Living lab Matendreef: een vertrouwde beweegplek voor alle jeugd
Sporten en bewegen, samen met de buurtjeugd bedacht. Met daarbij een plezierige plek voor meiden om te kletsen én mee te doen met beweegactiviteiten. Het living lab in de Apeldoornse buurt Matendreef werkt hieraan, met ‘girlpower’ als extra motief. Jeroen Cornet: ‘Onze vrouwelijke mbo-studenten zijn voor meiden een sterk rolmodel.’
Hij noemt zich altijd kortweg ‘gymdocent’. Daar heeft iedereen een beeld bij. 3 jaar gaf Jeroen Cornet les in het basisonderwijs, daarna volgde een kleurrijk pad door de wereld van sport en bewegen. Hij werkte 10 jaar in het mbo, was fitnessondernemer, deed een master Sport- en Beweeginnovatie en bekwaamde zich in wijkparticipatie en beweegstimulering. Hij werd hbo-docent leefstijlcoaching, en vervolgens docentonderzoeker bij het practoraat Zelfregie bij positieve gezondheid van ROC Aventus. Vanuit die positie is hij nu labregisseur van het living lab Vitale ontmoetingsplaats in beweging, een initiatief met Hogeschool Saxion en Sportservice Apeldoorn. Cornet noemt de verbinding met het mbo essentieel. ‘We willen het woord ‘learning’ toevoegen aan de term living labs. Zo’n lab is immers ook een mooie leeromgeving voor de professionals van de toekomst.’
Vertrouwen winnen
Cornet schetst de start in Matendreef. De gemeente Apeldoorn wees deze buurt aan omdat de jeugd er weinig bewoog. ‘Met een paar studenten van Aventus liepen we door de wijk. Op een verlaten veldje waren een stuk of 3 kinderen aan het spelen. Dan weet je: we zullen eerst een bekend gezicht moeten worden, en stap voor stap het vertrouwen winnen. We richtten ons aanvankelijk op jongeren van het voortgezet onderwijs en zijn letterlijk langs de deuren gegaan. Een moeder deed open en zei: ik heb hierboven een puberdochter die de hele dag op haar kamer zit, succes ermee! Omdat we vastzaten aan de woensdagmiddag, zijn we ons toen eerst gaan richten op de hoogste basisschoolgroepen. We hoopten dat kinderen hun oudere zussen en broers zouden meenemen.’
Het begon serieus te lopen vanaf het moment dat we de gymzaal mochten gebruiken. Kinderen kwamen daar graag voor gymlessen op maat.
Veilig en laagdrempelig
Het lab werd steeds zichtbaarder in de buurt. Mede door de medewerking van mensen van Don Bosco, die veel buurtbewoners al kenden. De animo groeide bij kinderen om mee te doen met activiteiten. Als die maar spannend en uitdagend waren, vertelt Cornet. Een springkussenfestijn, lasergames, een bootcamp of freerunning; dergelijke activiteiten bleken zowel jongens als meisjes aan te trekken. Cornet: ‘Het begon serieus te lopen vanaf het moment dat we de gymzaal mochten gebruiken. Kinderen kwamen daar graag voor gymlessen op maat. We organiseerden meedenkmiddagen om wensen en behoeften op te halen. Sindsdien organiseren we bijna alles vanuit de ideeën van de kinderen zelf. Ouders blijven vaak hangen voor een gesprekje. Zij noemen de woensdagmiddag in de gymzaal veilig en laagdrempelig.’
Armbandjes en cakejes
Toch bleven de ideeën van jongens een beetje dominant. Om meiden meer te betrekken, startte het living lab het experiment Girlpower Matendreef. Uit gesprekken was duidelijk geworden dat zij in de openbare ruimte vaak niet onbekommerd kunnen bewegen. Cornet: ‘Ik was onder de indruk van verhalen van meiden die zomaar in hun gezicht gespuugd werden of in hun billen geknepen. Ik heb zelf twee dochters, maar wist niet dat dit speelde. Ik weet nog dat mijn vrouw zei: Jeroen, je bent naïef, want dit is helaas de realiteit. In het experiment wilden we beweegactiviteiten opzetten, met vrouwelijke mbo-studenten als rolmodel. Van hen hoorden we namelijk vergelijkbare verhalen. We wisten inderdaad meer meiden te bereiken, maar niet per se voor het bewegen. Armbandjes maken, cakejes versieren en met elkaar kletsen, daarvoor komen ze graag naar het lab.’
Zachte landing
Miste het experiment daarmee zijn doel? Cornet vindt van niet, eerder het tegendeel. ‘Er is een meidencommunity ontstaan, een plek die veilig genoeg is om je verhaal te kunnen doen. Er is duidelijk behoefte aan een vertrouwde setting waar je kunt vertellen waar je mee zit. Voor de studenten is het intussen prachtig dat ze al zo jong in hun opleiding tot sociaal werker of sport- en beweegcoördinator deze veiligheid kunnen creëren. Daar zijn ze terecht erg trots op.’ En de meiden komen wel degelijk ook letterlijk in beweging, vervolgt Cornet. ‘De middagen beginnen om 3 uur en eindigen vaak in de gymzaal. Als daar bijvoorbeeld trefbal is, gaan de meiden daar meteen op af. Het knutselen en kletsen is als het ware een zachte landing op de weg naar beweegactiviteiten.’
