Veelgestelde vragen AGVV subsidie Thematische Consortia Kansspelverslaving
Binnen de subsidieronde 'Thematische Consortia Kansspelverslaving' wordt het staatssteuninstrument 'Algemene Groepsvrijstellingsverordening' (AGVV) gehanteerd. Hieronder vindt u een aantal veelgestelde vragen over de AGVV en de toepassing hiervan binnen deze specifieke subsidieronde.
Let op: We actualiseren deze pagina regelmatig, maar de subsidieoproep is leidend.
Veelgestelde vragen
-
Voor deze oproep wordt een speciaal daarvoor ontwikkeld AGVV-begrotingsformat gehanteerd. Dit format, incl. instructie, is per mail gedeeld met de deelnemers van de Collaboratieve Workshop Consortiumvorming (september 2025). Het format is tevens te vinden in Mijn ZonMw. Als u naar de subsidieoproep Thematische Consortia Kansspelverslaving zoekt en daar een nieuwe aanvraag start, kunt u het format downloaden bij sectie 4.2 ‘Budget’. Let op: de standaard begrotingsformats die te downloaden zijn op de ZonMw-webpagina Wat dien ik in? | ZonMw zijn niet van toepassing
Er hoeft slechts één begrotingsformat per subsidieaanvraag ingevuld te worden. Hierin dient wel gespecificeerd te worden welke kosten bij Onderdeel I. Consortium Management en Onderdeel II. Onderzoeksprojecten (n= 3 tot 5) horen.
-
Enkel industrieel onderzoek valt onder de subsidiabele activiteiten in deze oproep. De subsidieaanvraag in z’n geheel en de daarbij horende doel- en vraagstellingen etc. moeten aansluiten bij de definitie van industrieel onderzoek zoals vastgelegd in de EU verordening 651/2014 (artikel 25). Deze definitie is hieronder in de volgende vraag te lezen en in de subsidieoproep Thematische Consortia Kansspelverslaving in sectie 3.1.2. ‘Staatssteun voorkomen’.
Fundamenteel onderzoek en experimentele ontwikkeling kunnen niet gefinancierd worden. Echter, fundamentele deelvragen en implementatie(onderzoek) als subonderdeel van industrieel onderzoek kunnen in beperkte mate deel uitmaken van Onderdeel II. Onderzoeksprojecten. In sectie 3.1.5. ‘Praktische voorwaarden’ in de subsidieoproep staat bijvoorbeeld ‘reserveer 5% van uw budget voor communicatie en implementatie’.
-
Door de Europese Commissie wordt ‘industrieel onderzoek’ als volgt gedefinieerd: "Planmatig of kritisch onderzoek dat is gericht op het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden met het oog op de ontwikkeling van nieuwe producten, procedés of diensten, of om bestaande producten, procedés of diensten aanmerkelijk te verbeteren. Hieronder vallen digitale producten, processen of diensten, ongeacht domein, technologie, bedrijfstak of sector (met inbegrip van, doch niet beperkt tot digitale bedrijfstakken en technologieën, zoals supercomputers, kwantumtechnologie, blockchaintechnologie, artificiële intelligentie, cyberbeveiliging, big data en cloudtechnologie). Industrieel onderzoek omvat de creatie van onderdelen voor complexe systemen en kan ook de bouw omvatten van prototypes in een laboratoriumomgeving en/of in een omgeving met gesimuleerde interfaces voor bestaande systemen, alsmede pilotlijnen, wanneer dat nodig is voor het industriële onderzoek en met name voor de validering van generieke technologie".
Industrieel onderzoek heeft met het type onderzoek(sactiviteiten) te maken en niet met de betrokkenheid van het type partij. Het kan dus zowel door onderzoeksorganisaties als ondernemingen uitgevoerd worden. . Zie de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) van de EC; met name in relatie tot artikel 25 (steun aan onderzoek, ontwikkeling en innovatie).
-
Op de pagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden staan de definities van de twee typen partijen waar organisaties onder vallen in relatie tot staatssteun: onderzoeksorganisaties en ondernemingen.
