Sekse- en genderverschillen in psychosociale risicoprofielen bij hartpatiënten
Psychosociale factoren zoals depressie, angst, woede en chronische stress verhogen het risico op de ontwikkeling en verergering van hart- en vaatziekten. Deze risicofactoren staan natuurlijk niet op zichzelf, en kunnen samen voorkomen, in verschillende combinaties. Bepaalde combinaties van factoren zullen een hoger cardiovasculair risico met zich meebrengen dan andere.
De psychosociale screener die wij binnen het grotere project (THORESCI) ontwikkeld en getest hebben, speelt hierop in. Het gebruik van risicoprofielen, in plaats van individuele risicofactoren kan bijdragen aan de ontwikkeling van beter afgestemde, gepersonaliseerde interventies binnen onder andere de hartrevalidatie.
Biologische man-vrouw verschillen
Man-vrouw verschillen zijn overduidelijk aanwezig in psychosociaal functioneren: vrouwen krijgen vaker te maken met stress- en spanningsklachten, terwijl woede en hostiliteit vaker onder mannen voorkomt. Echter, deze biologische man-vrouw verschillen worden regelmatig op een zelfde hoop gegooid met genderverschillen, terwijl sekse en gender fundamenteel van elkaar verschillen.
Rol van gender bij hartpatiënten
Gender is namelijk een sociocultureel construct, onder andere bestaande uit maatschappelijke normen, aangeleerde gedragingen en identiteit. In de huidige maatschappij wordt gender regelmatig stereotypisch aangeduid als masculien (typisch mannelijk) en feminien (typisch vrouwelijk). Masculiniteit is over het algemeen geassocieerd met een mindere mate van stress, terwijl femininiteit daarentegen vaker samengaat met de ervaring van angst- en stemmingsklachten. Gender speelt ook een rol in de gezondheid van hartpatiënten: zo werd masculiniteit eerder al geassocieerd met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, met een sterker effect in masculiene vrouwen. Mannen die aangaven meer feminien te zijn, hadden juist een lager risico. Onduidelijk is nog in welke mate sekse en gender de psychosociale risicoprofielen beïnvloeden in hartpatiënten, en hoe dit de prognose beïnvloedt. Ons project is dit aan het uitzoeken.
5 psychologische profielen
Allereerst identificeerden we vijf psychologische profielen, samengesteld uit een aantal persoonlijkheidseigenschappen (bijv. hostiliteit, Type D persoonlijkheid), stemmings-, angst- en stressklachten, die allemaal in eerder onderzoek geïdentificeerd zijn als onafhankelijke cardiovasculaire risicofactor. Ook brachten we gender in kaart voor onze participanten (patiënten met coronair lijden) door te vragen naar masculiene en feminiene trekken, identiteit (in welke mate voel je je mannelijk of vrouwelijk), en rollenpatronen (bijv. wie doet de zorgtaken, wie verdient het meeste geld in het gezin). Met deze drie gendermaten hoopten wij, naast de rol van sekse, heterogeniteit in psychosociale risicoprofielen beter in kaart te brengen.
Over het algemeen vonden we vrij subtiele verschillen. Vrouwen hadden vaker een profiel gekenmerkt door emotionele en sociale stress. Wat betreft gender, bevonden mensen met meer masculiene eigenschappen zich met name in de profielen met lagere mate van distress. Genderidentiteit en rollenpatronen bleken geen rol te spelen. Wel interessant was het om te zien dat er man-vrouw verschillen in het effect van gender zat. Gender had dus een ander effect afhankelijk van of je man of vrouw was.
Zorg op maat voor hartpatiënten
Het huidige onderzoek laat zien dat de psychosociale risicofactoren in een beperkt aantal combinaties samen met elkaar voorkomen. Ook laat het zien dat sekse en gender voor deels voorspellend zijn voor in welk psychosociaal risicoprofiel je zit. Sekse en gender kunnen dus beide van belang zijn in de cardiovasculaire praktijk. Dit zou bijvoorbeeld vorm kunnen krijgen door een sekse- en gender-sensitieve aanpak te hanteren voor interventies en de hartrevalidatie. Eveneens zou in de risicobeoordeling rekening gehouden kunnen worden met een gendereffect. Momenteel zijn we bezig onder patiënten, cardiologen, cardioverpleegkundigen, psychologen en huisartsen te inventariseren wat de toevoeging van genderverschillen in deze risicobeoordeling hen zou kunnen brengen, en hopen wij bij te kunnen dragen aan een meer op maat gesneden zorg voor hartpatiënten.