Voorbeelden bij samenwerking innovatieclusters

Een innovatiecluster e-health bestaat uit tenminste één aanbieder en één inkoper van ondersteuning of zorg. Hieronder vindt u een zestal voorbeelden van samenwerking in een groter innovatiecluster binnen de SET. Dit is om u een idee te geven waar u aan kunt denken indien u overweegt om een projectaanvraag in te dienen. Onderaan de pagina vindt u ook nog een handig rekenvoorbeeld in PDF formaat.

Voorbeeld 1 – Innovatiecluster e-health
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In bovenstaand eerste voorbeeld zijn drie partijen betrokken voor het opschalen van een e-health toepassing(en). De thuiszorgorganisatie gaat het plan implementeren waarbij de eigen medewerkers zich gaan inzetten om hun werk anders in te richten om de opschaling mogelijk te maken. Om het proces aan te sturen wordt er een externe projectleider aangetrokken (inhuur derden). De betrokken zorgverzekeraar (zorginkoper) ondersteunt het project en in samenspraak met alle partijen in het cluster wordt gewerkt aan duurzame bekostiging voor de e-health toepassingen (bij voorkeur) in inkoop- en contractafspraken. Daarnaast wordt een opleidingstraject opgezet voor de medewerkers, mantelzorgers en cliënten.

De aanvrager voert in dit voorbeeld kosten op voor projectmanagement (o.a. via inhuur derden), implementatiekosten (o.a. uren van eigen medewerkers, een ICT-specialist ) en opleidingskosten (o.a. kosten eigen medewerkers, cursusleider en inzet andere deskundigen). Zie ook het rekenvoorbeeld verderop in dit document.

Voorbeeld 2 – Betrekken van de leverancier in de samenwerking
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit tweede voorbeeld is de leverancier van de e-health toepassing (hardware, technologie) deel van het samenwerkingsverband (het innovatiecluster). Daarmee is de expertise over de e-health toepassing en technische implementatie aan boord. Dit biedt mogelijkheden voor de partijen om af te stemmen over de opschaling, om prijsafspraken te maken, of om afspraken te maken m.b.t. compatibiliteit met bestaande systemen, etc.

Voorbeeld 4 – Brede samenwerking met een andere zorgpartij, zorgverzekeraar en de gemeente
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit vierde voorbeeld werken o.a. twee thuiszorgorganisaties samen in een innovatiecluster. In veel gevallen betekent deze samenwerking dat de thuiszorgorganisaties voor dezelfde doelgroep van cliënten implementatie en opschalingsdoelstellingen hebben met dezelfde e-health toepassing. Door samen op te trekken kunnen ze bijvoorbeeld in de regio eenduidige afspraken maken met de ketenpartners of staan ze sterker richting een leverancier voor het maken van aankoop- en service afspraken. Houd er rekening mee dat slechts één van de thuiszorgorganisaties aanvrager én ontvanger van de subsidie kan zijn. Kosten gemaakt door de tweede thuiszorgorganisatie voor opschaling binnen hun organisatie (eigen kosten) komen niet voor subsidie in aanmerking. De tweede thuiszorgorganisatie kan bijvoorbeeld wel een projectleider beschikbaar stellen of expertise leveren aan de aanvrager voor activiteiten ten behoeve van  de opschaling van de e-health toepassing bij de aanvrager (beiden onder kosten derden via een factuur dat door de aanvrager wordt betaald). De aanvrager kan informatie delen met de tweede thuiszorgorganisatie waardoor het opschalen hier soepeler gaat, al is deze opschaling zonder subsidie.
Wel komt de tweede thuiszorgorganisatie in aanmerking voor subsidie voor de opleidingskosten van het eigen personeel, de cliënten of mantelzorgers.

Kosten voor de EIGEN activiteiten door de tweede thuiszorgorganisatie komen niet in aanmerking voor subsidie. Hieronder vallen bijvoorbeeld kosten die door de tweede thuiszorgorganisatie worden gemaakt voor de opschaling zoals kosten gemaakt door het eigen personeel om de implementatie mogelijk te maken, hardware of aanpassen van de ICT. In de garantstelling die door de partijen in het innovatiecluster wordt ondertekend staat dat partijen zorgdragen voor de EIGEN kosten.

