Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Bewegen op het vmbo door de hele schooldag heen

Living lab vmbo in Beweging in Groningen
Laatst aangepast:

Het percentage vmbo-leerlingen dat de beweegrichtlijnen haalt ligt 10% lager dan dat van vwo-leerlingen. In het landelijke project ViBe werken scholen, bedrijven, kennisinstellingen en sportorganisaties in vier living labs samen om dit te verbeteren. ‘Deze leerlingen moeten niet een heel lesuur op hun stoel zitten.’

De leerlingengroep van Ruben Meijer, gymdocent en decaan op het CSG Selion in Groningen, komt voor een deel uit het speciaal basisonderwijs. Het is een groep die uit zichzelf vaak weinig beweegt en het van huis uit ook niet altijd meekrijgt. Overgewicht is een groeiend probleem, zo heeft Meijer in zijn inmiddels 25-jarige onderwijscarrière in het vmbo kunnen waarnemen. ‘Als school willen we onze leerlingen graag stimuleren meer te bewegen, juist ook buiten de gymlessen. We staan op het lijstje van Simon, die vanuit het living lab van Hanze Hogeschool hier veel met ons aan samenwerkt.’ Meijer heeft het over Simon Leistra, docentonderzoeker bij de hogeschool. Beiden kennen elkaar nog van het eerste jaar aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Hoewel ze uiteindelijk verschillende richtingen insloegen – Leistra koos voor de praktijkgerichte sportwetenschap bij het gelijknamige Hanze-lectoraat – bleven ze zich gezamenlijk inzetten voor het stimuleren van bewegen in het vmbo.

Afbeelding
Simon en Ruben uitsnede

Breed draagvlak

Leistra vertelt over de bijdrage vanuit het living lab in Groningen. Je kunt deze groep jongeren volgens hem pas effectief stimuleren door als kennisinstelling nauw samen te werken met scholen, bedrijven en sportorganisaties. Het idee is leerlingen de hele schooldag door te activeren met verschillende beweeg- en sportactiviteiten. De kracht van een living lab is volgens Leistra dat je met praktijkgericht onderzoek bijhoudt wat een succes is en wat minder goed lukt. En wat je kunt doen om interventies verder te verbeteren. ‘We baseren ons op theoretische kennis die is opgehaald in de onderwijspraktijk. Pas als een interventie op de niveaus educatie, beleid én omgeving iets doet, boek je succes. Vaak bieden scholen een hele reeks losse activiteiten aan. Beter is het als je ze inbedt in het curriculum, je doelen vastlegt in het schoolbeleid en het met alle docenten samen oppakt. Zo sluit je aan bij de dynamiek binnen de school en creëer je een breed draagvlak voor beweegstimulering.’

Afbeelding
Door met gebruikers en bedrijven kortcyclisch te evalueren, kun je tussentijds snel aanpassingen doen.
Simon Leistra
docentonderzoeker Hanze Hogeschool

Tussentijdse reflectie en bijstellen

Het CSG Selion is een van de Groningse scholen in een experiment van het living lab om de uitvoering van beweeginterventies te verbeteren. In januari 2026 startte de school met een programma van 20 weken. De ingezette interventies worden gemonitord door leerlingen vragenlijsten te laten invullen en ze beweegmeters mee te geven. Ook is er een kwalitatief onderzoek waarin leerlingen en medewerkers vertellen wat goed gaat én beter kan. Leistra: ‘Zo krijgen we ook de perceptie en ervaring van leerlingen en docenten in beeld, en brengen we geleerde lessen helder in kaart. In het experiment staan we ook tussentijds stil bij de opbrengsten en stellen we zo nodig de aanpak bij.’
Belangrijk is ook de samenwerking met bedrijven, vervolgt Leistra. Zij krijgen de mogelijkheid om hun product of dienst te toetsen bij een doelgroep die voor hen vaak nog relatief nieuw is, licht hij toe. ‘Door met gebruikers en bedrijven kortcyclisch te evalueren, kun je tussentijds snel aanpassingen doen. Deze iteratieve werkwijze levert waardevolle praktische inzichten op, vooral over de bruikbaarheid en toepasbaarheid van producten en diensten in de praktijk. Het living lab biedt daarmee niet alleen een ontwikkelomgeving vóór de praktijk, maar juist ook mét de praktijk.’

Experiment geeft ruimte

In het Groningse experiment levert een private partner via de gemeente een SportContainer met innovatieve spelmaterialen. Daarmee gaan leerlingen tijdens pauzemomenten zelf aan de slag. Leistra: ‘Er is overigens wel begeleiding bij van twee buurtsportcoaches, anders vliegt het materiaal waarschijnlijk meteen door de zaal.’ De buurtsportcoaches waren een beetje uit beeld geraakt, vervolgt hij, en er was een wens bij hen én de school de samenwerking weer op te pakken. Binnen het experiment komen ze nu elke week langs en hebben inmiddels een goede relatie met de leerlingen opgebouwd.
Ze zijn een vertrouwd gezicht geworden, voor leerlingen én docenten. Als gymdocent speelt Meijer met zijn collega’s een belangrijke rol in het experiment. ‘We praten mee over wat goed bij onze school past en denken na over de materialen in de SportContainer. Het experiment geeft je de ruimte de activiteiten intern te promoten en met collega’s afspraken te maken over hun bijdrage.’

