‘Onze beslisregel helpt bij gepersonaliseerd behandelen met antibiotica op de IC’
Patiënten op de intensive care (IC) hebben vaak infecties, waarvoor antibiotica nodig zijn. De gebruikte dosering is echter niet altijd optimaal. Bloedspiegelmetingen kunnen helpen, maar bij sepsis kan vaak de behandeling niet op de uitslag wachten. Met GGG-subsidies onderzoekt het Erasmus MC de beste behandelstrategieën.
Patiënten op de IC vormen een bijzondere populatie. Hun lichaam verwerkt medicijnen anders, bijvoorbeeld door verstoorde orgaanfuncties. Omdat IC-patiënten vaak infecties hebben, is het belangrijk te weten hoe zij reageren op antibiotica. In de Dolphin-studie is onder leiding van het Erasmus MC in 8 centra onderzocht of persoonlijk afgestemde antibioticadosering de uitkomsten verbeteren. Met behulp van bloedspiegelmetingen zijn concentraties van beta-lactam-antibiotica en ciprofloxacine vastgesteld, waarna met rekenmodellen persoonlijke doseringen zijn bepaald. Ziekenhuisapotheker Alan Abdulla: ‘Over de hele patiëntengroep zagen we geen kortere IC-ligduur. Mogelijk speelt mee dat IC-patiënten sterk verschillen in hun ziektebeeld en de ernst daarvan. Maar in aanvullende analyses zagen we wel verschillen tussen groepen, bijvoorbeeld bij patiënten die op de IC minder ernstig ziek waren. Binnen deze groep j hen was er een trend naar lagere sterfte als er na een persoonlijk doseeradvies werd gevolgd. Ook leek een doseeradvies binnen 24 uur gunstiger uit te pakken. Deze inzichten hebben we meegenomen in nieuw vervolgonderzoek, waaronder de Bullseye-studie (zie kader, red.).’
Complexe populatie
Op een IC gaat het om een complexe en zeer uiteenlopende patiëntengroep, waarbij ook nog eens sprake is van een acute situatie. Dat maakt onderzoek doen erg uitdagend, aldus Abdulla. ‘Het zijn ernstig zieke patiënten die soms buiten bewustzijn zijn en niet altijd zelf kunnen beslissen over het meedoen aan een studie. Je moet dan met hun vertegenwoordigers in gesprek, die uiteraard erg ongerust zijn over hun naaste. Toch is het ons gelukt om voldoende mensen te includeren, dankzij de gezamenlijke inzet van researchverpleegkundigen, onderzoekers en andere betrokken zorgverleners in alle deelnemende centra. Die samenwerking is onmisbaar om patiënten zorgvuldig en verantwoord te includeren. In de vervolgstudie bij patiënten met sepsis – waarbij je snel moet handelen – lukt de inclusie vanuit de opgebouwde ervaring en goede samenwerking ook uitstekend.’
Beslisregel in het EPD
Om de behandeling van patiënten met risico op een te lage dosering nog beter te personaliseren, is met een implementatiesubsidie van GGG (een VIMP) een klinische beslisregel ontwikkeld in het elektronische patiëntendossier (EPD). Deze digitale toepassing berekent dagelijks welke patiënten risico lopen op een te lage medicijnspiegel. Dat is relevant voor een gerichte behandeling, ook omdat niet passende te lage antibioticaconcentraties kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van antibioticaresistentie, legt Abdulla uit. Met de beslisregel kunnen ziekenhuisapothekers en artsen gericht beoordelen of een dosisaanpassing of extra bloedonderzoek nodig is. ‘We hebben de beslisregel ontwikkeld binnen ons eigen EPD. Het algoritme is inmiddels ook in een ander EPD-systeem bij Amsterdam UMC geïmplementeerd. En we werken er nu ook met Belgische centra aan.’ Het opnemen van het algoritme in de verschillende EPD-systemen is technisch mogelijk, maar vergt tijd en lokale afstemming, aldus Abdulla.
De beslisregel is een belangrijke tool, maar dit alles vraagt ook om aanpassingen in de workflow, zodat je in onderling overleg adequaat kunt handelen als de beslisregel bij een patiënt een verhoogd risico signaleert.
