Onmisbare kennis voor zorg die écht wat oplevert
In 25 jaar is er veel gerealiseerd. Maar de klus is beslist nog niet geklaard. Waar liggen de toekomstige uitdagingen voor doelmatigheidsonderzoek? Hoe kunnen de diverse ZonMw-programma’s op dit terrein blijven bijdragen aan waardegedreven zorg?
Ooit had doelmatigheidsonderzoek een tamelijk afgebakende scope: welke behandelwijze geeft het beste resultaat en tegen welke kosten? Met de beweging naar waardegedreven zorg – als wezenlijk element van het concept passende zorg – is het perspectief verbreed. Dat zegt Mirte Brom, die bij ZonMw als clusterhoofd de programma’s rond doelmatigheidsonderzoek onder haar hoede heeft. ‘Doelmatigheidsonderzoek beperkt zich al lang niet meer tot de financiële houdbaarheid. Het gaat vooral ook om wat góéde zorg is: niet te weinig, maar ook niet te veel. Wat is wel of juist niet effectief en bij wie? Als je dat weet, kun je kiezen voor zorg die de meeste waarde toevoegt voor de patiënt. Of juist ervoor kiezen niet effectieve zorg te de-implementeren.’
Toetsbaar opstellen
Intussen blijft het wel degelijk de vraag hoe de zorg betaalbaar en vooral toegankelijk blijft, zegt Brom er meteen bij. Zoals het in de omschrijving van waardegedreven zorg staat, gaat het om effectieve zorg met een optimale inzet van mensen, middelen en materialen. Onderzoek is onmisbaar voor inzicht hierin, zodat er goede handvatten zijn voor klinische richtlijnen en pakketbeslissingen.
Voorbij de vinkjescultuur
Volgens commissievoorzitter Frida van den Maagdenberg zit daar een grote meerwaarde van doelmatigheidsonderzoek. ‘In ons stelsel, waarin je met publieke middelen zorg verleent, is het cruciaal te weten dat wat je doet effectief en doelmatig is. De wet BIG geeft zorgprofessionals terecht veel autonomie, maar daar staat wel tegenover dat je je toetsbaar opstelt. Doelmatigheidsonderzoek is hiervoor een prachtig instrument.’
Van den Maagdenberg ziet wel meteen een grote uitdaging. In de medisch-specialistische zorg bestaat al een lange traditie van wetenschappelijke evaluatie, maar dat is bijvoorbeeld in de eerste lijn, de verpleegkunde of de ouderenzorg minder het geval. Het is wat haar betreft een belangrijke opdracht voor doelmatigheidsonderzoek om ook deze sectoren te faciliteren. Als ziekenhuisbestuurder kent ze intussen ook de valkuilen van toetsbaarheid. ‘De noodzaak om verantwoording af te leggen is doorgeslagen in een vinkjescultuur. Daar wil iedereen terecht vanaf. Met doelmatigheidsonderzoek kunnen we daaraan bijdragen, door te zoeken naar nieuwe manieren van meten en toetsen.’
Duurzaamheid en arbeidsinzet
Inhoudelijk vindt Van den Maagdenberg het opnemen van duurzaamheid in het onderzoek een opdracht. ‘Ziekenhuizen kennen de freezer challenge, waarbij je bij het bewaren van bepaalde materialen van -80 naar -70 graden gaat. Dat levert een enorme energiebesparing op, maar kun je zo ook de kwaliteit blijven garanderen? Dit soort vragen moet wat mij betreft onderdeel worden van de health technology assessments binnen doelmatigheidsonderzoek.’ Brom: ‘We zien inderdaad dat duurzaamheid mee gaat wegen spelen in de afweging of zorg uit collectieve middelen moet worden vergoed. De vraag is dan ook: hoeveel gezondheidswinst willen we inleveren ten opzichte van duurzaamheidswinst? Een andere overweging: welk beslag leg je op de beperkt beschikbare arbeidscapaciteit? Het Zorginstituut Nederland laat een tijdelijke commissie Arbeidsinzet en Duurzaamheid adviseren over de weging. Op basis daarvan kunnen wij hiervoor weer criteria opnemen in onze programmering.’
