Online zelfhulpprogramma's voor en door studenten
Een vertaling van een buitenlandse zelfhulpinterventie om depressie en angst bij studenten te verminderen, blijkt in Nederland niet te werken. De onderzoekers besloten daarop eigen programma’s te ontwikkelen speciaal voor de Nederlandse doelgroep.
Onderzoekers van de Vrije Universiteit van Amsterdam, onder leiding van emeritus-hoogleraar klinische psychologie Pim Cuijpers, hebben aangetoond dat een van Duitse oorsprong online-zelfhulpprogramma geen meerwaarde heeft. De effecten waren vergelijkbaar met die van de gebruikelijke zorg in Nederland. Deze interventie heeft als doel gevoelens van depressie en angst bij studenten te verminderen. De studenten die deelnamen aan de studie hadden milde tot matige klachten, waardoor er mogelijk weinig ruimte was voor verbeteringen. Omdat veel studenten kampen met psychische problemen, besloten de onderzoekers een eigen online-zelfhulpprogramma te ontwikkelen specifiek gericht op de doelgroep in eigen land. Daartoe zetten ze enkele jaren geleden het consortium Caring Universities op, waaraan inmiddels negen universiteiten en hogescholen meedoen.
MoodLift
Projectleider van dit consortium is Sascha Struijs, GZ-psycholoog en universitair docent klinische psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij vertelt dat de inspanningen hebben geleid tot de komst van het platform MoodLift, waarvan nu bijna 8000 studenten gebruikmaken. ‘We hebben 10 verschillende zelfhulpprogramma’s – volgend jaar zijn het er dertien - samen met studenten ontwikkeld. Het gaat om thema’s die voor hen van belang zijn zoals stemming, stress, slaapproblemen, uitstelgedrag, perfectionisme, laag zelfbeeld en sociale vaardigheden. Gevorderde studenten klinische psychologie krijgen training en supervisie om de deelnemers door de programma’s van het platform te loodsen en hen te motiveren. Daardoor haken de gebruikers minder snel af.’
Gerandomiseerd onderzoek
Struijs benadrukt dat Caring Universities de programma’s aanbiedt als preventie en vroegbehandeling in het kader van wetenschappelijk onderzoek. 'We zijn geen ggz-zorgverleners. Als onderzoeksconsortium volgen we de effecten van die programma’s. Via online-vragenlijsten vragen we studenten voor- en achteraf hoe het met hen gaat.’ De antwoorden op deze vragenlijsten geven aan dat de klachten minder worden. Maar om het effect goed te meten, doen Struijs en collega’s ook gerandomiseerd onderzoek. 'Pas dan kun je andere oorzaken uitsluiten. Voor het programma GetStarted, dat gericht is op uitstelgedrag, hebben we dat al gedaan. De resultaten zijn we nog aan het analyseren. Ook voor de andere programma’s gaan we dit onderzoeken. Wat ik zie, is dat deze begeleide vorm van eHealth wèl goed werkt voor Nederlandse studenten.’ De projectleider maakt zich echter zorgen over de bezuinigingen van het huidige kabinet. 'We vragen ons af of we na volgend jaar MoodLift kunnen voortzetten, terwijl je met dit platform juist geld kunt besparen. Er zullen immers minder studenten een beroep doen op de ggz.’
We vragen ons af of we na volgend jaar MoodLift kunnen voortzetten, terwijl je met dit platform juist geld kunt besparen.