MS Doelmatigheidsnetwerk geeft inclusie BLOOMS-studie grote boost
Toen in 2018 ocrelizumab op de Nederlandse markt kwam voor de behandeling van MS, waren neurologen uitgesproken enthousiast. Opmerkelijk voor onze anders wat ingetogen beroepsgroep, zegt Zoé van Kempen (Amsterdam UMC). Met collega’s startte zij een onderzoek naar de optimale inzet van ocrelizumab. Hoe overwonnen zij de pittige inclusie-uitdagingen daarbij?
Multiple sclerose (MS) is een auto-immuunziekte die hersenen en ruggenmerg aantast. Ocrelizumab verlaagt het aantal afweercellen en blijkt daarmee zeer effectief in de behandeling van MS. Het lichaam bouwt de afweercellen langzaam weer op, maar de ene persoon doet dat veel sneller (bijvoorbeeld na 6 maanden) dan de andere (bijvoorbeeld na anderhalf jaar). Toch krijgt iedere patiënt op dit moment dezelfde behandeling. Zoé van Kempen: ‘Er is veel variatie tussen mensen in het omzetten van dit soort geneesmiddelen. Wij wilden zo snel mogelijk na de introductie van ocrelizumab in Nederland onderzoeken of meer gepersonaliseerd doseren mogelijk is. Dan zouden we dit effectieve medicijn nog gerichter én doelmatiger kunnen inzetten. Beter voor de patiënt, met hetzelfde profijt van de behandeling, maar met minder belasting en bijwerkingen. En beter voor de maatschappij, want het gaat om een duur geneesmiddel.’
Enorme klus
In 2022 ging de BLOOMS-studie van start met bijdragen van GGG en Stichting Treatmeds, een stichting waarin de Nederlandse zorgverzekeraars participeren. Het idee was om in verschillende centra 296 patiënten te includeren en hen te loten in 2 groepen: een groep die een gepersonaliseerde behandeling krijgt op basis van het aantal afweercellen en een groep met de standaardbehandeling. Van Kempen: ‘Het is een multicenter-studie – in totaal doen 22 centra mee – en het bleek een enorme klus om het onderzoek overal goed op te starten. Laura Hogenboom, onze arts-onderzoeker, moest meteen stevig aan de bak. In haar eentje heeft ze binnen het Amsterdam UMC meer dan 100 patiënten geïncludeerd. Maar elders ging het minder snel. Niet omdat mensen niet hun best deden, maar omdat er heel veel geregeld moet worden bij het opstarten van een studie in een ziekenhuis. Denk aan logistieke zaken, goedkeuringsprocessen en afspraken over de begroting en contracten.’
Hulp op maat
Te weinig tijd en onvoldoende ondersteuning en begeleiding bij het opstarten van nieuwe centra waren de bottlenecks. Een belangrijk antwoord bleek het oprichten van het MS Doelmatigheidsnetwerk (gefinancierd en ondersteund door Treatmeds) met een bestuur van neurologen uit 6 MS-centra verspreid over heel Nederland, onder voorzitterschap van Van Kempen. En vooral: een hands-on programmamanager die de mensen op de werkvloer veel werk uit handen neemt. Deze rol is opgepakt door Lieke van Dongen. In de ondersteuning vanuit het netwerk draait het om het centraliseren en standaardiseren van de processen bij het opstarten en uitvoeren van de studie, legt ze uit. En er is heel concrete hulp op maat, gepersonaliseerd op basis van specifieke behoeften. ‘Elk centrum zit weer anders in elkaar. Zijn er researchverpleegkundigen die kunnen helpen, of doet de neuroloog het includeren alleen? En hoe zijn bijvoorbeeld het lab en de apotheek georganiseerd? Korte lijntjes met deze ondersteunende afdelingen werkt goed, bijvoorbeeld bij het afstemmen van een offerte voor hun werk. Als zo’n offerte bij de neuroloog terugkomt voor ondertekening, ligt dat stuk al snel een beetje onderop de stapel. Bij mij ligt het juist bovenop. Het proces kan weer sneller door als ik de offerte meteen bekijk en adviseer over een akkoord.’