Het Europese staatssteunrecht kwalificeert over het algemeen ook Nederlandse niet-academische zorginstellingen als ondernemingen. Aanvragers kunnen zelf vaststellen of zij als een kleine, middelgrote of grote onderneming beschouwd worden. Hiervoor dient de EU SME Self Assessment Wizard ingevuld te worden, zoals ook vermeld onder de secties 3.2.1. en 3.1.5. in de subsidieoproep. Indien een onderneming niet als klein of middelgroot wordt aangemerkt volgens de criteria, wordt deze als groot beschouwd.
-
Onderzoeksorganisaties krijgen vrijstelling van staatssteun en hoeven géén cofinanciering te leveren, alle ondernemingen moeten dit wel. Voor ondernemingen kan, afhankelijk van de grootte, de steunintensiteit variëren zoals aangegeven is in Tabel 1. Steunintensiteit in de subsidieoproep. Voor het resterende percentage moet cofinanciering worden ingebracht.
Voorbeeld: ZonMw verstrekt een subsidie van €2.500.000,- (totaalbudget). In het consortium zit een onderneming die recht heeft op een steunintensiteit van 50%. Dit betekent niet per definitie dat de onderneming 50% van €2.500.000,- aan cofinanciering moet leveren. Eerst moet worden vastgesteld welke kosten de onderneming in kwestie gaat maken. In dit voorbeeld voert de onderneming activiteiten uit ter waarde van €1.000.000,- . De onderneming heeft recht op 50% steunintensiteit en ontvangt daarom €500.000,- subsidie van ZonMw. De andere helft moet de onderneming als cofinanciering leveren. In het AGVV-begrotingsformulier wordt dit automatisch berekend op basis van het ingevoerde steunpercentage van de onderneming.
Cofinanciering kan zowel in cash als in kind worden geleverd. Zorginstellingen kunnen bijvoorbeeld hun middelen, die direct gerelateerd zijn aan het betreffende onderzoek, inzetten als cofinanciering. Hieronder valt bijvoorbeeld een vergoeding van zorg voor geïncludeerde patiënten. Dit mag echter alleen als dit direct te maken heeft met het onderzoek binnen het consortium.
-
Dit hangt af van de activiteiten en de rol die deze partij in het consortium gaat uitvoeren. Let goed op dat dit dus ook invloed heeft op de cofinanciering; onderzoeksorganisaties hoeven deze niet te leveren, maar ondernemingen wel.
Het komt voor dat onderwijsinstellingen zowel economische als niet-economische activiteiten uitvoeren. Zij kunnen dan alsnog kwalificeren als onderzoeksorganisatie, mits zij kunnen aantonen te voldoen aan de beschrijving van een onderzoeksorganisatie volgens het Europese staatssteunrecht; er hoeft dan geen cofinanciering door hen geleverd te worden.
Zo is een universiteit met een wettelijke taak (Wet op hoger onderwijs en onderzoek) bijvoorbeeld per definitie een onderzoeksorganisatie, terwijl zij ook economische activiteiten uitvoert. Vaak wordt door dit type partijen een aparte boekhouding bijgehouden voor economische en niet-economische activiteiten. Als u hier meer over wilt weten, kunt u navragen bij ofwel de financiële, ofwel de juridische afdeling van uw organisatie.
In de subsidieoproep is bepaald dat een consortium tenminste uit een onderzoeksorganisatie, praktijkorganisatie en onderwijsinstelling moet bestaan. Wanneer een partij kwalificeert als zowel een onderzoeksorganisatie als een onderwijsinstelling en/of praktijkorganisatie, dient zij hierin wel een keuze te maken vanuit welke rol zij deelneemt aan het consortium. In principe mag deze organisatie dan zowel vanuit de onderzoeks- als onderwijsrol activiteiten uitvoeren, maar dan zou er dus nog wel een extra onderzoeksorganisatie of onderwijsinstelling in het consortium moeten zitten.
-
Onderzoeksorganisaties hoeven geen staatssteunverklaringen in te vullen. Alle overige partijen, oftewel ondernemingen, die aanspraak maken op (een deel van) de subsidie en daarmee begunstigden van staatssteun kunnen zijn, moeten de staatssteunverklaringen invullen. Cofinanciering wordt alleen gevraagd van ondernemingen die directe ontvangers van de subsidie zijn: dit zijn alleen de (mede)aanvragers. Partijen die producten of diensten leveren op basis van een aanbesteding (inkoop/opdracht), hoeven dus geen cofinanciering te leveren en staatssteunverklaringen in te vullen.