Meest gestelde vragen: Onderzoeksconsortia voor passend zorgaanbod
Op 22 en 29 januari 2026 vonden de online informatiebijeenkomsten plaats over de subsidieoproep ‘Onderzoeksconsortia voor passend zorgaanbod over de gehele zorgketen’. Tijdens deze bijeenkomsten is de subsidieoproep toegelicht en zijn de vragen van geïnteresseerden beantwoord. Op deze pagina vindt u de antwoorden op de meest gestelde vragen.
Heeft u een andere inhoudelijke vraag?
Voor andere inhoudelijke vragen die niet in deze FAQ zijn opgenomen, kunt u contact opnemen via programmapassendezorg@zonmw.nl of bellen naar 070 349 54 65.
Wekelijks vragenuur
ZonMw organiseert wekelijks een digitaal inloopvragenuur over deze subsidieronde. Dit vindt vanaf donderdag 12 februari elke donderdag plaats van 16.00 tot 17.00 uur. U kunt zich hiervoor aanmelden via dit formulier.
Meest gestelde vragen en antwoorden
Wie is wie?
-
De persoon die (eind)verantwoordelijk is voor de subsidieaanvraag. Tijdens de subsidieverleningsprocedure is de hoofdaanvrager de contactpersoon waarmee ZonMw over de aanvraag communiceert.
-
De persoon die inhoudelijk verantwoordelijk is en de dagelijkse leiding heeft over het project. Bij honorering van de aanvraag is de projectleider/penvoerder de contactpersoon waarmee ZonMw over de inhoudelijke voortgang van het project correspondeert.
-
De persoon die op grond van de statuten bevoegd of gemachtigd is de organisatie te vertegenwoordigen.
Let op: In het aanvraagformulier wordt de bestuurlijk verantwoordelijke aangeduid als ‘Administrative representative’.
Doelstelling van de subsidieoproep
-
In de aanvraag gaat u in op de impact voor alle 3 de onderwerpen. Het is mogelijk dat een aanvraag zich focust op 1 of 2 van deze aspecten. Maak duidelijk waar de focus ligt en waarom u daarvoor heeft gekozen. Leg steeds expliciet de relatie met 'waarde van zorg voor de patiënt'.
-
De kennis die voortkomt uit het consortium en de verschillende kennisvragen draagt bij aan professionele kwaliteitsstandaarden en richtlijnen en versterkt de bewijskracht van interventies. Daarmee levert deze kennis input voor besluiten over pakketbeheer, zorginkoop en zorgaanbod. Het moet daarom duidelijk zijn hoe de resultaten bruikbaar zijn voor richtlijnontwikkeling en besluitvorming.
Wie kan subsidie aanvragen?
Binnen deze oproep kan alleen een aanvraag in consortiumverband worden ingediend. Het consortium bestaat uit meerdere in Nederland gevestigde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen. 1 partij treedt op als hoofdaanvrager en elke overige partij binnen het consortium is medeaanvrager. Het consortium is representatief voor het project en omvat ten minste 3 zorglagen, namelijk eerstelijns-, tweedelijns- en derdelijnszorg, die actief zijn op lokaal, regionaal en bovenregionaal niveau binnen de zorgketen. Daarnaast zijn ook partijen betrokken die relevant zijn voor de zorg voor de ziekte of aandoening waarop het consortium zich richt, zoals patiëntenorganisaties, kennisinstituten, brancheorganisaties en verzekeraars.
-
Dat is mogelijk. In het consortium zijn idealiter alle relevante partijen opgenomen die betrokken zijn bij de zorg voor de ziekte of aandoening waarop het consortium zich richt, zoals patiëntenorganisaties, kennisinstituten, brancheorganisaties en verzekeraars.
-
Met actief wordt bedoeld: directe betrokkenheid en inhoudelijke expertise die aansluit bij 1 van de genoemde sectoren.
Het zijn van een zorgaanbieder is geen vereiste. In de criteria bij de oproep voor Uitgewerkte aanvragen (p. 19) staat: de keuze voor de leider van het consortium is overtuigend onderbouwd. De leider van het consortium beschikt over aantoonbare capaciteiten om teams en samenwerkingsverbanden te leiden en te inspireren en vervult een duidelijke voortrekkersrol binnen de zorgsector waarin het consortium wordt ingediend.
-
Het consortium bepaalt zelf de samenstelling van betrokkenen per werkpakket en de rol van stakeholders binnen het consortium.
Medisch-specialistische zorg (MSZ)
-
In het Integraal Zorgakkoord is afgesproken dat de werkwijze van de Cirkel van Gepast Gebruik (CvGG) wordt gebruikt om binnen de medisch-specialistische zorg (MSZ) tot passende zorg te komen. Binnen de MSZ krijgt deze werkwijze vorm in het programma Zorgevaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). Op dit moment wordt onderzocht of de CvGG ook in deze ronde wordt toegepast en, zo ja, op welke manier.
