Zorgprofessionals volop aan de slag met Safety-II
‘Expliciet maken wat goed gaat en daarvan leren’, zo vertaalt internist Petra van Gurp het gedachtegoed van Safety-II. Samen met vaatchirurg Jaap Hamming vertelt zij over het boek ‘Kwaliteit en veiligheid in patiëntenzorg’, de rol van Safety-II daarin en de opdracht aan bestuurders: ‘Weg van de vinkjes.’
Safety-II
Safety-II is als begrip nog geen gemeengoed. Toch zijn zorgprofessionals er vaak al volop mee aan de slag, ook als ze het niet als zodanig benoemen, menen Jaap Hamming en Petra van Gurp. ‘Safety-II hoort bij de beroepsgroep’, aldus Van Gurp. ‘Bij Safety-I was de focus gericht op incidenten. Daarbij werd de gevolgde werkwijze vergeleken met de zorg zoals beschreven in richtlijnen en protocollen. Dan ga je uit van voorspelbaarheid van de zorg. Met Safety-II gaan we meer uit van hoe het werk daadwerkelijk wordt gedaan in de praktijk. De focus verschuift naar ‘work-as-done’, met gewenste en soms ongewenste uitkomsten en wat we daarvan kunnen leren. Bij Safety-II is er aandacht voor de complexiteit en onvoorspelbaarheid van de praktijk en dus ook voor de mens in de zorg en de rol die hij of zij daarin speelt.’
Het gaat erom dat we met elkaar opener en vrijer naar de zorg kijken. Uitsluitend varen op protocollen is overgewaardeerd.
‘Uitsluitend varen op protocollen is overgewaardeerd. Het werkt niet om alleen vinken te zetten en dan te concluderen dat het goed gaat. Dan mist de menselijke maat, van het team inclusief de patiënt.’
Even voorstellen
Jaap Hamming
Jaap Hamming is hoofd van de afdeling Heelkunde van het LUMC en nauw betrokken bij kwaliteit en patiëntveiligheid van het LUMC. In 2004 werd hij benoemd tot hoogleraar Heelkunde met als leeropdracht: minimale invasieve vaatchirurgie. Verder is Hamming lid van de Wetenschappelijke Adviesraad van het Zorginstituut, lid van het Regionaal Medisch Tuchtcollege en lid van de Raad van Toezicht van het Rijnstate Ziekenhuis.
Petra van Gurp
Petra van Gurp is internist en universitair hoofddocent ‘Patient centred professional development’ aan het Radboudumc. Daarnaast is Van Gurp opleidingsdirecteur van de master ‘Kwaliteit en veiligheid in de patiëntenzorg’, lid van het Regionaal Medisch Tuchtcollege en coördinator van de leerlijn ‘Patiëntencontacten en professionaliteit’ voor studenten geneeskunde en biomedische wetenschappen aan het Radboudumc.
Aansluiten op beweging in de zorg
De verschuiving van de focus was één van de redenen om het boek ‘Kwaliteit en veiligheid in patiëntenzorg’ te herzien. De eerste editie dateert van 2011, de tweede van 2020. ‘We hebben het boek op verschillende punten geactualiseerd, zodat het beter aansluit op hoe er nu over kwaliteit van zorg gedacht wordt’, aldus Van Gurp. ‘Daarbij is interdisciplinair werken belangrijker geworden. Artsen, verpleegkundigen, paramedici – ze kunnen allemaal iets uit dit boek halen, al die disciplines zijn bezig met kwaliteit van zorg. Het boek volgt de huidige beweging in de zorg: uit het ziekenhuis, naar de eerste lijn.’
‘Met de herziening wilden we ook aansluiten bij de huidige manier van leren’, vervolgt Hamming. ‘De oude versie was meer een leerboek, in de nieuwe versie worden lezers uitgedaagd om over bepaalde zaken na te denken en ze worden geactiveerd middels opdrachten. Het gedachtegoed van Safety-II is daarbij door het hele boek verweven. Het komt in meerdere hoofdstukken terug: hoe kijk je naar kwaliteit van zorg en naar de rol van iedereen daarin.’
Expliciet maken
Toegevoegd aan het boek is een hoofdstuk over persoonlijk leiderschap. ‘Dat onderwerp is niet alleen hip’, zegt Van Gurp. ‘Het gaat erom dat je jezelf vragen mag stellen: hoe werk ik in een team, hoe kan ik de patiënt betrekken, hoe kan ik reflecteren op wat we doen. Daar zit de gedachte van Safety-II in. Patiëntparticipatie hoort daar ook bij. Bij de best practices in het boek wordt beschreven wat deze betekenen voor de patiënt en bij de opdrachten staat vaak: Ga in gesprek met de patiënt. Toets je gedachten en normen aan diens leefwereld.’
