Jean Hermans: ‘Zorgen dat de échte winst bij de patiënt terechtkomt’
Sinds de start kent het GGG-programma de GGG-raad. Deze adviseert hoe het programma kan aansluiten bij vragen en behoeften van de samenleving én van relevante stakeholders. In een tweede interview in een reeks is het podium voor Jean Hermans. Hij is al sinds juni 2019 lid van de GGG-raad. ‘We hebben hier the whole system in the room.’
Wie is Jean Hermans?
‘Als zoon van een Limburgse mijnwerker trok ik in de jaren 80 vanuit Kerkrade naar Amsterdam om geschiedenis en politicologie te studeren. Het was de tijd van de radicale theorieën. Ik herinner me colleges over bureaucratie van de roemruchte feministe Anneke van Baalen. Na een tijdje was ik de enige overgebleven jongen, totdat iemand zei dat ik het vak sowieso niet zou halen. Van Baalen negeerde stelselmatig elke mannelijke student – die waren dus al massaal afgehaakt – met als argument dat vrouwen óók altijd waren genegeerd. Ik studeerde uiteindelijk af in geschiedenis en bestuurskunde en werd ambtenaar in Den Haag. Eerst bij het ministerie van Onderwijs & Wetenschappen, later bij Volksgezondheid. Via een overheidsklus in Suriname kwam ik bij apothekerskoepel KNMP terecht, waarna ik voorzitter bij Bogin werd.’
Wat is jouw betrokkenheid bij generieke geneesmiddelen?
‘Op het ministerie hield ik me bezig met zuinig en zinnig voorschrijven. De eerste generieke geneesmiddelen waren net toegelaten. We maakten een actieplan om artsen, apothekers én patiënten te bewegen voor deze veel goedkopere medicijnen te kiezen. Die opzet is gelukt: wie nu naar de apotheek gaat, heeft 85% kans een generiek geneesmiddel mee te krijgen. Zuinig en zinnig is normaal geworden. Mensen denken vaak dat deze geneesmiddelen er alleen zijn voor de ‘eenvoudiger’ aandoeningen. Maar levodopa, dat de ziekte van Parkinson afremt, is bijvoorbeeld een generiek medicijn uit de jaren 50. Of neem midazolam op de IC. Ernstig zieke patiënten worden daarmee voor € 1,75 in slaap gehouden op een duur IC-bed.’
Hoe zie jij de maatschappelijke rol van Bogin?
‘Bij Bogin kwam voor mij alles samen waaraan ik al die jaren had gewerkt. Mijn missie is te bevorderen dat patiënten kunnen beschikken over bewezen effectieve geneesmiddelen van goede kwaliteit tegen een lage prijs. Bogin staat voor de belangen van fabrikanten van generieke geneesmiddelen en biosimilars , en die belangen lopen heel mooi parallel met die van de maatschappij. Als we samen zorgen voor goede beschikbaarheid van generieke medicijnen, hoeven dokters niet uit te wijken naar dure geneesmiddelen. Stel dat we alle nu voorgeschreven generieke geneesmiddelen omzetten naar zogeheten spécialité’s, dan kost dat onze samenleving 7 miljard euro per jaar meer. Terwijl we nu dezelfde zorg en kwaliteit kunnen bieden voor zo’n 500 miljoen.’
De GGG-raad is een uniek gezelschap. Iedereen zit aan tafel: patiënten, de overheid, zorgverzekeraars, artsen, verpleegkundigen, apothekers.
Wat motiveert jou als lid van de GGG-raad?
‘De GGG-raad is een uniek gezelschap. Iedereen zit aan tafel: patiënten, de overheid, zorgverzekeraars, artsen, verpleegkundigen, apothekers. En de geneesmiddelenfabrikanten. Al die perspectieven voeden een net zo uniek geneesmiddelenprogramma – GGG – dat onderzoek financiert dat anders waarschijnlijk niet zou plaatsvinden. In de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen wordt heel veel geïnvesteerd. Zodra een medicijn op de markt is, wordt dat al veel minder. En als het patent er eenmaal vanaf is – en het medicijn amper nog wat kost – zal er niemand meer geld in onderzoek stoppen. Terwijl er voor de patiënt dan juist nog veel te winnen is. Als GGG-raad kunnen we meedenken welk publiek gefinancierd onderzoek daaraan bijdraagt.’
Heb je een voorbeeld?
‘Neem dat Parkinsonmedicijn. Dat kost iets van 60 cent per dag. Er is geen fabrikant die daarvan kan investeren in onderzoek om het gebruik nog beter te maken. In de richtlijn stond dat je het beste zo laat mogelijk kon beginnen, omdat levodopa op lange termijn schadelijk zou zijn. Maar uit een GGG-studie van Amsterdam UMC bleek dat patiënten het gerust kunnen gebruiken vanaf de eerste symptomen. Patiënten zijn zo veel beter af en het kost bijna niks. Een ander voorbeeld is een drug rediscovery-studie naar colchicine, een eeuwenoud middel tegen jicht. Cardiologen ontdekten dat het de kans verlaagt op een nieuwe hart- of vaatziekte na een hartinfarct. Zo’n onderzoek is ingewikkeld en heel duur. Zonder GGG-programma – met een GGG-raad als platform met alle stakeholders – waren deze studies nooit uitgevoerd. En hadden patiënten dus ook niet kunnen profiteren van cruciale kennis.’
Waar zitten nog de grote uitdagingen?
‘Kennis is mooi, maar de belangrijkste opdracht is om uitkomsten zo snel mogelijk bij de patiënt te krijgen. Voorschrijvers moeten zich dus volgens die kennis gaan gedragen. Ook hierbij moet de GGG-raad een rol spelen, door via onze eigen achterbannen de implementatie te bevorderen. Met de GGG-raad hebben we the whole system in the room. Met elkaar kunnen we zorgen dat het maatschappelijke geld van het GGG-programma ten goede komt aan de patiënt.’
Wat wil je nog meegeven aan het geneesmiddelenveld?
‘De inzet van generieke geneesmiddelen is van grote waarde, zowel maatschappelijk als voor de patiënt. Maar de ontwikkeling van innovatieve medicijnen is dat net zo goed. De eerste G van GGG staat voor ‘goed’, niet voor ‘goedkoop’. Als we als maatschappij niet óók blijven investeren in de ontwikkeling van nieuwe medicijnen, hebben we over 30 jaar geen generieke geneesmiddelen. Wat mij betreft staat de inhoud voorop. Dus zinvol blijven investeren, zuinig waar dat kan, en met elkaar zorgen dat de échte winst bij de patiënt terechtkomt.’
Jean Hermans is voorzitter van Bogin, de belangenorganisatie van fabrikanten van biosimilars en generieke geneesmiddelen. Hermans is lid van de GGG-raad, die maatschappelijke sturing geeft aan het programma, draagvlak creëert en voorstellen formuleert voor thema’s en onderwerpen.
Colofon
Tekst: Marc van Bijsterveldt, februari 2025
Beeld: Jean Hermans