-
Het is nog niet duidelijk wanneer de subsidieoproep gericht op de MSZ opengaat. Afstemming hierover vindt momenteel nog plaats. Zodra hierover meer bekend is, verspreidt ZonMw dit via de gebruikelijke kanalen.
-
De oproep richt zich op het volledige zorgaanbod dat is gerelateerd aan een ziekte of (groep van) aandoening(en). Binnen alle consortia en sectoren zijn ook MSZ-professionals en MSZ-instellingen betrokken, omdat vertegenwoordiging van alle zorglijnen (eerste, tweede en derde lijn) vereist is.
Binnen het consortium staat een ziekte of aandoening die is gerelateerd aan de gekozen sector centraal. Het belang voor deze sector staat daarbij voorop en wordt overtuigend onderbouwd. Dit blijkt onder meer uit de samenstelling van het consortium en de aansluiting bij voor die sector relevante kennisagenda’s.
Doelgroepen
ZonMw begrijpt dat verschuiving van zorg voor veel meer doelgroepen een belangrijk thema is. Om focus aan te brengen, richt deze subsidieoproep zich op de 5 genoemde doelgroepen. Het consortium is zelf verantwoordelijk voor de inschatting of een aanvraag voldoende aansluit bij 1 van deze doelgroepen.
Het consortium kan zich richten op een specifieke ziekte of groep van aandoeningen, zolang het onderzoek raakvlakken heeft met 1 van de doelgroepen en duidelijk wordt onderbouwd dat dit impact heeft voor deze doelgroep.
De verantwoordelijkheid voor een goede en onderbouwde aansluiting ligt bij het consortium. Aanvragen die deze aansluiting onvoldoende onderbouwen, lopen het risico als minder passend te worden beoordeeld binnen de subsidieoproep.
ZonMw benadrukt dat het ZonMw-bureau zelf geen uitspraken doet over de inhoudelijke aansluiting. Het adviespanel adviseert hierover en in de volgende fase doet de ZonMw-programmacommissie dit.
Afbakening zorgaanbod
-
De kaders van het kaderprogramma Passende Zorg zijn beperkt tot zorg vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw). Om de toegankelijkheid en kwaliteit van de hele zorgketen, van curatie tot en met verpleging en verzorging, te behouden of verder te verbeteren, richt dit programma zich ook op interventies binnen de Zvw. Deze interventies voorkomen of vertragen zorggebruik in de Wet langdurige zorg (Wlz). Daarnaast gaat het om interventies die voorkomen dat mensen gebruik moeten maken van meer gespecialiseerde en kostbare zorg, bijvoorbeeld door zorg te verplaatsen.
Bij ZonMw loopt een apart subsidieprogramma dat is gericht op Passende Zorg binnen de Wet langdurige zorg.
-
Zorgkosten zijn niet subsidiabel. Als zorg niet wordt vergoed, kunnen deze zorgkosten niet worden bekostigd vanuit de subsidiemiddelen van ZonMw. In dat geval is het project niet uitvoerbaar.
-
Het vereiste is dat het zorgaanbod rondom de ziekte of groep van aandoeningen die binnen het consortium centraal staat, voorkomt in alle 3 de zorglijnen (eerste, tweede en derde lijn). Dit betekent dat:
- partijen uit alle 3 de zorglijnen zijn vertegenwoordigd binnen het consortium;
- per zorglijn minimaal 1 kennisvraag, met een bijbehorend werkpakket, is opgenomen.
Het is niet vereist dat elke afzonderlijke interventie of elk werkpakket zich richt op alle 3 de zorglijnen.
-
De oproep richt zich op het volledige zorgaanbod dat is gerelateerd aan een ziekte of (groep van) aandoening(en). De kennisvragen zijn gericht op interventieniveau. Het is mogelijk om binnen het overkoepelend actieonderzoek ook beleidsvragen te onderzoeken die samenhangen met de onderzochte interventies, bijvoorbeeld over de organisatie van zorg, bekostiging en inkoop.
-
Psychiatrie valt in deze subsidieronde onder de sector GGZ en niet onder MSZ. Binnen de consortia zijn wel MSZ-professionals betrokken, omdat vertegenwoordiging van alle zorglijnen is vereist. Het gaat hierbij om directe betrokkenheid en inhoudelijke expertise die past bij de betreffende sector.
Agendering kennisvragen
-
Er zijn geen vereisten voor de vorm van deze onderbouwing. Dit kan een systematic review zijn, maar ook een andere vorm. Wel moet duidelijk worden onderbouwd waarom voor deze kennisvragen is gekozen.