De herziene versie van het boek volgt dus ontwikkelingen in de zorg en maakt deze expliciet. Van Gurp: ‘Expliciteren is sowieso belangrijk. Het zou goed zijn om tegen zorgprofessionals te zeggen: wat jullie doen is wat Safety-II beoogt en dat vinden we heel belangrijk. We moeten duidelijk maken dat dit een prettige werkwijze is die veel oplevert. Zorgverleners vinden het heel gewoon als dingen goed gaan, ze besteden er geen aandacht aan. Vaker denken ze dat ze tekortschieten, terwijl patiënten dat heel anders ervaren. Het is belangrijk dat we expliciet maken wat goed gaat en dat je daarvan kunt leren én er tevreden mee mag zijn. Dat geeft werkplezier en draagt bij aan de draagkracht en flexibiliteit van de zorgverlener.’
Bestuurlijke aandacht voor Safety-II
‘Als je kijkt naar wat erop ons afkomt aan ethische dilemma’s, oplopende zorgkosten en tekort aan personeel, als we willen dat zorgprofessionals daarin overeind blijven, dan moet je ook aandacht besteden aan wat gaat goed’, aldus Hamming. ‘Dat betekent dat ook bestuurders expliciete aandacht moeten hebben voor Safety-II. Bestuurlijk zijn er allerlei kwaliteitsdoelen, maar die gaan vooral over compliance en niet over de zorg die door de professionals wordt geleverd. Leuk als je voldoet aan normen die door instituten zijn gesteld, maar dat heeft niks te maken met zorg op de werkvloer. De normen geven vooral druk op de professionals, omdat ze allerlei zaken moet rapporteren.’
‘Een stukje van de bestuurlijke wereld begrijp ik wel: je wil controleren’, zegt Van Gurp. ‘Maar hoe mooi zou het zijn als je de controlefunctie beperkt en ontwikkelruimte biedt vanuit vertrouwen in je medewerkers en hun zelfregulerend vermogen. Dat je hen de ruimte biedt om zelf zaken te regelen en het goede te doen. Weg van de vinkjes dus. Meer reflectie en ontwikkeling.’
Hoe mooi zou het zijn als je de controlefunctie beperkt en ontwikkelruimte biedt vanuit vertrouwen in je medewerkers en hun zelfregulerend vermogen.
Focus op het narratief
Bestuurders moeten leren niet vanuit een dashboard te organiseren, maar vragen te stellen aan zorgprofessionals: hoe krijg jij nou de zorg voor elkaar, wat helpt daarin en wat helpt niet, vindt Hamming. ‘Focus niet op complicatieratio of incidentcijfers, maar op het narratief, de inhoud achter de getallen. In ieder ziekenhuis gebeuren mooie dingen. Als je die ziet, praat dan met de mensen over hoe dat tot stand kwam en hoe je daarin kan ondersteunen. Bestuurders moeten zich niet zorgen maken om de kwaliteit van zorg, maar zorgen dat kwaliteit van zorg goed gefaciliteerd wordt.’
‘De bestuurder in de controlerende rol is ontmoedigend voor de zorgprofessional die het in zich heeft om het goede gesprek te hebben met collega’s’, vult Van Gurp aan. ‘Als bestuurders alleen met cijfermatige vragen komen, ontmoedigen ze dat gesprek.’
Ook zittende professionals opleiden
De vraag is nu hoe het gedachtegoed van Safety-II (nog) verder verspreid kan worden. Onderwijs speelt daarbij een grote rol, vindt Hamming. ‘In het Raamplan Artsenopleiding staan hoofdstukken over interdisciplinaire samenwerking en reflectie, maar in het curriculum is nog onvoldoende aandacht voor het expliciteren van professioneel gedrag. En dan maakt het niet uit of je het Safety-II noemt of niet. Sommige artsen zijn allergisch voor dat soort benamingen. Terwijl iedereen het belang onderkent van reflecteren op het werk. Leer dat dan ook in de initiële opleidingen.’
Wat daarbij cruciaal is, is dat aankomende professionals in de praktijk zien wat zij tijdens hun opleiding hebben geleerd. Van Gurp: ‘Als een coassistent aan een supervisor vraagt: Mag ik eens reflecteren op wat er gisteren gebeurde, en de supervisor zegt: Hoezo?, dan leer je het als jonge professional gauw af. Ook zittende professionals moeten dus met het gedachtegoed aan de slag. En daarvoor moeten bestuurders uitdragen dat dat belangrijk is. De vinkjes kunnen dat niet zomaar teweegbrengen.’
ZonMw en Safety-II
Uitgangspunt bij Safety-II is dat patiëntveiligheid wordt vergroot door te focussen op aanpassingsvermogen en veerkracht van zorgprofessionals. Bij Safety-II wordt veiligheid vanuit een positieve benadering onderzocht. Dat wat goed gaat in het dagelijkse werk, wordt zichtbaar gemaakt, verbeterd en verspreid. Doel van het ZonMw-programma Safety-II en veiligheidsergonomie was om te onderzoeken of de principes van Safety-II ook werken in de praktijk van de ziekenhuiszorg in Nederland en of ze een bijdrage leveren aan veiligere zorg voor patiënten. Het programma is eind 2024 afgesloten. In een reeks van 3 interviews en een verslag van de slotbijeenkomst over Safety-II op 17 oktober 2024 leest u meer over de opbrengsten van het programma.
Colofon
Tekst: Astrid van den Berg
Eindredactie: ZonMw