Extra beweegminuten
Al met al scoort het Apeldoornse living lab goed, zegt Cornet. Vorig jaar deden in totaal 944 kinderen mee aan beweegactiviteiten. Dit komt neer op circa 70.800 beweegminuten. De verwachting is dat het lab de komende jaren minimaal 80.000 beweegminuten per schooljaar toevoegt, waarvan ongeveer de helft door kinderen die anders misschien niet zouden bewegen. Cornet benadrukt dat een vertrouwde omgeving niet alleen voor meiden relevant is. ‘Er zijn ook jongens die voetballen niet leuk vinden. Of die op school met buikpijn naar de gymles gaan. Voor hen kan het fijn zijn om onder begeleiding beweegactiviteiten te doen die bij ze passen. Wij zien ook deze jongens op het lab.’
Gangmakers betrekken
Hoe ziet de toekomst eruit? Cornet is optimistisch, maar beseft dat blijvende aandacht voor de samenwerking nodig is. ‘We hebben een vervolgsubsidie ontvangen voor het borgen van het living lab. En we starten een tweede lab om te onderzoeken of de werkwijze van de Vitale Ontmoetingsplek te continueren is. Het lab hangt nu nog te veel aan de studenten en de labregisseur. Bij Girlpower zien we wel meer ouders. Zij blijven ook hangen en helpen mee met activiteiten.’ Het idee is om met de ABCD-methode voor community-opbouw gangmakers in de wijk te betrekken. ‘Zo kunnen we de opgebouwde activiteiten straks in goede handen achterlaten. Het zou toch jammer zijn als je een hele wijk mobiliseert om te komen bewegen, en het weer wegvalt als een project voorbij is.’
Ik zou graag over 20 jaar nog eens door de buurt lopen en zien dat wat wij met de partners zijn begonnen nog steeds staat. Ik zou samen met de buurt tot een permanente beweegplek voor meiden willen komen.
Passend bewegen
Wat is Cornets wensdroom? ‘Ik zou graag over 20 jaar nog eens door de buurt lopen en zien dat wat wij met de partners zijn begonnen nog steeds staat. Ik zou samen met de buurt tot een permanente beweegplek voor meiden willen komen. Bijvoorbeeld een Urban Dance Ground, een openbare beweegplek à la de Cruyff Courts maar dan vooral populair onder meiden.’ Sportservice Apeldoorn timmert enorm aan de weg, besluit Cornet. Beweegmakelaars, jongerenprojecten, vakleerkrachten, buurtsportcoaches; allemaal stimuleren ze de jeugd om meer te bewegen. ‘Hopelijk leidt dit tot een groeiend besef dat bewegen leuk is voor iedereen. Of je nu een motorisch genie bent of juist niet, iedereen moet zich veilig voelen om dat te doen wat bij je past.’
Meiden en bewegen: belangrijk voor vrouwengezondheid
De landelijke overheid is bezig met een werkagenda Vrouwengezondheid. Volgens Jeroen Cornet heeft het experiment Girlpower Matendreef laten zien dat een specifiek initiatief voor meiden relevant is. ‘Zij hebben andere wensen en behoeften dan de andere kinderen in de buurt. Het is belangrijk een duidelijke plek te hebben voor de meiden. Juist ook met het oog op hun toekomstige gezondheid. Beweegstimulering is voor hen misschien nog wel belangrijker dan bij jongens. Waar gezinnen jongens vaak stimuleren, is dat voor meiden niet altijd het geval. Ik denk dat vrouwengezondheid over het algemeen nog altijd een onderschat probleem is. Steeds meer mensen beseffen dat de meeste medicijnen – bijvoorbeeld – zijn ontwikkeld door en voor mannen. En dat zoiets gevolgen heeft. We kijken nog te veel door een mannelijke bril. Daardoor komen ook relevante verschillen met betrekking tot sporten en bewegen te weinig in beeld. Het zou goed zijn daar meer onderzoek naar te doen.'
Over de living labs sport en bewegen
In deze artikelenreeks zetten we vier living labs sport en bewegen in de schijnwerpers. Een living lab is een levensechte experimenteeromgeving waarin partijen samenwerken om innovaties te ontwikkelen. In de living labs sport en bewegen werken overheid, kennisinstellingen, maatschappelijke partners, bedrijven en burgers samen aan vernieuwingen rond sport en bewegen. De activiteiten van een living lab vinden plaats in wijken, scholen, instellingen of organisaties waar de gebruiker woont, werkt, sport en beweegt. Samen met Sportinnovator heeft ZonMw de afgelopen jaren gebouwd aan een netwerk van living labs sport en bewegen, bestaande uit 33 lokale living labs verspreid over heel Nederland. Daarvan hebben er 27 projectfinanciering ontvangen van ZonMw en/of Sportinnovator.