Afbeelding
Ruben Meijer 2
Aanschouwelijk onderwijs is ook een mooie manier om leerlingen letterlijk in beweging te laten komen. En het past veel beter bij deze groep leerlingen.
Ruben Meijer
gymdocent en decaan CSG Selion

Met de klas naar buiten

Het mooie is dat bewegen volgens Meijer inmiddels steeds meer onderdeel wordt van de schooldag, Het praat zich rond en leerlingen gaan elkaar stimuleren te komen meedoen. Buiten de pauzes gebeurt inmiddels ook van alles. ‘Bij pakweg economie kun je net zo goed iets eenvoudigs doen om leerlingen te laten bewegen. Bijvoorbeeld door de traditionele busopstelling in het lokaal regelmatig te veranderen in een groepsopstelling. En leerlingen te stimuleren om met anderen te gaan overleggen.
Ook dát levert weer beweging op. Of ga met de klas eens naar buiten voor een van de theoretische vakken. Aanschouwelijk onderwijs is ook een mooie manier om leerlingen letterlijk in beweging te laten komen. En het past veel beter bij deze groep leerlingen, die je eigenlijk niet een heel lesuur op hun stoel moet laten zitten.’

Kniehoog gras

Het aantal beweegmomenten kan zich nog verder uitbreiden met de introductie van de Funbox, een soort SportContainer met materiaal voor urban sports, verwacht Leistra. Nu doen vooral nog jongens mee en met de Funbox – waaraan vier scholen samen willen bijdragen – hoopt het living lab ook meer meiden uit te dagen. Dat uitdagen is sowieso een belangrijk onderdeel van het experiment, aldus Leistra. Zo dragen leerlingen via een design thinking-methodiek in co-creatie bij aan een stappenplan, een van de beoogde opbrengsten van het experiment. Meijer: ‘Leerlingen zijn met een fototoestel de buurt ingegaan om in beeld te brengen wat ze uitdaagt én juist belemmert om te bewegen. Een van de plekken is een veld vlak bij de school, waar het gras kniehoog staat. Je zou het moeten maaien of laten begrazen, maar dat bleek helaas te prijzig.’

Mijn droom is dat bewegen uiteindelijk een vast onderdeel is van elke schooldag. Zodat leerlingen overal op school zoveel mogelijk actief kunnen zijn. En dat misschien na school ook blijven.
Ruben Meijer

Overal op school

En dat raakt meteen aan de uitdagingen voor de toekomst. Want bij alle enthousiasme zijn er soms beperkingen die buiten de macht van een school liggen. Niettemin zijn Leistra en Meijer optimistisch. Leistra roemt het CSG Selion als een school die zich ‘lerend opstelt’, waardoor vernieuwingen uit een experiment eerder onderdeel worden van de dagelijkse werkwijze. Meijer herkent dit en ziet dat steeds meer collega’s actief willen bijdragen aan beweegstimulering op school. ‘Als je successen kunt laten zien, worden anderen vanzelf nieuwsgierig.’ Vanuit het lectoraat wil Leistra scholen ook na het experiment blijven ondersteunen, onder meer door ze te informeren over subsidiemogelijkheden voor beweegactiviteiten voor vmbo-leerlingen. ‘Je kunt ook met kleinere, opeenvolgende subsidies werken aan een continue ondersteuning van het werk.’ Meijer ziet dat wel zitten. ‘Mijn droom is dat bewegen uiteindelijk een vast onderdeel is van elke schooldag. Zodat leerlingen overal op school zoveel mogelijk actief kunnen zijn. En dat misschien na school ook blijven.’

Over de living labs sport en bewegen

In deze artikelenreeks zetten we vier living labs sport en bewegen in de schijnwerpers. Een living lab is een levensechte experimenteeromgeving waarin partijen samenwerken om innovaties te ontwikkelen. In de living labs sport en bewegen werken overheid, kennisinstellingen, maatschappelijke partners, bedrijven en burgers samen aan vernieuwingen rond sport en bewegen.
De activiteiten van een living lab vinden plaats in wijken, scholen, instellingen of organisaties waar de gebruiker woont, werkt, sport en beweegt. Samen met Sportinnovator heeft ZonMw de afgelopen jaren gebouwd aan een netwerk van living labs sport en bewegen, bestaande uit 33 lokale living labs verspreid over heel Nederland. Daarvan hebben er 27 projectfinanciering ontvangen van ZonMw en/of Sportinnovator.

Colofon
Auteur:
Marc van Bijsterveldt
Fotografie:
Ruben Meijer en Simon Leistra
Redacteur:
ZonMw