MANTRA en BENIGN versterken samenwerking
Verbinding, enthousiasme, en levendige discussies. Dat waren de kenmerken van de bijeenkomst van het programma Klimaatadaptatie en Gezondheid van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) op 13 mei in Utrecht.
In de ochtend presenteerden de onderzoekers van de consortia MANTRA en BENIGN aan elkaar hun onderzoek en de resultaten tot nu toe. In de middag sloten ook andere stakeholders aan. Na korte presentaties van de twee consortia bloeiden in verschillende workshops gesprekken op over toegankelijke wetenschapscommunicatie, data-uitwisseling en living labs.
Stedelijke gebieden
Het BENIGN-consortium richt zich op klimaatadaptatie en gezondheid in stedelijke gebieden. BENIGN stelt ontwerprichtlijnen op voor een juiste toepassing van groen en blauw in steden. Daartoe zijn living labs opgezet in 3 gemeenten: Leiden, Hilversum en Dordrecht. En er wordt gewerkt aan een ‘decision support system’ voor gemeenten.
Het onderzoek richt zich op de volgende 3 hoofdonderwerpen:
-
Wat doet hitte en de omgeving met het lichaam? BENIGN onderzoekt dit via citizen science: in vragenlijsten geven 2300 deelnemers aan hoe zij een hittegolf ervaren en welke klachten ze hebben. Daarnaast doen ze gezondheidsmetingen bij inwoners in groene en grijze wijken: op welke plekken worden mensen het meest blootgesteld aan hittestress, en wat voor soort ruimtelijke inrichting is het meest effectief om dit tegen te gaan?
-
Blauw-groene infrastructuur, zoals een gracht, vijver of stadspark, is aantrekkelijk om op te zoeken als verkoeling tijdens een warme periode. Onderzoekers kijken welke interventies een positief effect hebben op waterkwaliteit en gezondheidsrisico’s beperken.
-
Waarom hebben steeds meer mensen last van hooikoorts? BENIGN onderzoekt het verschil in pollen en luchtkwaliteit tussen groene en grijze stadsgebieden. Hieruit blijkt dat de toenemende hooikoortsklachten verschillende oorzaken kan hebben:
- Door de toenemende warme periodes bloeien sommige bomen in stedelijke omgevingen 2 keer per jaar.
- In stedelijke gebieden kunnen lokale pollenconcentraties hoger zijn door een gebrek aan wind.
- Maaibeleid zorgt voor een langere bloeiperiode en complexere mix van verschillende pollen, waardoor hooikoortsklachten erger worden.
Landelijke gebieden
De gezondheidseffecten van klimaatverandering in landelijke gebieden zijn nog onderbelicht. Het MANTRA-consortium richt zich daarom op klimaatadaptatie en gezondheid in deze gebieden. De onderzoekers verzamelen data over de gezondheidsrisico’s voor mens, plant en dier, en wat de kwetsbare groepen zijn. Daarnaast kijken de onderzoekers hoe biodiversiteitsplannen effectiever kunnen worden door een bredere waardering van natuur ten opzicht van de huidige economische blik.
-
Uit een studie bij Nederlandse jongeren blijkt dat milieustress, zoals natuurverlies en hitte, wijdverspreid is. Veel jongeren ervaren mentale belasting, zoals depressie of angst, en 36% maakt zich zorgen over het verlies van hun leefomgeving. Tegelijk voelen veel jongeren onverschilligheid en weinig betrokkenheid bij milieuproblemen. Vertrouwen in de overheid is laag, en jongeren ervaren beperkte controle over hun omgeving.
-
De huidige waardering van natuur in beleid is vaak eenzijdig economisch. Andere waarden, zoals culturele of intrinsieke waarden, blijven onderbelicht. Het MANTRA-project onderzoekt hoe meervoudige natuurwaardering (mens-natuur relaties) praktisch vertaald kan worden naar beleid. Beleidsanalyses en interviews brengen obstakels en mogelijke handvatten in kaart. De frame-analyse is bijna afgerond.
-
Een nieuw raamwerk met 6 dimensies is gebruikt om 51 Nederlandse klimaatadaptatieprojecten te beoordelen op hun transformatieve karakter. Geen enkele case scoorde hoog op alle dimensies. Diepgaande veranderingen blijken vaak kleinschalig en tijdrovend. Gemeenschapsinitiatieven tonen het meeste potentieel voor echte verandering. Maar sociale kwetsbaarheid blijft onderbelicht in de meeste projecten.
