Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Een verkenning van de opkomende rol van jeugdwerkers in het basisonderwijs

Laatst aangepast:

Jongerenwerk in het basisonderwijs kan een belangrijke kans bieden om te normaliseren. De jongerenwerkers kunnen fungeren als een 'pedagogische spil': iemand die de stem van kinderen laat horen, hun belangen behartigt en verbindingen legt tussen de verschillende werelden waarin een kind opgroeit, zoals thuis, school, straat en sportclub.

Om dat potentieel te verzilveren is wel een helderder omschreven rol voor jongerenwerkers binnen de school noodzakelijk. Maar ook structurele gesprekken tussen leerkrachten en jongerenwerkers, zodat zij samen een gedeelde pedagogische taal kunnen ontwikkelen. Daarmee kan worden voorkomen dat het jongerenwerk wordt meegezogen in een bestaande, medisch gekleurde blik op kinderen.

Normaliseren als uitgangspunt

Met de Jeugdwet van 2015 werden gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Nederlandse jeugdhulp, met als doel normaliseren. Normaliseren is de beweging naar een meer sociaalpedagogisch perspectief op het opvoeden en opgroeien van kinderen. Het richt zich op het niet onnodig problematiseren en etiketteren van gedrag en opvoedvraagstukken en juist op het investeren in de gewone leefomgeving van het kind.

Het jongerenwerk, van oudsher een laagdrempelige en vrijwillige vorm van ondersteuning, wordt gezien als een belangrijke drager van die omslag. Daarom is het jongerenwerk ook steeds vaker te vinden in het basisonderwijs.
 

Wat doen jongerenwerkers op de basisschool?

Jongerenwerkers zijn zichtbaar en laagdrempelig aanwezig: tijdens de pauze, bij een spelletje of bij een kop thee. Kinderen bepalen zelf of, wanneer en hoe zij contact zoeken. Jongerenwerkers zien zichzelf vooral als een verbindende, blijvende factor in het leven van een kind, op school, maar ook op straat, bij de sportclub of tijdens de overstap naar de middelbare school.

In de praktijk bestaat het werk vooral uit weerbaarheidstrainingen, voorlichting over bijvoorbeeld alcohol en drugs en individuele gesprekken. Deze activiteiten komen echter vaak niet vanuit de kinderen zelf, maar op verzoek van leerkrachten die zich zorgen maken over hun klas.
 

Spanningen rondom samenwerking en rolonduidelijkheid

De onderzoekers zien ook verschillende spanningen in de rol van jongerenwerkers binnen het basisonderwijs. Jongerenwerkers willen vraaggericht werken vanuit de behoeften van het kind, maar voeren in de praktijk vaak taken uit die voortkomen uit zorgen van leerkrachten. Volgens de onderzoekers is dat een subtiele vorm van medicalisering waarvan jongerenwerkers juist afstand willen nemen.

Daarnaast zijn trainingen soms verplicht tijdens schooltijd, wat op gespannen voet staat met het vrijwillige karakter van jongerenwerk. Ook bestaat er onduidelijkheid over de rolverdeling. Zo is niet altijd helder wie verantwoordelijk is voor bijvoorbeeld een les over grenzen stellen: de leerkracht of de jongerenwerker.

Door lerarentekorten krijgen jongerenwerkers bovendien soms taken toebedeeld die feitelijk bij het onderwijs horen. Dat leidt tot vragen over hun eigen identiteit en positie binnen de school.
 

Bijdragen aan een sociaalpedagogisch perspectief

Volgens de onderzoekers kunnen jongerenwerkers bijdragen aan de (heropbouw) van ‘the village’: de verschillende sociale omgevingen die een rol spelen in het opgroeien van een kind. Daarmee kunnen zij een waardevolle bijdrage leveren aan een meer sociaalpedagogisch perspectief op opvoeden en opgroeien.

Om die bijdrage duurzaam mogelijk te maken, is volgens de onderzoekers een duidelijke positionering van jongerenwerkers binnen scholen nodig en moeten scholen actief meedenken over een meer sociaalpedagogische aanpak.

De resultaten uit dit artikel zijn ook gepubliceerd in het International Journal of Social Pedagogy.