Dagje meelopen
Deze concrete ondersteuning heeft de inclusie voor de BLOOMS-studie een enorme boost gegeven. Na de moeizame start is het gelukt om in de laatste maanden van 2024 meer dan 30 patiënten per maand te includeren. In februari 2025 is het inclusiedoel behaald. Van Dongen: ‘In een studie als deze hebben de arts-onderzoekers een cruciale rol. Maar zij hebben al zoveel te doen, inclusief patiëntenzorg en onderwijstaken. Het helpt als ik ze praktische regelzaken uit handen neem. Zodat zij tijd overhouden voor het inhoudelijke werk.’
De intensieve communicatie vanuit het MS Doelmatigheidsnetwerk heeft de studie intussen nog steviger op alle agenda’s gezet. Mensen horen hoe het anderen vergaat en worden nieuwsgierig naar elkaars ervaringen. Van Dongen: ‘Je merkt dat mensen van elkaar willen leren. We faciliteren dat bijvoorbeeld door elk kwartaal een online-bijeenkomst te organiseren voor deelnemende neurologen, verpleegkundigen en trialcoördinatoren. Als we merken dat er veel praktische vragen zijn, houden we een vragenuurtje. De studie leeft steeds meer. Zo wist een MS-verpleegkundige voordat haar centrum startte al zoveel mensen te enthousiasmeren, dat ze binnen korte tijd 18 patiënten kon includeren. Ook liep zij vooraf elders een dagje mee met een ervaren collega, om te zien wat er zoal bij komt kijken.’
Geleerde lessen
Veel disciplines hebben trialbureaus die helpen bij de praktische zaken die voor een studie moeten worden geregeld, vervolgt Van Kempen. Maar de sterk op het proces gerichte ondersteuning van het MS Doelmatigheidsnetwerk – inclusief een extra vergoeding waarmee bijvoorbeeld een researchverpleegkundige een paar uur meer kan worden ingezet – gebeurt niet vaak. ‘We hebben geleerd hoe je de aanloop naar zo’n multicenter-studie enorm verkort en de inclusie kunt versnellen. Nu gaan we uitzoomen om de geleerde lessen voor volgende studies te kunnen inzetten. Vooruitlopend op de resultaten van BLOOMS, die we in 2027 verwachten, zijn we via het netwerk als neurologen met elkaar in gesprek over de implementatie. Waarbij het mooi is dat de zorgverzekeraars via Treatmeds betrokken zijn bij de ontwikkelingen. Ik ben ervan overtuigd dat alle enthousiasme gaat helpen om straks de resultaten goed in de praktijk te laten landen.’
Zoé van Kempen is neuroloog in het Amsterdam UMC. Lieke van Dongen is daar programmamanager van het MS Doelmatigheidsnetwerk. De tussentijdse resultaten van de BLOOMS-studie zijn in september 2024 door Laura Hogenboom op een internationaal congres gepresenteerd. MS lijkt met een persoonlijke behandeling met ocrelizumab even goed onder controle te blijven als met de standaardbehandeling. Patiënten hoeven echter minder vaak naar het ziekenhuis en hun kwaliteit van leven neemt naar verwachting toe, onder meer door minder bijwerkingen. De studie zal te zijner tijd worden meegenomen in de aanpassing van de MS-richtlijn in de FMS Richtlijnendatabase.
Colofon
Tekst: Marc van Bijsterveldt (september 2025)
Beeld: Lieke van Dongen, Laura Hogenboom, Zoé van Kempen
Meer informatie
- GGG-project 848044001: ‘Efficacy, safety and cost-effectiveness of B cell tailored ocrelizumab versus standard ocrelizumab in relapsing remitting multiple sclerosis’ (BLOOMS-studie)
- Samenvatting presentatie Laura Hogenboom op het congres van het European Committee for Treatment and Research in Multiple Sclerosis (ECTRIMS), Kopenhagen, 18-20 September 2024
- Informatie over het MS Doelmatigheidsnetwerk op de website van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN)
- Website stichting Treatmeds, regiebureau voor dure medicijnen
- Programma Goed Gebruik Geneesmiddelen
- Onderwerp Geneesmiddelen