundel Samenwerken aan de gezonde leefomgeving en bieden waardevolle voorbeelden voor gemeenten die nog zoekende zijn.
Wat is het subsidieprogramma GLIA?
Het subsidieprogramma was bedoeld voor projecten die werken aan Gezonde Leefomgeving Integrale Aanpak en is onderdeel van het bredere Programma Gezonde Leefomgeving (PGLO). Dat wordt uitgevoerd door ZonMw en RIVM, in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het doel: praktijkkennis over een gezonde leefomgeving versterken en toepasbaar maken zodat gezondheid expliciet wordt meegewogen bij inrichting en beheer van de fysieke leefomgeving. Een commissie aangesteld door ZonMw was betrokken bij de beoordeling van de verschillende subsidieaanvragen. Maarten Hoorn (in die tijd programmamanager Wonen en Ruimte bij Platform31) en Hadewych Cliteur (in die tijd projectleider Gezonde Leefomgeving bij Pharos) namen plaats in die commissie en vertellen over het beoordelingsproces.
Van achter het bureau naar de praktijk
In bijna alle aanvragen speelde inwonersparticipatie een rol. Maar de manier waarop varieerde sterk, en de uitvoering bleek complexer dan veel aanvragers verwacht hadden. Commissielid Hadewych Cliteur verwoordt scherp wat er vaak misgaat: 'Mensen denken achter hun bureau heel goed te weten hoe je moet samenwerken met de mensen om wie het gaat. Maar buiten loopt het net even anders.' Die kloof tussen plan en praktijk kwam scherp naar voren tijdens de maandelijkse digitale inloopspreekuren die Cliteur vanuit Pharos organiseerde. Projectleiders kwamen met praktische dilemma’s:
- Moet ik mensen die meewerken betalen en zo ja hoeveel?
- Hoe betrek ik bewoners als zij andere zorgen hebben?
- Waar vind ik de mensen om wie het gaat?
Opvallend was dat veel professionals, al pratend, zelf tot een oplossing kwamen. 'Het antwoord kwam vaak vanzelf naar boven', vertelt Cliteur. 'Maar de rode draad blijft dat echte participatie tijd, vertrouwen en flexibiliteit vraagt, meer dan veel projecten vooraf hadden ingeschat.' In een aantal projecten kwam dat scherp naar voren. In sommige projecten werd de buurt pas laat betrokken. De initiatiefnemers merkten dan dat hun plannen niet altijd vanzelfsprekend aansloten bij wat bewoners wilden of haalbaar vonden. 'Zulke voorbeelden laten zien dat vroegtijdige participatie cruciaal is. En dat die participatie meer vraagt dan een goed idee echte samenwerking begint al met het bedenken van het idee', aldus Cliteur.
Echte participatie kost tijd, vertrouwen en flexibiliteit.
Domeinoverstijgend beoordelen
De beoordelingscommissie van ZonMw was samengesteld uit experts met uiteenlopende achtergronden: sociaal domein, ruimtelijke ordening, gezondheid, gedragswetenschappen en praktijkkennis over inwonerbetrokkenheid. De commissie was bewust domeinoverstijgend samengesteld. Dat hielp om de subsidieoproepen breder te benaderen dan vanuit 1 domein. Volgens Hoorn is dat essentieel: 'Integraal is een ingewikkelde term, maar domeinoverstijgend werken is nodig. Je moet nieuwsgierig zijn naar andere perspectieven en verbinding kunnen leggen.'
Cliteur voegt toe dat een vertegenwoordiger uit de zorg het geheel nog completer had gemaakt. Toch was de breedte van de commissie van meerwaarde: het bracht veel relevante, inhoudelijke expertise samen. Die mix was dus waardevol en zorgde soms voor stevige discussies. 'Juist doordat we alles vanuit verschillende perspectieven zorgvuldig bespraken, kwam je samen tot betere afwegingen', vindt Cliteur.
De commissie keek naar 3 kerncriteria:
- Relevantie. Sluit het aan op kennishiaten die in de kennissynthese zijn benoemd?
- Kwaliteit. Is het ontwerp inhoudelijk sterk?
- Haalbaarheid. Is het uitvoerbaar binnen de korte doorlooptijd?
Vooral dat laatste was uitdagend. 'Bij gezonde leefomgeving duurt het vaak even voordat je resultaten ziet', aldus Hoorn. 'Bij het programma GLIA moesten we dus echt kijken of projecten realistisch waren.' Commerciële aanvragen vielen direct af, en voorstellen die wel over gezondheid gingen maar niet over gezonde leefomgeving werden als onvoldoende relevant beoordeeld.
