Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

'Ik leer van zowel patiënten als van collega-onderzoekers'

Interview met Rik Knipschild
Laatst aangepast:

Een onderzoeker moet zich niet uitsluitend richten op zijn onderwerp van studie maar bijvoorbeeld ook rekening houden met de implementatie-, beleids-, politieke en menselijke aspecten ervan. Pas dan hebben nieuwe bevindingen kans van slagen, leerde Rik Knipschild mede dankzij input van ervaren collega’s.

Knipschild (40) werkt als gezondheidszorgpsycholoog bij Karakter. Als coördinator wetenschappelijk onderzoek bij de kind- en jeugdpsychiatrie ondersteunt hij daar ook collega’s bij het opzetten, uitvoeren en coördineren van wetenschappelijke studies. Zijn passie ligt bij het onderzoeken van de effectiviteit van behandelingen voor jeugdigen die ingrijpende ervaringen hebben meegemaakt, zoals pesten, seksueel misbruik of geweld, en hoe zij hierbij ondersteund kunnen worden door hun omgeving. 'Door die ervaringen hebben ze stressgerelateerde problemen met bijvoorbeeld stemmingsklachten en suïcidaliteit tot gevolg. Voor hen ontwikkelen we nieuwe interventies. Zo merkten we dat schaamte- en schuldgevoelens een behandeling kunnen belemmeren. Ons nieuwe programma Onschuldig besteedt daar extra aandacht aan.’

Gescheiden werelden

Als man van de praktijk en van wetenschappelijk onderzoek merkt hij dat dit vaak 2 gescheiden werelden zijn. 'Willen we ons vakgebied vooruithelpen, dan moeten we systematisch en kritisch kijken naar interventies die we dagelijks routinematig toepassen. Om die interventies te optimaliseren, is het noodzakelijk dat de klinische praktijk en de onderzoekspraktijk meer hand in hand samenwerken. Dat is niet eenvoudig omdat onderzoek veel geld en tijd kost. Daarom is het mooi dat ZonMw innovaties en veelbelovende projecten faciliteert en financiert.’

Van elkaar leren

Bij zijn eigen onderzoek speelt de doelgroep altijd een belangrijke rol. De kinderen en jongeren geven immers aan of een interventie wel of niet helpt en op welke punten bijstelling nodig is, licht Knipschild toe. Het programma Onschuldig vindt hij een mooi voorbeeld. 'Dat hebben we ontwikkeld samen met de doelgroep. Jongeren hebben bijvoorbeeld ook de scripts geschreven voor de animaties.’ Naast samenwerking met de doelgroep vindt Knipschild het essentieel met collega-onderzoekers te sparren. 'Je kunt van elkaar leren. Dankzij ervaringen van oudere collega’s weet ik nu dat onderzoek pas succesvol kan zijn als je ook rekening houdt met implementatie-, beleids-, politieke en menselijke aspecten.’

Meer lezen?

Gevestigde en meer recente onderzoekers in het ggz-veld delen hun ervaringen en visie over de ggz. Wat heb je als onderzoeker nodig om op te bloeien in je werk en wat kun je hierbij leren van een andere generatie? Geven de verschillende tijden van ervaring een verschil in hun visie op een toekomstbestendige ggz?

Lees de interviews met de onderzoekers