-
In ‘rural labs’ brengen de onderzoekers beleidsmakers, ondernemers en burgers samen om beter zicht te krijgen op de samenhang en effecten van diverse maatregelen. Samen kijken zij wat wel werkt en wat niet. Door die kennis met elkaar en tussen de labs te delen, worden samenhangende patronen zichtbaar, die de basis vormen voor handvatten voor gezonde klimaatadaptatie. De sessie van het eerste rural lab zijn vormgeven: Noordoost-Brabant – een gebied met intensieve veehouderij, een slechte luchtkwaliteit en (grond)waterproblematiek.
-
In alle gebieden hangen gezondheid, klimaatverandering en biodiversiteit sterk samen. Ook lopen de bestuurlijke, economische, persoonlijke en andere belangen van de diverse groepen uiteen. De rural labs brengen verschillende deelnemers en hun perspectieven samen rondom de vraag: hoe kunnen we in actie komen om het gewenste toekomstbeeld werkelijkheid te laten worden?
In de praktijk blijkt bijvoorbeeld afstand tot het risico in de weg te staan: is de problematiek elders niet erger dan hier? Ook de tijd speelt een rol: het is nu (nog) niet zo erg. Door de afstand en tijd te verkorten, en verschillende perspectieven samen te brengen om een gewenst toekomstbeeld op te stellen, komt er ruimte voor alternatieve oplossingen en gaan mensen actie ondernemen, in plaats van afwachten.
Ontwikkelingen rondom de Nationale Adaptatie Strategie
In de middag lichtte Michiel Hoorweg van het ministerie van VWS de ontwikkelingen rondom de nieuwe Nationale Adaptatiestrategie (NAS) toe. Deze verschijnt in 2026, en volgt daarmee de eerste NAS uit 2016 op.
De NAS is zelfbindend voor het Rijk, en ook bindend voor onder andere de omgevingswet. De uitvoering van de strategie wordt vormgegeven langs 4 pijlers – ook wel Nationaal Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie of NUPKA’s genoemd:
- Water
- Landbouw, natuur en milieu
- Mens en cultuur
- Wonen en werken
Het ministerie van VWS streeft ernaar gezondheid onderdeel te laten zijn in alle pijlers: gezondheid in alle beleidsdomeinen. Resultaten uit onderzoek zoals BENIGN en MANTRA kunnen onder andere worden meegenomen in de NUPKA’s.
Workshops
De deelnemers verdiepten zich tijdens workshops in verschillende onderwerpen. De belangrijkste conclusies zijn:
- Het BENIGN-consortium heeft een spel ontworpen om de rollen en belangen van verschillende stakeholders op tafel te leggen bij het ontwerpen van een leefomgeving. Deze tool helpt om makkelijker keuzes te kunnen maken in het type interventie dat je gebruikt bij het ontwerpen van een gezonde klimaatbestendige leefomgeving.
- Hoe willen we dat de toekomst van het platteland eruit ziet? Het MANTRA-consortium werkt veel met het maken van gewenste toekomstbeelden samen met alle betrokkenen in de rural labs. Door situaties te visualiseren en met elkaar in gesprek te gaan, snap je beter waar mensen tegenaan lopen en kom je sneller tot mogelijke oplossingen.
- Data spelen een grotere rol in beleidsprocessen als ze zijn gevisualiseerd. Deze moet wetenschappelijk valide zijn, politiek aanvaardbaar en uitlegbaar voor burgers en belanghebbenden. Maak daarom keuzes, met je doel, doelgroep en boodschap als uitgangspunt.
- Wees open en voorspelbaar in je communicatie met samenwerkingspartners en inwoners. Ook over wat je nog niet weet of wat nog onduidelijk is.
Conclusie: versterkte samenwerking
Pim Martens van MANTRA en Kevin Raaphorst van BENIGN vatten de dag samen als een versterking van de bestaande samenwerking en een dag vol inzichten en inspiratie. Frank Pierik van ZonMw bedankte alle aanwezigen voor een mooie dag met vele perspectieven vanuit onderzoek, beleid en praktijk. Na de startbijeenkomst is er al heel veel gebeurd, en dit maakt benieuwd naar de eindbijeenkomst!