Volgens Cliteur worstelden sommige aanvragers met het vasthouden aan hun oorspronkelijke plan. 'Ze probeerden precies te doen wat ze hadden opgeschreven, terwijl de praktijk feitelijk om aanpassing vroeg. Dan blijft een echt leerproces uit.'
Ze benadrukt dat er wel ruimte was om plannen bij te stellen, mits die wijzigingen goed werden beschreven.
Integraal is een ingewikkelde term, maar domeinoverstijgend werken is nodig. Je moet nieuwsgierig zijn naar andere perspectieven en verbinding kunnen leggen
Wat de "Theory of Change" toevoegde
De Academische Werkplaats Gezonde Leefomgeving volgden de onderzoeken en projecten in een evaluatie (lees meer in dit interview). Om de voortgang te monitoren, introduceerden zij de ‘Theory of Change’ bij de projecten. Die kon helpen inzicht te krijgen in de stappen die werden gezet. Niet alle projecten vonden dit eenvoudig, maar de methodiek hielp wel om scherp te krijgen hoe activiteiten bijdragen aan impact. Hoorn: 'De ‘Theory of Change’ helpt je bij het ontrafelen van je input, output, outcome en impact. Iedereen kent die termen wel, maar ze lopen vaak door elkaar. Dit helpt om te zien wat je doet en waarom.' Cliteur benadrukt dat goede begeleiding bij dit model werkt: 'Als je het eenvoudig uitlegt, kan het gemeenten enorm helpen. Je begint bij de impact die je wil maken en redeneert terug. Dat dwingt je om beter na te denken en bewuste keuzes te maken.' Gemeenten kunnen deze benadering ook buiten ZonMw-trajecten inzetten, bijvoorbeeld bij gebiedsagenda’s of integrale gezondheidsprogramma’s.
Samenwerking die verder gaat dan het project
Het subsidieprogramma bestond niet alleen uit een verzameling losse projecten; het was ook een leerproces in samenwerking. De link met de kennissynthese van Pharos en Platform31 (die als basis diende voor het programma) gaf projecten een stevige inhoudelijke basis. En de samenwerking tussen gemeenten, GGD’en en onderzoekers leidde tot nieuwe verbindingen. 'Je ziet combinaties van wat er in gemeenten speelt en waar onderzoeksinstellingen mee bezig zijn', vertelt Hoorn. 'Soms kende ik de gemeente wel, maar niet de aanpak.'
Ook werd zichtbaar hoe kwetsbaar samenwerking kan zijn. In sommige projecten viel een projectleider halverwege weg door baanwissel; collega’s van andere organisaties bleken niet op de hoogte. Het toont hoe persoonsgebonden veel trajecten zijn. 'Dat zien we overal. Samenwerking is nu eenmaal persoonsgebonden: je hebt kennis en gedrevenheid nodig. Organisaties ontwikkelen zich continu, dus verloop blijft onvermijdelijk. Juist daarom is het essentieel om de kennis die er nu is vast te leggen en toegankelijk te maken, zodat projecten niet stilvallen wanneer mensen van functie veranderen.' Cliteur adviseert: 'Laat op verschillende plekken zien wat werkt en wat niet, zodat we niet opnieuw onderzoek doen naar iets wat we al weten.'
GLIA heeft veel in beweging gezet: nieuwe verbindingen, nieuwe inzichten en nieuwe manieren van samenwerken.
Waar de winst zit van het programma
Het prorgamma GLIA heeft veel in beweging gezet: nieuwe verbindingen, nieuwe inzichten en nieuwe manieren van samenwerken. Subsidie uit ZonMw-programma's helpt gemeenten en GGD’en om focus aan te brengen, nieuwe aanpakken te verkennen en bestaande kennis doelgericht en in de praktijk toe te passen. Professionals weten vaak meer dan ze denken; veel kennis is al beschikbaar. De grootste winst zit in het bewust toepassen van die kennis, het beter samenwerken met inwoners én het creëren van ruimte om te leren, bij te sturen en te experimenteren. Bovendien dragen de voorbeelden en opbrengsten bij aan gedeelde landelijke kennis, zodat succesvolle werkwijzen breder en sneller doorwerken in beleid en uitvoering.
Kennisbundel
Dit interview is verschenen in de kennisbundel Samenwerken aan de gezonde leefomgeving. In deze bundel ontdek je praktische instrumenten en lessen, bijvoorbeeld over domeinoverstijgend samenwerken en inwoners betrekken. Het zijn de opbrengsten uit meer dan 50 projecten, waarin gemeenten en GGD'en samenwerkten, met subsidie uit ons programma Gezonde Leefomgeving Integrale Aanpak