Sneller bij de patiënt
Voor Brom is het intussen duidelijk dat de ZonMw-programma’s rond doelmatigheidsonderzoek al veel maatschappelijke relevante kennis opleveren. ‘De resultaten sluiten ook heel direct aan bij wat het veld nodig heeft. Al sinds 2014 hebben we een mooie samenwerking met het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten, zodat nieuwe kennis sneller een plek in de richtlijnen krijgt. Toen we hier samen aan begonnen, had maar 15% van ons onderzoek aansluiting met de richtlijnen. Nu gaat dat al naar de 70%. Met het oog op de duiding en mogelijke herziening van de richtlijnen een mooi resultaat.’ Sterk is volgens Brom ook de samenwerking met het Zorginstituut. Ze noemt met name de subsidieregeling Veelbelovende zorg. Die brengt kansrijke innovaties sneller bij de patiënt, waarna ze bij gebleken succes ook eerder in het verzekerde pakket kunnen.
Academisering stimuleren
Het gesprek komt weer terug bij de uitdagingen. Van den Maagdenberg was ooit lid van de raad van toezicht van SBOH, een organisatie voor onder meer huisartsen in opleiding. ‘In die tijd stond de academisering van de eerstelijnszorg nog in de kinderschoenen. ZonMw heeft daarin een voortrekkersrol gespeeld, door juist ook de huisartsengeneeskunde te ondersteunen bij het verwerven van onderzoeksgelden. Zo heeft dit vakgebied zich wetenschappelijk verder kunnen ontwikkelen.’ Brom erkent het grote belang van gerichte investeringen in de nog wat minder ontgonnen terreinen. ‘Neem de hulpmiddelensector. Met het programma Goed Gebruik Hulpmiddelen thuis stimuleren we niet alleen onderzoek maar bouwen we ook een kennisinfrastructuur, onder meer met academische werkplaatsen en fellowships. Zo’n aanpak kan ook goed werken voor andere sectoren die nog een stimulans kunnen gebruiken.’
Banden met zorgverzekeraars
Als commissievoorzitter heeft Van den Maagdenberg de nodige ambities. Die zitten deels ‘achter de schermen’, bijvoorbeeld beter gestroomlijnde aanvraagprocedures en een sterkere onderlinge verbinding tussen lopende programma’s. ‘Extern’ ziet ze – naast het uitdiepen van de samenwerking met FMS het Kennisinstituut en het Zorginstituut – duidelijke kansen voor nauwere banden met de zorgverzekeraars. Hun belang bij goed doelmatigheidsonderzoek is immers evident. En ze wil contacten leggen met het Centraal Planbureau (CPB), dat economische analyses en ramingen levert voor het overheidsbeleid. Het idee: samen bedenken welke vraagstukken we op macroniveau moeten uitzoeken om de doelmatigheid van het zorgstelsel te verbeteren.
Onafhankelijk onderzoek
Brom ziet veel toekomst in een nog betere uitwisseling tussen gegevens uit gecontroleerd onderzoek en de zorgpraktijk, zoals bij ‘cyclisch pakketbeheer’. ‘Met doelmatigheidsonderzoek en het monitoren van de resultaten stel je vast of behandelingen waarde hebben voor de patiënt. En of ze doelmatig worden ingezet. Het gaat om een voortdurende evaluatie – ook met zorgdata – van interventies in de verzekerde of langdurige zorg. En het kan ook in de maatschappelijke ondersteuning.’ Van den Maagdenberg: ‘Doelmatigheidsonderzoek blijft onverminderd van belang, als belangrijke pilaar in ons stelsel. Wie wil dat zorg echt waardegedreven is, kan niet zonder onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Alleen zo genereer je kennis over wat de zorg werkelijk oplevert.’
Frida van den Maagdenberg is lid van de raad van bestuur van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en voorzitter van de programmacommissie DoelmatigheidsOnderzoek. Mirte Brom is clusterhoofd Doelmatigheidsonderzoek bij ZonMw.