In dit innovatiecluster zijn ook twee inkooporganisaties betrokken; de gemeente en de zorgverzekeraar. Dat biedt interessante mogelijkheden voor het maken van afspraken bij de aanvraag van het project en zeker ook voor het maken van de structurele bekostigingsafspraken bij een succesvolle opschaling van de e-health toepassing. We weten immers dat het bij de implementatie van een e-health toepassing regelmatig gebeurt dat de kosten en de baten niet neerslaan bij dezelfde stakeholders. Zo kan het zijn dat een zorgverzekeraar investeert in een toepassing, maar dat de baten vooral neerslaan bij de gemeente doordat er minder aanspraak wordt gedaan op de WMO (of andersom). In dat geval is het nuttig om te kijken of de zorgverzekeraar en gemeente (via de contracten met de thuiszorgorganisatie) kunnen toewerken naar een nieuwe vorm van bekostiging van de zorg. Het organiseren van duurzame bekostiging is één van de doelen van de regeling en maakt dus onderdeel uit van het project. Let op dat minstens één van deze zorginkopers tot het einde van het project betrokken blijft.

Voorbeeld 3 – Samenwerken met andere zorgpartijen
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Bij het innovatiecluster in dit derde voorbeeld zijn andere zorgpartijen aangetrokken voor het leveren van specifieke kennis. Dit kunnen bijvoorbeeld zijn: internisten van het ziekenhuis, wondzorgspecialisten, huisartsen, praktijkondersteuners voor chronisch zieken vanuit huisartsen, etc..

Subsidieverzoeken specifiek gericht op het verplaatsen van ziekenhuiszorg naar huis zijn uitgesloten van de SET regeling. Echter, aanvragen gericht op het voorkomen van een behandeling of opname in een ziekenhuis kunnen wel gedaan worden. Denk bijvoorbeeld aan het tegengaan van een verslechtering van de gezondheid van patiënten met type 2 diabetes, telemonitoring bij patiënten met risico op hartfalen, mensen die thuis wondzorg nodig hebben, etc. Wanneer deze patiënten met adequate begeleiding (door middel van inzet van e-health) in de eerste lijn gehouden kunnen worden, dan kan hiervoor een aanvraag ingediend worden. Het is dan aannemelijk dat alle stakeholders betrokken in deze ketenzorg gerepresenteerd worden in het innovatiecluster, in dit geval vernoemd onder het kopje ‘andere zorgpartijen’. Houd er rekening mee dat alleen de aanvragende thuiszorgorganisatie ontvanger van subsidie kan zijn. Eigen kosten gemaakt door de andere zorgpartijen voor opschaling van de e-health toepassing komen niet voor subsidie in aanmerking. De meerwaarde voor deelname van de andere zorgpartijen in dit cluster ligt in het goed inregelen van de nieuwe werkprocessen en hun input hierin.

Het innovatiecluster kan uit veel meer dan drie partijen bestaan. Indien het nuttig is om vanuit het activiteitenplan meer partijen te betrekken dan is dat zeker aan te raden.

Voorbeeld 6 – Nauwe samenwerking tussen zorgkantoor en gemeente
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het zesde voorbeeld is de thuiszorgorganisatie de aanvrager van de subsidie. De thuiszorgorganisatie gaat het plan implementeren waarbij de eigen medewerkers zich gaan inzetten om hun werk anders in te richten om de opschaling mogelijk te maken. Om het proces aan te sturen wordt er een externe projectleider aangetrokken (inhuur derden).

