Onderzoeksprogramma Dementie goed op stoom: samenwerking biedt vruchtbare basis
Via het Onderzoeksprogramma Dementie vindt de grootste krachtenbundeling plaats in het veld van dementie die we in Nederland kennen. Het programma financiert grote onderzoeksconsortia en is inmiddels 3 jaar onderweg. Voorzitter van de programmacommissie Jet Bussemaker en ZonMw-directeur Véronique Timmerhuis geven een tussentijdse update.
Samenwerking en samenhang in het dementieonderzoek
Het Onderzoeksprogramma Dementie heeft als doel om met kennisontwikkeling dementie in de toekomst beter te kunnen diagnosticeren, behandelen en zelfs voorkomen. Wat zowel Bussemaker als Timmerhuis direct noemen als belangrijk tussentijds resultaat van het programma, zijn de grote stappen die zijn gezet om meer samenhang te creëren in het dementieonderzoek. Timmerhuis: ‘Dat was ook de doelstelling van deze fase: veel meer samenhang en samenwerking tot stand brengen tussen onderzoekers en kennisinstellingen in Nederland. Juist ook om internationaal sterker te staan. Daarin hadden we als ZonMw een rol te spelen en zo’n groot programma is daar bij uitstek geschikt voor. Want alleen in samenwerking en samenhang, kunnen onderzoekers écht werken in het belang van patiënten en naasten. Er is nu een goede eerste aanzet gegeven voor verbinding van het hele landschap.’
Alleen in samenwerking en samenhang kunnen onderzoekers écht werken in het belang van patiënten en naasten.
Perspectieven op dementie verbinden
Timmerhuis spreekt bewust van een eerste aanzet, want er is nog veel werk aan de winkel. Bussemaker: ‘Als je kijkt naar onderzoek rond dementie, wordt er soms gedacht vanuit 2 lijnen. Namelijk onderzoek naar de genezing en het voorkomen van dementie, tegenover onderzoek naar zo goed mogelijk leven met dementie. Hoe fijn het ook is dat we steeds kleine doorbraken zien in die eerste lijn, het is niet realistisch te denken dat we dementie gedurende de looptijd van dit programma gaan genezen. Daarom is het heel belangrijk dat we die 2 lijnen veel meer bij elkaar brengen.’ Timmerhuis vult aan: ‘Zo stond het ook in het onderzoeksrapport van AEF: zet die 2 perspectieven niet tegenover elkaar, maar stimuleer juist de verbinding ertussen. Met gebundelde krachten kun je werken aan oplossingen voor dementie nu én in de toekomst.’
Luisteren: hoe kan het beter?
Timmerhuis refereert naar een studie die adviesbureau voor maatschappelijke vraagstukken AEF deed om de infrastructuur van dementieonderzoek te evalueren. Het geeft adviezen en aanbevelingen over het verder inrichten van het programma, gebaseerd op input van de onderzoeksconsortia en andere betrokkenen.
Grotere rol voor hbo en mbo
Wat bij de integratie van de 2 lijnen gaat helpen, is een ander advies uit het rapport. Namelijk het uitbreiden van de samenwerking met kennisleveranciers uit het hbo en mbo. Hun onderzoek is praktijkgerichter dan universitair onderzoek, met focus op vragen van zorgprofessionals en de directe toepassing van resultaten in de zorg. Bussemaker: ‘Als commissie hameren we al langer op de noodzaak voor samenwerking met hbo- en mbo-instellingen. Want het is logisch dat we veel voorstellen kregen voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek van UMC’s. Daar was men immers al sterk in. Maar onderzoek bij hbo- en mbo-instellingen staat vaak nog in de kinderschoenen. Terwijl die partijen cruciaal zijn voor onderzoek naar leven met dementie. Zij leiden verpleegkundigen en verzorgenden op, en ook veel anderen die professioneel gezien in contact komen met mensen met dementie en hun mantelzorgers. Daarom hebben we aparte subsidieoproepen voor mbo en hbo op de planning staan. De volgende stap is om mbo, hbo en wo tot samenwerking te stimuleren. Eerst in opleiden en onderzoeken, en vervolgens ook in de praktijk.’
Nieuwe subsidierondes voor mbo en hbo
In juni 2024 zijn de hbo-fellowships dementie gehonoreerd, gericht op het versterken van praktijkgericht onderzoek naar dementie. In het najaar zullen nieuwe subsidierondes opengaan voor zowel mbo- als hbo-fellowships.
Ze richten nu een practoraat rond dementieonderzoek op dat kappers- en retailopleidingen wil betrekken. Geweldig vind ik dat!
Breder dan zorg en sociaal domein?
