Bijna helft psychiatrische patiënten heeft ernstige slaapproblemen
Hoewel een onderzoek naar de behandeling van slaapstoornissen bij complexe psychiatrische patiënten te weinig proefpersonen opleverde, duidt deze studie er wel op dat slaapstoornissen een essentiële rol spelen bij het ziekteproces. De beoogde behandeling zou volgens de onderzoekers het psychisch herstel dus kunnen bevorderen.
Psycholoog Marike Lancel houdt zich vrijwel haar hele werkzame leven bezig met slaaponderzoek. Zij is bijzonder hoogleraar Slaap en Psychopathologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en senior onderzoeker bij GGZ Drenthe, waar ze ook medeoprichter is van het Expertisecentrum Slaap en Psychiatrie. Ze merkt dat behandelaren de slaapproblemen waarmee psychiatrische patiënten vaak kampen, doorgaans negeren. 'De gedachte is dat die slaapproblemen vanzelf verdwijnen tijdens de behandeling van de psychiatrische stoornissen. Maar ze zijn juist een wezenlijk onderdeel van die problematiek.’
Onvoldoende bewijskracht
Lancel wilde onderzoeken of behandeling van slaapstoornissen het herstel van complexe psychiatrische patiënten beïnvloedt. Ze nodigde patiënten van GGZ-Drenthe die positief scoorden op de Holland Sleep Disorders Questionnaire (HSDQ) - een screener voor slaapstoornissen - uit om mee te doen aan dit onderzoek. 'Helaas wilden de meeste patiënten niet participeren. Ze stonden al zo lang op een wachtlijst voor een GGZ-behandeling, dat ze blij waren dat ze eindelijk aan de beurt waren. Aandacht voor slaapproblemen vonden ze vooral bijzaak. Slechts een paar mensen hebben we alsnog behandeld en die waren heel tevreden. Maar de groep was te klein voor voldoende bewijskracht.’
Sterke verbanden
Omdat het doel van het onderzoek niet haalbaar was, besloot Lancel ter vervanging de ingevulde vragenlijsten verder te analyseren. Ze wilde weten hoeveel GGZ-patiënten eigenlijk slaapstoornissen hebben. Ze schrok van de cijfers. 'Bijna de helft heeft ermee te maken. Dan gaat het niet alleen om slapeloosheid maar bijvoorbeeld ook om het rusteloze benen syndroom, nachtmerries en slaapapneu. We hebben bovendien gekeken naar de associatie tussen het hebben van slaapstoornissen en de ernst van de algemene psychopathologie en welzijn. Dan zie je hele sterke verbanden. Patiënten zonder slaapstoornissen hebben veel minder ernstige symptomen van een psychiatrische stoornis. Maar hoe meer slaapstoornissen iemand heeft, hoe ernstiger de symptomen en lager de kwaliteit van leven.’
Traumaslaapscreener
Lancel raadt aan slapeloosheid met cognitieve gedragstherapie te behandelen. Patiënten met slaapapneu moeten volgens haar eerst voor gedetailleerder onderzoek en eventueel een CPAP-behandeling – een soort luchtpomp - naar een slaapcentrum worden doorverwezen. `Verder hebben we speciaal voor patiënten met PTSS een nieuwe vragenlijst ontwikkeld omdat zij veruit de meeste slaapproblemen hebben en de HSDQ voor hen onvoldoende is. Hierin vragen we symptomen van slaapstoornissen die vaak voorkomen bij PTSS, zoals nachtmerries en night terrors, diepgaander uit. Dat is essentieel voor de behandeling. Deze traumaslaapscreener zijn we nu aan het valideren.’
De gedachte is dat die slaapproblemen vanzelf verdwijnen tijdens de behandeling van de psychiatrische stoornissen. Maar ze zijn juist een wezenlijk onderdeel van die problematiek.