‘Wie samen onderzoek doet, implementeert resultaten ook makkelijker in 2 landen’
In mei 2026 zijn de projecten gehonoreerd in ronde 4 van de Belgisch-Nederlandse BeNeFIT Ronde, bedoeld voor praktijkgericht onderzoek dat 2 interventies met elkaar op effectiviteit vergelijkt. Tom Walley: ‘BeNeFIT zet sterk in op praktijkgericht onderzoek. Dat heeft altijd mijn hart gehad.’
Wie is Tom Walley?
‘Ik werk aan de Universiteit van Liverpool en was directeur van het NIHR Health Technology Assessment Programme, jarenlang de grootste financier van klinisch onderzoek in het Verenigd Koninkrijk. Ik was eerder al voorzitter van BeNeFIT Ronde 1, en na een paar jaar Australië ben ik weer terug. BeNeFit maakt gebruik van ons HTA-model, maar dat is niet de reden dat ik graag voorzitter ben van deze commissie. Ik vind het vooral mooi dat BeNeFIT zo sterk inzet op praktijkgericht onderzoek. Dat heeft altijd mijn hart gehad.’
Hoe ben je betrokken geraakt bij het GGG-programma?
‘Ik ben graag betrokken bij onderzoeksprogramma’s waar de patiënt zo direct mogelijk van profiteert. In medisch onderzoek, zeker naar geneesmiddelen, gaan wetenschappers vaak in eerste instantie op zoek naar fundamentele kennis. Dat is uiteraard belangrijk, maar soms verliezen ze gaandeweg de patiënt uit het oog. Uiteindelijk gaat het niet om dat ene molecuul, maar om wat je daarmee kunt in de behandeling. We zullen veel meer aan toegepast onderzoek naar de doelmatigheid van bestaande interventies moeten doen, en GGG is daar mooi voorbeeld van. Zeker omdat de patiënt in dit programma een belangrijke stem heeft. Ook over de onderzoeksvragen en de kwaliteit van de studieprotocollen.’
Hoe ontwikkelt de samenwerking tussen België en Nederland zich binnen BeNeFIT?
‘Internationale samenwerking is niet eenvoudig. Met ons HTA-programma bijvoorbeeld werken we als Verenigd Koninkrijk nauw samen met Australië. Onze gezondheidssystemen lijken veel op elkaar en dan kun je ontdekkingen eenvoudiger van elkaar overnemen. Met de Verenigde Staten, waar het totaal anders werkt, is zoiets veel moeilijker. België en Nederland hebben verschillende gezondheidsstelsels, maar blijken elkaar goed aan te vullen. Sommige zaken zijn in België makkelijker, zoals het beschikbaar maken van patiëntgegevens voor onderzoek. Nederland heeft weer meer ervaring met praktijkgericht onderzoek met een grote rol voor de patiënt. De kracht zit duidelijk in de samenwerking. Als je samen onderzoek doet, worden je resultaten robuuster en kun je vernieuwingen makkelijker in beide landen implementeren. Ook bij verschillen in systemen en culturen.’
Nu, bij ronde 4, zie je dat onderzoeksgroepen in beide landen veel beter op elkaar ingespeeld raken.
Hoe vind je dat de BeNeFIT Ronde zich heeft ontwikkeld?
‘Bij de eerste ronde wist niemand nog goed waarover het vooral zou moeten gaan. Het was voor iedereen zoeken, ook voor ons als commissie. Nu, bij ronde 4, zie je dat onderzoeksgroepen in beide landen veel beter op elkaar ingespeeld raken. Dat geldt ook voor de coördinerende organisaties, KCE en ZonMw, bij die laatste ook in de afstemming tussen de programma’s GGG en DO (zie kader, red.). De samenwerking verloopt inmiddels echt naadloos, ook omdat we voortdurend evalueren en zo de procedures steeds kunnen optimaliseren. Wat ik wel nog mis, is een overkoepelende evaluatie van wat de projecten hebben opgeleverd – ook als ze minder goed zijn geslaagd. En de lessen die we daaruit hebben geleerd over samenwerking tussen Belgische en Nederlandse onderzoekers. Al die informatie komt steeds meer beschikbaar naarmate meer projecten worden afgerond, maar is nu nog niet in een heldere, samenvattende analyse beschikbaar.’
