Dit voorjaar start het ZonMw-programma Pluripotent Stem cells for Inherited Diseases and Embryonic Research (PSIDER), waarvoor het ministerie van VWS in de komende acht jaar 35 miljoen euro beschikbaar stelt.

Onderzoekers kunnen projecten indienen voor twee hoofdlijnen: gebruik van pluripotente stamcellen voor onderzoek naar ernstige erfelijke ziekten, en de ontwikkeling van alternatieve humane embryomodellen voor onderzoek naar embryonale ontwikkeling. Bij alle onderzoeksprojecten zullen ethische en maatschappelijke overweging van begin af aan worden meegenomen.

Pluripotente stamcellen zijn cellen die nog alle gespecialiseerde celtypes in het
menselijk lichaam kunnen vormen. Ze kunnen verkregen worden uit embryo’s, maar ook uit volwassen lichaamscellen die door herprogrammering terugkeren naar het stadium van pluripotente stamcellen: de zogenaamde geïnduceerde pluripotente stamcellen (iPS). Het ZonMw-programma PSIDER richt zich op iPS in relatie tot erfelijke ziekten, en op de ontwikkeling van niet levensvatbare embryoachtige modellen.

Erfelijke aandoeningen

‘Uit stamcellen kun je bijvoorbeeld cellijnen en mini-organen oftewel organoïden laten groeien, die heel veel potentie bieden voor wetenschappelijk onderzoek’, vertelt medisch ethicus em. prof. dr. Evert van Leeuwen (Radboudumc), voorzitter van de programmacommissie. ‘Onderzoek met pluripotente stamcellen is onder meer geschikt voor het bestuderen en eventueel ook behandelen van ernstige erfelijke aandoeningen. We hopen een maatschappelijke bijdrage te leveren door uiteindelijk het leven van patiënten met ernstige erfelijke aandoeningen te verbeteren.’

Alternatieve embryomodellen

De eerste hoofdlijn van dit programma, gebruik van pluripotente stamcellen voor onderzoek naar ernstige erfelijke ziekten, richt zich op monogenetische aandoeningen. Voorbeelden hiervan zijn taaislijmziekte, thalassemie en bepaalde stofwisselingsziekten. ‘Maar voor heel veel andere aandoeningen, waaronder ook psychiatrische, spelen erfelijke factoren een rol. In een later stadium kan onderzoek met stamcellen daar wellicht ook inzicht in brengen. In de toekomst kunnen de resultaten van dit programma mogelijk relevant zijn voor andere aandoeningen. Niet-monogenetische aandoeningen vallen buiten de scope van het programma.’
 
De tweede hoofdlijn beoogt alternatieven te ontwikkelen voor het gebruik van humane (rest)embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek. Voorbeelden van zulke alternatieve embryomodellen zijn blastoïden en gastruloïden uit iPS-cellen en niet-levensvatbare embryo’s uit iPS-geslachtscellen.

Internationale ambities

PSIDER komt voort uit het huidige regeerakkoord, waarin de ambitie wordt uitgesproken om als Nederland een leidende rol te spelen in het iPS-onderzoek ter voorkoming van erfelijke ziekten. ‘Nederland heeft op dit gebied een uitstekende uitgangspositie, met toponderzoekers als prof. Christine Mummery en prof. Hans Clevers. We hebben ook baat bij de goede infrastructuur en de sterke samenwerkingsverbanden binnen de EU, met het Verenigd Koninkrijk en met de VS’, licht Van Leeuwen toe. ‘Maar er is internationaal veel concurrentie. Met dit programma willen we het Nederlandse onderzoek met pluripotente stamcellen een stimulans geven. Kennis is tegenwoordig tenslotte een van de belangrijkste uitwisselingsproducten, ook in economische zin.’

'Met dit programma willen we het Nederlandse onderzoek met pluripotente stamcellen een stimulans geven. Kennis is tegenwoordig tenslotte een van de belangrijkste uitwisselingsproducten, ook in economische zin.'

Ethische en maatschappelijke aspecten

Het programma wordt uitgevoerd binnen de Nederlandse wettelijke kaders, waarbij vooral de
Embryowet van belang is. Daarnaast is de ontwikkeling van humane embryomodellen uit iPS-(geslachts)cellen nog in een fundamentele fase, waardoor morele vragen daarover nog niet onderzocht zijn. ‘We verwachten bezwaren zoals ook zijn gerezen tegen het gebruik van restembryo’s uit IVF-procedures voor wetenschappelijk onderzoek’, zegt Van Leeuwen. ‘Daarom zullen we voor deze tweede hoofdlijn starten met ethische onderzoeksvoorstellen.’

Multidisciplinair

Om te voorkomen dat projecten leiden tot innovaties die in een later stadium stuiten op maatschappelijke of morele weerstand, moeten de onderzoekers binnen dit ZonMw-programma van begin af aan aandacht besteden aan deze aspecten. ‘In het verleden gebeurde het soms dat wetenschappers in het laboratorium vindingen uitdachten en publiceerden, waarna de samenleving maar moest zien wat zij ermee wilde. Wij willen daarom alleen multidisciplinaire onderzoeksgroepen financieren waarin niet alleen biomedische maar ook sociale wetenschappers vertegenwoordigd zijn’, verklaart Van Leeuwen. Dat de meer fundamentele wetenschappers maatschappelijke en ethische vragen soms als belemmering van het onderzoek ervaren, is volgens hem niet terecht. ‘De kracht van dit programma ligt juist in het meenemen van de maatschappelijke aanvaardbaarheid. Die is tenslotte noodzakelijk voor vervolgstappen.’

Programmacommissie

De programmacommissie bestaat onder meer uit stamcelonderzoekers, embryologen en (kinder)artsen en heeft als voorzitter een medisch ethicus. ‘Dit type onderzoek interesseert mij op zowel wetenschappelijk als filosofisch vlak’, verklaart Van Leeuwen. ‘Ik heb mij er al eerder in meerdere verbanden in verdiept en vind het ontzettend leuk om na mijn emeritaat mee te kunnen werken aan dit onderzoeksprogramma. Mijn hoop is een verbindende rol te kunnen spelen. Uiteindelijk hoop ik dat het programma kan bijdragen aan een positieve maatschappelijke impact van het onderzoek met pluripotente stamcellen.’

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website