Genderverschillen in depressie: wat betekent dat voor de preventie?
Vrouwen hebben ongeveer tweemaal zo veel kans om een depressieve stoornis te ontwikkelen als mannen. Deze verschillen ontstaan rond de puberteit, wanneer het aantal mensen met een depressie begint te stijgen. Hoewel deze verschillen al langer bekend zijn, is het nog niet duidelijk welke processen eraan ten grondslag liggen.
Aanknopingspunten voor preventie
In de puberteit gaan sekse-gerelateerde ontwikkelingen, zoals hormonale veranderingen, hand in hand met gender-gerelateerde ontwikkelingen, zoals veranderende gedragsnormen. Als we meer te weten te komen over de rol die sekse- en gender-gerelateerde factoren spelen in de ontwikkeling van depressies, kan dat aanknopingspunten bieden voor preventie.
De focus op persoons- en omgevingskenmerken
Deze gedachte lag ten grondslag aan het project ‘Man/vrouw verschillen in het ontstaan van depressie: Van begrip naar preventie’, dat wij het afgelopen jaar met behulp van een subsidie vanuit het Gender en Preventieprogramma van ZonMw hebben uitgevoerd. In dit project probeerden we meer zicht te krijgen op de geslachtsverschillen in het ontstaan van depressies. We vroegen ons met name af of bepaalde persoons- of omgevingskenmerken aan het begin van de adolescentie, wanneer nog maar weinig mensen een depressie hebben gehad, kunnen verklaren waarom meisjes in de daaropvolgende jaren een grotere kans hebben om depressief te worden dan jongens. Door de focus op persoons- en omgevingskenmerken verschuift de aandacht van de onveranderlijke tweedeling man/vrouw naar kenmerken die mogelijk wel te beïnvloeden zijn en daarmee kansen op preventie bieden.
Depressie kwam op 19- en 25-jarige leeftijd vaker voor bij vrouwen dan bij mannen
Voor ons onderzoek hebben we gebruikgemaakt van gegevens van het langlopende onderzoek TRAILS (TRacking Adolescents’ Individual Lives Survey, www.trails.nl), waarin een grote groep jongeren gevolgd is vanaf het begin van de adolescentie (ongeveer 11 jaar) tot in de volwassenheid. Op 19-jarige leeftijd had ruim 16% van deze groep een depressie meegemaakt. Op 25-jarige leeftijd was dit opgelopen tot meer dan 28%. Zoals verwacht was het risico om de diagnose depressie te krijgen voor vrouwen (37%) aanzienlijk hoger dan voor mannen (19%).
Verklaringen voor het ontstaan van depressie
Van de honderden gemeten kenmerken aan het begin van de adolescentie bleken er elf het effect van geslacht op depressie substantieel (meer dan 10%) te verklaren. Deze kenmerken betroffen met name vroege aanwijzingen van emotionele problemen, zoals somberheid, angsten en onverklaarde lichamelijke klachten. Deze zagen we vaker bij meisjes dan bij jongens. In sommige opzichten waren meisjes ook beter beschermd tegen depressies dan jongens: gemiddeld hadden ze betere sociale vaardigheden en meer zelfbeheersing. Als dat niet zo was geweest zou het geslachtsverschil in depressierisico waarschijnlijk nog groter zijn.
Geslachtsspecifieke depressiepreventie-strategieën worden niet aangeraden
Vanuit het oogpunt van depressiepreventie is het aan te raden om jongeren zoveel mogelijk te wapenen tegen emotionele problemen en hun sociale vaardigheden en zelfbeheersing te bevorderen. Hierbij hebben meisjes gemiddeld mogelijk meer baat bij bewapening tegen emotionele problemen en jongens bij de bevordering van hun sociale vaardigheden en zelfbeheersing. Toch zijn specifiek op meisjes en op jongens gerichte preventiestrategieën naar ons idee niet wenselijk: angstige jongens en sociaal onhandige meisjes zouden dan buiten de boot vallen. Bovendien vonden we geen aanwijzingen dat het depressierisico dat samenhangt met deze kenmerken anders is voor meisjes en jongens: als je vaak somber bent heb je een grotere kans om depressief te worden, ongeacht wat je geslacht is.
De resultaten van ons onderzoek zijn besproken in groepsgesprekken met jongeren, leerkrachten, ouders en preventiewerkers. Hierbij kwam in het gesprek met jongeren nog een andere reden naar voren om depressiepreventie niet in te richten op basis geslacht. Zij gaven aan dat voor een groeiend aantal jongeren de tweedeling man-vrouw niet goed aansluit bij hoe zij gender ervaren. Zij zien dit steeds vaker als iets dat veel vloeibaarder is dan twee categorieën. Dit pleit voor nieuwe perspectieven en preventiestrategieën die recht doen aan het volledige palet aan individuele verschillen dat onze maatschappij rijk is.