Gericht adviseren
Voor de implementatie is meer nodig dan een technische oplossing, benadrukt Abdulla. ‘We hebben in de VIMP de stap gezet van wetenschap naar dagelijkse patiëntenzorg. Hoe zorg je dat je resultaten ook aan het bed beschikbaar komen? De beslisregel is een belangrijke tool, omdat je als ziekenhuisapotheker snel de patiënten in beeld krijgt die risico lopen op een niet passende dosering aan van antibiotica. Zo kun je de behandelaar gericht adviseren over het doen van een bloedspiegelmeting TDM en het aanpassen van de dosering. Maar dit alles vraagt ook om aanpassingen in de workflow, zodat je in onderling overleg adequaat kunt handelen als de beslisregel bij een patiënt een verhoogd risico signaleert.’
Genuanceerd verhaal
Een ander doel van de VIMP was om patiënten en naasten goed te informeren, en ze mee te nemen in de behandeloverwegingen en de wetenschappelijke onderbouwing daarvan. Abdulla: ‘We hebben een podcastserie ontwikkeld: De Kritieke Dosis. Een deel van de serie is gericht op zorgverleners en belicht vooral de betekenis van de wetenschappelijke resultaten voor hun werk. Daarnaast zijn er afleveringen voor naasten, (ex-)patiënten en patiëntenorganisaties. Het is een mooie manier om onze bevindingen en de betekenis ervan op een toegankelijke manier met een breed publiek te delen. Zo is er een aflevering met een ex-patiënt over zijn IC-ervaring en het herstel na de opname. Daphne Bolman doet mee in de aflevering. Zij is ervaringsdeskundige en voorzitter van patiëntenorganisatie IC-connect, een van onze samenwerkingspartners. Ook Stichting FCIC is betrokken, een samenwerkingsverband tussen IC-professionals, onderzoekers en ervaringsdeskundigen.’ Vanwege het perspectief van de patiënt zijn de gesprekken volgens Abdulla ook interessant voor zorgverleners. De serie wordt goed ontvangen, zegt hij, en is kort na de lancering in september 2026 al enkele honderden keren beluisterd.
Extra stappen
Abdulla is blij met de mogelijkheid die ZonMw bood om extra stappen te zetten voor de implementatie. ‘Wetenschappelijk bewijs is belangrijk, maar het is minstens zo relevant om professionals goed mee te nemen in wat een nieuwe aanpak van ze vraagt. Hoe je dat realiseert, moet je al in de ontwerpfase van je studie meenemen. Je onderzoek is pas echt geslaagd als het ten goede komt van de patiënt.’
De Bullseye-studie
Uit de Dolphin-studie bleek onder meer dat gepersonaliseerde dosering met behulp van bloedspiegelmetingen TDM en rekenmodellen niet bij iedere patiënt tot betere uitkomsten leidt. Bij patiënten met sepsis is juist de eerste fase van de behandeling cruciaal. Gezien het zogeheten ‘golden hour of sepsis’ kun je niet wachten op de uitslag van een bloedspiegelbepaling en moet je zo snel mogelijk met de juiste dosering beta-lactam-antibiotica starten. Berekeningen op basis van eerdere onderzoeksgegevens suggereren dat je met een dubbele dosis in de eerste 48 uur vaker de gewenste antibioticaconcentratie bereikt, zegt Alan Abdulla. ‘In de Bullseye-studie vergelijken we de standaarddosis met een dubbele dosis gedurende de eerste 48 uur bij patiënten met een septische shock. We onderzoeken vooral de sterfte na 28 dagen, maar kijken ook naar bijwerkingen. Er zijn al zo’n 600 patiënten geïncludeerd en daarmee zitten we op schema. We kunnen mooi voortbouwen op onze ervaring in de Dolphin-studie. We weten inmiddels veel over wat er organisatorisch komt kijken bij een complex onderzoek als dit: van inclusie tot en met het verwerken van bloedmonsters en de data-invoer. Er is in de loop van de tijd een sterk consortium ontstaan en dat helpt ons ook bij deze vervolgstudie. Er wordt internationaal veel naar ons gekeken, want naar verwachting komen we straks met resultaten die internationaal waardevol kunnen zijn.’
Meer informatie
- GGG-project 848017008: ‘Dose IndividualizAtion of Beta-lactam AntiBiotics in ICU patients: to TDM or not to TDM and the effects on patient outcome’ (Dolphin-studie)
- GGG-project 10140462310006 (VIMP): ‘Verbeter de kennis van beta-lactam antibioticablootstelling op de Intensive Care’
- GGG-project 10140022310046: ‘Optimalisatie initiële blootstelling beta-lactam-antibiotica bij ernstig zieke septische patiënten’ (Bullseye-studie, nog lopend)
- Programma Goed Gebruik Geneesmiddelen
- Onderwerp Geneesmiddelen