Begin 2025 bood ZonMw het verkenningsrapport ‘Verkenning practoraten en de kennis-, onderzoeks- en innovatie-infrastructuur’ aan bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Dit gaat in op de mogelijkheden en kansen om de rol van practoraten in het dementieveld te versterken. ‘Als het bijvoorbeeld aan het Albeda College ligt, gaat de betrokkenheid van het mbo verder dan alleen de zorggerelateerde opleidingen, zo vertelt Bussemaker. ‘Geweldig vind ik dat: zij richten nu een practoraat rond dementieonderzoek op dat bijvoorbeeld ook kappers- en retailopleidingen wil betrekken. Mensen in de dienstensector krijgen immers ook met mensen met dementie te maken. Je kunt ze daarin opleiden en dat weer verbinden aan onderzoek naar wat werkt. En idealiter kun je er zo voor zorgen dat straks iedereen in de samenleving basisvaardigheden heeft in het omgaan met mensen met dementie. Als een vanzelfsprekendheid.’
Hardop denkend …
Tijdens het gesprek komt aan bod hoezeer de thema’s uit het onderzoeksprogramma, hoewel deze zich specifiek richten op dementie, raken aan veel meer thema’s. Zowel breed maatschappelijk als zorggerelateerd. ‘En dan is het natuurlijk ook denkbaar en wenselijk om verbindingen en synergie te zoeken met andere programma’s van ZonMw’, denkt Timmerhuis hardop. ‘Programma’s als Versterking Eerstelijnszorg, Passende Zorg en Goed Gebruik Geneesmiddelen, bijvoorbeeld. Vanuit ZonMw kunnen we ook nog stappen zetten om die dwarsverbanden nadrukkelijker op te zoeken en kennis over onderzoeksprogramma’s heen te gebruiken.’
Hoe samenwerking stimuleren?
Hoe stimuleer je samenwerking tussen partijen op een echt grotere schaal dan tot dusver? Dat hangt af van de fase waarin je zit, vindt Timmerhuis. ‘Voor de consortia hebben we in de eerste instantie echt wel fors ingezet op samenwerking’, vertelt ze. ‘Samenwerking was een belangrijke voorwaarde om te kunnen deelnemen aan dit programma. Maar met het oog op de toekomst, wordt het in sommige gevallen tijd om die stevige sturing los te laten. Want als de financiering straks ophoudt, willen we wel dat de beweging doorgaat. Dat partijen elkaar blijven vasthouden omdat ze daar intrinsiek de waarde van inzien. Ik denk dat de consortia in deze eerste fase goed hebben ervaren hoe vruchtbaar het is om samen op te trekken. En van daaruit kunnen ze organisch op zoek naar de beste manier om dat te doen. Wij blijven daarvoor natuurlijk gelegenheid creëren.’
Wij blijven natuurlijk gelegenheid creëren voor partijen om samen op te trekken.
Toekomst- én handelingsperspectief creëren
Timmerhuis ziet voor zich hoe het programma steeds meer functioneert als een platform waar mensen bij elkaar komen en elkaar inspireren. ‘Dán komt de energie vrij, dán gaat het stromen en dán komt die intrinsieke motivatie om samen verder te gaan,’ legt zij uit. ‘Ik zie het dan ook als een belangrijke opgave voor deze tweede fase: dat consortia nadenken over het verankeren van de ingezette beweging.’ Bussemaker vult aan: ‘En dat hoeft niet alleen binnen een zorgcontext of de kaders van een onderzoeksprogramma te zijn. Dat kan bijvoorbeeld ook in de context van een regio.’ Zelf draagt zij nog een ander speerpunt aan voor de komende jaren. ‘Ik vind het belangrijk dat we bij alle kennis die we ontwikkelen steeds de vraag stellen: hoe kunnen we daar handelingsperspectief mee creëren? Uiteraard voor zorgprofessionals, maar ook zeker voor mantelzorgers. Het is belangrijk dat naasten als een vanzelfsprekendheid overal in worden meegenomen.’
Verkenning: extra consortium medicijngebruik?
De EMA heeft in november 2024 het eerste Alzheimermedicijn goedgekeurd: Lecanemab. Ook andere Alzheimermedicijnen vinden langzaam hun weg richting de Europese markt. Het gezondheidssysteem moet zich voorbereiden op de komst van deze Alzheimermedicijnen. Hierbij zijn verschillende aspecten belangrijk zoals de communicatie, correct gebruik en het monitoren en rapporteren van bijwerkingen. Als ZonMw denken we nu na wat onze rol hierin is, inclusief natuurlijk een goede samenwerking met het Zorginstituut.
Inzet ZonMw tegen dementie
ZonMw stimuleert onderzoek en innovatie om antwoorden te vinden op complexe vraagstukken over dementie. We zetten ons breed in, in de strijd tegen dementie. We financieren wetenschappelijk onderzoek tot projecten die direct impact hebben op het dagelijks leven van mensen met dementie. Daarbij staan samenwerking en verbinding centraal. Dementie is namelijk een complexe aandoening, en onze overtuiging is dat we alleen gezamenlijk kunnen werken aan oplossingen voor dementie.
Nationale Dementiestrategie
Door de groeiende impact van dementie ontwikkelde het ministerie van VWS de Nationale Dementiestrategie 2021-2030 (NDS). Onderdeel van de NDS is het Onderzoeksprogramma Dementie. De Nationale Dementiestrategie omvat 3 hoofdthema’s, het Onderzoeksprogramma Dementie valt onder de stroom ‘Dementie de wereld uit’.