Ecologische impact
-
Er is geen standaardmethode vastgesteld. U kunt zelf de methode kiezen die het meest passend is. In de subsidieoproep worden hiervoor een aantal voorbeelden gegeven. De uitgebreide beschrijving van dit criterium en de beoordelingspunten staat in de subsidieoproep.
Staatssteun - AGVV
In deze subsidieronde wordt gebruikgemaakt van de algemene groepsvrijstellingsverordening (hierna te noemen ‘AGVV’), waardoor er bij subsidieverlening op basis van deze subsidieoproep sprake is van een geoorloofde vorm van staatssteun. Zie voor meer informatie: Vrijstelling staatssteun
Bij de uitgewerkte aanvraag zijn 4 AGVV-bijlagen die verplicht ingevuld en aangeleverd moeten worden door iedere partij binnen het consortium die subsidie ontvangt en aangemerkt wordt als onderneming (let op: hieronder vallen ook zorginstellingen en ziekenhuizen).
De AGVV-bijlagen hoeven niet ingevuld te worden door partijen die volgens de staatssteundefinitie van onderzoeksorganisatie vallen volgens de eisen uit de kaderregeling voor Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (O&O&I). Universiteiten en umc’s vallen hieronder. De verklaringen hoeven ook niet te worden ingevuld door partijen die geen aanspraak maken op een gedeelte van de subsidie of partijen die via inhuur bij de aanvraag worden betrokken.
Het gaat om de volgende bijlagen:
- AGVV-bijlage 1: EU SME Self Assessment Wizard –
Verplicht indien (een deel van) de subsidie wordt aangevraagd door een kleine of middelgrote onderneming om aan te tonen dat de betreffende partij inderdaad kwalificeert als kleine of middelgrote onderneming / Verplicht format / Screenshot of PDF; - AGVV-bijlage 2: ingevulde en ondertekende verklaring bevel tot terugvordering van staatssteun − Verplicht voor iedere partij die aanspraak maakt op (een deel van de) subsidie / Verplicht format verklaring bevel tot terugvordering van staatssteun / PDF;
- AGVV-bijlage 3: ingevulde en ondertekende verklaring onderneming niet in moeilijkheden − Verplicht voor iedere partij die aanspraak maakt op (een deel van de) subsidie/ Verplicht format verklaring onderneming niet in moeilijkheden/ PDF;
- AGVV-bijlage 4: ingevulde en ondertekende verklaring cumulatie van staatssteun − Verplicht voor iedere partij die aanspraak maakt op (een deel van de) subsidie/ Verplicht format verklaring cumulatie van staatssteun/ PDF.
-
In deze oproep wordt de definitie uit artikel 25, lid 2, onderdeel b, van de AGVV gevolgd. Industrieel onderzoek betreft toegepast onderzoek en richt zich op het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden met het oog op de ontwikkeling en verbetering van producten, processen en diensten. De volledige definitie van industrieel onderzoek is te vinden in de subsidieoproep op pagina 8.
-
ZonMw hanteert de definitie van onderzoeksorganisatie zoals opgenomen in de Kaderregeling voor Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (O&O&I). Universiteiten en umc’s vallen onder deze definitie. Hogescholen zijn geen onderzoeksorganisaties, maar onderwijsorganisaties en voldoen daarom niet aan de criteria. Dit geldt ook voor TNO en de TO2-instituten. Deze organisaties verrichten ook commerciële activiteiten en moeten daarom aantonen dat er sprake is van een gescheiden boekhouding voor het onderzoek dat zij uitvoeren. Dit is niet bij elke organisatie het geval. Twijfelt u of uw organisatie onder deze definitie van onderzoeksorganisatie valt, dan adviseren wij u om tijdig contact op te nemen met ZonMw.
Staatssteun en begroting
-
De minimale cofinanciering wordt bepaald op projectniveau. Per deelnemende partij wordt de maximale steunintensiteit vastgesteld op basis van de grootte van de onderneming (klein, middelgroot of groot), conform de voorwaarden van de AGVV. Voor het bepalen tot welk type onderneming uw organisatie behoort, kunt u de EU SME Self Assessment Wizard gebruiken. Het AGVV-begrotingsformat berekent per partij automatisch de verhouding tussen het subsidiebedrag en de vereiste cofinanciering.
De cofinanciering hoeft niet per definitie door de partij zelf te worden ingebracht. Deze kan ook afkomstig zijn van andere consortiumpartners of van externe partijen, zoals sponsoren. De aanvraag moet als geheel voldoen aan de vereiste cofinanciering. De begroting moet transparant inzicht geven in de verdeling van de subsidie en de eigen bijdrage.
