Samen werken aan een beweegvriendelijke leefomgeving voor ouderen in gemeente Nijkerk
Veilig kunnen wandelen en beschikken over openbare ruimtes voor activiteiten, helpt ouderen in beweging te blijven. In gemeente Nijkerk onderzocht het ZonMw-project ‘Met plezier een leven lang actief: wijkscan voor Nijkerkveen en Holkerveen’ hoe samenwerking tussen zorg, gemeente en inwoners leidt tot een wijk die beter is ingericht op bewegen.
In opdracht van de gemeente Nijkerk ging het Nationaal Bureau Sportstimulering (NBSS) aan de slag met een wijkscan in Holkerveen en Nijkerkerveen. Deze wijkscan is mogelijk gemaakt door het ZonMw-programma Wijkscans bewegen en ontmoeten. Gemeenten konden een wijkscan uitvoeren om te bekijken hoe wijken zo worden ingericht dat ze meer uitnodigen tot bewegen en ontmoeten.
In Holkerveen en Nijkerkerveen wonen ouderen die er hun hele leven hebben doorgebracht en sterk gehecht zijn aan de buurt. Tegelijk zijn dit wijken die niet altijd veel aandacht krijgen van de gemeente. Deze combinatie vormde voor het NBSS de aanleiding om samen met de gemeente, lokale zorg- en welzijnsorganisaties en de buurtbewoners te onderzoeken hoe de wijken beweegvriendelijker en veiliger kunnen worden ingericht. Coördinator kwetsbare inwoners & evenementen bij NBSS, Stijn Titulaer, vertelt hoe de samenwerking is verlopen en welke inzichten zijn opgedaan.
Lokale inzichten over de wijk
De ervaringen van ouderen in hun wijk speelden een belangrijke rol in het project. Om ze te bereiken, maakte de projectgroep gebruik van lokale initiatieven en bestaande sociale contacten. Stijn vertelt: ’We merkten dat we met flyers en digitale vragenlijsten niet verder kwamen. Door actief de wijk in te gaan, kwamen we in contact met bestaande netwerken zoals wandelgroepen en een breiclub waar de ouderen vaak samenkomen. Door aan te sluiten bij deze vertrouwde initiatieven, ontstonden waardevolle gesprekken over de dagelijkse leefomgeving van de ouderen.’
Elke partij brengt eigen kennis en ervaring mee. Door die kennis te verbinden, ontstaat een completer beeld van wat ouderen nodig hebben.
Deze gesprekken leverden belangrijke inzichten op. Ouderen wezen bijvoorbeeld op scheve stoepen, losse tegels en verkeerssituaties waarin zij zich onveilig voelen. ‘Valpreventie gaat niet alleen over wat er binnenshuis gebeurt. Ook buiten kunnen kleine obstakels grote gevolgen hebben voor ouderen’, licht Stijn toe. Verder kwam het gebrek aan ontmoetingsplekken naar boven. ‘Door samen te bewegen blijven ouderen niet alleen actief, maar ook sociaal verbonden. Valpreventie reikt daarmee verder dan alleen het voorkomen van vallen.’
Valpreventie vraagt om samenwerking
Het project benadrukt dat succesvolle valpreventie vraagt om samenwerking tussen verschillende partijen. In de gemeente Nijkerk is dat te zien in de eerstelijnszorg. Fysiotherapeuten en andere professionals werken samen binnen het lokale aanbod voor valpreventie. Senioren kunnen bijvoorbeeld hun valrisico laten testen via het Fit & Vitaal loket en worden vervolgens doorverwezen naar passende ondersteuning.
In dit project werkten de gemeente, het NBSS, zorgprofessionals en buurtbewoners samen, ieder vanuit hun eigen rol. Het NBSS verzamelde de inzichten met behulp van lokale initiatieven en de gemeente zet ze om in praktische verbeteringen voor de wijk. Stijn benoemt voor een succesvolle samenwerking het belang van een open blik: ‘Elke partij brengt eigen kennis en ervaring mee. Door die kennis te verbinden, ontstaat een completer beeld van wat ouderen nodig hebben. Het is daarbij belangrijk om niet aan je eigen ideeën vast te houden. De mensen in de wijk weten als geen ander wat er beter kan.’
Van kennis naar praktijk
Gedurende het project is veel kennis verzameld over de behoeften van ouderen in de wijk. Maar maatschappelijke impact ontstaat als deze kennis de praktijk bereikt. Met het programma 'Wijkscans bewegen en ontmoeten' en programma’s gericht op valpreventie stimuleert ZonMw het samenbrengen van kennis en praktijkervaring. ‘Naast financiering biedt ZonMw ook beschikbare kennis en praktische hulpmiddelen. Die hebben we ingezet voor het verzamelen van inzichten bij de doelgroepen en het schrijven van ons rapport aan de gemeente. Daarmee ligt er een concrete en stevige basis voor toekomstige verbeteringen in de openbare ruimte’, vertelt Stijn.
Hoewel nog niet alle aanbevelingen zijn uitgevoerd, laat het project zien wat werkt: persoonlijk contact, samenwerking met lokale organisaties en het actief betrekken van inwoners. Zo gaan waardevolle en soms verrassende inzichten niet verloren, maar vormen ze de basis voor verdere verbetering van de leefomgeving.