In het zesde voorbeeld zijn in het innovatiecluster wederom twee inkooporganisaties betrokken. Zoals ook bij voorbeeld 4 genoemd, biedt dit interessante mogelijkheden voor het maken van de afspraken bij de aanvraag van het project en zeker ook voor het maken van de structurele bekostigingsafspraken bij een succesvolle implementatie van de e-health toepassing. We weten immers dat het bij de implementatie van een e-health toepassing regelmatig gebeurt dat de kosten en de baten niet neerslaan bij dezelfde stakeholders. Zo kan het zijn dat een gemeente investeert in een toepassing, maar dat de baten vooral neerslaan bij het zorgkantoor doordat er minder aanspraak wordt gedaan op de WLZ (of andersom). In dat geval is het nuttig om te kijken of de gemeente en het zorgkantoor kunnen toewerken naar een nieuwe vorm van bekostiging van de zorg of bijvoorbeeld het her-alloceren van gelden vanuit de WLZ en WMO. Het organiseren van duurzame bekostiging is één van de doelen van de regeling en maakt dus onderdeel uit van het project. Let op dat zowel de zorgverzekeraar als de gemeente (beiden als inkoper betrokken in dit traject) tot het einde van het project betrokken blijven. Indien één van de twee inkopers zich terugtrekt, heeft dit consequenties voor de hoofdaanvrager.   
Het kan ook zijn dat een gemeente is aangesloten om hun steun aan de aanvraag te verlenen, niet per sé in de vorm van inkoopafspraken maar om input te leveren m.b.t. het aanpakken van zorg in hun gemeenten.

Voorbeeld 5 – Gespecialiseerd zorgcentrum als aanvrager
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Bij dit vijfde voorbeeld is een gespecialiseerd zorgcentrum de aanvrager van de subsidie. Er kan voor bepaalde onderdelen van het programma, zoals projectmanagement of opleiding door deskundigen, gekozen worden voor de inhuur van deze expertise (zie ook voorbeeld 1, inhuur derden). De aanvraag is in dit geval gericht op het voorkomen van een opname of behandeling in het ziekenhuis door de inzet van e-health voor monitoring op afstand. Het gespecialiseerde zorgcentrum neemt in het activiteitenplan de kosten op voor het aanpassen van de eigen werkprocessen.
In dit geval zou de thuiszorgorganisatie ook kunnen aanvragen, eventuele kosten gemaakt door het zorgcentrum voor projectmanagement en/of implementatie bij de thuiszorgorganisatie kunnen via de aanvragende thuiszorgorganisatie gesubsidieerd worden via de post “kosten derden”.

Algemene opmerkingen

  • Ontvanger van de subsidie: houd er rekening mee dat alleen de aanvrager de ontvanger is van het subsidiebedrag. De aanvrager is en blijft ook het enige formele aanspreekpunt m.b.t. de subsidie.
  • Inhuur derden: voorbeelden hiervoor zijn een projectmanager, zorgspecialisten, een ICT-specialist, trainers/opleiders. Houd er rekening mee dat de kosten van inhuur derden via de boeken/ financiële stromen van de aanvrager lopen en dat deze organisatie daarmee dan ook risicodragend is.
  • Eigen bijdrage: voor alle aanvragen geldt dat er een eigen bijdrage van de aanvrager wordt gesteld van in principe 50% van de totale projectkosten. Dit is een aanzienlijk bedrag. Toch is het ook niet zo dat het gehele bedrag van de eigen bijdrage puur ‘cash’ middelen moeten zijn. Hieronder een rekenvoorbeeld met daarin het aandeel eigen aandeel.

Eigen bijdrage

  • Tijd (en daarmee kosten) besteed door een medewerker in dienst (projectmanager, ICT deskundige, wijkverpleegkundige, innovatie adviseur of ander personeel van de aanvrager die werkt aan het implementeren van de e-health toepassing of het inbedden van de nieuwe werkprocessen, etc.) binnen het project kan opgevoerd worden onder de eigen bijdrage.
  • Mogelijk zijn er bij de zorgorganisatie al budgetten gealloceerd voor het trainen of opleiden van personeel, gerelateerd aan de e-health toepassing. Deze kosten kunnen opgevoerd worden. Ook tijd (en daarmee kosten) besteed door een medewerker in dienst tijdens opleiding.
  • Directe financiële bijdragen van derden verlagen de totale subsidiabel kosten. Voorbeeld: totale projectkosten zijn 300.000 euro = dus subsidie 150.000 euro en eigen bijdrage 150.000 euro. Indien een derde partij bijvoorbeeld 50.000 euro bijdraagt dan worden de totale subsidiabele kosten 250.000 euro = 125.000 subsidie en 125.000 euro eigen bijdrage.
  • Bijdragen van cliënten / patiënten kan NIET voor gebruik of aanschaf van de e-health applicatie opgevoerd worden als een eigen bijdrage. Dit wordt aangemerkt als financiële borging.

Rekenvoorbeeld SET

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website