Wat is er belangrijk voor de toekomst van Belgisch-Nederlands praktijkgericht onderzoek?
‘De overkoepelende analyse waarover ik spreek is onmisbaar om de meerwaarde van BeNeFIT te onderbouwen. Cruciaal is verder een duidelijk commitment van beide coördinerende organisaties om met deze Ronde door te gaan. De tijdshorizon is nu erg onzeker; elke paar jaar starten nieuwe onderhandelingen over voortzetting. Als ik zelf onderzoeker was die overweegt mee te doen, zou ik dat te onzeker vinden. Het opzetten van een internationale trial kost veel tijd. Dan moet je al ver van tevoren weten of er een plek is waar je met jouw voorstel terechtkunt voor financiering.’
Wat kan het GGG-programma nog meer aan waarde toevoegen?
‘Uiterst relevant is wat mij betreft drug rediscovery-onderzoek. Bestaande geneesmiddelen inzetten voor nieuwe indicaties is een schoolvoorbeeld van praktijkgericht interveniëren. Maar het proces van een slimme vondst tot een nieuwe registratie is uitermate complex. GGG-onderzoek kan dat helpen versnellen. Een cruciaal thema vind ik verder dosisreductie en vooral ook studies naar veilig stoppen met medicatie. En ik heb er nog eentje: geneesmiddelen zijn meestal ontwikkeld voor mensen met maar 1 aandoening, terwijl de meeste medicijngebruikers tegenwoordig meerdere problemen hebben. Vaak ook op het sociale vlak. Al die factoren beïnvloeden het gebruik van geneesmiddelen, dus daar moeten we goed onderzoek naar doen.’
Wat geef je mee aan praktijkmensen en onderzoekers die aan BeNeFIT willen meedoen?
‘Bereid je tijdig voor, bedenk wat een trial in 2 landen met zich meebrengt en zet al vroeg de relevante samenwerkingen op. Zeker ook met de patiënten. Laat die vanaf het begin meedenken over de vragen die je wilt beantwoorden. En zoek hulp. Projectleiders denken soms wat al te makkelijk dat ze in hun eentje over dat hoge gebouw kunnen springen. Maar je kunt het niet als projectleider alleen. Beschouw je project dus steeds als teamwork, niet als een individuele wetenschappelijke opdracht.’
Tom Walley
Tom Walley is adjunct-vice-rector voor klinisch onderzoek en hoogleraar Klinische farmacologie aan het Institute of Psychology van de Universiteit van Liverpool, Verenigd Koninkrijk.
BeNeFIT
De BeNeFIT Ronde is gericht op vergelijkende, praktijkgerichte klinische studies, waarbij Nederlandse en Belgische instellingen samen niet-commercieel praktijkgericht onderzoek uitvoeren, dat relevant is voor patiënten, zorgverleners en beleidsmakers in beide landen. BeNeFIT maakt trials mogelijk die bestaande interventies vergelijken op effectiviteit. Denk aan 2 verschillende medicijnen bij een aandoening, of een farmaceutische interventie tegenover chirurgie. Het gaat om behandelingen die al in gebruik zijn en die ook worden vergoed of vergoedbaar zijn. Is interventie A beter dan interventie B? Het antwoord maakt betere keuzes mogelijk. Dat is allereerst goed voor de patiënt. En het helpt schaarse middelen efficiënter te besteden. De BeNeFIT Ronde is een gezamenlijk initiatief vanuit de ZonMw-programma’s Goed Gebruik Geneesmiddelen en DoelmatigheidsOnderzoek, in nauwe samenwerking met het Belgische Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE).