Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Kennissynthese bestrijding vector-overdraagbare ziekten in relatie tot pandemische paraatheid

Sinds de recente en wereldwijde uitbraak van SARS-CoV-2 wordt veel gespeculeerd over welke andere ziekteverwekkers een ‘pandemische potentieel’ hebben, en wat dus een mogelijke ‘next big one’ wordt.

De vraag is of vectoren, zoals muggen of teken, een rol zullen spelen bij een dergelijke uitbraak. De nieuwe introductie, verspreiding en vestiging van vectoren en pathogenen hebben een mogelijk grote impact op de volksgezondheid, met daaraan gekoppeld brede maatschappelijke en economische effecten.

Door middel van een uitgebreide screening is een selectie gemaakt van zes pathogenen die, op basis van onze definitie van pandemie, het potentieel hebben om in Nederland en elders een grote impact op de humane gezondheid te veroorzaken: Westnijlvirus, chikungunya virus, dengue virus, Zika virus, Krim- Congo hemorragische koortsvirus en Riftdalkoortsvirus. Daarnaast is ook Disease X meegenomen, waarvoor in principe alle risico-elementen onbekend zijn.

Op basis van de wetenschappelijke literatuur en bijdragen van externe experts, zijn kennislacunes, aandachtsgebieden en ontwikkelingskansen geïdentificeerd welke betrekking hebben op (1) de ontwikkeling van innovatieve diagnostiek, (2) de ontwikkeling van (voorspellende) modellen op basis van gegevens uit de surveillance en (3) de integratie van nieuwe technologie op het gebied van ICT, Geografische Informatie Systemen (GIS) en kunstmatige intelligentie (AI).

De onderzoekers beargumenteren dat vector- overdraagbare ziekten niet buiten beschouwing gelaten kunnen worden wanneer er aan pandemische paraatheid gewerkt wordt. Daarbij is investeren in kennis over onbekende (of nieuw ontdekte) pathogenen en vectoren van belang. Er is een noodzaak voor: (1) fundamenteel onderzoek (bv. hoe kunnen nieuwe combinaties van vectoren en ziekteverwekkers leiden tot ziekte overdracht, (2) onderzoek naar pandemische paraatheid (bv. wat is de effectiviteit van vectorbestrijding en methoden om deze effectiviteit te monitoren/in te schatten) en (3) implementatieonderzoek (bv. onderzoek naar effecten van groen-blauwe klimaatadaptatiemaatregelen op vector-overdraagbare ziekterisico’s, en hoe we hier ons aan kunnen aanpassen).