De opgevoerde eigen bijdrage moet rechtstreeks verband houden met de kosten van het onderzoek. De subsidie wordt altijd uitgekeerd aan de hoofdaanvrager, die verantwoordelijk is voor de doorbetaling aan de consortiumpartners. Zie de subsidieoproep voor meer informatie.
-
Een stichting wordt gezien als een onderneming in de zin van de staatssteunregels. Ook stichtingen moeten daarom voldoen aan de voorwaarden van de AGVV. Voor het deel van de subsidie waarop een stichting als medeaanvrager aanspraak maakt, geldt ook de verplichte eigen bijdrage.
-
Ja, cofinanciering kan in-cash of in-kind worden gefinancierd. De inzet van personeel valt onder in-kind financiering. Voorwaarde is dat alle kosten directe betrekking hebben op werkzaamheden in het kader van het onderzoeksproject.
-
Zorgkosten kunnen als in-kindbijdrage worden opgevoerd, mits zij vallen onder kosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij personeelskosten van medewerkers die daadwerkelijk bij het onderzoek betrokken zijn. In dat geval kunnen deze kosten als eigen bijdrage worden meegenomen. Alle kosten moeten altijd aantoonbaar zijn en rechtstreeks verband houden met het onderzoek.
-
Indien een aanvrager derden inhuurt voor de uitvoering van een deel van de projectactiviteiten (opdrachtverlening) is, net als voor andere opgevoerde kosten, een eigen bijdrage verplicht.
-
In de projectidee fase is het geen vereiste om de cofinanciering volledig rond te hebben. Tijdens deze fase wordt u gevraagd om een globale realistische onderbouwing van het aangevraagde budget te geven. Dit kunt u toelichten in sectie 5 (Financiële gegevens) van het aanvraagformulier via Mijn ZonMw.
-
Het AGVV-begrotingsformat is nog niet beschikbaar. Deze komt beschikbaar tijdens de uitgewerkte subsidieaanvraagfase.
-
De onderbouwing van het budget van uw projectidee hoeft niet tot in detail uitgewerkt te zijn. Het betreft een globale realistische onderbouwing van het aangevraagde budget. Dit kunt u toelichten in sectie 5 (Financiële gegevens) van het aanvraagformulier via Mijn ZonMw.
Aanvraagproces
-
ZonMw gaat ervan uit dat instellingen dit intern afstemmen. Als er toch 4 zijn ingediend brengt ZonMw de aanvragers op de hoogte en krijgt u de gelegenheid om 1 aanvraag terug te trekken.
-
Projecten kunnen van start gaan na een besluit tot toekenning van de subsidie. ZonMw verleent subsidie voor de duur van het project. Kosten die voor of na de looptijd van het project worden gemaakt, kunnen niet worden bekostigd vanuit de subsidie.
Beoordelingsproces
-
Deze subsidieronde bestaat uit 2 fases: de projectideefase en de subsidieaanvraagfase. Beide fases hebben een eigen beoordelingsprocedure.
In de projectideefase wordt een selectie gemaakt van de meest maatschappelijk relevante en impactvolle onderwerpen. Hiervoor zijn criteria opgesteld, mede op basis van het maatschappelijk agenderingskader van het Zorginstituut. Een adviespanel, dat is ingesteld door ZonMw en de programmacommissie, beoordeelt de projectideeën aan de hand van deze criteria op relevantie en globaal op kwaliteit. Het adviespanel geeft een positief of negatief advies over het uitwerken van het projectidee tot een uitgewerkte subsidieaanvraag. Hierbij wordt het advies vanuit patiëntenperspectief en van de Nederlandse Zorgautoriteit betrokken. Dit advies is niet leidend.
De beoordelingsprocedure in de fase van de uitgewerkte subsidieaanvraag bestaat uit een schriftelijke beoordeling van de kwaliteit van de aanvraag door referenten, de mogelijkheid tot schriftelijk wederhoor, eventueel een interview en een eindbeoordeling door de programmacommissie. De programmacommissie beoordeelt de relevantie, kwaliteit en begroting van alle aanvragen en adviseert het bestuur van ZonMw over het al dan niet toekennen van de subsidie.
-
De adviezen zijn gebaseerd op de criteria die zijn opgenomen in de subsidieoproep voor projectideeën en op de informatie uit het projectidee. Daarbij wordt beoordeeld op relevantie en globaal op kwaliteit. Op basis van het totale aangevraagde budget van de ingediende projectideeën en het totaal beschikbare budget binnen de subsidieronde wordt bepaald hoeveel positieve adviezen kunnen worden gegeven. Het doel is om in de fase van de uitgewerkte subsidieaanvraag ongeveer 50% van de aanvragen te kunnen honoreren.