Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Landelijke en regionale coördinatie van schaarse capaciteit en middelen tijdens de coronapandemie

Blogserie 'Ik doe onderzoek naar de organisatie van zorg'
Laatst aangepast:

Tijdens de coronapandemie werd het uiterste van de capaciteit van ziekenhuizen gevraagd en was het uitdagend om schaarse middelen goed te verdelen. Hoe is de landelijke en regionale coördinatie voor de aansturing van deze verdeling ingericht? En wat zijn de effecten op de beschikbaarheid en benutting van middelen?

Taco van der Vaart (hoogleraar Supply Chain Management), Paul Buijs (universitair docent) en Gerdien Regts (universitair docent en postdoctoraal onderzoeker) van de Rijksuniversiteit Groningen onderzoeken verschillende vraagstukken in de studie: “Landelijke en regionale coördinatie in tijden van schaarste”. In deze blog vertellen zij over deze studie. 

Aanpak van schaarste

Kort na het begin van de eerste coronagolf hielp Paul Buijs als vrijwilliger bij de verspreiding van persoonlijke beschermingsmiddelen over de zorginstellingen in Noord-Nederland. Veel zorgorganisaties – met name uit de zorgsector – beklaagden zich over een tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen, terwijl op regionaal niveau vaak voldoende middelen beschikbaar waren. Vergelijkbare problemen deden zich voor bij de landelijke spreiding van coronapatiënten. Terwijl een aantal ziekenhuizen gevaarlijk dicht bij “code zwart” kwam, bleek er bij andere ziekenhuizen nog voldoende capaciteit. Hoewel het in deze fase vooral draaide om het borgen van de zorgcontinuïteit, is het verdelen van middelen en capaciteit ook een grote logistieke uitdaging, waar bestaande logistieke kennis van nut kan zijn en nieuwe inzichten kunnen worden opgedaan. Dit vormde een belangrijke motivatie voor het huidige onderzoek.

In dit project onderzoeken we de manier waarop het beschikbaar stellen – en optimaal benutten – van capaciteit en middelen regionaal en landelijk wordt gecoördineerd. Naast het verkrijgen van inzicht is het doel ook om hieruit belangrijke lessen te formuleren. We willen een geoptimaliseerde en empirisch onderbouwde aanpak die gebruikt kan worden in de nasleep van de coronapandemie. Ook binnen andere – steeds vaker voorkomende – situaties in de zorg waarbij sprake is van schaarste kan deze aanpak worden ingezet.

Interviews met professionals over de coördinatie

Voor dit project hebben we een groot aantal professionals van allerlei disciplines binnen de zorg geïnterviewd. In totaal hebben we ruim 70 interviews afgenomen. Zo spraken we inkopers, beddencoördinatoren, IC-artsen, ziekenhuisbestuurders, de coördinatoren van de Regionale Coördinatiecentra Patiënten Spreiding (RCPS) en de medewerkers van het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS). In deze gesprekken wilden we meer weten over de coördinatie rondom capaciteit, bezetting, patiëntenspreiding en middelen. Hoe was deze coördinatie tot stand gekomen, hoe was deze vormgegeven, en wat functioneerde wel of juist niet goed.

Belangen en afwegingen

Kijkend naar patiëntenspreiding speelden veel belangen en afwegingen een rol. Voor veel actoren bleven deze belangen en afwegingen een tijd lang impliciet. In de eerste golf kreeg een deel van Nederlandse ziekenhuizen plots een zeer grote COVID-19 instroom te verwerken. In Nederland lag vanaf de tweede golf een sterke focus op het evenredig verdelen van patiënten met behulp van landelijke en regionale opschalingsplannen. Het (te) laat uitplaatsen van patiënten uit (over)volle ziekenhuizen komt de kwaliteit van de zorg namelijk niet ten goede. Gelukkig had de focus op evenredig verdelen van patiënten aan de hand van de opschalingsplannen in de tweede golf effect en is de patiëntenspreiding in die periode ook behoorlijk gelukt.  Wel hebben regio’s met minder “eigen” instroom bedden moeten vrijhouden voor COVID-zorg die vervolgens niet altijd direct werden benut. Planbare zorg werd dan soms onnodig lang uitgesteld.

Daarnaast laat dit onderzoek zien hoe lastig het is om vanuit een centrale positie goed te begrijpen wat de precieze capaciteit van lokale ziekenhuizen is. Die hangt immers af van de beschikbaarheid van veel verschillende middelen én personeel, die op hun beurt weer sterk afhangen van lokale keuzes en belangen – zoals welke electieve zorg te blijven leveren – en dus constant verandert. Een grotere rol in de coördinatie en besluitvorming van bestaande regionale netwerken, zoals de IC-netwerken, waarin men veelal werkt op basis van vertrouwen, elkaar iets gunnen en men elkaars ziekenhuis goed kent, zou dit wellicht kunnen voorkomen.
 
Op basis van de geleerde lessen tot dusver, verwachten we op korte termijn advies te kunnen uitbrengen over hoe het verdelen van middelen en capaciteit effectief gecoördineerd kan worden, bijvoorbeeld door te laten zien welke mate van detail van gegevens nodig zijn om op lokaal, regionaal en landelijk niveau de juiste beslissingen te kunnen nemen wanneer schaarste optreedt.

Meer informatie

Context organisatie van zorg

Dit onderzoek is één van de 10 onderzoeken naar het onderwerp ‘organisatie van zorg’. De COVID-19-pandemie heeft een negatieve impact gehad op het gehele zorgsysteem in Nederland. De resultaten van dit onderzoek helpen bij het inrichten van zorg, zodat hoogwaardige kwaliteit van zorg geleverd kan blijven worden. Dit geldt zowel voor ziekenhuiszorg, als huisartsenzorg, geestelijke gezondheidszorg en thuiszorg.

ZonMw werkt, samen met opdrachtgevers, beleidsmakers, onderzoekers, patiënten, praktijkprofessionals, dataprofessionals en internationale partners, aan mogelijkheden om nu en in de toekomst met onderzoek en kennis bij te dragen aan oplossingen in de strijd tegen het coronavirus en COVID-19 en de effecten daarvan op de maatschappij.